Moshpit

Axel Rudi Pell, Powerworld
Datum: 29 januari 2011
Waar: Biebob, Vosselaar
Tekst: Vera Matthijssens
Foto's: Vera Mathijssens

Met de regelmaat van de klok maakt het Duitse gitaarwonder Axel Rudi Pell albums en trouw als hij is aan zijn fans, hoort daar telkens weer een tournee bij. De ‘Duitse Ritchie Blackmore’ streek op een koude januariavond weer eens neer in onze landelijke metaltempel Biebob. Hondstrouwe fans van classic rock hadden zich al lang voor het openingsuur voor de deur genesteld en het werd vanavond opvallend druk. Een goedgevulde Biebob genoot dan ook met volle teugen van ’s mans exquise subtiliteit op de zes snaren.
Maar laat ons niet op de feiten vooruitlopen. Er was ook nog Powerworld, een band met een joekel van een clichénaam en in zijn genre verdienstelijk, maar niet meer dan dat. Op een avond als vandaag gaan we daar niet moeilijk over doen, hun recente ‘Human Parasite’ bevat immers wel een aantal sterke songs. Bovendien beginnen ze al met twee van hun beste songs: ‘Tame Your Demons’ (getemperd gezongen, maar vuurwerk in de gitaarsolo’s) en het licht epische ‘East Comes To West’ met zijn oosterse riffs zijn een sterke start. Maar wat is dat? Er klopt iets niet. Andrew ‘Mac’ McDermott (ex-Threshold) schittert door afwezigheid, door ziekte kon hij niet mee op tournee. In allerijl werd een flink in het vlees zittende Michael Bormann opgetrommeld als frontman. Het verdient respect dat Powerworld geen verstek laat gaan voor de tour, maar echt sterk was de zangprestatie niet vanavond. De naam Powerworld mag dan nog onbekend zijn, bassist Ilker Ersin (lijkt erg op Joey DiMaio) heeft een verleden in Freedom Call en drummer Achim Keller plukte men weg van bij Victory. Men speelt uitsluitend songs uit het laatste album. Het tragere ‘Evil In Me’ en het aanstekelijke ‘Human Parasite’ brengen de zaal op temperatuur. Het gitaarwerk van Barish Kepic zorgt voor de beste momenten. Men beweegt zich tegenwoordig meer in de richting van traditionele rock en daarom zijn songs als ‘Cleansed By Fire’ en ‘Caught In Your Web’ dan ook geknipt als support act vanavond. Wanneer ‘Stand Up’ de set beëindigd is het drummen om nog aan de bar te geraken.
Gelukkig is Axel Rudi Pell wel in het gezelschap van zijn voltallige band, want dat zijn stuk voor stuk virtuozen op hun instrument. Wij stellen u voor: Mike Terrana (Amerikaans drumbeest van ontelbare – vooral Duitse – bands), toetsentovenaar Ferdy Doernberg (o.a. Rough Silk), de Amerikaanse zanger Johnny Gioeli (Hardline) en de gemoedelijke bassist Volker Krawczak (Steeler). De setlist van Pell wordt slechts mondjesmaat aangepast aan het tijdsbeeld (net als zijn uiterlijk), maar vanavond begint men toch, in een dikke rookwolk, met het nieuwe ‘Too Late’. Live klinkt de band altijd wat steviger dan op plaat en dit is dan ook een ferme rocker om te beginnen, meteen gevolgd door ‘Fool Fool’. Wat een stem heeft die Gioeli trouwens, ook live en dat bewijst hij vooral in de prachtige medley van ‘Tales Of The Crown’ en (het beste nummer van ‘The Crest’) ‘Dreaming Red’. Hier is de geest van Dio sterk aanwezig en het mag geen wonder zijn dat Pell zich volledig thuis voelt in een epische song als dit. Hij ontwikkelt soms een ongelofelijke snelheid op zijn Fender, maar besteedt vooral veel aandacht aan atmosferische, galmende solo’s die je voelt tot in de toppen van je tenen. De medley eindigt met een stukje ‘Whole Lotta Love’ (Led Zeppelin), een kwestie van ken uw klassiekers. Intussen verliest Gioeli nimmer het contact met het publiek of rent hij als een gek over het podium om dan met een pathetisch gebaar de zang te hernemen. Reeds vroeg in de set krijgen we een staaltje van Terrana’s kunnen in de vorm van de onvermijdelijke drumsolo. Daar deze opgeluisterd wordt door een tape van een blaaskapel wordt het even te ‘Duits’ voor ondergetekende. We zijn dan ook blij wanneer de gitaarmeester terug het podium op komt en zich laat gaan in een bloedstollende solo (Uli Jon Roth is niet veraf). Dat is natuurlijk het begin van ‘Mystica’, live nog wat langer. Tijdens de zang zorgt enkel rood en blauw licht en zwevende toetsen voor een geheimzinnige sfeer. De uitnodiging om in de handen te klappen krijgt steevast gevolg in het publiek. Na een lange uitvoering van ‘Mystica’ worden de schijnwerpers op Ferdy gericht. Zijn solospot bestaat uit een pianorecital en die gaat naadloos over in de ballad ‘Glory Night’. Het aanstekermoment is aangebroken. Wel prachtig gezongen en een ‘wow’moment tijdens de solo alweer. Maar het ultieme kippenvelmoment blijft vooral het onverslijtbare ‘Temple Of The King’, ooit te vinden op het eerste Rainbow-album. Deze tien minutenversie is één van de hoogtepunten vanavond. Gioeli meldt dat het daarna terug tijd is om te rocken en men gaat er stevig tegenaan in ‘Strong As A Rock’ en ‘Carousel’ waarbij dit laatste uitmondt in een wervelende jam. Even denken we dat het feest over is, maar gelukkig keert men terug voor een grandioze versie van ‘The Masquerade Ball’, waarbij in het gevoelige begin de krachtige stem van Johnny volledig tot uiting komt. Wanneer de song wilder wordt begint Ferdy’s orgel vervaarlijk over te hellen en haalt hij er enkele halsbrekende toeren mee uit. Johnny rent heen en weer terwijl Alex nog een laatste maal zijn virtuositeit etaleert. Dit was de grandioze finale wat ons betreft. De band komt weliswaar nog eens terug voor een tweede bisnummer – het nogal stereotiepe ‘Rock The Nation’ - maar het einde is nabij. Een avond met eerste klasse classic rock waar niemand genoeg van kan krijgen, getuige de talrijke opkomst!

Setlist Powerworld:

Tame Your Demons
East Comes To West
Evil In Me
Human Parasite
Cleansed By Fire
Caught In Your Web
Stand Up

Setlist Alex Rudi Pell

Too Late
Fool Fool
Tales Of The Crown
Dreaming Dead
Drum solo
Mystica
Keyboard solo/piano intro
Glory Night
Temple Of The King
Strong As A Rock
Carousel – Jam

Encore 1:
Masquerade Ball – Casbah

Encore 2:
Rock The Nation



Terug