Rock Tribune Home

Nieuws

Amorphis / Leprous / The Man-Eating Tree - zaterdag 14 januari 2012 - Biebob, VosselaarGrand Magus / Bullet / Steelwing / Skull Fist / Vanderbuyst - zondag 8 januari 2012 - Biebob, VosselaarAurora Infernalis Festival - zaterdag 29 oktober 2011 - LuxorLive, Arnhem - NLDiablo Blvd - zondag 18 december 2011 - AB, BrusselMachiavel - zondag 11 december 2011 - Spirit Of 66, VerviersOrphaned Land / Arkan / Myrath / Artweg - zondag 20 november 2011 - Biebob, VosselaarTyr / Moonsorrow / Crimfall / Hamfero - donderdag 17 november 2011 - Biebob, VosselaarMonster Magnet / Black Spiders - maandag 29 november 2011 - Trix, AntwerpenThrashfest Classics - zaterdag 26 november 2011 - Schaaf City Theater, Leeuwarden - NLYES - AB, Brussel - zondag 20 november 2011Dimmu Borgir - zaterdag 12 november 2011 - Trix, AntwerpenOpeth / Pain Of Salvation - dinsdag 15 november 2011 - 013, TilburgWithin Temptation/Anneke Van Giersbergen - zondag 13 november 2011 - AB, BrusselAlter Bridge / Black Stone Cherry - zaterdag 5 november 2011 - AB, BrusselVolbeat / Clutch - 14 november 2011 - Lotto Arena, AntwerpenHammerfall / Vicious Rumors / Amaranthe / Death Destruction - 1 november 2011 - Trix, AntwerpenIced Earth / White Wizzard / Fury UK - donderdag 3 november 2011 - Trix, AntwerpenInsomnium / Before The Dawn / MyGrain - 16 november 2011 - Trix - AntwerpenNeckbreakers Ball Tour - 6 november 2011 - Trix - AntwerpenAlice Cooper, The Treatment - 2 november 2011 - AB, BrusselCIV - 29 september 2011 - Trix, AntwerpenEnter Shikari, Your Demise, Letlive - 2 en 3 oktober 2011 - AB, Brussel & 013, TilburgSymphony X, DGM - 24 oktober 2011 - Biebob, VosselaarPain, Engel - 23 oktober 2011 - Hof Ter Lo, AntwerpenFirefest - 21,22 en 23 oktober, 2011 - Rock City, Nottingham (UK)Y&T - 28 oktober 2011 - Biebob, VosselaarSick Of It All - 29 oktober 2011 - Trix, AntwerpenSkarhead, Foundation, Not Afraid, Blindside, Expire - 28 oktober 2011 - JOC Tjok, HoveHeidenfest met Finntroll, Turisas, Alestorm, Arkona, TrollFest, Skálmöld - 16 oktober 2011 - Trix, AntwerpenAlcatraz Metal Festival – Meet & Greet met HelloweenAlcatraz Metal Festival – SigneersessiesWinnaar - Alcatraz Metal Festival VIP arrangementAlcatraz Metal Festival – Stop de persen! – Forbidden & Communic wel naar Deinze!Helstar met old-school setAfter All met Special GuestDeath Angel - Enig optreden in België in 2011The Rott Childs - 9 juli 2011 - DOK, GentBlack Country Communion - 9 juli 2011 - Rivierenhof, Deurne (B)Sjock Festival - 8, 9 en 10 juli 2011 - GierleChannel Zero, 15 Reasons - 29 juni 2011 - Biebob, VosselaarMichael Bolton - 26 juni 2011 - Koningin Elisabeth ZaalDown, Duff McKagan’s Loaded - 14 juni 2011 - Ancienne Belgique, BrusselAmon Amarth, The Black Dahlia Murder, Evocation - 19 mei 2011 - Hof Ter Lo, AntwerpenKampfar, Vreid, Secrets Of The Moon, Krakow - 9 juni 2011 - Biebob, VosselaarJudas Priest - 7 juni 2011 - 013, TilburgDanzig, Diablo Blvd - 9 juni 2011 - Trix, AntwerpenPrimordial, While Heaven Wept, Alcest - 1 juni 2011 - Biebob, VosselaarRiverside, Tides From Nebula - 18 mei 2011 - Hof Ter Lo, AntwerpenChildren Of Bodom, Ensiferum, Machinae Supremacy - 15 mei 2011 - Hof Ter Lo, AntwerpenAlcatraz Metal Festival 2011 - bekendmaking extra bandNazareth - 28 mei 2011 - Le Splendid, Rijssel (Frankrijk)Power Prog & Metalfest - 30 april 2011 - Lotto, MonsAlcatraz Metal Festival 2011 - bekendmaking extra bandWeedeater, Zoroaster - 20 april 2011 - Decadence, GentAlcatraz Metal Festival 2011 - Affiche bijna helemaal rondHaggard, Crow7 - 29 maart 2011 - Biebob, VosselaarPaganfest 2011: Korpiklaani, Eluveitie, Unleashed, Moonsorrow, Varg, Heidevolk, Arafel, Kivimetsän Druidi - 26 maart 2011 - Hof Ter Lo, AntwerpenEpica - 19 maart 2011 - Hedon, ZwolleUriah Heep - 12 april 2011 - De Bosuil, WeertTurisas, Crimfall, Aktarum - 20 maart 2011 - Biebob, VosselaarGrave Digger, Orden Ogan, Downspirit - 10 april 2011 - Biebob, VosselaarSlayer, Megadeth, Drums Are For Parades - 23 maart 2011 - Vorst Nationaal, VorstTrans-Siberian Orchestra - 25 maart 2011 - Stadschouwburg, AntwerpenP.S.P. - 21 maart 2011 - Spirit Of 66, VerviersKaizers Orchestra, Bernhoft - 27 maart 2011 - Vooruit, GentWatain, Shining, Aosoth - Zaterdag 12 maart, 2011 - Biebob, Vosselaar4th Dimension, Labyrinth, Sonata Arctica - 6 maart 2011 - Trix, AntwerpenSymphony X, Nevermore, Psychotic Waltz, Mercenary, Thaurorod - 27 februari 2011 - Hof Ter Lo, AntwerpenRhapsody Of Fire, Vexillum, Visions Of Atlantis - 18 februari 2011 - Le Coliseum, CharleroiBlack Tusk, Howl - 10 februari 2011 - Decadence, GentHet decibelgehalte - onze meningAxel Rudi Pell, Powerworld - 29 januari 2011 - Biebob, VosselaarChannel Zero - 14 & 15 januari 2011 - AB, BrusselSheer Terror, Rise And Fall, Right Direction, Supertouch, The City - 22 januari 2011 - Hof Ter Lo, AntwerpenAccept, Steelwing - Zondag 16 januari 2011 - Hof Ter Lo, AntwerpenHelmet, Lafaro - 14 december 2010 - Vooruit, GentTherapy? - 13 november 2010 - AB, BrusselL.A. Guns, Pretty Boy Floyd - 7 december 2010 - De Verlichte Geest, RoeselareMonster Magnet - 17 november - Handelsbeurs, GentDisturbed, Papa Roach, Buckcherry, Halestorm - 5 december 2010 - Vorst Nationaal, VorstLife Of Agony, Godsized, Ostend Powers - 10 december 2010 - De Mast, TorhoutTiamat, Orden Ogan - 8 december 2010 - Biebob, VosselaarMelechesh, Noctiferia, Svart Crown - 5 december 2010 - Trix, AntwerpenWehrmacht, AC4, Blunt Force Trauma - 12 november 2010 - Trix, AntwerpenJeff Wayne’s The War Of The World’s - 27 november 2010 - Lotto Arena, AntwerpenStonesour, Hellyeah - 9 november 2010 - 013, TilburgFear Factory, High On Fire, Dååth - 7 december 2010 - Trix, AntwerpenFrostrock - 4 december 2010 - Hippodroom, KuurneHelloween, Stratovarius, Trick Or Treat - 2 december 2010 - Trix, AntwerpenFinntroll, Samael, Rotting Christ, Metsatöll, Nothnegal - 26 november 2010 - Biebob, VosselaarIron Maiden op Rock WerchterAs I Lay Dying, Heaven Shall Burn, Suicide Silence - 24 november 2010 - Trix, Antwerpen5z & Friends - 20 november 2010 - Eglantier, St-NiklaasW.A.S.P., Shadowside - 19 november 2010 - Trix, AntwerpenHelmet - 18 november 2010 - W2, Den BoschReviews die ROCK TRIBUNE 100 niet haalden (deel 2)Amorphis, Orphaned Land, Ghost Brigade - 13 november 2010 - Biebob, VosselaarDanko Jones, Peter Pan Speedrock, Young Guns - 14 november 2010 - Trix, AntwerpenVolbeat, Entombed, The Kandidate - 11 november 2010 - Lotto Arena, AntwerpenEnforcer - buscrashReviews die ROCK TRIBUNE 100 niet haaldenAlcatraz Metal Festival 2011 - bekendmaking datumTherion - 1 november 2010 - Hof Ter Lo, AntwerpenAlter Bridge, My Favorite Scar - 28 oktober 2010 - Hof Ter Lo, AntwerpenEncryption - Interview

Amorphis / Leprous / The Man-Eating Tree - zaterdag 14 januari 2012 - Biebob, Vosselaar

De laatste jaren deed Amorphis al meermaals ons land aan, maar dat is voor de fans zeker geen belemmering om ook deze avond af te zakken naar de Biebob. Het is zelfs gezellig druk wanneer we de Belgische rocktempel binnenkomen en dan moet het spektakel nog beginnen. Na een vliegende start als death metalband en het succes van ‘Tales From The Thousand Lakes’ ging het een poosje bergaf met de Finnen, maar sinds de man met de ongelofelijk lange dreadlocks zich is gaan moeien (Tomi Joutsen als nieuwe zanger) gaat het succes terug in stijgende lijn. Hij voerde de grunts terug in, maar Amorphis heeft ook songs die we toegankelijke gothic rock kunnen noemen.
Wij zijn eerst echter razend benieuwd naar The Man-Eating Tree. Na de uitstekende albums ‘Vine’ en ‘Harvest’ willen we weten hoe de nieuwe band van ex-Sentenced-drummer Vesa Ranta het er live vanaf brengt. Ironisch genoeg is Ranta zelf niet aanwezig: hij moest verstek laten gaan voor heel deze tour omdat zijn vrouw gaat bevallen. Gelukkig heeft men vervanging gevonden in Aksu Hanttu van Entwine. Vanaf de beklijvende, introverte intro ‘Harvest Bell’ waarna in ‘At The Green Country Chapel’ dynamische gitaren invallen tot het wilde ‘Code Of Surrender’ heeft het zestal het publiek in de ban. We merken zelfs dat vele mensen al goed met het materiaal vertrouwd zijn en de teksten kennen. De muziek van de band is weemoedig en atmosferisch, met de stem van Tuomas Tuominen welhaast zwevend boven de instrumentatie. Die man is één van de opvallendste zangers van dit moment en ook live weet hij dit volledig waar te maken. Hij weet ons te vertellen dat één van zijn voorvaders van België naar Finland getrokken is en deze plek dus herinneringen bij hem oproept. Leuke anekdote om te delen met de aanwezigen. Met het stevige ‘Amended’ gaan zowaar al enkele vuisten de lucht in en men houdt deze heftigheid vast tijdens het opzwepende ‘The White Plateau’. Een moment van rustige magie is ‘Of Birth For Passion’. Fantastisch dat dit ook live gebracht wordt. Natuurlijk is het slim om te eindigen met het catchy ‘Code Of Surrender’, waarna de band zich al spoedig onder de fans begeeft. The Man-Eating Tree moet even groot worden als Amorphis! Hun stijl is vergelijkbaar, hun songs zijn kwalitatief even goed (of beter) en ze hebben met Tuomas een opvallende frontman in huis.
Leprous is al enkele jaren de vaste live-band van Ihsahn en daarom was onze interesse destijds meteen gewekt. Het vijftal bestaat dan ook uit geschoolde, virtuoze muzikanten. Bovendien vertoont vooral zanger/keyboardspeler Einar Solberg een enorme energie op het podium en hij is met zijn springerige dreadlocks een entertainend heerschap. Het drie kwartier durende concert was dan ook geen straf om te bekijken, maar de rode draad in de muziek raakt geregeld zoek. Gelukkig speelt het zestal vooral materiaal uit ‘Bilateral’, het laatste album, zodat we toch een beetje herkenning ervoeren. Het weemoedige ‘Thorn’ is de verrassende opener, normaal met gastrol van Ihsahn en sax, maar hier volgt een gestripte versie. ‘Restless’ doet zijn naam alle eer aan, terwijl in ‘MB Indifferentia’ de samenzang goed uit de verf komt en duidelijke Porcupine Tree invloeden niet te ontkennen zijn. Het gebalde ‘Waste Of Air’ is dan weer gemakkelijker te behappen, maar wanneer de band afsluit met het lange ‘Forced Entry’ bevinden we ons alweer in een complex klankentapijt waar we het spoor bijster raken. Leprous blijft een band om thuis rustig te beluisteren, ondanks hun tomeloze inzet op het podium. Daar gaat een flink deel van hun raffinement (letterlijk en figuurlijk) in rook op.
Na de ombouw van het podium is het rond tien uur tijd voor Amorphis. Deze tour staat in het teken van het vorig jaar verschenen ‘Beginning Of All Times’. Men gaat dan ook van start met de intro van ‘Battle For Light’, ‘Song Of The Sage’ en ‘Mermaid’, waarna we later nog kunnen genieten van ‘You I Need’ en ‘Crack In A Stone’. Het geluid zit meteen goed en de band heeft er zin in. Zanger Tomi Joutsen steelt – moeten we dit nog vermelden? – de show met zijn lange dreadlocks en begeesterde uitstraling. Maar ook met zijn vlekkeloze overgangen tussen grunts en cleane zang. Het publiek eet uit zijn hand en gaat verrukt uit de bol tijdens de oudjes ‘The Smoke’ en ‘Against Windows’ en later in de set ‘Into Hiding’. Deze songs mogen als vaste prik in de set beschouwd worden, maar vanavond was de grootste verrassing de Abhorrence-cover ‘Vulgar Necrolatry’ dat ooit te vinden was op het eerste album ‘The Karelian Isthmus’. Lekker ruig! Wanneer Amorphis na een uur de bisnummers inzet is de strijd al lang gewonnen. De bisset is standaard, maar heerlijk. De intro van ‘Thousand Lakes’ gaat over in hun eerste ‘hit’ ‘Black Winter Day’, een semi-akoestisch moment met ‘My Kantele’ en de meezinger ‘House Of Sleep’. Na twintig jaar staat Amorphis nog steeds als een rots in de branding en op deze manier kunnen ze nog wel een tijdje verder.

Setlist Amorphis

Battle For Light intro
Song Of The Sage
Mermaid
The Smoke
Against Windows
Sampo
You I Need
Sky Is Mine
Karelian intro
Vulgar Necrolatry
Into Hiding
Crack In A Stone
Alone (plus introduction band)
Silver Bride

Encores:

Thousand Lakes intro
Black Winter Day
My Kantele
House Of Sleep

Setlist Leprous

Thorn
Restless
Passing
MB. Indifferentia
Waste Of Air
Dare You
Forced Entry

Setlist The Man-Eating Tree

Harvest Bell
At The Green Country Chapel
Amended
The White Plateau
Of Birth For Passing
Code Of Surrender

Tekst: Vera Matthijssens

Grand Magus / Bullet / Steelwing / Skull Fist / Vanderbuyst - zondag 8 januari 2012 - Biebob, Vosselaar

De komst van Grand Magus als hoofdact was voor ons een aangename verrassing. De band van ex-Spiritual Beggars zanger JB had immers nog nooit in die gedaante België aangedaan. Bovendien brachten zij nog vier andere bands mee, zodat een avondje traditionele, maar energieke heavy metal gegarandeerd was. Er heerste een gezellige drukte, maar echt storm lopen deed het nimmer vanavond.
Het Nederlandse Vanderbuyst heeft de laatste tijd een goede reputatie opgebouwd met heel wat live-shows. Wij waren nog niet van de partij, maar hoorden later niets dan lof over deze opener van de avond. Wanneer Skull Fist aanvangt met een cover van Tokyo Blade’s ‘Attack Attack’ weten we al dat de jaren tachtig en meer bepaald NWOBHM hun set zal bepalen. Dat doen ze met een aanstekelijk enthousiasme, waardoor songs als ‘Sign Of The Warriors’ en ‘Heavier Than Metal’ goed ontvangen worden. De Canadezen beleven er duidelijk veel plezier aan en beide gitaristen excelleren geregeld in voortvarende twinsolo’s.
Glitter en spandexbroeken heersen nog steeds bij Steelwing, een naam die allerminst uitblinkt in originaliteit en dat kunnen we evengoed zeggen van hun muziek. Zwaar geïnspireerd door Iron Maiden presenteren ze vanavond een aantal songs van het nieuwe album ‘Zone Of Alienation’, afgewisseld met wat ouder werk. Zanger Riley zoekt daarbij graag de hogere regionen op. ‘Full Speed Ahead’ en ‘They Came From The Skies’ onthouden we als beste momenten. Maar er zijn nog straffere copycats. Wat te denken van het Zweedse Bullet? Met Airbourne hebben we al een – behoorlijk succesvolle – kloon van de Aussies, de heren van Bullet doen er nog een schepje bovenop. Zonder blikken of blozen – maar gelukkig met de nodige humor en relativering – spelen ze een strakke set die in goede aarde valt bij het publiek. AC/DC is nu eenmaal razend populair en omdat deze formule zelfs voor coverbands werkt, ondervindt Bullet evenmin weinig kritiek. Zanger Dag Hell Hofer - een iets te gezellige dikkerd – weet alle clichés netjes na te bootsen en de gitaristen kijken op geen noot meer of minder. Amusant maar ook niet meer dan dat. Onze portie Spinal Tap hebben we dan wel gehad, want bij Grand Magus gaat het er (gelukkig) heel wat serieuzer aan toe. Met albums als ‘Iron Will’ en het recente ‘Hammer Of The North’ staan ze kwalitatief dan ook mijlenver boven de andere bands. Wel missen ze de uitgelatenheid van diezelfde bands, zodat Grand Magus het eerder van hun muziek alleen moet hebben. Het Zweedse trio oogt van oudsher al wat norser, maar geeft kordaat de aftrap met het beenharde ‘Kingslayer’, meteen gevolgd door het bijzonder aanstekelijke ‘Like The Oar Strikes The Water’. Het geluid wordt elk moment beter, al blijft het geen sinecuur om met slechts drie man het geluid van de albums te evenaren. Tijdens ‘Silver Into Steel’ lijkt JB’s stem wel wat op die van David Coverdale, maar dit is dan ook een sensitieve track. De lont wordt terug aan het vuur gestoken met het nieuwe ‘I, The Jury’. Het is genieten geblazen wanneer in het oudere, stuwende ‘Wolf’s Return’ de aloude doominvloeden nog even komen bovendrijven. Maar verder is dit toch zeker ‘power doom’ inclusief overwinningsgevoel tijdens ‘Ravens Guide Our Way’. Om voorlopig af te ronden kiest Grand Magus voor twee aanstekelijke, stuwende tracks: ‘The Shadow Knows’ en ‘Hammer Of The North’. Maar de band heeft nog een verrassing in petto. Wanneer ze na een korte pauze terug opkomen, zetten ze ‘Ulvaskall (Vargr)’ in. Deze pure doom metaltrack uit het ‘Monument’-album waarin JB als zanger schittert, hadden we allerminst verwacht! Daarna is ‘Iron Will’ de spetterende afsluiter. Volgende keer wat minder bands en een langere set? Daar tekenen wij voor, want nu misten we bijvoorbeeld ‘Savage Tales’ in de set.

Setlist Grand Magus:

Intro
Kingslayer
Like The Oar Strikes The Water
Silver Into Steel
I, The Jury
Wolf’s Return
Ravens Guide Our Way
The Shadow Knows
Hammer Of The North

Encores:

Ulvaskall (Vargr)
Iron Will

Tekst: Vera Matthijssens

Aurora Infernalis Festival - zaterdag 29 oktober 2011 - LuxorLive, Arnhem - NL

Sinds drie jaar vindt in Arnhem een erg aardig black metal festival plaats, waar men gaat voor de ‘andere’ aanpak. Men boekt er geen bende ‘true’ bandjes vol corpsepaint die maar wat over Satan staan te brullen, in plaats daarvan wordt gekozen voor bands met een iets kunstzinnigere aanpak. Donderdag- en vrijdagavond vonden al shows plaats in de nabijgelegen Willemeen, waar acts als Dordeduh, Hades en Forgotten Tomb ten dans speelden, maar helaas was dit allemaal volgeboekt en konden we er niet bij aanwezig zijn. De grotere namen stonden echter op zaterdag geboekt in de grotere (en architecturaal erg knappe) LuxorLive en wij waren erbij.
Openers Farsot kozen voor de lastige aanpak en gingen direct voor hun gloednieuwe album ‘Insects’, dat pas enkele dagen in de winkels lag. Weinig bands zouden dit aandurven en eerder kiezen voor een ‘best off’-aanpak, zeker op een festival en als opener, maar deze eigenzinnige Duitsers verkozen ervoor om hun fans niet te pamperen en dat waarderen wij bij Rock Tribune enorm. Qua show was Farsot erg minimalistisch: er was geen enkel showelement te bekennen en de band liet alles over aan de songs zelf, die wel perfect werden gebracht. Op dat gebied was er zeker geen klagen, maar Farsot mist helaas nog zoiets als uitstraling op het podium. Men stond er erg droog bij en dat scheelt meteen als je je publiek wil meekrijgen. Toch was het niettemin een aardige start van wat een lange dag zou worden.
Het Roemeense Negura Bunget is altijd een beetje een vreemde eend in de bijt. Niemand verstaat hun teksten, die ze in de moedertaal brengen, maar gelukkig lenen de bijtende klanken ervan zich perfect voor het brengen van ‘Transylvanian black metal’. De sfeer zat meteen goed, zoals we dat van de band gewend zijn. Met hoorns, een panfluit en vreemde percussie-instrumenten weet het veelkoppige gezelschap steeds een sterke etnische sfeer op te bouwen die zondermeer uniek mag worden genoemd, maar ook de mystieke en bezwerende gitaarklank van de heren (en dame) doet een flinke duit in het zakje. Inmiddels was de zaal lekker gevuld en de reacties logen er niet om dat de show erg gesmaakt werd door de aanwezigen.
Met Virus had men een zo mogelijk nog vreemder geval weten te strikken. Deze band kwam voort uit het avantgarde black metal combo Ved Buens Ende, maar liet alle black metal elementen vallen terwijl Virus zich ontwikkelde. Je ziet hen niet vaak optreden, dus dit was een kans die je niet mocht missen als je hun bevreemdende muziek wel kan waarderen. Gezien de ‘arty’ aanpak van Aurora Infernalis stond de band zeker op haar plaats… al was ‘stond’ wat veel gezegd in het geval van zanger/gitarist Czral. De man viel of sprong in 2005 van de vierde verdieping van zijn appartement en zit daardoor op een kruk tijdens zijn optredens. Dat deed echter niet af aan zijn speelvreugde, want hij was duidelijk geraakt door de positieve ontvangst van zijn hersenkronkels. De bizarre songs wriemelden alle richtingen uit en konden vlotjes menig mens knettergek maken, maar in combinatie met de donkere en theatrale zang werd het een erg apart gebeuren. Je houd ervan of je hebt er een hekel aan, maar Arnhem lustte er duidelijk pap van.
Het was alweer jaren geleden dat we de Noren van Khold (met leden van Tulus en Sarke) nog aan het werk gezien hadden, dus hier keken we ook erg naar uit. We waren niet alleen daarin, want Khold was de eerste band die het publiek ook echt aan het meebrullen van de songs kreeg. Het ging initieel een beetje stroef vanwege een uitgelopen soundcheck en wegvallende vocalen in de eerste song, maar eenmaal die horde genomen was, kon het niet meer stuk. Deze band stond live dan ook als een huis en je kon absoluut niet stilstaan op de beukende, zompige midtempo black van de heren, waarbij het altijd vet headbangen geblazen is. De reutels van frontman Gard hebben een al even eigen klank als hun pakkende riffs en we werden dan ook getrakteerd op een knallende set die ons nog wel even zal heugen.
Dat mocht ook gezegd worden over de wonderlijke wederopstanding van Covenant. In 1999 moesten zij hun naam veranderen in The Kovenant vanwege een eerder bestaande Zweedse electropop-band, maar voor de gelegenheid werd de oude naam nog eens opgediept. Men bracht namelijk een exclusieve ‘one-off’ show deze avond, want speciaal voor dit festival werd debuutplaat ‘In Times Before The Light’ uit 1995 integraal gespeeld. Het gezelschap kwam ‘dressed to kill’ het podium op: strak in het pak en met een masker van ‘V for Vendetta’ op het gezicht (althans tijdens de eerste en laatste song).
Gezien Nagash de songs sindsdien nauwelijks nog speelde, had hij spiekbriefjes nodig voor zijn teksten (al had zijn bezoek aan een koffieshop eerder die middag ook zijn weerslag op ’s mans geheugen én op zijn vrolijke stemming), doch dat mocht de pret niet drukken. De songs werden strak gespeeld, de muzikanten hadden er evenveel zin in als het publiek en het zaakje stond als een huis. Blij dat we dit mochten meemaken!
Bij de doortocht van Dødheimsgard hadden we helaas een eerder gemengd gevoel. De verwachtingen waren nochtans hooggespannen, zeker omdat deze Noren al in geen eeuwigheid onze contreien nog aandeed. Op zich is Dødheimsgard altijd al een speciaal geval op muzikaal gebied en ook nu was de manier waarop ze old school black koppelden aan postmoderne bizarheden best uniek. Helaas ging men vooral tijdens de hypersnelle passages vooral de mist in en eindigde men met een geluidsbrij waarvan het moeilijk genieten was. Bovendien weigerden hun samples op computer op het laatst dienst, waardoor men zat te knoeien en het hele zaakje stilviel (of zelfs ineenstuikte als een soufflé). Men had de meubelen nog kunnen redden wanneer men meteen had doorgespeeld zonder de samples, maar nu was de vaart er compleet uit en ging men op het einde jammerlijk onderuit. Spijtig, maar net als veel andere aanwezigen hadden we hier meer van verwacht.
Qua headliner hadden we ons geen betere keuze durven dromen dan Absu. De Texanen gebruikten deze one-off show als Europese cd-presentatie van hun nieuwste worp ‘Abzu’ en geloof ons vrij dat het keihard in de roos was. Tegenwoordig is Absu nog slechts een drietal, wat af en toe wat stress opleverde voor gitarist Vis Crom, die moest voorkomen dat er te grote gaten ontstonden van zodra hij een solopartij moest spelen. Misschien had men daarom voor een tweede sessiegitarist gekozen zoals tijdens hun tournee in 2009, toen men toch een voller geluid had, maar dat was slechts een kleine kanttekening op een verder overrompelende show. Hun bassist/vocalist Ezezu plamuurde dit gaatje al deels mee dicht, maar het was toch niemand minder dan opperhoofd/drummer/zanger Proscriptor McGovern die alle aandacht naar zich toetrok en imponeerde ondanks zijn kleine gestalte. Zijn aankondigingen doen aan als een maniakaal ritueel, zijn gezicht was bedekt met zilveren verf en zijn onovertroffen en uiterst gevarieerde drumpartijen flitsen om je oren, terwijl de man tegelijk ook op vocaal gebied zijn demonen op je loslaat... en dat gedurende de volle 75 minuten! We kennen niemand die hem dat nadoet met zoveel overtuiging en het was dan ook genieten van begin tot einde. Nieuwe songs als ‘Earth Ripper’ en de instant klassieker ’13 Globes’ (van ‘Absu’) werden afgewisseld met ouder werk als ‘The Coming Of War’ en de verplichte afsluiter ‘Never Blow Out the Eastern Candle’. Na afloop van al dat black/thrash geweld zat iedereen behoorlijk op zijn tandvlees, maar jongens, wat een dag! Had elk festival maar zo’n affiche, de wereld zou meteen een pak mooier zijn…
Tekst: Morbid Geert

Diablo Blvd - zondag 18 december 2011 - AB, Brussel

Het leek me geen slecht idee om het concertseizoen af te sluiten met een optreden van de band die volgens U trouwe dienaar toch wel verantwoordelijk is voor de plaat die in 2011 het meest indruk heeft nagelaten. Daarbij komt dan nog eens dat de groep in kwestie ook live op verschillende gelegenheden bewees dat ze er staan. Ik heb het dan over Diablo Blvd. Deze Antwerpse vriendenclub mag met een meer dan op zijn plaats zijnde fierheid terugblikken op een geslaagd jaar en een album dat staat als een huis. ‘Builders Of Empires’ overklast mijns inziens alles en iedereen, al zijn er waarschijnlijk personen die me daar in tegenspreken maar kom, iedereen heeft recht op fouten maken. De AB dus. Op een regenachtige zondagavond en dan nog wel om 18.30. Dit omdat de drie Belgische bands die vanavond op de affiche staan samen gedobbeld hebben om de volgorde van aantreden te bepalen. Frontman Alex Agnew moest het onderspit delven tegen het jonge snaakje van Steak Number 8 en de robuuste frontman van Drums Are For Pardes. Je kan zoiets jammer vinden maar de driegende sneeuwbuien, die het landelijke wegennet alweer eens dreigden te gijzelen, zorgden er dan weer voor dat ik niet rouwig was met de uitkomst van dit robbertje pokeren voor beginners. Ik geloof er trouwens rotsvast in dat Diablo Blvd in analogie met Slayer geen rekening hoeft te houden met hun positie op de bill. Je zal maar achter deze heren op moeten. We kregen gelijk. Vol zelf vertrouwen verschenen de vijf muzikanten op de bühne en deden wat ze moesten doen. Schitteren. Het publiek had er zin in, althans dat leid ik toch af aan de aardig gevulde zaal. Beweging kreeg Alex er echter niet in. Hoe hard de zanger ook smeekte om een circle pit, de zondagavond mentaliteit bleef er halsstarrig inzitten. Ondertussen kregen we muzikaal fraaie dingen aangeboden zoals ‘Black Heart Bleed’ en de fenomenale titeltrack van de laatste cd. In plaats van het kopje te laten hangen ging Alex het publiek een beetje teasen. En wat dacht je. In zijn ultieme poging om er toch een beetje beweging in te krijgen slaagde hij erin om alsnog een wall of death te creëren in deze matig gevulde AB. Een vette pit ontstond plots uit het niets. Point proven denk ik dan. Als toemaatje durven de heren het dan nog eens aan om het beste nummer van de plaat, het absoluut magistrale ‘Saint Of Killers’, in een ijzersterke versie live te brengen. Een song met een berensterk verhaal. Zoek het maar eens op. Dit wordt de volgende single en videoclip waarmee Diablo Blvd zich nu al 2012 in katapulteert en ons doet vermoeden dat het sprookje nog lang niet uit is. Nog een paar kopstoten, waaronder ‘Endless Reign’ volgen en de klus zit erop. Een fijne eerste keer AB en wat daarna zou komen kon ons eigenlijk gestolen worden. Want muzikaal en ook qua attitude kunnen de bands niet verder uit elkaar liggen. We zien Steak Number 8 nog hun set aanvangen. Super strak en vol vuur gaven die jonge muzikanten zich maar dit is toch iets helemaal anders. Niet minder goed verre van maar zelfs het poppenmieke dat daar zo goed als naakt haar tietjes vol rode verf komt smeren kan er niet voor zorgen dat we het de moeite vinden om te blijven kijken. Ondertussen vallen de sneeuwvlokken iets te gretig uit de grijze hemel. We feliciteren de Diablo jongens, die ondertussen vertoeven in de hal rond hun merchandise stand, wensen hen nog een prettig einde jaar en off we go. Up tot 2012, Builders Of Empires, ook de komende 12 maanden. Have a happy one.
Stef Maes
Foto’s: Gino Van Lancker

Machiavel - zondag 11 december 2011 - Spirit Of 66, Verviers

Eén van onze oudste en jammer genoeg in Vlaanderen nog steeds ondergewaardeerde bands heeft een nieuwe cd uit: ‘Eleven’. Die ondersteunen ze met een aantal shows, voorlopig alleen in Wallonië. Muzikaal zijn ze moeilijk in één vakje te stoppen: progressieve rock, artrock, en hedendaagse kwaliteitspop, het zijn allemaal labels die je hen wisselend kunt opplakken. Constante waarden in de groep zijn de ritmesectie van het eerste uur Marc Ysaye en Roland De Greef. Ook de unieke zanger Mario Guccio vervoegde hen kort nadat hij de groep in de jaren zeventig van de vorige eeuw zag op Jazz Bilzen en hen aansprak op het feit dat ze een goede zanger misten. De afgeladen volle Spirit Of 66 wordt opgewarmd door Philippe Thibaut, een gitarist uit Mons die solo op elektrische gitaar enkele stukken speelt uit één van zijn in eigen beheer uitgebrachte cd’s. Enkel begeleid door een goed afgestelde ritmebox, heeft hij toch een paar nummertjes de tijd nodig om opgewarmd te raken. Eens dat het geval is, ontpopt zich een gitarist met een mooie toon en goed beluisterbare nummers. Geen shredtoestanden, maar ritmisch en melodisch goed opgebouwde nummers vallen het receptieve publiek gedurende een klein half uurtje te beurt. Machiavel hadden hier een ereronde kunnen rijden door een set te spelen met het beste uit hun straks veertig jarig bestaan, maar dat doen ze niet. Klavierspeler Hervé Borbé vertelt me voor de show dat ze bijzonder tevreden zijn over hun nieuwe plaat en dat hebben we geweten. Er wordt gulzig getapt uit het vaatje van ‘Eleven’, met slechts hier en daar een door iedereen bekende song. ‘Over The Hill’,’ Lay Down’, ‘Rope Dancer’, ‘After The Crop’ en natuurlijk de hit ‘Fly’ krijgen allemaal een strategische plaats in de set die voor de rest bestaat uit recenter werk dat minder progressief is, maar daarom niet minder interessant en origineel. De ban neigt naar atmosferische rock en daar is de unieke stem van Guccio een schitterend instrument voor. Stergitarist Thierry Plas heeft onlangs de gelederen verlaten en is vervangen door Christophe Pons die meer dan een waardige vervanger blijkt te zijn. Hij mag dan al niet het charisma van Plas hebben, muzikaal moet hij niet onderdoen en hij ziet er uit als een jongere versie van zijn voorganger. Het publiek is razend enthousiast en roept de band tot twee maal terug. Daarmee maken ze gul twee uur vol en dat is een hele tijd voor een band om op een podium te staan in een bloedhete Spirit. Groots!
Geert Ryssen

Orphaned Land / Arkan / Myrath / Artweg - zondag 20 november 2011 - Biebob, Vosselaar

The Tour To OR Shalem verenigt vele culturen in een ravissante muzikale belevenis. Aangevoerd door de Israëlische ambassadeurs voor vrede tussen alle mensen van verschillende afkomst en/of religies Orphaned Land, nemen zij ook de Algerijnse/Marokkaanse (maar in Frankrijk wonende) band Arkan en het Tunesische Myrath mee op pad.
Wanneer we binnenkomen is Artweg bezig aan een potje metalcore dat allerminst aan ons of het publiek besteed is. Publiek? Er is geen publiek, hoogstens enkele mensen die een drankje nuttigen of de merchandising bekijken. Maar de lucht klaart met de komst van Myrath. Hun album ‘Desert Call’ (2010) kon al op aanbeveling rekenen en met het recente ‘Tales Of The Sands’ is het hek helemaal van de dam. We zouden zeggen: ze worden de hemel in geprezen, maar die uitspraak ligt vanavond gevoelig. We zagen de band vorig jaar al aan het werk tijdens ProgPower, maar met een nieuw album uit werd dit een gloednieuwe ervaring, want enkel ‘Madness’ deed nog een stapje terug in de tijd. Met een natuurlijke charme weet de band de progressief getinte power metal met oosterse strijk- en percussieornamenten aan de man te brengen. Zanger Zaher Zorgati maakt contact met het publiek op een charmante manier en in meerdere songs vinden vinnige duels tussen gitaren en keyboards plaats. Vooral in ‘Under Siege’ is dit erg geslaagd. Met het titelnummer van de nieuwe cd neemt de band ons mee naar de woestijn in Tunesië, aldus Zaher. ‘Beyond The Stars’ is de afsluiter van een prima concert van de eerste band in Tunesië dat een buitenlands label wist te interesseren.
Arkan geniet al iets langer bekendheid in onze contreien. Ze werden aan ons voorgesteld als de nieuwe band van Foued Moukid, voorheen drummer bij The Old Dead Tree, waarin hij zijn culturele roots meer in de muziek zou integreren. Het eerste album ‘Hilal’ beviel ons net iets meer dan het tweede, omdat de band nu gekozen heeft voor meer vrouwelijke zang, naast de toch al niet misselijke ruwe grunts en mannelijke cleane zang. Het is wat krap op het podium: Foued zit rechts weggedoken achter zijn drumstel, voor ons beweegt zich een bijzonder energieke bassist, beide gitaristen overdonderen ons ook met zang, en dan spreken we nog maar van een begin. Die start kiest men voor heftigheid (en zo horen we de band het liefst): met ‘Origins’ en ‘Tied Fates’ weekt men enthousiasme los bij het publiek. Maar men heeft nog meer troeven: vanaf ‘Inner Slaves’ komt zangeres Sarah Layssac in een schitterende (letterlijk) creatie op (een wit kleed met pareltjes en zijde) en voegt haar charismatische stem toe aan de songs. Tijdens ‘Deus Vult’ komt Kobi van Orphaned Land meezingen (dat deed hij ook al op het album), waarna het hardere ‘Groans Of The Abyss’ nog even terugkeert naar het ‘Hilal’-debuut. Het is opvallend hoe Arkan en Orphaned Land muzikaal naar elkaar toe gegroeid zijn, dezelfde doelen nastreven en logischerwijze daar samen voor ijveren. Sterk hoe de band soms wild tekeer gaat, maar er telkens in slaagt om een folky toets of melodie er tussen te smijten. Wij denken dat ze de aanwezigen wel overtuigd hebben.
Maar we hebben natuurlijk nog het summum van de samensmelting tussen (melodieuze) death metal en invloeden uit het Midden Oosten tegoed. Voor het eerst kunnen we in België een volledige show beleven van Orphaned Land en deze deed ons qua setlijst terugdenken aan de zopas verschenen dvd ‘The Road To OR-Shalem’, ook al zijn er geen gastmuzikanten en klinkt de band daardoor wat meer ‘rudimentair’. Dat is een groot woord, wanneer we het over Orphaned Land hebben, want hun sierlijke ornamenten zijn telkens aanwezig, ook in songs zoals ‘From Broken Vessels’ en ‘Ocean Land’ waar het er wat ruwer aan toe gaat. ‘Barakah’ en ‘Sapari’ vertonen dan weer een toegankelijkheid die je in de popcultuur terugvindt, verfraaid met oosterse melodieën. Melancholie heerst in ‘A Neverending Way’, en het aanverwante ‘In Thy Never Ending Way’. Zanger Kobi Farhi houdt zich er aan om in verschillende toga’s te verschijnen, maar relativeert dit ook: ‘I am not Jesus Christ and I like to run around in my pyjama’, meldt hij ons grinnikend na enkele songs. Een Orphaned Land-concert blijft een unieke belevenis. Niet alleen zingt Kobi zowel in het Engels, Hebreeuws als in het Arabisch en neemt hij dikwijls vredelievende poses aan; hij is ook de motor (en mentor) die de band doorheen hun technisch hoogstaande passages voert. Gitarist Yossi mogen we daarbij niet vergeten te vermelden. Hij kronkelt omheen zijn gitaar als de Carlos Santana uit het Midden-Oosten, maar verblijdt allen ook door in ‘El Meod Na’ala’ bouzouki te spelen. Gitarist Matti is in onze ogen de meest westerse muzikant, maar ook de bijzonder enthousiaste drummer Mathan Shmuely draagt bij tot de uitzonderlijke plaats die Orphaned Land inneemt in onze geliefde metalcultuur. Rest ons nog bassist Uri, een sympathieke bonk met baard en lange haren die eveneens het metalen karakter van Orphaned Land accentueert. Zangeres Shlomit is niet aanwezig, maar we krijgen wel een wulpse en overdadig versierde buikdanseres te zien, die zich naar het einde van de set toe, kronkelend een weg baant over het (te kleine) podium. De bisnummers nemen ons mee naar het prille begin van Orphaned Land. Enkel Kobi en Yossi nemen bezit van het podium en brengen beklijvende versies van ‘The Beloved’s Cry’ en ‘The Storm Still Rages On’, deze laatste is een song die cryptisch overal aanwezig is in het oeuvre. Magisch! Het publiek uit zich in spreekkoren wanneer zij van het podium verdwijnen, maar na enkele minuten baden we in de oosterse klanken van ‘Norra El Norra’ en voegen onze vrienden er nog een uitgelaten versie van ‘Ornaments Of Gold’ aan toe. Deze band heeft een uniek geluid dat ze ook live kunnen waarmaken. Het is dan ook ronduit schandalig dat de opkomst vrij karig was. Na al die jaren noeste arbeid hadden we toch minstens een volle Biebob verwacht.

Setlist Orphaned Land:

Halo Dies (The Wrath of God)
Birth of the Three (The Unification)
Olat Ha'tamid
Barakah
The Kiss of Babylon (The Sins)
A Neverending Way
Sapari
From Broken Vessels
The Path, Part 1: Treading Through Darkness
Ocean Land (The Revelation)
Vayehi Or
The Warrior
El Meod Na'Ala
In Thy Never Ending Way

The Beloved's Cry
The Storm Still Rages Inside
Norra el Norra (Entering the Ark)
Ornaments of Gold

Setlist Arkan:

Origins
Tied Fates
Inner Slaves
Deus Vult
Groans Of The Abyss
Beyond Sacred Rules
Salam

Setlist Myrath:

Sour Sigh
Braving The Seas
Merciless Times
Under Siege
Wide Shut
Tales Of The Sands
Madness
Beyond The Stars

Tekst & foto’s: Vera Matthijssens

Tyr / Moonsorrow / Crimfall / Hamfero - donderdag 17 november 2011 - Biebob, Vosselaar

The Dead Tyrants tour biedt ons Týr, Moonsorrow en Crimfall, maar een deel van die tour worden ze ook nog vergezeld van Hamferð, een jonge band die net als Týr afkomstig is van de winderige Faeröer Eilanden. Zo ook vanavond in de Biebob. Zes mannen in zwart maatpak en das komen op en laten hun zware doomriffs de zaal in rollen. Hun statige vertoning past natuurlijk bij de trage, slepende songs. We hadden vanavond allerminst (bijna funeral) doom verwacht, maar ontdekken toch nog enkele fraaie passages in de interactie tussen grunts en cleane zang, plus gesproken stukken. Helaas moet de band openen voor een handvol aanwezigen.
Ook bij Crimfall is het nog niet druk, maar men weekt zich ten minste al los van de bar wanneer de flamboyante frontvrouwe Helena Haaparanta op het podium verschijnt en samen met de woeste Viking Mikko Häkkinen er wild tegenaan gaat in het vrij catchy ‘The Crown Of Treason’. We zagen de band al in het voorjaar aan het werk met Turisas en dat was toen een aangename verrassing. Hun twee albums zijn tot in de puntjes afgewerkte orkestrale Viking metal, die wel wat gemeen heeft met Turisas. Crimfall is natuurlijk de band van componist Jakke Viitala, maar het zijn toch vooral beide vocalisten die de show moeten dragen. Dat lukt hen aardig met ‘Frost Upon Their Graves’ want refreinen worden gretig meegezongen. Met het hectische‘Storm Before The Calm’, het melodieuze ‘Son Of North’ en het geraffineerde en complexe ‘Silver And Bones’ als afsluiter krijgen we nog drie songs van het dit jaar verschenen ‘The Writ Of Sword’. ‘Ascension Pyre’ en het opzwepende ‘Wildfire Season’ zijn blijvertjes van het debuut. We kunnen niet ontkennen dat een flink deel van de veelgelaagde, filmische muziek van een tape komt, terwijl de drukke songs live ook niet gemakkelijk te volgen zijn, maar het enthousiasme op het podium werkt aanstekelijk.
Týr en Moonsorrow zijn deze tour aangekondigd als ‘double headliner’. Dat betekent dat de ene keer Moonsorrow afsluit, de andere keer Týr. Tijdens de podiumwissel wordt al vlug duidelijk dat vanavond Moonsorrow als eerste aan de beurt is. We maken ons dus klaar voor een tocht voorbij het einde van de wereld. Elk Moonsorrow-concert is net even anders, maar allen hebben gemeen dat de liefhebbers met hart en ziel opgaan in de lange, ruwe songs met folky, semi-akoestische passages. Het recente ‘Tähdetön’ van het nieuwe album ‘Varjoina Kuljemme Kuolleiden Maassa’ opent de set, een slepende hymne vol excellent gitaarwerk, met natuurlijk Ville Sorvali’s zwartgeblakerde krijs er bovenuit. ‘Sankarihauta’ gaat terug in de tijd en zet toetsenist Markus Eurén even in het zonnetje. Hij zorgt doorlopend voor de toegankelijke folk melodieën. Na het uit 2003 stammende ‘Raunioilla’ stelt Ville (overbodig) de band voor en meldt dat hij ons een les in Finse geschiedenis gaat geven. Een Zweedse bisschop zette voet aan wal in Finland, maar de Finse regering liet hem aan mootjes hakken. Dat is het verhaal achter ‘Köyliönjärven Jäällä (Pakanavedet II)’, een stokoud nummer uit het debuut. Gitarist Mitja Harvilahti wisselt wijdbeens en molenwiekend riffs en solo’s af, maar samen met eeuwige live-sessiegitarist Janne Perttilä verzorgt hij ook de heidense koorzang die zo kenmerkend is voor de band. Het feest gaat verder met ‘Jotunheim’ en ook nog ‘Sankaritarina’. Maar gelukkig ontbreekt het hoogtepunt van het nieuwe album ook niet. Het machtige ‘Kuolleiden Maa’ houdt men voor het laatste en na deze allerlaatste epische uitbarsting vormt het sfeervolle ‘Matkan Lopussa’ op band een mooi afbouwen van de adrenaline na anderhalf uur Moonsorrow met een verrassende set.
Het vergt een aanpassing in geestesgesteldheid om daarna Týr op waarde te schatten. Gelukkig blijft het gezellig druk en doet het viertal van de Faeröer Eilanden er alles aan om het de aanwezigen naar de zin te maken. Dat betekent veel meezinghymnen en toegankelijke songs. Het publiek lust daar wel pap van en leeft zich dan ook volop uit op recente songs als ‘The Lay Of Thrym’, ‘Shadow Of The Swastika’ en ‘Flames Of The Free’, allen te vinden op het nieuwe werkje ‘The Lay Of Thrym’. Later zullen nog drie nieuwe songs volgen, terwijl de twee eerste albums en het progressievere ‘Land’ volledig genegeerd worden. Natuurlijk heeft men intussen al veel andere songs om uit te kiezen en uit ‘By The Light Of The Northern Star’ (2009) wordt dan ook het titelnummer gespeeld, gevolgd door het knappe ‘Tróndur I Gøtu’. Frontman Heri Joensen toont zich een stoere, maar beminnelijke Viking en een fris gekortwiekte Terji Skibenæs (gitaar) en bassist Gunnar Thomsen (de enige die duidelijk niet naar de gym gaat) zorgen ook nu weer voor de vlekkeloze koorzang, wat vooral in het net vermelde ‘Tróndur I Gøtu’ mooi geïllustreerd werd. Terji is trouwens onherkenbaar, nu zijn lange blonde lokken plaats hebben gemaakt voor een vetkuif met bakkebaarden. De meezinger ‘Take Your Tyrant’ brengt de handen op elkaar. We genieten van de neoklassieke gitaarsolo ‘The Rage Of The Skullgaffer’ die overgaat in ‘The Hunt’, waarmee meteen aangetoond wordt dat het materiaal op ‘Ragnarok’ toch wel complexer was. Een mooie onderbreking der strijdliederen komt er in de vorm van het sensitieve ‘Evening Star’, met een kanjer van een bloedstollende gitaarsolo. Zo wordt het toch nog een erg geslaagd concert, dat met ‘Northern Gate’ en ‘Hall Of Freedom’ de feestvierders pleziert. Na een korte pauze krijgen we nog een greep uit het vorige album ‘By The Light Of The Northern Star’. Het ophitsende ‘Hold The Heathen Hammer High’ en het heroïsche ‘By The Sword In My Hand’ laten enkel verhitte gezichten achter. We stellen vast dat Týr zes nieuwe songs en vijf van het vorige album heeft gespeeld. Het is duidelijk dat de simpelere songs beter aanslaan bij het publiek, maar wij missen toch een beetje de aloude krakers zoals ‘Regin Smiður’ en ‘Sinklars Visa’. Dat heb je nu eenmaal als je vasthoudt aan het verleden van een band.

Setlist Týr:

The Lay of Thrym
Shadow of the Swastika
Flames of the Free
By the Light of the Northern Star
Tróndur Í Gøtu
Take Your Tyrant
The Rage of the Skullgaffer
The Hunt
Evening Star
Northern Gate
Hall of Freedom

Encores:
Hold the Heathen Hammer High
By the Sword in My Hand

Setlist Moonsorrow:

Tähdetön
Sankarihauta
Raunioilla
Köyliönjärven Jäällä (Pakanavedet II)
Jotunheim
Sankaritarina
Kuolleiden Maa
Matkan Lopussa @Tape

Setlist Crimfall:

The Crown Of Treason
Frost Upon Their Graves
Ascension Pyre
Storm Before The Calm
Son Of North
Wildfire Season
Silver And Bones

Tekst & foto’s: Vera Matthijssens

Monster Magnet / Black Spiders - maandag 29 november 2011 - Trix, Antwerpen

Het bordje ‘sold out’ werd nog eens van stal gehaald voor de komst van Monster Magnet. Voor het zover was vergaapte de massa zich aan de Britse band Black Spiders. Deze underground band speelt een stevige en oerdegelijke pot hardrock waarin invloeden van Motörhead, Black Label Society, Black Sabbath en AC/DC doorsijpelen. Hun debuut ‘Sons Of The North’ dat begin dit jaar uitkwam werd lovend onthaald. De set bestaat dan ook uit nummers van dit debuut. De bebaarde en in het zwart uitgedoste Engelsen spelen een strakke set en blijken een prima opwarmer voor het psychedelische stonerrock gezelschap Monster Magnet. Voor de gelegenheid spelen ze tijdens hun Europese tour integraal ‘Dopes To Infinity’. De lp die zestien jaar geleden het levenslicht zag is hun meest succesvolle tot hiertoe. De songs worden in volgorde de zaal ingestuwd. Het podium oogt sober en op de achtergrond hangt een groot scherm waar het logo van Monster Magnet op prijkt. Op het scherm vloeien grote luchtbellen of iets wat daar op lijkt door elkaar, het geheel komt psychedelisch over. Dit is ook het geval met de openingssongs ‘Vertigo’ en ‘I Control, I Fly’ die in een psychedelisch sfeertje baden. Het is pas na ‘Look To Your Orb For The Warning’ dat de titeltrack van het album voorbijkomt en de sfeer stilaan beter wordt onder het publiek. Het zijn vooral de stevigere rocksongs die de meeste erkenning genieten. Uit ‘Dopes To Infinity’ is ‘Blow ‘Em Of’ één van de betere live songs. De akoestische gitaar en de relaxte uitvoering maken hier een mooi moment van. Dave Wyndorf is goed geluimd en dankt het massaal opgekomen publiek na dit nummer. Na het mooi ingetogen ‘Dead Christmas’, eveneens begeleidt met een akoestische gitaar komt ‘Third Alternative’ voorbij dat te lang duurt en waarbij te lange en drammerige solo’s de ambiance uit het optreden haalt. De twee laatste songs uit het album laten het publiek een beetje onberoerd. Het is pas vanaf de vier toegiften dat de fans echt uit de bol gaan. ‘Negasonic Teenage Warhead’ zet aan tot een klein feestje dat wordt verder gezet met het logge maar meeslepende ‘Hallucination Bomb’. De afsluiters ‘Powertrip’ en ‘Space Lord’ worden luidkeels meegebruld. De climax liet lang op zich wachten zodat we een beetje met een dubbel gevoel de zaal verlieten. In het geval van Monster Magnet vind ik integraal een album spelen geen goed idee. De band heeft weliswaar goede albums gemaakt, maar geen enkel dat over de hele lijn boeit. Aan hun passage op Graspop eerder dit jaar houd ik betere herinneringen over.
Walter Maes

Thrashfest Classics - zaterdag 26 november 2011 - Schaaf City Theater, Leeuwarden - NL

In een niet uitverkocht maar goedgevuld Schaaf City Theater in Leeuwarden houdt het veelbesproken Thrashfest vroeg in de tour – de aftrap was een dag eerder in München – halt. Dat de karavaan nog perfect op gang moet komen is merkbaar, maar een mooiere metalavond hadden de opvallend enthousiaste aanwezigen zich niet kunnen wensen.
De website van de organiserende zaal rept van een openingstijd om 17.30 uur, maar bij aankomst rond zessen staat er een lange rij voor een potdichte deur. Dat metalheads fatsoenlijk, kalm en bedeesd zijn wisten we al, maar het verschil met een om niets morrend poppubliek dat deze recensent een week eerder ervoer is wel erg groot. Dat het een gezellige avond wordt, is daarom op dat moment al aan te voelen. De reden van de vertraging lijkt na opening direct duidelijk: openingsact Mortal Sin zit nog steeds middenin de soundcheck. Zoiets kan een concertavond flink in de war schoppen, want gezien de verplichte sluitingstijd kunnen bands wel eens nummers moeten inleveren. Sepultura lijkt het daar later in het programma niet mee eens te zijn en negeert de aan de zijkant gebarende organisatoren langdurig tegen het einde van zijn set. De Brazilianen leken overigens de gedoodverfde headliner, maar wanneer de intro van ‘Arise’ inzet wanneer we Exodus denken te gaan zien, is duidelijk dat in elk geval in Leeuwarden de kaarten anders liggen. Lee Altus, die ook in Exodus speelt, schreeuwt tijdens zijn Heathen-set nog iets onaardigs door de microfoon, maar daarmee hebben we alle (zichtbare) strubbelingen toch echt gehad.
Alhoewel het er dus op lijkt dat er achter de schermen iets broeit, halen alle bands het onderste uit de kan om de bezoekers te geven waar ze voor kwamen: thrash uit de oude, metalen doos. Het Australische Mortal Sin brengt vooral songs van zijn eerste twee platen, aangevuld met onder meer ‘Hatred’ van de nieuwe cd ‘Psychology Of Death’. Gitarist Andy Eftichiou laat met zijn strijdvaardige poses zien wie de scepter zwaait in de band en geeft met zijn maten een goede show weg, dat begint met een iets tegenvallend geluid dat snel bijgesteld wordt en waarin de eerste en enige stagediver langskomt. Een nors kijkende beveiliger voorkomt de rest van de avond dat er meer de stoute schoenen aantrekken.
Heathen is daarna aan de beurt en komt ook met een ‘best of’ set. Voor dit publiek lijkt de band iets te ‘muzikaal’: de prachtige, gedragen metalzang van David White en de lange soloblokken contrasteren nogal met de stampende beukthrash van de andere acts op de bill. Van alle acts krijgt Heathen misschien daarom de handen nog het minst op elkaar, maar de show is er beslist niet minder om en met de rappe afsluiter ‘Death By Hanging’ weet de sympathieke band toch nog de volledige aandacht op zich gevestigd.
Destruction staat altijd garant voor een metalfeestje, waarbij het leer, ijzer en de podiumaankleding de authentieke, drukke thrash behoorlijk versterken. Hoewel de nadruk ligt op materiaal van ‘Sentence Of Death’ en ‘Infernal Overkill’, komen ook krakers als ‘Curse The Gods’ voorbij en het publiek, waaronder opvallend veel dertigers en veertigers - soms met meegebrachte headbangende kinderen, smult ervan.
Dan worden weer de podiumdoeken verwisseld, maar het is niet Exodus dat naar verwachting aantreedt maar het ooit veel grotere Sepultura. De band speelt enkel songs uit de gouden periode dat beide Cavalera’s nog het beeld bepaalden en velen zijn sceptisch, maar Derrick Green (die al veertien jaar in de band zingt maar altijd ‘the new guy’ zal blijven) veegt de vloer aan met alle kritiek. Zijn podiumpresentatie, uitstraling en hondsagressieve strot bewijzen de setlist, waarin van mij best wat van ‘Schizophrenia’ had gemogen, alle eer.
Exodus sluit het feest zoals gezegd af en doet dat met verve. Met een overdaad aan inzet, speelplezier en aantrekkelijke agressie leveren de hard en strak spelende heren rond oerlid Gary Holt een daverende show, met een publiek waar de overleden eerste zanger Paul Baloff trots op zou zijn: geen poser die zich tussen de eerste rijen zou durven begeven tijdens nummers als ‘Bonded By Blood’ of ‘Piranha’.
Het is lang geleden dat er een metalavond van dit formaat en met zo’n gemoedelijk publiek in deze Noordelijke stad was, en dat doet een mens goed.

Johannes Keekstra

YES - AB, Brussel - zondag 20 november 2011

Een met veertigers, vijftigers en zestigers tot de nok gevulde AB verwelkomt YES met een daverend applaus. Een warme sfeer die zich gedurende het ruim twee uren durend concert zal handhaven. YES zijn hun zesde decennium ingegaan met één van de meest ingrijpende bezettingswijzigingen uit hun geschiedenis. Het zowel klankmatige als visuele boegbeeld Jon Anderson staat niet langer achter de microfoon. Zijn vervanger Benoit David draagt een loodzware uitdaging met zich mee. Anderson met zijn karakteristieke falsetstem vervangen is geen evidentie en dat is een understatement. Dat Benoit zijn plaats in de groep verdient bewijst het dit jaar verschenen album ‘Fly From Here’ waarop Yes de unieke combinatie van progressiviteit en toegankelijkheid heeft teruggevonden. Dat de groep volop gelooft in de plaat bewijzen ze door er heel wat stukken uit te spelen, met een sublieme uitvoering van de uit vijf delen bestaande suite ‘Fly From Here’ als orgelpunt. Voor de rest bestaat de set uit een aantal klassiekers met – nog steeds – het zwaartepunt op ‘The Yes Album’ waaruit driekwart wordt gespeeld. Opener ‘Yours Is No Disgrace’ wordt in een te lage versnelling gespeeld en doet ons twijfelen aan wat komen gaat. Verderop loopt het ook niet allemaal perfect met Benoit’s zang. In ‘And You And I’ of ‘Wonderous Stories’ heeft hij duidelijk last met de hoge noten en gaat meer dan eens naast de toon. Gelukkig wordt dit gecompenseerd door het spelniveau van de anderen en het publiek ziet het allemaal mild door de vingers. Het is begrijpelijk want wat de groep laat horen in bijvoorbeeld de finale van ‘Starship Trooper’ zorgt voor een puur kippenvelmoment. Wat een onbeschrijfelijk spannende muzikale climax! Dat David een goed zanger is wordt duidelijk als hij de nummers van ‘Fly From Here’ zingt of het magistrale ‘Machine Messiah’ uit het onderschatte ‘Drama’ album, destijds ook al zonder Anderson. Dit is duidelijk op zijn stem geschreven en daar werkt hij zich dan ook foutloos doorheen. Twee jaar geleden stonden ze ook al met David in Antwerpen, maar klavierspeler Oliver Wakeman maakte toen een bijzonder makke indruk. Wat een verschil met de opnieuw toegetreden Geoff Downes die dat flamboyante aan de groep teruggeeft. Hij gebruikt ook veel meer keyboards en dat zorgt voor een ongehoorde klankrijkdom. Bovendien brengt de man de nodige humor in een groep die daar voor de rest weinig kaas van heeft gegeten. Gitarist Steve Howe is één van de beste gitaristen ter wereld, maar zelden hebben we een rockmuzikant met zo’n ernst weten op een podium staan. Chris Squire is een monumentale bassist, maar weet met zijn kolossale lichaam nauwelijks blijf. Grappig is bij vlagen wel het contrast tussen de kleine David en de reus Squire! Drummer Allan White kwijt zich bijzonder van zijn taak maar zit de hele tijd verdoken achter zijn kit. De groep sluit af met het onvermijdelijk ‘Roundabout ‘ waar nog maar eens pijnlijk duidelijk wordt dat David geen Anderson is. Het publiek blijft echter onverstoord enthousiast en dat deed ondergetekende ook. Dit was ondanks enkele schoonheidsfoutjes een briljant concert van muzikanten die duidelijk alles echt ‘live’ doen en de meest complexe arrangementen met verve uit hun instrumenten toveren. We hebben ons geen seconde verveeld. Ze mogen morgen al terugkomen! Geert Ryssen

Dimmu Borgir - zaterdag 12 november 2011 - Trix, Antwerpen

Het was alweer even geleden dat we Dimmu Borgir hier te lande nog konden zien als headliner, want de enige tournee die de Noorse black metalband ondernam ter promotie van hun recentste album ‘Abrahadabra’, was in het kielzog van Korn. Wellicht een goede zet van de band om een breder publiek aan te boren, maar voor de fans van het eerste uur was het géén goede zaak, gezien ze de band er slechts een goed half uurtje zouden zien spelen. Dimmu Borgir had zich dan ook geen betere timing kunnen opleggen dan nu een thema-avond op te zetten onder de titel ‘An evening with Dimmu Borgir’. Het concept? Geen supportband, maar wél een dubbelshow van Dimmu Borgir in een avondvullend programma. Het Duitse Metal Hammer organiseerde samen met de band een enquête onder de fans om te horen welke oude plaat de band integraal zou moeten brengen en de keuze viel (niet geheel verwonderlijk) op ‘Enthrone Darkness Triumphant’, de doorbraakplaat van de band uit 1997. Tijdens deel 1 van de show werd deze plaat dus integraal gebracht en het was meteen duidelijk dat de schijf een ‘evergreen’ is die nog niks van haar kracht verloren is. De band opende meteen met de klassiekers ‘Mourning Palace’ en ‘Spellbound (By The Devil)’, waardoor de avond al meteen niet meer stuk kon voor de uitverkochte (en inmiddels op haar kop staande) zaal. Toch vond ondergetekende het nog net iets leuker wanneer men niet de ‘meezingers’ speelde, maar grimmiger werk als ‘Master Of Disharmony’ en het geselende ‘Relinquishment Of Spirit And Flesh’. Hoe dan ook, het was een erg aangename ‘trip down memory lane’ en na veertien jaar stonden de songs nog allen als een huis. Het enige minpunt ten opzichte van destijds is het hele ‘hey, hey, hey’-gedoe van het publiek, waarbij we oprecht met weemoed terugdachten aan de eerder onderkoelde presentatie van destijds. Het hoeft niet allemaal ‘true and evil’ te zijn, maar te vrolijk moet black metal echt niet worden. Het enige andere minpunt (dat gedurende de hele avond opviel) was dat de gitaren veel te ver achterion de mix stonden en constant werden overstemd door de keyboards en drums. Jammer, want Galder en Silenoz gaven echt wel het beste van zichzelf en toonden aan wat een goed geoliede tandem ze vormen. Achteraf ontdekten we dat er een nieuwe geluidsman mee was voor deze tournee en dat de jongeman deze avond pas voor de tweede keer Dimmu’s geluid deed. Iedereen moet het ergens leren natuurlijk, maar wij vonden het wel jammer dat de man zijn ding niet eerst grondiger onder de knie had alvorens met Noorwegen’s grootste black metalband de hort op te gaan. Op naar deel 2 van de show, na een korte pauze. Hierin mochten we een ‘best of’-set verwachten met deels klassiekers, deels nieuw werk. Helaas kreeg drummer Daray meteen de kans om een drumsolo te brengen (the horror, the sheer horror!), maar gelukkig kon dat de vaart niet uit de set halen omdat men pas net terug begon te spelen. Toch mocht men dit soort drummasturbatie achterwege laten en in plaats een song meer spelen. Na deze valse start ging de band er gelukkig weer stevig tegenaan. Van hun nieuwste album ‘Abrahadabra’ passeerden onder andere ‘Gateways’ (met de achtergrondzang van Agnete Kjølsrud van Djerv, weliswaar op band) en het anthem ‘Dimmu Borgir’, maar van ons hadden ze er gerust nog een paar meer mogen toevoegen. Verder werd er ook stevig de nadruk gelegd op ‘Puritanical Euphoric Misanthropia’ (naar onze bescheiden mening één van de absolute hoogtepunten in de carrière van de band!), waarvan monstersongs ‘Progenies Of The Great Apocalypse’, ‘Kings Of The Carnival Creation’ en het heerlijk mechanische ‘Puritania’ de revue passeerden. In songs als het epische ‘The Serpentine Offering’ misten we toch wel de inbreng van ICS Vortex, wiens bombastische zang steeds een mooie toevoeging was, ook al ving men dat deels op door de tape te laten meelopen voor die stukken. Ook al was het niet ideaal om Shagrath te zien meelippen op stukken die hijzelf niet zong, het was beter om ze op band te hebben dan helemaal niet, want ze zijn toch de kers op de taart in deze songs. Hoe dan ook, de totaalindruk was alleszins positief en Dimmu Borgir gaf zich duidelijk helemaal, zowel de vaste kern (Shagrath, Silenoz en Galder) als de sessieleden die het sextet vervolledigen. Toen we dus huiswaarts trokken, hoorden we dan ook enkel enthousiaste fans die blij waren dat ze hun favoriete band eens zo lang aan het werk hadden kunnen zien en horen… en daar konden we het deze keer mee eens zijn zonder enige cynische toevoeging.

Opeth / Pain Of Salvation - dinsdag 15 november 2011 - 013, Tilburg

Wat doet een mens zoal op een mistige dinsdagavond? Van alles, maar een pak mensen namen de optie om van een avondje hoogstaande progressieve rock/metal te gaan genieten in een uitverkocht 013 in Tilburg. Zowel Pain Of Salvation als Opeth zijn door de jaren heen sterk blijven evolueren en hebben zich keer op keer opnieuw uitgevonden. Zo ook bij hun laatste releases gaven beide bands blijk van een niet te stuiten energie en drive om nieuwe dingen uit te proberen en dat wordt hen in dank afgenomen. Toch door het grootste deel van de fans. Pain Of Salvation begon stipt om 20.00u aan hun korte maar overtuigende set waar het materiaal van de dubbele ‘Road Salt’ saga een hoofdrol in speelde. Hun nieuwe, op de seventies geënte sound, is aanstekelijk maar stuit ook op behoorlijk wat kritiek. Vooral fans van het eerste uur die het moeilijk hebben om mee te groeien verwijzen graag naa de goeie oude tijd. Zo hoorden we verschillende opmerkingen dat het toch niet meer was zoals destijds of dat het allemaal meer weg heeft van een Daniël Gildenlöw project dan van Pain Of Salvation. We willen deze mensen even onderwerpen aan een reality check en zeggen dat Pain Of Salvation al altijd sterk geëvolueerd is en dat Daniel Gildenlöw van dag één de mentale en creatieve leider is geweest. Als je dan ook nog de veertig minuten vult met sterke songs als ‘Softly She Cries’, ‘Ashes’, ‘Conditioned’, ‘1979’, ‘To The Shoreline’, ‘Kingdom Of Loss’ en het krachtige ‘No Way’ dan kun je niet anders dan zeggen dat je hier alleen maar meer van wil. Ook met de nieuwe leden staat Pain Of Salvation sterk en op stevige benen. Hopelijk kunnen ze snel terugkomen voor een headline toer. Na een korte ombouwpauze werden de lichten voor de tweede keer gedoofd en betraden Michael Akerfelt en zijn companen de bühne. Met ‘The Devils Orchard’ werd een schitterende start genomen. Onmiddellijk wordt je meegezogen in de wondere wereld van Akerfeld en die laat je niet meer los. ‘I Feel The Dark’, ‘Face Of Melinda’ en ‘Porcelain Heart’ vervolgden de set op intense, soms subtiele en af en toe fragiele wijze. In Porcelain Heart zat een drum solo verwerkt waaruit bleek dat Martin Axenrot echt wel van alle markten thuis is en vooral ook heel soepel en jazzy uit de hoek kan komen. Na ‘Nepenthe’ waagde de band zich aan een kleine akoestische set waar het speciale en eigenzinnige ‘The Throat of Winter’ aan bod kwam die speciaal werd geschreven voor de sound track van het game ‘Gods Of War’. Het tweede luik van de akoestische set werd ingevuld door ‘Credence’ waarna Akerfeld doorging op de akoestische gitaar maar de band overschakelde naar de elektrische instrumenten voor een zeer gesmaakte versie van het knappe ‘Closure’. Met het nieuwe plaatje ‘Heritage’ etaleert de band, en dan vooral Akerfeld, de voorliefde voor de zeventiger en tachtiger jaren waar de hoogdagen van de metal lagen. Althans als we Akerfeld zelf mogen geloven die op geheel eigen wijze zijn kijk op de metal scène uit de doeken deed op zijn gekende gortdroge humoristische manier. Bovendien is hij een enrome fan van Ronnie James Dio en als ode aan de kleine man met de grote stem schreef hij ‘Slither’ wat we dan ook gepresenteerd krijgen. De heren schakelen meteen over naar een jaren tachtig attitude en etaleren een talent voor heavy metal poses. Ze hebben er duidelijk plezier aan en dat straalt dan ook af op de zaal. Met ‘A Fair Judgement’ en ‘Hex Omega’ komt er een einde aan de set. We zijn van onze sokken geblazen door zoveel schoonheid, zoveel creativiteit en vooral zoveel durf om de geijkte paden te verlaten en te doen waar je zelf zin in hebt. Geen enkele grunt hebben we tot nu toe gehoord en dat zal vele fans in het verkeerde keelgat geschoten zijn. Hier en daar hoor je dan ook de opmerking dat ze nu maar een uurtje lekker vettige death metal moeten gaan spelen maar dat hebben ze duidelijk al genoeg gedaan. Met ‘Folklore’ wordt aan de roep om grunts geen gehoor gegeven en trekt men gewoon de lijn door die men is ingeslagen zonder compromissen te maken. Wij kunnen alleen maar bewondering hebben voor zoveel techniek, speel plezier en moed. Wat ons betreft mag Opeth op deze weg blijven doorgaan. De plaatjes en live shows zullen dan ook in de smaak blijven vallen. We zijn bij thuiskomst gelukkig dat we geopteerd hebben voor de actie ipv voor de luie zetel voor TV. Een kippenvel avond op vele vlakken.
Dominique Van Hauteghem

Within Temptation/Anneke Van Giersbergen - zondag 13 november 2011 - AB, Brussel

Een avondje rock met vrouwelijk schoon als aanvoerders is nooit te versmaden. Vanavond kregen we Anneke Van Giersbergen als opwarmer. De ex-frontvrouw van The Gathering heeft ondertussen heel wat watertjes doorzwommen en kon met haar stevige poprock en herkenbare stem hier en daar wat reactie losweken. Uiteraard is het materiaal allemaal relatief nieuw en was het dus wel wat wennen maar af en toe zwom er een leuke song voorbij en van een voorprogramma kan niet veel meer verwacht worden. Exact om 21.00u doofden de lichten voor de tweede maal en werd een (te?) lange intro gespeeld op de immense videomuur. Met ‘Shot In The Dark’ schoot Within Temptation de avond op gang en werd meteen duidelijk dat we hier te maken hadden met een tot in details strak geregisseerde show waar niets aan het toeval werd overgelaten. Iedere track had zijn eigen video begeleiding wat weinig ruimte laat voor spontaneïteit of afwijkend gedrag op het podium. De instrumentale kern van de band, bestaande uit Ruud Jolie (g), Martijn Spierenburg (k), Jeroen Van Veen (b), vormt de backbone van WT. Nieuwe leden Mike Coolen (d) en Stefan Helleblad (g) hebben zich duidelijk goed ingewerkt en gedragen zich natuurlijk op de planken. Sharon Den Adel is natuurlijk nog steeds de blikvanger en doet er dan ook alles aan om het allemaal aantrekkelijk te houden. Veelvuldige verkleedpartijen, energieke presentatie en hier en daar een paar gewone maar natuurlijke bindteksten. ‘In The Mid Of The Night’, ‘Faster’, en ‘Fire And Ice’ zaten goed in elkaar ook al kwam het allemaal het een beetje tam over. Ook de snaredrum stond behoorlijk stevig in de mix wat een beetje irritant was. Gaandeweg verbeterde het geluid en viel op dat Sharon duidelijk een toontje lager is gaan zingen door de jaren heen. Met ‘Ice Queen’ werd een eerste oudje uit de doos getoverd en dat miste zijn effect niet. Met ‘The Howling’, ‘Our Solemn Hour’ en ‘Stand My Ground’ stonden er. Het mooi aangeklede podium met verhoogde achtersteven werd optimaal gebruikt. Ook de lichtshow zat goed in elkaar en gaf de verschillende nummers een eigen sfeer mee. Het dansbare ‘Sinead’, het bekende ‘What Have You Done’, met beelden van de originele, niet omgebouwde versie van Keith Caputo, ‘Iron’, het fragiele ‘Angels’, ‘Where Is The Edge’ en ‘See Who I Am’ leidden ons tot het slot van de show waar ‘Mother Earth uiteraard perfect dienst voor doet. Ondertussen werd de jarige Stefan Helleblad’ getrakteerd op een taart met kaarsjes en een luidkeels gezongen happy Birthday wat hem duidelijk plezier deed. Toegift ‘Stairway’ maakte een eind aan anderhalf uur WT. De spontaneïteit en onverwachte zijsprongetjes zijn duidelijk helemaal verdwenen. Het professionalisme heeft volledig het heft in handen en dat kan soms een beetje steriel over komen. Voor de rest was dit andermaal een aangename doortocht van Nederlands beste exportproduct.
Dominique Van Hauteghem.

Alter Bridge / Black Stone Cherry - zaterdag 5 november 2011 - AB, Brussel

Het kon niet uit blijven. Nna jaren ploeteren, zweten en vooral ondergewaardeerd te worden in ons Belgenland kon Alter Bridge met trots de borst vooruit steken want vandaag hing op de gevel van de AB het bordje Sold Out! Gerechtigheid. Nu betreft het hier nieuws van de band zelf want volgens ons konden er nog wel wat mensen bij maar met ruim 1.800 bezoekers mogen ze best een beetje overmoedig communiceren. Nog voor de band met dezelfde initialen als de zaal er aan begon liepen we zelfs Kim Clijsters tegen het lijf die samen met haar Amerikaanse echtgenoot kwam genieten van een stevige streep Amerikaans top entertainment. Ze hadden helaas wel al de meer dan sublieme opener, Black Stone Cherry gemist. Wat heeft die band een grote sprong voorwaarts gemaakt. Hier en daar staken er bij de release van hun recentste plaat ‘Between The Devil And The Deep Blue Sea’ kwatongen de kop op dat ze zich meer in de richting van Nickelback aan het begeven waren en als het ware een knieval maakte voor een commerciëler, lees platter, geluid. Wat kregen die oelewappers lik op stuk. Overlopend van de adrenaline en met volle overgave vlogen ze erin met ‘Change’. Vooral drummer John Fred Young kweet zich van zijn taak op John Bonhamianse-wijze. Om nog maar te zwijgen van gitarist Ben Wells die meer is dan een blonde God op een poster. Frontman Chris Robertson beschikte dan weer over een stel stembanden die meer dan goed in vorm waren en ook Jon Lawhon liet zich op zijn bas niet onopgemerkt. Samen zorgden ze ervoor dat het plaatje klopte en het publiek hadden ze in geen tijd op hun hand. Zelfs de ballade ‘Peace Is Free’ bleef overeind, niet in het minst dankzij de hulp van de entousiaste meute. Het overige nieuwe materiaal, met koplopers ‘White Trash Millionair’ en ‘Blame It On The Boom Boom’, deden de rest en maakt van dit alles een meer de doorsnee opwarmertje voor de hoofdbrok van vanavond. Alter Bridge en de AB in Brussel, het was in 2008 een perfect huwelijk. Het blijft voor ons nog steeds de meest magistrale live ervaring in deze concerttempel. Het is dan ook een understatement om te zeggen dat we naar deze avond uitkeken. De band had er zin in en voor een volle zaal kon er dan ook weinig mis gaan. Dat was echter buiten de, verder allicht sympathieke, geluidsman gerekend. Die maakte er vanaf de eerste tonen een potje van. De ballans tussen de muzikanten en de zang zat nooit optimaal. Een brei werd het gelukkig nooit maar het excellente werk van Tremonti ging vaak verloren. Gelukkig was Myles, wat had je anders gedacht, prima bij stem. Die gast staat scherp. Je ziet gewoon dat die man zichzelf verzorgd. De fans kregen een mooie bloemlezing uit hun drie pracht albums waarvan de songs heel evenwichtige over de set werden verspreid. Hoogtepunten waren ‘White Knuckles’, ‘Ghost Of Days Gone By’ een alweer fenomenale unplugged versie van ‘Wacht Over You’ en het onvergetelijke ‘Blackbird’. Het georkestreerde en iet wat geforceerde gitaar duel tussen Tremonti en Kennedy was iets wat wij in de toekomst graag zouden zien verdwijnen maar met ‘Isolation en ‘Rise Today’ breiden ze er alsnog een aardig slot aan. Alter Bridge deed dus weer wat we van hen verwachtten maar de term onvergetelijk laten we deze keer wel op zak zitten. Toffe avond maar op naar de volgende zouden we zo zeggen. Hopelijk lopen we dan Justin Hennin niet tegen het lijf.

Stef Maes
Foto’s: Gino Van Lancker

Setlist

White Knuckles
Slip to the Void
Before Tomorrow Comes
I Know It Hurts
All Hope Is Gone
Metalingus
Ghost of Days Gone By
Broken Wings
Come to Life
Watch Over You
Ties That Bind
Open Your Eyes
Find the Real
Blackbird

Isolation
Dueling Guitar Solos – Mark and Myles
Rise Today

Volbeat / Clutch - 14 november 2011 - Lotto Arena, Antwerpen

Het was juni 2005 toen we een sample-cd ontving van het nieuwbakken Rebel Monster Records, wat een sublabel bleek te zijn van het Nederlandse Mascot. Daarop twee bands met elk een paar songs. Van een act zouden we bij God niet meer weten om wie het ging. De andere trok onze aandacht quasi onmiddellijk. De Denen van Volbeat gaven een sterk visitekaartje af waarvan we voorspelden dat het niet anders kon dan dat we hier een topper in wording kregen voorgeschoteld. Zeker als ze erin zouden slagen om de kracht die ze in de studio ontwikkelden ook live te vertalen. Fast forward nu naar 2011. We hebben gelijk gekregen. Vanavond staat Volbeat, voor de tweede keer in amper een jaar, in een zo goed als uitverkochte Lotto Arena wat toch betekend dat 7.000 mensen hun maandagavond hiervoor willen opofferen. Er zijn natuurlijk nog bands die muziek op het scherp van de snee brengen en dat weten de heren van Volbeat maar al te goed. Nadat ze vorig jaar Entombed meenamen kozen ze nu voor de Amerikanen van Clutch om hen te vergezellen als opener.

Al 22 jaar hebben deze heren uit Germantown, Maryland een cult status en vandaag wandelden ze zonder schroom het grote podium op en stonden daar 30 minuten lang te schitteren dat het geen naam had. Alhoewel 90% van de aanwezigen totaal geen besef had van wie daar op de bühne stond, en dus ook amper reageerde op al dat fraais, bleef de band gaan. Zanger Neil Fallon zijn zware maar cleane stem kwam, net als alle andere instrumenten, loepzuiver de PA uit. Die was werkelijk perfect afgeregeld. Voor heel veel Clutch-fans was de ticketprijs van 38 Euro net iets te hoog want aan Volbeat hebben de meesten van hen absoluut geen boodschap. Hierdoor kregen deze top muzikanten amper reactie. Het klopt natuurlijk dat een groep als Clutch veel beter tot zijn recht komt in een knusse club, maar toch zag je de bandleden genieten en daar draait het uiteindelijk om.

Waar het bij het gros van het talrijk opgekomen publiek om draaide was Volbeat. Vooral sinds ze de overstap naar Universal maakte, beschikt de groep rond frontman Michael Poulsen over de nodige fondsen om er een waar feest van te maken. Succes heeft natuurlijk ook een prijs. Heel wat die hard fans die een paar jaar geleden Trix, toen nog gewoon Hof Ter Loo, tot aan de nok vulde hebben afgehaakt. Te comemrcieel. Een oud zeer maar zo agat dat nu eenmaal. In de plaats krijg je dan veel meer vrouwelijk schoon, al zitten daar een hoop huppelkutten bij die luisteren naar de roepnaam Marina en komen voor de blinkende ogen van Poulsen. Met bijna 25 minuten vertraging, een technisch probleempje zo bleek, schoot Volbeat uit de startblokken en leefde de volle Lotto Arena helemaal op. Het eerste wat ons opviel nadat het grote Volbeat-doek viel, was dat de podiumopstelling exact dezelfde bleek te zijn als vorig jaar. Ergens begrijpelijk maar een beetje pyro had wonderen gedaan. Het zou de aanwezigen echter worst wezen. Poulsen en de zijnen gooiden er met ‘Guitar Gangsters & Cadillac Blood’ en ‘Heaven Nor Hell’ onmiddellijk enkele hits tegenaan waardoor ze eigenlijk nog weinig verkeerd konden doen. Aangezien het hier niet meer gaat om een doorsnee metal publiek vonden de meeste aanwezigen het natuurlijk ontzettend leuk dat het geluid knoerthard stond. Dan konden ze de dag erna op kantoor opscheppen dat ze een echte hard rock show hadden meegemaakt. Van waar wij stonden zagen we de verplichtte db-meter echter constant in het rood gaan, met pieken tot boven de 110db. Nu hebben we daar niet echt iets op tegen, het is en blijft immers rock-‘n-roll, maar waar was het prima geluid dat we bij Clutch mochten genieten. Nu stond alles veel te schel. De zang was te fel op de voorgrond gemixt en telkens weer leek het alsof de geluidsman dan trachtte de gitaren en drums daar boven te zetten. Al gauw kreeg je een soort van geluidsbrij over je heen. Het publiek stoorde er zich echter niet aan. Ze gingen en masse uit de bol en de Volbeat jongens draafde door.

In het eerste deel van de set had ik de indruk dat er een beetje op automatische piloot werd gespeeld. Gitarist Thomas Bredahl trok vel rustoger dan anders aan zijn 6 snaren en bassist Anders Kjølholm huppelde op zijn gemak van links naar rechts op het toneel. Het ging er pas losser aan toe toen men plots met ‘We Will Rock You’ een Queen classic inzette die werd gevolgd door het vrij amusante ‘I Want To Break Free’ dat luidkeels door het publiek werd aangevuld. Applaus voor jezelf dus en terecht. Tot onze tevredenheid werd ook ‘Rebel Monster’ nog eens van stal gehaald en de massa nieuwe fans lieten zich niet onbetuigd bij ‘Still Counting’. Nu zat het geluid eindelijk ook stukken beter. Helaas niet voor lang want toen men met ‘A Warrior’s Call’ de bisronde inzette was het alweer een grote brij die over je heen spoelde. Er werden bij ‘Thanks’ gewoontegetrouw weer een horde fans op de bühne getrokken, al viel het ons op dat er plots verdacht veel Marinakes van uit de coulissen opdoken. De pret was er niet minder om al kon de security net iets minder glimlachen met de talrijke enthousiastelingen die langs voor het podium opklauterden. De echte finale, met de Dusty Springfield evergreen ‘I Only Wanna be With You’, dat de zanger opdroeg aan zijn vrouwtje en haar prompt een zoen gaf, en het onvermijdelijke ‘Pool Of Booze, Booze, Booza’ verzande een beetje in een chaos. Dat zou veel sterker kunnen, ook al was dat stukje Slayer (dat kennen we nu wel) er weer bonk op. We kunnen concluderen dat de meeste aanwezigen heel tevreden huiswaarts keerden. Wij hebben het nu wel even gehad met Volbeat. Ons lijkt het tijd voor een break en de start van een nieuwe creatieve periode die moet leiden tot een volgende cd. Dat zal nog wel even duren als je weet dat 2012 begint met alweer een tournee in de VS. Misschien moeten ze daar hun pijlen eens wat extra op richten zodat we hier opnieuw honger krijgen want het zou totaal verkeerd zijn om Volbeat nu al af te schrijven. In deze groep huist talent. Het is alleen aan hun om dat nu te laten primeren boven alle commerciële voordelen die zich op dit moment ongetwijfeld voordoen. Stay heavy, stay true. Elvis is watching you.

Stef Maes
Foto’s: Gino Van Lancker

Setlist

Intro Born To Raise Hell [Motörhead]
Find That Soul / Hallelujah Goat
Guitar Gangsters & Cadillac Blood
Mr. & Mrs. Ness
Heaven nor Hell
Sad Man's Tongue
The Mirror and the Ripper
Mary Ann's Place
A New Day
The Garden's Tale
The Human Instrument
We Will Rock You / I Want to Break Free
Radio Girl
Rebel Monster
Still Counting
River Queen
16 Dollars

A Warrior's Call
Fallen
Thanks
I Only Want to Be with You / Boa [JDM]
Pool of Booze, Booze, Booza

Hammerfall / Vicious Rumors / Amaranthe / Death Destruction - 1 november 2011 - Trix, Antwerpen

Wanneer we om 19:45 uur de zaal binnenkwamen was deze nog maar voor een vierde gevuld en speelde de Gothenburgse band Death Destruction al zijn voorlaatste song. De nieuwe band was begonnen voor het aangekondigde aanvangsuur. We hoorden nog een stuk van het simplistische ‘Fuck Yeah’ en daarna was het al de laatste song dat uit hun titelloze debuut kwam. De moderne metal met hardcore invloeden was hard en strak maar maakte weinig indruk. Kort daarna zag ik voor een tweede keer Amaranthe aan het werk. De Zweedse band is een geval apart in het metalwereldje. Hun opzet is vrij origineel te noemen doordat ze met drie vocalisten werken. Je hebt enerzijds de poppy zang van Jake en de appetijtelijke Elize en anderzijds de screams van Andy. Een bassist, gitarist en drummer maken het geheel compleet. Opnieuw moest ik aan het eurosongfestival denken wanneer ik de band bezig zag. De bombastische songs zijn heel toegankelijk en tegelijk stevig. De muzikanten zijn goed op elkaar ingespeeld en hebben een prima live geluid. Er zijn invloeden van Lacuna Coil, Nightwish (post Tarja tijdperk) en hedendaagse pop in waar te nemen. Ik weet niet wie het doelpubliek nu is van deze band. Feit is dat ze er toch in sloegen om de voorste rijen aan zich te binden met het aanstekelijke ‘Automatic’ en hun single ‘Hunger’. Blijft een twijfelgeval voor een metalpubliek. (Walter)
Vicious Rumors is dat zeker niet. We zagen hen deze zomer al in bloedvorm tijdens het Alcatraz Metal Festival, maar ook nu vertonen ze de gretigheid van een stel jonge honden. Vooral nieuwe zanger Brian Allen laat het publiek uit zijn hand eten en blijkt een aanwinst wanneer strakke versies van ‘Don’t Wait For Me’ en het populaire ‘Digital Dictator’ als handgranaten de zaal in gemikt worden. Oudgedienden gitarist Geoff Thorpe en drummer Larry Howe blijken een sterke bezetting bijeen gescharreld te hebben. Zij brengen zowel nieuwe thrashkrakers ‘Murderball’ en ‘Let The Garden Burn’ als oudere songs ‘Minute To Kill’, ‘Lady Took A Chance’ en ‘Abandoned’ op een energieke manier tot leven. De priemende blik van Brian Allen brengt de hoogtijdagen van bands als Annihilator en Metal Church tot leven. Opvallend is dat de Amerikanen enkel teruggrijpen naar de vier eerste albums plus een tweetal songs uit het recente ‘Razorback Killers’. Dankzij deze scherpe keuze uit hun repertoire weten ze tegen ‘Hellraiser’ en het afsluitende ‘Soldiers Of The Night’ – titelsong debuutalbum - de zaal in vuur en vlam te zetten. (Vera)
Zijn de gloriedagen van HammerFall achter de rug of zijn er teveel metalbands die ons land op heel korte tijd aandoen? Feit is dat HammerFall de zaal niet vol kreeg, er waren nog enkele lege plaatsen in Trix te bespeuren. Aan het nieuwe album zal het alvast niet liegen. ‘Infected’ is hun beste cd in jaren en de band verkeert in grote vorm. Wat meteen opvalt is het harde doch heldere geluid. Minpunt was wel de snare drum en de zang die te hard in de mix stonden. Opener ‘Patient Zero’ uit het nieuwe album was meteen een schot in de roos en knalde hard de zaal in. Joacim Cans was goed bij stem en zette gedurende de hele avond een goede vocale prestatie neer. Het moet wel gezegd dat hij weinig uitstraling heeft, dit viel enorm op na de geweldige show die Brian Allen van Vicious Rumors neerzette. Uit ‘Infected’ werd het nummer ‘Bang Your Head’ opgedragen aan Saxon, de band waardoor Joacim een echte metalhead werd. ‘Dia De Los Muertas’ viel enigszins tegen, maar de twee andere nieuwe songs ‘One More Time’ en ‘Let’s Get It On’ zijn regelrechte meezingers en blijvertjes. Er zat een goede vaart in de show van de Zweden, er vielen geen zwakke momenten te noteren. Je moet het toch maar voor elkaar spelen, zonder echt grote songs/klassiekers een groot publiek weten aan te boren. Geen grote nummers, wel vlotte eenvoudige meezingers zoals: ‘Hearts On Fire’, ‘Steel Meets Steel’ en ‘Riders On The Storm’ die na de show bleven nazinderen. Op het laatst ging het nog even mis toen Joacim tijdens ‘Glory To The Brave’ zijn micro het liet afweten, maar het publiek nam dankbaar de tekst over. Na een uur en veertig minuten werd de hammer in de ring gegooid en keerde iedereen tevreden huiswaarts. (Walter)


Iced Earth / White Wizzard / Fury UK - donderdag 3 november 2011 - Trix, Antwerpen

Nadat het nieuwe album ‘Dystopia’ ingeblikt was met nieuwe zanger Stu Block en de fans op plaat alvast konden kennismaken met de opvolger van Matt Barlow, vertrok Iced Earth op wereldtournee. Dit wordt hun langste rondreis ooit, maar wanneer we het concert in Antwerpen bijwonen is alles nog fris en nieuw. Het is immers pas het vierde concert op deze Europese trek. Natuurlijk waren we razend benieuwd hoe de nieuwe frontman het er live zou afbrengen. We kunnen kort zijn: in één woord schitterend! Dit is de juiste man op de juiste plek. Vooraleer we getuige zijn van één van de beste Iced Earth shows ooit, worden we vergast op twee (onbekende) support acts.
Fury UK heeft de moeilijke taak te openen voor weinig volk en slaagt er met zijn sterk op Iron Maiden geënte heavy metal amper in om de mensen van de bar weg te lokken. Nochtans klinken ‘Saviour’ en ‘Alien Skies’ niet verkeerd, maar aan enige originaliteit mag nog danig gewerkt worden. White Wizzard is eenzelfde lot beschoren. Iedereen komt duidelijk voor Iced Earth en ondanks de gedreven inzet van de band weet hun klassieke heavy metal maar weinig reactie los te weken. Alle aandacht is dus gericht op de hoofdact om van deze avond een memorabele gebeurtenis te maken. Iced Earth had ons, naast de vuurdoop van Stu Block, enkele verrassingen in de setlist beloofd en ze hielden woord. Er wordt slim afgetrapt met het aanstekelijke ‘Dystopia’, eveneens de opener van het nieuwe album. De handen gaan meteen op elkaar en de vuisten de lucht in. Er volgt een ontlading van jewelste in het publiek. Het wordt bovendien een keuze uit het repertoire om U tegen te zeggen, want na ‘Burning Times’ gaat men met het briljante ‘Angel’s Holocaust’ en ‘Slave To The Dark’ terug naar de beginperiode van de Amerikaanse band. Stu Block heeft zijn huiswerk goed gemaakt en vooral: hij toont zich een charismatische frontman die moeiteloos contact met het publiek legt en heel wat beweeglijker is dan zijn voorgangers. Bovendien evenaart hij de warme melancholie in Barlow’s stem, terwijl hij de hoge uithalen eveneens ogenschijnlijk moeiteloos uit zijn strot knijpt. Bandleider Jon Schaffer heeft duidelijk een fantastische keuze gemaakt met deze Canadees binnen te halen. Hij staat dan ook heel het optreden tevreden zijn band te over schouwen en gaat geheel op in zijn rol van strakke ritmegitarist en stoere bandleider. Zoals we verwachtten, kregen we vanavond heel wat nieuwe songs te zien, maar liefst zeven, waarvan ‘V’ en ‘Dark City’ vervolgens aan de beurt zijn. Ook songs die we zelden aantroffen in de set, zoals ‘When The Night Falls’ uit het debuut en ‘Damien’ uit ‘Horror Show’, maken van deze show een waar spektakel. Stu bewijst ook van een semi-ballad als ‘End Of Innocence’ een kippenvelmoment te kunnen maken. Het publiek staat er ademloos naar te kijken en geniet met volle teugen. Het is opvallend dat men vooral teruggrijpt naar de beginperiode, want ‘Ten Thousand Strong’ was één van de zeldzame momenten dat men uit de pas achter ons liggende albums puurde. ‘The Glorious Burden’ was enkel vertegenwoordigd door het strakke ‘Declaration Day’. Het wordt omsingeld door een keur aan nieuw werk: ‘Anthem’ en ‘Days Of Rage’ passeren nog de revue alvorens het epische ‘Tragedy And Triumph’ de reguliere set afsluit. Wanneer de band – duidelijk aangedaan door het enthousiasme in de zaal – terugkomt, gaat een wens van velen in vervulling. Het lange, epische ‘Dante’s Inferno’ houdt allen een kwartier lang in de ban. Dit is werkelijk briljant! Met het luchtige ‘Iced Earth’-anthem is het dan nog eenmaal feest vooraleer we kunnen besluiten dat Stu Block live een openbaring was, dit natuurlijk zonder de voortreffelijke kunde van de ritmesectie (bassist Freddie Vidales en drummer Brent Smedley), de fantastische solo’s van Troy Steele en de intense strakheid van Schaffer’s spel te onderschatten. Iced Earth schrijft meteen geschiedenis na deze nieuwe start!

Setlist Iced Earth:

Dystopia (Dystopia)
Burning Times (Something Wicked This Way Comes)
Angel’s Holocaust (Night Of The Stormrider)
Slave To The Dark (The Dark Saga)
V (Dystopia)
Stand Alone (Something Wicked This Way Comes)
When The Night Falls (Iced Earth)
Damien (Horror Show)
Dark City (Dystopia)
Pure Evil (Night Of The Stormrider)
End Of Innocence (Dystopia)
Ten Thousand Strong (Framing Armageddon)
Anthem (Dystopia)
Declaration Day (The Glorious Burden)
Days Of Rage (Dystopia)
Tragedy And Triumph (Dystopia)

Encores:

Dante’s Inferno (Burnt Offerings)
Iced Earth (Iced Earth)

Insomnium / Before The Dawn / MyGrain - 16 november 2011 - Trix - Antwerpen

Ditmaal beleefden we een Finse avond. Nu kunnen we wel een maand lang Finse avonden organiseren, want dat land is nu eenmaal de plek met de meeste (puike) bands per aantal inwoners, maar deze avond krijgen we te maken met een beloftevolle nieuwe band, een stel stugge doorzetters en een band dat haar eerste Europese tournee als headliner waagt. De knusse kleine Trix-zaal loopt een beetje moeizaam vol, maar uiteindelijk heerst er een gezellige drukte.
MyGrain verraste ons vorig jaar met een bijzonder energiek naamloos derde album. Ook live presenteren ze hun melodieuze death metal met de inzet van bezetenen. Toetseniste Eve is in haar olijke ‘Cat-on-a-snowboard’ T-shirt een aantrekkelijke verschijning en speelt, net als op het album een vrij dominante rol. Beide gitaristen geven echter flink tegengas en zanger Tommy schreeuwt de boel aan elkaar met ruwe zang met een metalcore tintje. Het half uur speeltijd, waarin o.a. ‘Plastic’ en ‘Trapped In An Hourglass’ passeren is dan ook zo voorbij.
Wij hebben een boon voor alle muzikale activiteiten van Tuomas Saukkonen en Before The Dawn is daarvan de bekendste exponent. In het voorjaar kwam het uitstekende ‘Deathstar Rising’ uit bij Nuclear Blast en de man hoopte hiermee potten te kunnen breken door te toeren. Dat is nu dan toch gelukt. We weten allemaal dat de band werkt met sessiemuzikanten, maar het verdwijnen van Lars Eikind vinden we geen goede zet. Op bas is er adequate jonge vervanging gevonden in Pyry Hanski (erbij gesleept uit Tuomas’ andere projecten Black Sun Aeon en RoutaSielu), maar het is vreemd om de songs met enkel de grunts van Tuomas te horen. Daar ontbreekt een wezenlijk deel. Uit de keuze van de setlist blijkt ook de eigenzinnigheid van onze componist. Enkel ‘Wraith’ wordt gespeeld van het laatste album, terwijl ‘The Ghost’ uitverkoren is met ‘Disappear’ en ‘Repentance’. De singles ‘Deadsong’ en ‘Faithless’ schitteren door afwezigheid. Bovendien is de man alweer bezig met een volgende episode in zijn muzikale universum, getuige het spelen van drie nieuwe songs tijdens dit luttele drie kwartier op het podium. Before The Dawn laat ons een beetje met gemengde gevoelens achter. Er mag dringend terug een heerschap voor cleane zang zijn intrede maken.
Insomnium vereerde ons land al met meerdere bezoeken, o.a. tournees met Ghost Brigade en Dark Tranquillity. Vooral tijdens hun laatste doortocht viel hun bekendheid me op. De tijd was rijp om als hoofdact te toeren, nu onder de vleugels van Century Media, zo kunnen we eindelijk genieten van een volledige show van anderhalf uur. Men gaat de baan op om vooral het pas verschenen album ‘One For Sorrow’ een duwtje in de rug te geven en dat album wordt vanavond bijna helemaal gespeeld (behalve twee songs). Maar het is ook heerlijk wentelen in de doorgedreven weemoed van ‘The Killroy’ en het van het eerste album afkomstige ‘The Elder’. Zanger/bassist Niilo Sevänen weet met zijn minzame persoonlijkheid het publiek mee te trekken in een perfecte herfststemming. Immers, geen Fin kan zonder dat melancholieke tintje en daar is deze band ook heel straf is. De gevoelige solo’s van gitaristen Ville Friman en Ville Vänni missen hun uitwerking niet en hierbij laten we niet na om het perfecte geluid in de zaal te vermelden. Het meeslepende ‘Weighed Down With Sorrow’ is een voorlopig culminatiepunt, maar er wachten ons nog twee lange bissets. Het eerste blokje grijpt terug naar het doorbraakalbum ‘Above The Weeping World’ (met ‘The Gale’ en ‘The Mortal Share’), het tweede voert het enthousiaste publiek nieuw werk. Een betere afsluiter dan het titelnummer ‘One For Sorrow’ had men niet kunnen bedenken voor deze Finse muzikale belevenis van hoge kwaliteit! Insomnium is dan ook de naam headliner waardig!

Setlist Insomnium:

Inertia
Through The Shadows
Only One Who Waits
Where The Last Wave Broke
The Killroy
The Elder
Song Of The Blackest Bird
Down With The Sun
Unsung
The Day It All Came Down
Weighed Down With Sorrow

The Gale
The Mortal Share

Every Hour Wounds
One For Sorrow


Setlist Before The Dawn:

Disappear
Fear Me
Repentance
Wraith
Unbreakable
Vege
Surmaproge
Juntta
Narko

Neckbreakers Ball Tour - 6 november 2011 - Trix - Antwerpen

Deze tour heeft een poos geleden Death Angel moeten schrappen en de Amerikanen werden vervangen door het Zwitserse Gurd, qua reputatie en stijl helemaal onvergelijkbaar, maar de rest van het aanbod was eveneens ruim de moeite waard om op pad te gaan. Bij binnenkomst blijkt er nog minder volk te zijn dan de voorbije concerten (HammerFall en Iced Earth) en is het Finse Omnium Gatherum al begonnen. Het is onbegrijpelijk dat zij na vijf goede albums nog steeds als openingsact moeten fungeren, maar veel is de band nog niet op pad geweest. Hun melodieuze death metal met enige progressieve trekjes is nochtans de aandacht waard. Sinds de release van ‘New World Shadows’ blijkt men toch wat meer buiten te komen, dus laat ons hopen dat gitarist Markus Vanhala en co alsnog wat meer succes kunnen scoren. Wij waren nog net op tijd om van dit laatste album het titelnummer, ‘Ego’ en Soul Journeys’ mee te pikken.
De albums van Gurd vonden wij altijd vrij inconsistent, maar live was dit – tot onze verbazing – een meevaller. Onder aanvoering van bandleider V.O. Pulver (een Zwitserse versie van Peavy Wagner van Rage) bolderen ze het podium op om daar veertig minuten te excelleren in meedogenloze thrash metal met degelijke groove. Het recente ‘Never Fail’ zou immers hun hardste plaat zijn en wanneer die klinkt als wat we vanavond hoorden, geloven wij dat graag. Het enthousiasme van de band werkte aanstekelijk en wie de moeite nam om aandachtig te volgen hield hier zeker geen verkeerd gevoel aan over.
Varg kregen we ooit al eens te zien tijdens een Paganfest, maar de in warpaint gedropte Duitsers blijken er een drukke agenda op na te houden. De agressieve act – met een zanger in maliënkolder – zet er flink de beuk in en zorgt voor een portie strijdvaardige death metal. Het showelement lijkt me vooralsnog een grotere troef om te scoren dan hun muzikale originaliteit, maar ook hier merken we een inzet alsof men voor een uitverkocht huis speelt.
Het album ‘Metamorphosis’ betekende dit jaar een nieuwe start als kwartet voor Mercenary. In die hoedanigheid lieten ze geen verpletterende indruk na tijdens de Power of Metal tour in maart en ook nu stellen we vast dat de vroegere progressieve trekjes van de band opgeborgen zijn en plaats hebben gemaakt voor een meer rechttoe rechtaan thrash metalgeluid; dit alles onder aanvoering van zanger/bassist René Pedersen als enige vocalist. De setlist is een beetje door elkaar gegooid, maar bevat grotendeels dezelfde songs als in maart, vooral recent materiaal dus. Nog steeds is de aandacht bij het publiek bedroevend. Na een fanatieke eerste rij gaapt er een kloof van jewelste en staat men met een afwachtende houding het gebeuren gade te slaan.
De metamorfose in de zaal grijpt pas plaats wanneer alles in gereedheid gebracht wordt voor beide hoofdacts. Wij konden Eluveitie nog nooit betrappen op een zwakke show en ook deze avond doen ze waar ze goed in zijn: een energieke show met een prima keuze uit het steeds groeiende repertoire, waarbij luchtige folkriedels fladderen rond de rauwe death growls van Chrigel. Sinds begin september werkt Eluveitie aan een nieuw album. Chrigel vertelde ons dat ze er zelfs aan verder werken op de tourbus tijdens deze tournee. Een trek die veel betekent voor de zanger, want hij is immers steeds een fan geweest van de Gotenburg sound. Bovendien is deze tour ook een uitstekende gelegenheid om nieuwe fans te overtuigen, want totnogtoe predikten ze vooral voor eigen parochie door deel uit te maken van Paganfest en Heidenfest tours. Het wordt vanavond dan ook een “best of” setlist met na de introtape van ‘Otherworld’ het titelnummer van de laatste cd ‘Everything Remains As It Never Was’ en het opzwepende ‘Nil’. Om de toegankelijkheid ten top te drijven last men al vlug een moment in waarop Anna (het meisje met de draailier) en violiste Meri wat meer in de schijnwerpers treden. Dan hebben we het natuurlijk over de hit ‘Inis Mona’ en ‘Slania’s Song’. Naast de dames hebben folkinstrumentalist Päde Kistler en bassist Kay Brem sinds 2008 ook een vaste stek in de band veroverd. Chrigel weet de massa (nu zijn ze eindelijk wakker!) op zijn hand te krijgen met zijn fluitspel en een integer moment op mandoline. Na het recente ‘Quoth The Raven’ is er natuurlijk ook aandacht voor oudjes als ‘Your Gaulish War’, The Somber Lay’ en ‘Tarvos’, allen van het succesvolle ‘Slania’. Men bouwt de spanning geleidelijk op, zodat zelfs het oude ‘Tegernakô’ (van het eerste album ‘Spirit’) een heerlijke afsluiter vormt. Wij vernamen achteraf dat vele aanwezigen die niet meteen opgezet zijn met folk metal deze band toch een interessante ontdekking vonden. Dan is je missie als band geslaagd, denken wij zo.
Maar de avond is nog niet voorbij, integendeel. We kennen Dark Tranquillity als een band dat zich altijd voor 200% geeft op het podium en ook ditmaal stelden ze ons geenszins teleur. De ongekroonde Zweedse koningen van melodieuze death metal hadden ons enkele verrassingen beloofd en zij hielden hun belofte. Er wordt nu al een poos getoerd na het verschijnen van ‘We Are The Void’, maar het was opvallend hoeveel men – naast drie songs uit dit ‘nieuwe’ album – teruggrijpt naar songs uit ‘Fiction’. Opener ‘Terminus’ ontplooit zich langzaam van dat typische keyboardgeluid van Martin Brandström in solide riffs, het handelsmerk van de heren. Maar later in de set komen ook ‘The Mundane And The Magic’, ‘Blind At Heart’ en ‘Inside The Particle Storm’ voorbij van dat album uit 2007, terwijl het opzwepende ‘Misery’s Crown’ vaste prik blijft tijdens de bisnummers. Zanger Mikael Stanne rent als bezeten over het podium, daarbij de massa opjuttend met zijn mimiek. Hij springt zelfs even tussen het volk om uitgebreid handjes te schudden. Verrassingen uit de oude doos waren er ook: ‘The Sun Fired Blanks’ (uit ‘Projector’) en ‘The Wonders At Your Feet’ uit ‘Haven’ zagen we zelden of nooit live. Een speciale toureditie van ‘We Are The Void’ met lekker veel extras is nu verkrijgbaar. Tussen de nooit eerder verschenen nummers bevindt zich ‘Zero Distance’ en dit kregen we voor het eerst live te zien. Kortom, met een weloverwogen keuze van songs die we nooit eerder live te zien kregen, was dit een fantastisch concert, dat met het prachtige ‘The Fatalist’ nog een mooi slotakkoord kreeg. De afwezigen hadden ongelijk!

Setlist Dark Tranquillity:

Terminus (Where Death Is Most Alive)
In My Absence
The Treason Wall
Lost To Apathy
The Wonders At Your Feet
The Mundane And The Magic
Blind At Heart
The Sun Fired Blanks
Inside The Particle Storm
Zero Distance
Dream Oblivion
Final Resistance
Misery’s Crown
The Fatalist

Setlist Eluveitie:

Otherworld (intro – tape)
Everything Remains As It Never Was
Nil
Inis Mona
Slania’s Song
Quoth The Raven
The Song Of Life
Your Gaulish War
Kingdom Come Undone
The Somber Lay
Tarvos
Tegernakô

Alice Cooper, The Treatment - 2 november 2011 - AB, Brussel

Terwijl Vlaanderen wakker werd met het droevige nieuws dat een van de Benidorm Bastards het aardse voor het eeuwige had geruild, kwam een nieuwe kandidaat voor het verborgen camera programma zich als het ware aanbieden. De 63 jarige Vincent Furnier, door de massa beter gekend als Alice Cooper, slaagt er echter op zijn gezegende leeftijd nog in om de AB maanden op voorhand uit te verkopen en straalt een niet te vatten jeugdigheid uit dat hij het allerminst nodig heeft door het leven te gaan als het uithangbord van de derde leeftijd die de jeugd bij de neus wil nemen. In tegendeel. Hij geeft die jeugd graag nog een zetje in de goede richting. Zo mocht het jonge Britse The Treatment de boel opwarmen. In tegenstelling tot de trend die tegenwoordig heerst om een support-act totaal te negeren stond de zaal, bevolkt met een opvallend ouder publiek, meer dan goed gevuld en geamuseerd te kijken nar de no-nonsense rock-‘n-roll van deze jonge honden. Ook wij zagen dat het goed was. De songs van hun onlangs opnieuw verschenen debuut ‘This Might Hurt’ deden allerminst pijn aan onze oortjes. Fijne kennismaking en iets zegt ons dat we hier nog meer van gaan horen. Ondanks de ruime aandacht voor The Treatment kwamen de mensen hoofdzakelijk voor de man, de mythe en na al die jaren nog steeds klasbak genaamd Alice Cooper. Hij heeft net een nieuwe plaat uit met ‘Welcome 2 My Nightmare’ wat een vervolg is op zijn in 1975 verschenen elpee met dezelfde titel, alleen schreef hij toen ‘to’ waar nu het cijfer 2 er de nadruk oplegt dat dit een sequel is. Hoe enthousiast de domineeszoon ook mag zijn over zijn recenste wapenfeit, er zou vanavond met ‘I’ll Bite Your Face Off’ maar 1 nummer passeren uit die nieuweling. Een mooi bewijs dat artiesten als Cooper platen uitbrengen als excuus om te toeren en verder hun fans geven wat ze willen: classics. En of we die kregen. Al van bij het begin was het prijs met de creepy intro van horror legende Vincent Price, voor de jonge lezertjes onder ons dat is de zelfde stem van op ‘Thriller’ van Michael Jackson, en het machtige ‘Black Widow’. Als een sfinx verscheen Cooper op een preekstoel en overzag hij een vol gepakte AB genieten. Hij had blijkbaar ook nog een paar handschoenen van Channel Zero-frontman Franky DSVD gevonden in de backstage en die zorgde al bij aanvang onmiddellijk voor vuurwerk, letterlijk. De toon was gezet. ‘Eightteen’, ‘Under My Wheels’, ‘Billion Dollar Babies’ en ‘No More Mister Nice Guy’ op een rijtje. Om daarmee je setlist op gang te trekken, daar kunnen collega’s alleen maar van dromen. Want na dat sterke begin had Cooper nog niet de helft van zijn pijlen verschoten. Heel vaak krijgt Alice Cooper het verwijt dat hij de aandacht van de muziek wegtrekt met overmatige showelementen. Dat gebeurde nu dus niet. Het uiterst fraaie aangeklede podium fungeerde bijna heel de set als sfeervolle ondersteuning voor de alweer voortreffelijk band waardoor hij zich liet omringen. Van de line-up die vorig jaar op de Lokerse Feesten schitterden schiet enkel bassist Chuck Garric nog over. Met Steve Hunter op gitaar keert een oude bekende terug want hij was er jaren geleden ook al bij op de eerste ‘Nightmare’ plaat. Gitarist Tommy Henriksen is ook een aanwinst. Die jongen bloeit nu helemaal open nadat hij eerder achter de schermen voor ondermeer Lady Gaga en (rochel) Lou Reed werkte. Iets waaraan ook Hunter zich trouwens schuldig maakte. Achter de drums zat met Glen Sobel ook een jonge snaak die van wanten wist. Enkel gitariste Orianthi Panagaris lijkt ons een beetje over het paard getild. Griekse roots zijn heden ten dage niet zo populair in Europa meid. Maar goed back to the show en die was uitmuntend. Zelfs de solospot van Garric en Sobel was vermakelijk. De ster is en blijft echter mr Cooper, die alweer het publiek nauwelijks toesprak. De show zat strak in elkaar, het geluid was optimaal en vooral de stem van onze 63 jarige vriend was top. Zo top dat sommige die hards zelfs durfden twijfelen of alles wel helemaal live was. Een zaak waarin wij de eminentie van de rock-‘n-roll graag het voordeel van de twijfel geven. We leggen trouwens de nadruk op rock-‘n-roll want de songs werden, in tegenstelling tot het verleden, verrassend waarheidsgetrouw gespeeld. Een erg vintage geluid dus en geen heavy metal versies ook niet van het meer popy werk als van ‘Hey Stupid’, ‘Poison’ of ‘Feed My Frankenstein’. Er werden met ‘Halo Of Flies’, ‘Muscle Of Love’ en het iets recentere ‘Wicked Young Man’ ook enkele minder voor de hand liggende tracks gespeeld wat er voor zorgde dat echt iedereen tevreden was. In de finale kwam dan het showgedeelte dan toch uitgebreid aan bod. Eerst was er bij ‘Feed My Frankenstein’ een volgens ons van Iron Maiden geleende Eddie die werd omgebouwd tot een Alice Frankenstein-monster en uiteraard ontbrak ook de guillotine niet om snel de man waarom het allemaal draaide een kopje kleiner te maken. Het monde uit in het onvermijdelijk en door Garric uitmuntend gebrachte ‘I Love The Dead’ dat dan weer naadloos overging in ‘School’s Out’ waarin op werkelijk sublieme wijze ‘Another Brick In The Wall’ van Pink Floyd werd verweven. Nog een laatste schorpioenenprik kwam er met ‘Elected’. ‘There’s political problems in Antwerp and Brussels. Personaly I don’t give a shit’ riep Cooper het publiek toe terwijl hij met de Belgische driekeur wapperde. En gelijk heeft hij want net als vorig jaar toen hij op Belgische bodem stond, is ons land nog steeds een stuurloos schip. Je zou van minder schijt hebben aan alles. Alice Cooper kwam, zag en zette een heel aardige prestatie neer. Als hij zijn 65ste verjaardag wil vieren mag hij gerust komen want tegen dan zijn er wellicht opnieuw verkiezingen in dit Apenland. En een trap onder de kont kunnen ze in de Wetstraat altijd wel gebruiken.

Setlist

The Black Widow
Brutal Planet
Eighteen
Under My Wheels
Billion Dollar Babies
No More Mr. Nice Guy
Hey Stoopid
Is It My Body
Halo of Flies
I'll Bite Your Face Off
Muscle of Love
Only Women Bleed
Cold Ethyl
Feed My Frankenstein
Clones
Poison
Wicked Young Man
I Love the Dead
School's Out / Another Brick in the Wall part II

Elected


CIV - 29 september 2011 - Trix, Antwerpen

CIV is een hardcoreband uit New York. De naam dankt de band aan zijn frontman Anthony Civarelli. Na amper twee albums hield CIV er al in 2000 mee op, maar met debuut ‘Set Your Goals’ hadden de heren toch maar even een album uitgebracht dat gerust mag beschouwd worden als een van de betere hardcore- en punkalbums ooit. Sinds 2007 komt de band geregeld terug samen om op tournee te gaan. Vandaar dat we ze eerder dit jaar nog konden bezig zien op Groezrock. Dat optreden indachtig was het haast een evidentie dat we ook in Trix aanwezig zouden zijn. In het zog sleepten de heren van CIV Off With Their Heads mee en in Trix mochten ook Sunpower en Not Afraid hun kunstjes doen. Not Afraid hebben we gemist en Sunpower en Off With Their Heads waren naar mijn bescheiden mening niet meer dan tijdvulling. Het Vlaamse Sunpower klonk zeker niet slecht, maar leek zo onverschillig op het podium dat het haast leek alsof ze tegen hun zin stonden te spelen. Een imago in stand houden is één ding, maar let er dan wel op dat je geen verkeerde indruk geeft. Off With Their Heads heeft zijn wortels in Minneapolis. ‘From The Bottom’ en ‘In Desolation’, hun twee full cd’s, zijn lang geen slechte schijfjes, maar in Trix sloeg de vonk tussen Off With Their Heads en het publiek niet over. Veel meer dan een beleefdheidsapplausje zat er niet in. Het optreden van Civarelli en de zijnen daarentegen was opnieuw een schot in de roos. Naast Antwerpen deed de band enkel Leipzig en Bologna aan dit najaar. Spijtig genoeg was ook dit geen garantie voor een volle Trix, die slim verkleind was met een verplaatsbaar doek. Met maar twee cd’s op je naam is de keuze van nummers natuurlijk beperkt, maar vooral de songs van ‘Set Your Goals’ bleken weer maar eens meer dan genoeg om een klein uur hardcorevertier te garanderen. Alhoewel, hoorden we daar ook geen Gorilla Biscuits de revue passeren? In ieder geval was de doortocht van CIV doorheen ons Belgenlandje alweer de moeite waard. Spijtig genoeg was het maar een blitsbezoek. Met de haast legendarische woorden ‘We’re a hardcoreband, we don’t do encores’ nam Anthony Civarelli afscheid van een publiek dat gerust nog een uurtje had willen doorgaan. Enfin, we koesteren de tijd die we hadden en kijken al reikhalzend uit naar een volgende keer.



Enter Shikari, Your Demise, Letlive - 2 en 3 oktober 2011 - AB, Brussel & 013, Tilburg

Het is ontzettend moeilijk om als band nog vernieuwend uit de hoek te komen. Vaak zijn de intenties er wel, maar valt het resultaat tegen. Met hun mix van post-hardcore en elementen uit de elektronica zijn de jongens van Enter Shikari er echter wel in geslaagd om een compleet eigen geluid te creëren. Toegegeven, de songs zijn niet altijd even toegankelijk, maar het jonge volkje lust er wel pap van. Niet verwonderlijk dus dat de meest recente Europese tournee van Enter Shikari in een mum van tijd was uitverkocht.
De AB-box zou dus afgeladen vol zitten voor de passage van de band uit het Engelse St-Albans. Vooraleer er loos kon worden gegaan op de muziek van Rou Reynolds en de zijnen was het eerst aan Letlive, een collectief uit Los Angeles dat met ‘Fake History’ dit jaar een dijk van een plaat uitbracht. Persoonlijk keek ik enorm hard uit naar dit optreden, niet in het minst omdat frontman Jason Aalon Butler erom bekend staat enorm energiek te zijn op het podium. En het moet gezegd, de man bezig zien is een belevenis op zich. Op de tonen van de post-hardcore die de rest van Letlive laat horen gaat de man compleet uit de bol, zonder rekening te houden met dranghekken, podium, instrumenten of andere bandleden. De man maakt op een gegeven moment letterlijk een salto over zijn gitarist! Ik weet nog steeds niet of ik het meest verwonderd ben over ’s mans bokkesprongen of over het feit dat hij ondanks zijn fysieke uitspattingen er in slaagde om de toch wel indrukwekkende zanglijnen van de songs van ‘Fake History’ schijnbaar zonder moeite uit zijn strot te toveren. Letlive was dus een waardige opener die in een ondertussen half volle AB een half uur lang wist te boeien. Niet iedereen was meteen mee, maar op het einde leek de band een aantal mensen te overtuigen van hun kunnen.
Tweede op de affiche was het eveneens uit St-Albans afkomstige Your Demise. De hardcore van dit vijftal laat mij echter koud en de intro van de band gaf aan dat het tijd werd om de bar even op te zoeken. Let wel, ik bleek ongeveer een legertje tegenstanders te hebben, aangezien er in de zaal zelf duchtig werd gefeest. Voor mij was het de uitgelezen kans om in de foyer van de AB de merchandise te gaan bekijken. Grappig om te zien dat er verschillende ouders een plaatsje aan de toog hadden gekozen om zo op zoon- of dochterlief te wachten. Ja, in de AB was het zondagavond aan de jeugd.
Na slotsong ‘The Kids We Used To Be’ werd het tijd voor de jongens van Your Demise om plaats te ruimen voor de echte reden waarom iedereen naar de AB was afgezakt. De intro leidde hitsingle ‘Destabilise’ in en al vanaf de eerste tonen van deze opener was het duidelijk dat Enter Shikari niet van plan was om iemand onberoerd te laten. Als in een collectieve roes ging de volledige AB op in het universum van dubstep en hardcore en na goed een uur en een kwartier sloot bisnummer ‘Juggernauts’ de avond af. Daartussen passeerden heel wat bekende nummers, al dan niet in een nieuw dubstepjasje gegoten. Tegelijkertijd kregen we een paar nieuwere songs voorgeschoteld. Het pas uitgebrachte ‘SSSnakepit’ uiteraard, maar ook het iets oudere ‘Quelle Surprise’ en ‘Arguing With Thermometers’, waarvan wordt verwacht dat het op de nog te verschijnen derde studioalbum zal staan. Persoonlijk vond ik ‘Mothership’ en ‘No Sleep’, dat naadloos overging in ‘The Jester’, absolute knallers, maar eigenlijk was heel het optreden één langgerekt hoogtepunt. Opvallend was ook de kwaliteit van het geluid, al zit de fantastische akoestiek van de AB daar natuurlijk ook voor iets tussen.
U begrijpt dat ik na een avond als deze dolgelukkig was dat er de dag nadien een soortgelijk vervolg zat aan te komen, aangezien Enter Shikari en de andere twee bands dit nog eens zouden overdoen in de 013 in Tilburg. En jawel, nog geen vierentwintig uur later startte het feestje terug opnieuw. Eens te meer viel het bij het optreden van Letlive op wat voor een fantastische songs ‘Muther’, ‘Renegade 86’ of ‘The Sick, Sick 6.8 Billion’ wel zijn. Ook in de 013 was het publiek niet meteen mee, maar na de laatste song was er toch een welverdiend én welgemeend applaus. Ook Your Demise zette opnieuw zijn beste beentje voor, al was ook nu weer de bar de perfecte plek voor mij om het geheel te aanschouwen. Aangezien ik verschillende mensen heb zien passeren met bulten, builen en zelfs één gigantisch bloedend voorhoofd ga ik er vanuit dat het fijn toeven was in de pit. Muzikaal enorm strak en agressief, maar opnieuw kon uw dienaar niet overtuigd worden.
Het optreden van Enter Shikari was nagenoeg een kopie van de avond voordien. Er waren echter twee kleine verschilletjes. Het geluid in de Dommelsch Zaal van de 013 moest de duimen leggen ten opzichte van de avond voordien. Maar eerlijk is eerlijk, dat werd dan weer ruimschoots goed gemaakt door de toewijding waarmee de Nederlandse Enter Shikari-fans zich smeten. Een bomvolle zaal schreeuwde de songs mee alsof het de laatste avond voor de apocalyps was. Het was niet minder dan indrukwekkend om het handgeklap in ‘Sorry You’re Not A Winner’ van vanachter in de zaal te zien en pas vanop een afstand werd duidelijk hoe knap de lichtshow was die de jongens van Enter Shikari bij zich hadden.
Het optreden in 013 was het laatste op het vasteland. Hierna was het de beurt aan het Verenigd Koninkrijk. Het is nu wachten tot het verschijnen van de nieuwe plaat. Eén ding is echter zeker: als Enter Shikari terugkomt om die cd voor te stellen, staat ondergetekende terug in de zaal.



Symphony X, DGM - 24 oktober 2011 - Biebob, Vosselaar

Voor een avondje progressieve metal op niveau mag je ons altijd bellen. Met Symphony X zit je op dat vlak gebeiteld. Het Italiaanse DGM mocht vanavond als supportact fungeren en doen dat niet slecht. Met een overzicht van hun oeuvre tot nu toe, waarbij de nadruk uiteraard op hun laatste plaatjes lag, bewezen ze uit het goede hout gesneden te zijn. De band staat er maar na verloop van tijd wordt het toch duidelijk dat we hier te doen hebben met een kwintet die niet echt zal doorgroeien naar de top van het genre. Maar niet getreurd, na een half uurtje is het tijd voor het echte werk. Russell B Allen kampt vandaag met een klein stemprobleem en neemt zijn plaats achter de coulissen dan ook in op het allerlaatste moment. Als de lichten doven en de eerste tonen van ‘Iconoclast’ ingezet worden wordt je overvallen door de sound. Pinella staat rustig maar geconcentreerd achter zijn keyboards, Lepond basst in een andere wereld en Rullo drumt alsof zijn leven ervan afhangt. Uiteraard zijn de meeste ogen, zoals steeds gericht op gitaarwizard Romeo die de ene verbluffende riedel na de andere uit zijn mouw schudt. Als na een indrukwekkende instrumentale intro Sir Russel B Allen het podium betreedt, de microfoon in aanslag houdt en zijn eerste noten aanslaat kun je een gevoel van gelukzaligheid nauwelijks onderdrukken. Dit is waar metal om draait. Virtuoze instrumentatie, een begeestering die door de zaal vliegt en een zanger om U tegen te zeggen. Ook de zaal voelt dat en gaat dan ook volledig mee in het verhaal die ons vanavond wordt verteld in de vorm van ‘End Of Innocence’, ‘Dehumanized’ en ‘Bastards Of The Machine’. Na ‘Electric Messiah’ wordt er een fenomenaal rustpuntje ingelast door middel van ‘When All Is Lost’ waar niet alleen de instrumentale superioriteit van de band andermaal onderstreept wordt maar ook de zangkwaliteiten van Russell Allen in de spotlight worden gezet. Een fenomenaal nummer dat dan ook op heel wat bijval in de zaal kan rekenen. Met ‘Children Of A Faceless God’ en het krakende duo van ‘Heretic’ en ‘Inferno (Unleash The Fire) belanden we aan het slot van de show mits een sublieme vertolking van ‘Of Sins And Shadows’. Na een eerder lange pauze krijgen we een trio van Symphony X afsluiters onder de vorm van ‘Eve Of Seduction’, het bezwerende ‘Serpent’s Kiss’ en het onvermijdelijk geworden ‘Set The World On Fire (The Lie Of Lies)’. Symphony X blijkt niet langer te groeien als het op aanwas van fans aankomt. Biebob was niet uitverkocht en dat is al jaren zo. Of het de crisis is die ook de live concerten perten begint te spelen weten we niet. Eén ding staat wel vast en dat is dat deze band een pak meer interesse verdient. Helaas hebben wij het niet altijd voor het zeggen.



Pain, Engel - 23 oktober 2011 - Hof Ter Lo, Antwerpen

Het Zweedse Engel had de eer om deze avond te openen. In een zaal die voor een derde gevuld was gooiden de heren er meteen de beuk in maar hun stevige metal ontbeerde aantrekkingskracht en groove. Hier en daar kreeg men we een paar handen op elkaar maar de reactie van het publiek was eerder afwachtend. Zanger Magnus Klavborn heeft een stem die zowel grunts, growls als cleane zang aankan maar in geen enkel onderdeel uitblinkt. Hier en daar zag je dan ook mensen na enkele nummers de bar opzoeken en die konden we geen ongelijk geven. Om half tien doofden de lichten voor een tweede keer en werd een fraai aangekleed podium onthuld nadat de zwarte doeken werden weggehaald die het geheel bedekten. Sobere maar efficiënte belichting, vier grote tv schermen die begeleidende beelden projecteerden en een uitstekend geluid zorgden ervoor dat Peter Tätgren en zijn kornuiten het podium innamen en het publiek meenamen in hun reis doorheen hun muzikale wereld. ‘Let Me Out’, ‘Dancing With The Dead’, ‘Psalms Of Extinction’ en ‘Dirty Woman’ waren het eerste kwartet tracks die de stemming zetten voor de rest van het optreden. De sfeer werd al een heel stuk warmer dan tijdens Engel maar toch sloeg de vlam niet echt helemaal over. Dat zal wel iets te maken hebben gehad met het eerder beperkte publiek want aan de performance van de band was weinig op aan te merken. ‘’Zombie Slam’, ‘End Of The Line’, ‘Suicide Machine’ en vooral ‘Nailed To The Ground’ maakten duidelijk dat we hier niet alleen met getalenteerde muzikanten te maken hebben maar bovendien met een gezelschap die een degelijke song kan componeren. Of wat dacht je van ‘It’s Only Them’, ‘The Great Pretender’, ‘I’m Going In’ en ‘Monkey Business’. Tussendoor vertelde Tätgren ons dat ze de avond ervoor ook nog een nieuwe track hadden geschreven die ze nog om duidelijke redenen nog niet eerder hadden live gespeeld en dat wij nu als proefkonijnen zouden worden gebruikt. De track lag in de lijn van de verwachtingen maar zal nog een beetje schaafwerk vergen om op het niveau van de rest te komen. Na afloop van de track had Tätgren dat ook door en maakte de opmerking dat dit misschien niet het slimste was dat ze die avond al hadden gedaan. Na een korte pauze en het aanvoeren van wat stoelen en een kleine drum werd een leuke versie van ‘Have A Drink On Me’ gespeeld waarna we ons opmaakten voor een spetterende finale waarin Het vierluik ‘Supersonic Bitch’, ‘Feed The Demon’, ‘Same Old Song’ en het onvermijdelijke ‘Shut Your Mouth’ de avond op gepaste wijze afloten. Opmerkelijke verschijning bij Pain was zonder twijfel de zeer enthousiaste en dynamische vervanger van Johan Hisgafvel in de persoon van Clawfinger bassist Andre Skaug die pirouettes maakte alsof zijn leven ervan afhing. Ook vocaal stond hij de rest van de band bij en deed ook dat met een overtuigende vanzelfsprekendheid. Ondanks de magere opkomst toch een avondje klasse muziek.



Firefest - 21,22 en 23 oktober, 2011 - Rock City, Nottingham (UK)

Het Engelse Firefest Festival is al een aantal jaren dé hoogmis voor de liefhebbers van Melodic Rock. Zo kan je dit driedaags festival gerust omschrijven. Je loopt er dan ook liefhebbers tegen het lijf die van over de hele wereld de trip maken om een aantal artiesten te zien die niet je niet cournat tegenkomt in het tourcircuit. Je kan gerust stellen dat de meerderheid van het publiek uit niet-Engelsen bestaat en dat zegt iets over de niche waarin de melodieuze rock zich momenteel bevindt.
Het festival opent bescheiden op vrijdagavond met vier bands. Twee jongere bands, Serpentine en het Zweedse Houston dat de reputatie van AOR sensatie volledig waarmaakt, en twee zangers, Terry Brock (The Sign en Strangeways ) en Jimi Jamisson (ex-Survivor)die zijn rol als headliner totaal waarmaakte. Hij bracht, begeleid door o.a. gitarist Tommy Denander, een mix van Survivor nummers en eigen werk.
Op dag twee stonden zeven acts op het menu: Talon, Vega, Silent Rage, Jeff Paris, W.E.T., Strangeways en Steve Augeri. Deze dag leverde twee uitschieters op. W.E.T., een project met zanger Jeff Scott Soto, speelde op Firefest een allereerste live concert. Ze brachten voornamelijk werk uit hun debuut cd en dit concert mag voor ondergetekende onmiddellijk worden uitgebracht. Tweede hoogtepunt was headliner Steve Augeri Band. De man was een korte tijd actief als zanger van Journey. Het concert werd dan ook een Journey tribute. Alle nummers werden door het publiek dan ook luidkeels meegezongen. Topprestatie.
Op dag drie kregen we opnieuw op zeven groepen geserveerd. Enkele bands kwamen zelfs voor de eerste maal naar Engeland. Volgende namen passeerden de revue : Newman, White Widow, Alien (glansprestatie), Kane Roberts, Mitch Malloy, Coney Hatch en Unruly Child. Alien, een voor mij onbekende Zweedse groep zette een schitterend optreden neer. Ook het uit Canada afkomstige Coney Hatch lieten in de originele bezetting hun klasse zien. Hun platen maakten eventjes furore in de jaren tachtig en ze hebben nog niets van hun kracht verloren. De groep met zanger Carl Dixon kon het publiek meer dan bekoren. Bovenaan de affiche stond Unruly Child. De band met als zangeres Marcie Free (voorheen Mark Free) was speciaal voor dit festival naar Europa gekomen. Hun laatste cd ‘Worlds Collide’ (2010) was voor ondergetekende een van de toppers van dat jaar. De nadruk lag dan ook op werk uit deze cd. Unruly Child bewezen dat zij ook live hun eerder complexe melodic rock nummers konden waarmaken. Nummers als ‘Show Me The Money’ en ‘When Worlds Collide’ zinderen bij mij nog na.
Als besluit kan ik gerust stellen dat dit een schitterend en goed georganiseerd festival is. Blijft voor mij toch de vraag waarom dit festival slechts een 500-tal muziekliefhebbers kan lokken.


Y&T - 28 oktober 2011 - Biebob, Vosselaar

Tjokvol liep de Biebob voor de Amerikaanse hardrockveteranen met boegbeeld zanger/gitarist Dave Meniketti. De laatste jaren is Y&T een welgeziene gast in België en serveren ze steevast goede optredens. Voor mij was het een kennismaking met nieuwe bassist Brad Lang (Planet Zero), hij vervangt de eerder dit jaar overleden Phil Kennemore. Het moet gezegd, Brad is een uitstekende bassist en is prominent aanwezig door zijn enorme beweeglijkheid op het podium. Sommige vinden misschien dat hij wat veel show verkoopt (hij zou niet misstaan naast David Coverdale) maar mij stoort het absoluut niet. Y&T viert dit jaar het dertig jarig bestaan van hun succesalbum ‘Eartshaker’. De tien songs van dit album passeren dan ook allemaal de revue. ‘Dirty Girl’, ‘Rescue Me’, ‘Hurricane’ en ‘I Believe In You’ genieten het meeste erkenning en worden door het publiek warm onthaald. ‘Squeeze’ gezongen door gitarist John Nymann kan eveneens op veel bijval rekenen. Y&T zei bij aanvang dat ze liefst twee uur en half zouden spelen en ze hielden woord. De show omvatte liefst zevenentwintig songs, drumsolo inclusief. Er zijn maar weinig bands zoals Y&T die ook zolang de aandacht kunnen vasthouden, de combinatie van sterke songs en een stel rasmuzikanten doen wonderen. Gelukkig werden er ook nummers van de nieuwe cd ‘Facemelter’ gespeeld. Opener ‘On With The Show’ zet meteen de juiste toon. Het meerstemmig gezongen ‘Shine On’, het stevige ‘Blind Patriot’ kregen ook een plaats in de set. Het werd even stil in de zaal toen het nieuwe en gevoelige nummer ‘If You Want Me’ werd opgedragen aan Phil Kennemore. Naast de handvol nieuwe songs werden de bekende Y&T nummers evenmin vergeten. We kregen sterke versies van ‘Black Tiger’, ‘Dirty Girl’, het luchtige ‘Summertime Girls’ en de ballade ‘Winds Of Change’ te horen. In de bissen werden we nog getrakteerd op ‘Hell Or High Water’ en ‘Forever’. Met een nat T-shirt maar voldaan gevoel keerden we huiswaarts.



Sick Of It All - 29 oktober 2011 - Trix, Antwerpen

Voor de hardcoreliefhebbers waren de laatste dagen van oktober een drukke bedoening. Daags voor deze show konden de fans van het genre hun hart ophalen bij Skarhead en nu was het tijd om één van de hardcorepioniers van New York aan het werk te zien, namelijk Sick Of It All. Maar liefst een kleine zeshonderd man verzamelde zich aan de deuren van muziekcentrum Trix. Al vijventwintiger jaar delen deze New Yorkers de lakens uit in de hardcorescène en dat is een hele prestatie. De Nederlandse formatie All For Nothing mocht de spits afbijten en had er kennelijk zin in. Zangeres Cindy is niet alleen mooi om naar te kijken, zingen/brullen kan deze dame als de beste. De groep geeft live continu het beste van zichzelf, maar het publiek is echter niet van plan om veel te bewegen. All For Nothing brengt ons een leuke set, maar mist het nodige vuurwerk. Waarom een band als Shai Hulud als supportact naar Europa meegekomen is blijft een raadsel. Niet dat de muziek van dit gezelschap slecht is, maar muzikaal past men niet bepaald op de affiche. De strakke (metallic) hardcore van deze Amerikanen kan gelukkig wel op heel wat bijval rekenen. Omstreeks twintig na tien doven opnieuw de zaallichting en is het tijd voor…Sick Of It All of voor de vrienden S.O.I.A. De spanning is onmiddellijk voelbaar en nog voor dat de bandleden op het podium verschijnen, ziet de sfeer er goed in. Alvorens de instrumenten ingeplugd worden krijgen we, op een groot wit doek, een diavoorstelling te zien met fotomateriaal uit de oude doos. Het startschot voor een nostalgische avond is gegeven. De bandleden begroeten ons bij aanvang hartelijk en de eerste noten van “It’s Clobberin’ Time” knallen voluit door de PA. De aanwezigen gaan compleet uit de bol en aan enthousiasme is geen gebrek. Integendeel. Bij het derde nummer smakt een dolgedraaide fan tegen bassist Craig, die vast komt te zitten tussen zijn basgitaar, toeschouwer en de kabel van zijn versterker. Dit tot groot ongenoegen van de muzikant. Even later bedankt hij iedereen voor hun enthousiasme, maar vraagt ook om respect te hebben voor zijn basgitaar en materiaal. Deze oude rotten zijn gelukkig professioneel genoeg om dit ongelukkige voorval naast zich neer te leggen en gaan vastberaden door met het afwerken van hun set. Frontman Lou en broertje Pete Koller verkeren, na al die jaren, nog altijd in topvorm en rennen als een gek over het podium. Bij het horen van songs als “Built To Last”, “World Full of Hate”, “Us vs. Them” en “Scratch The Surface” is iedereen door het dolle heen en het laat zich al raden: Antwerpen staat op zijn kop! Stilzitten is er niet meer bij. We voelden ons weer even tieners en is dat nu net niet de magie van muziek? Wie na vijfentwintig jaar nog met zoveel overtuiging zijn nummers en boodschap verkondigt, daar kan je alleen maar een diepe buiging voor maken. Na een set van liefst vijfentwintig songs (heb je hem?) vertrekt de groep onder luid applaus en met (terecht) opgeheven hoofd richting backstage. De klus zit er, voor vanavond, op. Wat de toekomst voor Sick Of It All nog in petto heeft weet niemand, maar deze memorabele show nemen ze ons nooit meer af. Sick Of It All kwam, zag en overwon. Voor de zoveelste keer op rij.



Skarhead, Foundation, Not Afraid, Blindside, Expire - 28 oktober 2011 - JOC Tjok, Hove

Het is wat. Probeert een mens eens op tijd te komen en dan sta je voor een gesloten deur. Ja, het is ons die bewuste avond overkomen. En of we er konden om lachen…ik dacht het niet! Normaal stond deze show gepland in ‘t Lintfabrik, maar moest noodgedwongen naar een andere locatie verplaatst worden. De reden van deze vervelende situatie lag niet bij concertorganisator Heartbreak Tunes en was niet te voorspellen, laat staan verhinderen. Jeugdhuis Tjok bood hulp, zo dat dit hardcorefeestje toch nog een succes werd. Door de plotse verhuizing moesten heel wat bands hun set inkorten, maar beter dat dan geen show. Maar liefst vier voorprogramma’s stonden er op het menu en dat is misschien toch iets te veel van het goede. Expire mocht deze avond opgang te trekken en deed dit behoorlijk. Het publiek was duidelijk nog niet opgewarmd, want veel feedback kregen deze Amerikanen niet. Of lag dit aan de ongeïnteresseerde houding van de zanger? Na vijf nummers trekt de band de stekker uit het stopcontact. De Belgen van Blindside en Not Afraid hadden reden om te feesten, want beiden hadden ze zopas hun eerste 7” ep uitgebracht. Over Blindside kunnen we kort zijn: deze band schotelde ons een voorgekauwde portie NYHC voor. Muzikaal zat het wel snor, maar het gepreek over hoe echt ze wel zijn klinkt uit de mond van een stel twintigers zeer cliché. Not Afraid heeft een meer volwassen sound en scoort daarmee beter bij het publiek. De eerste verrassing van de avond is Foundation. Vorige maand bracht deze band al een schitterende plaat uit en ook op podium komt hun strakke en harde sound tot zijn recht. De gebaalde vuisten gaan de lucht in en de zanger van dit gezelschap schreeuwt de longen uit zijn lijf. Zo hoort hardcore te klinken. Het geluid dat uit de PA galmt, knalt de pannen van het dak. Het gaat er zelfs zo wild aan toe dat de drummer van Foundation door zijn base drum trapt. Het is al laat in de avond waren de straatschoffies van Skarhead het podium opstormen. Naast de verschijning van Lord Ezec, deze man aan het werk zien is een belevenis apart, zagen we een oude bekende op drums, namelijk ex-Deviate-drummer en platenbaas Laurens Kusters. Dat deze sympathieke Belg zijn kunsten nog prima beheerst werd snel duidelijk. Het leuke aan een band als Skarhead is dat deze heren nog geen haar verandert zijn. Nog steeds zijn ze in staat om ons op een wild feestje te trakteren. Skarhead gaat van start met de klassieker “Kings At Crime” en meteen is de toon gezet. Frontman Lord Ezec laat zich als vanouds bijstaan door een tweede zanger, een formule die voor heel wat grappige momenten en interactie zorgt. Met de volumeknop op elf werkt Skarhead zich door hun set. Elk album krijgt aandacht en de handjes gaan vrolijk op elkaar. Een geslaagd optreden. Voor een degelijke hardcoreshow ben je bij Skarhead altijd aan het juiste adres en dat was nu niet anders…en volgend jaar brengen deze heren gewoon weer een nieuwe plaat uit.



Heidenfest met Finntroll, Turisas, Alestorm, Arkona, TrollFest, Skálmöld - 16 oktober 2011 - Trix, Antwerpen

Het succes van Heidenfest, het kleine broertje van Paganfest, gaat eveneens in stijgende lijn. Vonden de eerste edities nog plaats in de Biebob, vandaag kon de organisatie toch nog net het bordje uitverkocht ophangen in de grote Trix-zaal. Dat betekent dat het er letterlijk al zwart ziet van het volk wanneer we rond vijf uur arriveren. Gewapend met de obligate drinkhoorns, nepzwaarden en ja, zelfs een plastieken gummiboot, kan het voornamelijk jeugdige publiek om kwart na zes aan een uitzinnig feest beginnen.
Datzelfde feestje heeft geen opwarming nodig: vanaf Skálmöld het podium betreedt gaat het dak eraf. Nooit zagen we een openingsact op zulk gejuich onthaald worden. De zes Vikingen uit IJsland zijn dan ook niet de eerste de beste: hun pas verschenen debuut ‘Baldur’ sloeg in als een bom, ook bij ondergetekende. Vanaf de intro ‘Heima’ weerklinkt, met zijn beklijvende Ásatrú-gezangen, hangt er magie in de lucht. Wanneer de band naadloos overgaat in ‘Aras’ zien we enkel verrukte gezichten. De heren ogen een tikkeltje excentriek: bassist Snæbjörn en gitarist Björgvin met strenge bril, toetsenman Gunnar met patente hanenkam. Kortom, not your nextdoor neighbours. Het geluid zit gelukkig meteen goed, zodat zowel de overrompelende furie als de ingetogen passages helder in de mix staan. Met ‘Hefnd’ vervolgt de band zijn (gewonnen) veldslag. De vocale bijdrage van Solstafir’s Adalbjörn wordt netjes overgenomen door gitarist Baldur. Maar ook de heidense samenzang naar Týr-model in ‘Valhöll’ wordt vlekkeloos vertolkt. Het lijdt geen twijfel: deze gasten kunnen het ook live waarmaken. Ze zijn zelf nog wat verbaasd over dit warme, neen, oververhitte onthaal, maar gaan onverstoord verder met het opruiende ‘Upprisa’. Wanneer ze als besluit het aanstekelijke ‘Kvaðning’ op de massa afvuren, kan dit optreden niet meer stuk. In de zaal ontstaan verwoede rondedansjes tijdens het aanstekelijke folkfragment en de handen gaan de lucht in. We waren getuige van een welgesmaakte Blitzkrieg. Binnen afzienbare tijd is Skálmöld headliner!
Arkona kon het daarna moeilijk krijgen, maar zette enkele pientere troeven in: meer aankleding van het podium (een uit de kluiten gewassen ‘dierenskull’ stond vooraan) en voor het eerst een extra man voor tal van folkinstrumenten (doedelzak, fluit). Zeker een verbetering. Masha stormt dan ook als een bezetene het podium op en de band weet ons ditmaal live te overtuigen. Slavische zang wordt afgewisseld door de rauwe krijs van onze frêle frontdame en wanneer het heftige ‘Arkaim’ aan bod komt geeft ook het publiek zich gewonnen. Vaste prik in de set zijn het geheimzinnige ‘Zakliatie’ en ‘Goi Rode Goi’, maar ook het nieuwe ‘Slovo’ wordt enthousiast onthaald. De temperatuur in de zaal stijgt en wanneer de Russische folkies met twee huppelende folkdeunen (‘Stenka Na Stenku’ en ‘Yarilo’) besluiten brengen ze heel wat leven in de brouwerij. Missie volbracht…
Met TrollFest is het lachen geblazen. Zanger Trollhammeren komt op in een strak bierflespak (inclusief kroonkurk) en vanaf ‘Trollkamp’ ligt het publiek in een deuk. De Noorse trollen hebben naast het gebruikelijke rockinstrumentarium ook een accordeonist en trompettist in de bezetting. Muzikaal stelt het weinig voor – rommelig en bovendien een vrij slecht geluid – maar qua amusementswaarde scoren ‘Brakebein’, ‘Villanden’ en ‘Der Jegermeister’ hoog. Het feest in de zaal viel in elk geval niet stil, integendeel.
Waar het piratenschip van Alestorm aanmeert, daar wordt een uitzinnig feestje gebouwd. Dat hebben we geweten. Vanaf het nieuwe ‘Back Through Time’ tot het bisnummer ‘Keelhauled’ dient de security flink de handen uit de mouwen te steken om de constante stroom crowdsurfers veilig op te vangen. De band is intussen al wat gewend, maar geniet duidelijk nog met volle teugen van elke zaal die ze op zijn kop kunnen zetten. En dan doen ze, met een niet aflatende reeks hits zoals ‘Shipwrecked’, ‘Wenches & Mead’, ‘Captain Morgan’s Revenge’ en het nieuwere zuiplied ‘The Sunk ’n Norwegian’ waarbij een fles rum aangesproken wordt. Zanger Christopher Bowes mompelt dat we allemaal alcoholisten zijn en neemt een flinke teug. Zijn taak wordt tijdens deze tournee wat minder zwaar gemaakt door een extra toetsenist. Wanneer Chris grijnzend meldt: ‘One more drink’ brult heel de zaal mee. Een piano-intermezzo (met een nette introductie van de extra man) is de voorbode van ‘Wolves Of The Sea’ met een zee aan tuimelende fans. Zij worden warempel ontroerd wanneer Chris een pluchen beertje toont dat hij zonet van een fan kreeg: ‘This is the emo moment’. Dat geloven we graag. Wij waren bijzonder in onze nopjes toen Alestorm ook ‘Death Throes Of The Terrorsquid’ live bleek te brengen. Deze song heeft onvervalste black metalinvloeden en om het plaatje compleet te maken nam Finntroll-zanger Vreth de honneurs waar voor de ijselijke screams. Hulde! Onnodig te zeggen dat tijdens het bisnummer ‘Keelhauled’ de zaal zowat afgebroken werd. Alestorm blijft stormenderhand terrein winnen, zoveel is zeker.
Van de Schotse piraten naar symfonische, epische metal, onder leiding van het Finse Turisas. Daar wordt door de aard van het beestje wat minder hysterisch op gereageerd, net als bij Finntroll trouwens, maar door enkel en alleen maar kaskrakers te spelen overtuigt Turisas ook de twijfelaars met een bijzonder sterke set. Overdadig besmeurd met rood/zwarte warpaint en vol zelfvertrouwen zet Turisas na de intro ‘The March Of The Varangian Guard’ in; tevens de opener van het laatste album ‘Stand Up And Fight’. ‘One More’ staat vroeg in de set, zodat zanger Matthias ‘Warlord’ al vlug een Belgisch biertje kan heffen op de succesvolle avond. De band heeft het de voorbije maanden niet gemakkelijk gehad. Netta Skog (accordeon) en bassist Hannes Norma besloten om de band te verlaten. Zij werden vervangen door Jukka Pekka Miettinen (ex-Ensiferum) en, eindelijk nog eens een keyboardspeler, Robert Engstrand. Ondanks een paar nieuwe gezichten op het podium loopt alles gesmeerd en uiteindelijk zijn het vooral zanger Warlord Nygård en violist Olli Vänskä die de meeste aandacht trekken. We blijven nog even bij nieuw werk met ‘The Great Escape’ en ‘Stand Up And Fight’, maar daarna neemt men een fikse duik in het verleden. Het dansbare ‘Sahti-Waari’ (uit het debuut) ontketent een ware moshpit. ‘To Holmgard And Beyond’ blijft één van de beste songs dat de band ooit schreef en mag dus niet ontbreken. Na ‘Take The Day’ gaat men in ijltempo over in de Boney M-cover ‘Rasputin’, een song die op gejuich onthaald wordt en uit volle borst meegezongen. Even verdwijnt men van het podium, maar de populairste strijdhymne wordt ons niet ontzegd. Wilde taferelen tijdens het onvolprezen ‘Battle Metal’ zijn het gevolg.
Het is een lange dag, maar gelukkig blijft er nog volk genoeg over om ook Finntroll aan het werk te zien. Na het verschijnen van ‘Nifelvind’ deden de Finse trollen al meermaals ons land aan en de setlist was met o.a. ‘Nattfödd’, ‘Nedgång’ en het prachtige ‘Solsagan’ dan ook geen verrassing. Al was aanvangen met ‘Människopesten’ en ‘Kitteldags’ dan weer net iets anders. We konden enkel vaststellen dat de band de kilt eens een keer aan de haak had laten hangen en Vreth steeds beter wordt als frontman. Met zijn blauwgekleurde vlechtjes had de massieve beer Tundra (bas) zich een excentrieke look aangemeten en achter de toetsen vonden we – zoals altijd – Aleksi Virta in plaats van componist Henri Sorvali. Naast ‘Midnattens Widunder’ en het onvermijdelijke ‘Trollhammaren’ had men echter toch nog enkele verrassingen in petto, namelijk de Oingo Bongo cover ‘Insects’ en de Metallica-cover ‘The God That Failed’ met de goedlachse gitarist Dani Evans van Alestorm mee op het podium. Het stokoude ‘Rivfader’ sloot de set af, maar er volgde nog een hectische versie van het alom bekende ‘Jaktens Tid’ waarbij Masha ‘Scream’ (Arkona) haar bijnaam nog even alle eer aandeed. Al bij al viel er dus ruim genoeg te genieten bij Finntroll. We keerden dan ook tevreden huiswaarts na dit uitgebreide aanbod pagan metal van divers allooi.



Alcatraz Metal Festival – Meet & Greet met Helloween

Geen signeersessie voor Helloween, maar de band wil in de plaats wel aan een Meet & Greet meewerken. Vijf fans kunnen de band backstage ontmoeten. Kom op 27 augustus naar de Rock Tribune stand voor meer info!

Alcatraz Metal Festival – Signeersessies

Geen Alcatraz festival zonder signeersessies en we zijn blij te kunnen melden dat onderstaande bands toegezegd hebben. We hebben er ook al even de uren bij vermeld. Deze info staat ook in de festivalgids die u GRATIS aan de hoofdingang kan bekomen.

13.30h-14.00h: COMMUNIC
15.05h-15.30h: ANACRUSIS
15.30h-15.55h: HELSTAR
16.55h-17.25h: U.D.O.
17.25h-17.55h: FORBIDDEN & DEATH ANGEL
18.55h-19.25h: VICIOUS RUMORS
22.00h-22.30h: WHERE ANGELS SUFFER


Winnaar - Alcatraz Metal Festival VIP arrangement

Weet je nog, de nieuwsbrief/Rock Tribune van vorige maand waarin we melding maakten omtrent een wedstrijd voor het winnen van een ALCATRAZ VIP arrangement?
Wij hebben het alleszins geweten! De reacties op de wedstrijd waren, op de Graspop Boozebags na, nooit eerder zo massaal. Het is bijna met pijn in het hart dat we zo veel mensen moeten ontgoochelen, maar er kan er maar eentje de winnaar zijn. De gelukkige is geworden: INGE BLOCK uit DEURNE

Zij (+ vriend/in) kan genieten van:
• Twee ingangstickets
• Overnachting - inclusief ontbijt - in het Holiday Inn Hotel Gent Expo (****)
• 2 x 5 drankjettons
• Festival T-shirt
• Backstage/VIP toegang (inclusief menu)

Nogmaals proficiat Inge and have fun!


Alcatraz Metal Festival – Stop de persen! – Forbidden & Communic wel naar Deinze!

Slecht nieuws bereikte onze organisatie. Forbidden zou wegens interne strubbelingen de hele Europese tour afgelasten. Da’s een tegenvaller! Zeker als het nieuws je pas bereikt zo’n dikke week voor het festival van start gaat. Nu, Alcatraz Concerts zou Alcatraz Concerts niet zijn als het hiervoor geen oplossing zou zoeken. Zo kunnen we bevestigen dat Forbidden wel degelijk naar Deinze komt en dat met de legendarische GENE HOGLAN als drummer.
De rest van de tour wordt tot nader order verschoven naar een latere datum.

Statement van Forbidden:

This is the most painful update I have ever had to write...
Due to family obligations on the part of our longtime drummer, Mark Hernandez, Forbidden is forced to cancel it's tour of Europe and will start to search for an adequate permanent replacement right away. Compounding things is the fact that Mark and I also play in Demonica, who were to open the tour. Unfortunately, at this late date, there is no time nor budget to find a replacement who can handle both bands and our only option right now is to cancel the entire tour.

Forbidden would like to apologize to all of the different promoters, Continental Concerts, the bands Communic and Demonica, our label Nuclear Blast and most importantly our fans who have been waiting for us to finally make it overseas for our first proper European tour in support of Omega Wave. You all deserve better. This is a collective kick to every ones stomach and it is very difficult for us to swallow. If there were any way to find one drummer to do both jobs and learn over 22 songs of material in only a couple of days, we would do it.
But there is no way to teach somebody all of that material from the ground up and give the fans our very best. Our first choice was longtime Brother, Gene Hoglan, and since Gene is very familiar with our current set list, this makes the most sense.

However, he only has a very small window to work with and no time to commit to an entire tour.
But he did agree to fly out to Belgium with us so that Forbidden can play the Alcatraz Festival on August 27th!
That works out to be the only days that work within Gene's busy schedule and it also allows us to get in front of as many fans as possible for one show.

In no way does this make up for all of the other gigs we will miss. They MUST be rescheduled for the future!
Unfortunately, that future will have to be without Mark Hernandez. He has played for the last time with Forbidden and we will be looking for the right replacement as soon as the dust settles. Obviously it takes a great player to play drums in Forbidden. We will only accept the best! We all love Mark and hope he finds peace and serenity in his future with his family. In the meantime we will continue and take the momentum we have gained from Omega Wave and use it as fuel for the next record and beyond!

Looking forward, not back....
Craig Locicero and Forbidden



Ook Communic, de Noorse band die als support van Forbidden zou meetrekken op de geplande toer ziet zich door dit voorval genoodzaakt thuis te blijven. Nu, ook daar hebben we een oplossing voor gezocht en hierbij bevestigen we dat ook deze band in Deinze aanwezig zal zijn.


Helstar met old-school set



Helstar is een graag geziene gast bij Alcatraz. Zo graag gezien dat mensen ons soms vragen of we James Rivera ten huize Alcatraz in een kist opgeborgen houden. Dat moeten we ontkennen, maar wel is het zo dat we James en co een warm hart toedragen vanwege hun sterke muziek, maar ook vanwege hun ijver en enthousiasme. Met datzelfde enthousiasme liet de sympathieke zanger ons weten dat hij met zijn boys een set zal brengen op Alcatraz, enkel bestaande uit songs van de eerste vier platen. We zeiden het al eerder; jij wil het old-school? Op Alcatraz Festival krijg je het old-school!


After All met Special Guest

Bij de mannen van After All broeit er wat. De band werkt momenteel aan een nieuw album en als we gitarist Dries Van Damme mogen geloven wordt het een knaller die bovendien bij een ‘groot’ label zal worden uitgebracht. Benieuwd! Wie al even wil proeven van die nieuwe plaat kan op onze luisterpaal luisteren naar een exclusieve nagelnieuwe track. Maar er is meer. Op Alcatraz Festival zal After All optreden met een special guest en het zou geen special guest zijn mochten we deze nu al aankondigen. Een feit is, After All gaat de Belgische Thrash-scène nog eens in een speciaal daglicht plaatsen op 27 augustus.


Death Angel - Enig optreden in België in 2011

Mensen die al in paniek waren dat Death Angel niet zou komen (ze lieten immers weten door omstandigheden niet deel te nemen aan de Neckbreakers Ball-Tour, later op het jaar) kunnen we gerust stellen. Death Angel komt wel naar Deinze en het ziet er dus naar uit dat dit ook het enige optreden in België wordt dit jaar voor de vijf thrashers uit San Francisco. Death Angel werkt momenteel aan een heuse Rockumentary en de band liet inmiddels weten dat mogelijk ook opnames van op Alcatraz Festival zullen gebruikt worden. Voor de (Belgische) fans een niet te versmaden extraatje.


The Rott Childs - 9 juli 2011 - DOK, Gent

Een gezellige zomeravond op een leuke locatie in Gent, de Oude Dokken gelegen aan de Koopvaardijlaan. Er zijn plannen om deze wat verwaarloosde buurt terug leven in te blazen en hoe kan je dat beter doen dan met allerhande initiatieven te organiseren. Eén ervan is beginnende groepen een kans geven om op te treden. Dat gebeurt in de DOKkantine, waarbij een afgesloten gedeelte van het complex ingericht is als café met buitenterras. Het Limburgse viertal The Rott Childs kwam er zaterdagavond zijn eerste cd, ‘Riches Will Come Thy Way – A Musical’ voorstellen. Een halfuurtje later dan voorzien begon het kwartet aan zijn set. De opkomst was aan de lage kant, maar dat belette de heren niet om flink van jetje te geven. Oorverdovend luid ging men te keer en een spervuur van georkestreerde chaos was je deel. Een foute intro, een technisch mankementje, niets kon het viertal uit zijn lood slaan. Opmerkelijk hoe men met speels gemak de songs er door jaste. Ik denk dat ze toch een paar extra repetities hadden ingelast vooraleer af te zakken naar Gent. Beste uitvoering waren splijtende versies van ‘Secret Handshake’, ‘Currency’ en ‘People vs Megiddo’. Na ongeveer een half uur was het afgelopen. Veel te kort en te snel voorbij, een indruk die na afloop ook de muzikanten hadden. Volgende keer als ze naar Gent afzakken willen we The Rottchilds zien in een grotere zaal en moeten ze minstens een uur lang spelen.



Black Country Communion - 9 juli 2011 - Rivierenhof, Deurne (B)

Supergroepen, ze houden zelden stand … Deze bestaat uit Glenn Hughes (ex-Trapeze, ex-Deep Purple en ex-zichzelf), Joe Bonamassa (modern blueswonder), Jason Bonham (ex-UFO, ex-Foreigner, ex-zichzelf en zoon van…) en Derek Sherinian (ex-Alice Cooper, ex-Dream Theater) en het werkt! Wie dezer dagen een festival bezoekt, maakt veel kans om ze aan het werk te zien, maar vanavond staan ze als enige groep geprogrammeerd en dat wordt smullen. Vanaf de eerste noten wordt duidelijk dat we hier niet met de eerste de beste band te maken hebben. Hughes lijkt wel eeuwig jong en bedrijft de aartsmoeilijke combinatie van zang en bas op een meesterlijke manier. Bonamassa lijkt in tegenstelling tot wat ik verwachtte een tenger mannetje dat vanonder zijn petje de meest accurate gitaarlijnen tovert die ik sinds lang heb gehoord. Bonham lijkt soepelheid en swing gevonden te hebben en heeft het opjagend ritme waaraan hij zich in vorige bands wel eens bezondigde verleerd. In plaats daarvan komt is een ritmische ondersteuning gekomen die tegelijk complex, interactief en uiterst functioneel is, wat er uiteindelijk voor zorgt dat hij een soepel klinkende ritmische basis legt voor de drie andere supermuzikanten. Sherinian weeft op de eerste plaats een onderliggend klanktapijt van keyboards en een authentieke Hammond (inclusief Leslie speaker), waarop de anderen hun strakke en perfect getimede muzikale exploten kunnen botvieren. BCC heeft in één jaar tijd twee prima full cd’s afgeleverd en plukt gretig uit het ganse repertoire dat bol staat van potente nummers. Muzikaal leunt de groep aan bij het rijke verleden van de classic rock en dienen zich spontaan associaties aan met Deep Purple, Led Zeppelin, The Free en recenter Thunder, zonder dat je de indruk krijgt met banale doorslagen te maken te hebben. De uitvoeringen zijn stuk voor stuk subliem te noemen. Het geluid is niet te hard, maar heeft wel voldoende body om het goed gevulde openluchttheater op stelten te zetten. Het samenspel van de groep is zonder meer verbluffend en het gitaarspel van Bonamassa combineert precisie en gevoel op een manier die je zelden te horen krijgt. Hughes zingt nog steeds fantastisch en mist geen noot. De groep heeft er duidelijk zin in en dat slaat over op het publiek. Een staande ovatie valt hen te deel en als laatste toemaat volgt een vlammende uitvoering van de Deep Purple klassieker ‘Burn’, een nummer dat onlosmakelijk verbonden is met Hughes. Superlatieven schieten tekort om dit bijna twee uur durende concert te beschrijven.


Sjock Festival - 8, 9 en 10 juli 2011 - Gierle

“Your rock & roll highlight of the year”: dat klonk in elk geval veelbelovend en ze hebben het waargemaakt! Stuk voor stuk goede bands met allen een hoog rock & roll gehalte. Het was onze eerste keer op Sjock aangezien we andere jaren steeds in het buitenland vertoefden, maar het loonde zeker de moeite om de reis even uit te stellen tot na Sjock!
Op vrijdagavond stroomden de festivalgangers toe op het terrein in Gierle dat bovendien heel mooi gelegen is in een prachtige bosrijke omgeving in de Kempen. Er was mogelijkheid tot kamperen en daar werd dan ook gretig gebruik van gemaakt. Op vrijdagavond waren er drie bands gepland in de ”Titty Twister” een grote tent naast het plein met het hoofdpodium. Voor “Kitty in a Casket” waren we net te laat, maar we hebben gelukkig nog het grootste gedeelte van het optreden van de Ierse groep “Spellbound” gezien en het was één van de beste die we al gezien hadden van hen. Hun nieuwe CD “Stir it up” is zeker een aanrader voor psychobillyfans; we hadden een kort gesprek met de gitarist en de drummer en zij vonden de sfeer op het Sjockfestival veel beter dan op de Psychobilly Meeting in Pineda De Mar in Spanje waar ze de avond voordien hadden gespeeld voor een minder enthousiast publiek. En net een goede interactie tussen het publiek en de band is bepalend voor een goed optreden en dat was het zeker! De zanger nodigde zelfs het ganse publiek uit “for a cup of tea and a sandwich” bij hem thuis.
De hoofdgroep die avond was de “Guana Batz”; een stevige psychobillyband die af en toe ook een hoog rockabilly gehalte heeft en al enkele decennia mee gaat. En hun optreden was super : eerst en vooral een unicum omdat ze niet veel in België spelen maar ook omdat ze één van de gangmakers zijn in de psychobillymuziek samen met o.a. “Krewmen”, ” Meteors”, “Batmobile” en “King Kurt”,… En ze dus een rijk repertoire van bekendere songs in dit genre kunnen brengen. We hadden wel wat nieuwe nummers verwacht, maar hebben ze spijtig genoeg niet gekregen. In de Backstage hadden we een interview met de zanger Pip Hancox het enige originele lid van de groep. We hadden het even over de nieuwe psychobilly groepen die naar zijn mening veel te hard en te snel willen spelen waardoor de kwaliteit van de liedjes naar beneden gaat. Pip is een sympathiek man en vond het zeker de moeite om op Sjock te spelen! Ze vertrokken onmiddellijk terug naar London voor een volgend concert. Festivaldag één was geslaagd.
Dag twee : een programma met maar liefst 16 bands: waarvan 7 op het hoofdpodium “Wreckers Stage”. Onmogelijk om ze alle één voor één te bespreken maar wat we wel kunnen zeggen is dat elke band een plaats verdiende op dit rockfestival. De groepen die bij ons het meest in het oog sprongen waren in de eerste plaats die met een contrabasspeler. Het geeft toch dat extra basgeluid, ook dikwijls in combinatie met een drumstel. De hoogtepunten waren zeker de groepen in de Titty Twister die naar ons mening ook zeker een plaatsje op het hoofdpodium zouden verdienen. “The Cheaterslicks” waren zeer goed; pure rockabilly en ze kregen het publiek op de dansvloer. Ook “The Four Slicks” was voor ons een band om zeker te onthouden met eerder een punksound. “ .357String Band” ook enorm sterk met een snel countrygeluid.
De headliner “The Legendary Shack Shakers” speelde vroeger op de avond dan voorzien en was subliem. De energieke zanger kwam verrassend uit de hoek met zijn mondharmonica en zijn toch wel eigen sound. Dikwijls ook met speciale geluidseffecten zoals af en toe een mitrailettegeluid geproduceerd door de contrabas en de basdrum. Gelijk hadden ze om hen een tweede maal te boeken op Sjock. Met “The BossHoss” als afsluiter was het feestje compleet.
Dag drie en een paar walletjes onder ons ogen: maar opnieuw zeker en vast de moeite. “Voodoo Swing” zette het feest in gang in de “Titty Twister” met een heel sterke bassist met Indiaanse roots en nummers met een leuke gitaarrif. Ook “Miss Mary Ann & the Ragtime Wranglers” was sterk en deze lieve Nederlandse vrouw met haar mooie stem had duidelijk succes bij het mannelijk publiek. “The Sore Losers” en “Guitar Wolf” waren minder ons ding, maar hadden toch een enthousiast publiek. “Nashville Pussy” bracht stevige rock met zwaar gitaargeweld door de blonde rondborstige vrouw van de zanger; moeilijk om stil te blijven staan en een wervelende show. De zanger was vol lof over Sjock dat naar zijn mening het beste festival is waar hij mag optreden. Tenslotte zagen we nog twee groepen in de Titty Twister maar zeker niet de minste: “Carl and the Rhythm All Stars” een Frans –Portugese “primitive” rockabillyband met die avond een Belgische contrabasspeler Guy De Caluwé (“Lawen Stark & the Slide Boppers”) uit Stekene. Hij heeft alvast uitstekend gespeeld en kreeg dan ook complimenten van de andere bandleden. En als afsluiter, last but not least, een jonge dynamische Rockabillyband uit Londen “The Ceazars” . Ondanks onze pijnlijke voeten kregen ze ons toch weer aan het dansen en ze konden het publiek helemaal opzwepen met hun stevige nummers en hun jeugdig enthousiasme. Hier zullen we zeker nog van horen! “Danko Jones” hoorden we toen we onderweg waren naar de auto en ook “Union Avenue” hebben we gemist, maar die zullen ook beiden de pannen van het dak gespeeld hebben!
We zijn vol lof over de groepen op Sjock maar zeker mogen we ook niet vergeten dat de sfeer op dit festival bijdraagt tot een voldaan gevoel: al de medewerkers , de securitymensen, allemaal één voor één vriendelijke mensen. Ook het plein met de standjes met kledij, piercings, platen en cd’s werd druk bezocht en was een plaats om gezellig een babbeltje te doen met andere rock & roll liefhebbers. Een dikke pluim ook voor de mensen van de sanitaire ruimtes: we zagen er niet op tegen om naar het toilet te gaan!
Ook het feit dat dit een nog eerder kleinschalig festival is, maakt het speciaal en dat zou eigenlijk zo moeten blijven. Beter klein en memorabel dan groot en commercieel! Bovendien is dit een zeer goedkoop festival: in voorverkoop geraak je al voor 50,0 euro binnen voor het ganse weekend!
Het enige puntje van kritiek is toch wel de met zand gevulde lucht in de Titty Twister. We keken nogal vreemd op toen we onze neus snoten na de optredens; we waren zeker niet de enigen en dit kan misschien wel op te lossen zijn; misschien een tip voor volgend jaar.
See ya next year!!



Channel Zero, 15 Reasons - 29 juni 2011 - Biebob, Vosselaar

Het avondje Channel Zero begon met … 15 Reasons, een voor mij volstrekt onbekende metalband. De heren hadden de ondankbare taak te openen op deze avond maar zetten niettegenstaande hun beste beentje voor. De nogal vlakke metal kon mij echter zelden bekoren en de zanger doet er beter aan niet al te hoog uit te halen. Mijn nekharen konden het gepiep in die hogere sferen niet echt appreciëren.
Voor Channel Zero was de kop met hun eerder (onverwachts) optreden op GMM er duidelijk al af. De heren kwamen ongedwongen en ontspannen het podium op gehuppeld en hadden er duidelijk zin in. De set bestond uit twee delen met een pauze tussen. Het eerste deel, dit was per slot van rekening een cd-voorstelling, bestond uit alleen maar songs van de nieuwe plaat ‘Feed ‘Em With A Brick’. En het was meteen duidelijk dat een groot deel van het publiek die plaat al goed kende want er werd meegebruld dat het een lieve lust was en de pit was zelden rustig. Na de pauze trakteerde de band ons dan op een allegaartje van songs waaronder al de gekendere, uiteraard. 'Fool’s Parade', 'Help', 'Suck My Energy' en al het ander fraais passeerden de revue. De band speelde zeker niet foutloos, af en toe ging er al eens iets de mist in maar dat maakte dit optreden net dat beetje speciaal. En het publiek waardeerde duidelijk de eerlijkheid van de band. Dit vertaalde zich in ellenlange files aan de merchandise-stand eens de band post had gevat om persoonlijk hun materiaal te verkopen en handtekeningen uit te delen. Fijn avondje met een uiterst sympathieke band.

Michael Bolton - 26 juni 2011 - Koningin Elisabeth Zaal

Michael Bolton is in Amerika een superster die zich vanuit de hardrock en AOR heeft opgewerkt tot een mainstream artiest met eigen nummers, maar vooral groot is geworden door zijn geheel eigen vertolkingen van standards en nummers uit wat men kan noemen ‘The American Songbook’. Bolton klinkt als een blanke versie van Ray Charles, maar kiest voor een breed repertoire dat gaat van big band jazz tot AOR en van klassiek tot blues. Alles wordt echter in een gestroomlijnd jasje gestopt waardoor hij vandaag vooral appelleert op een publiek van een wat rijpere leeftijd. In de slechts voor de helft gevulde zaal zitten opvallend veel opgetutte en modieus geklede dames en tijdens het concert zullen zij niet nalaten om hun bewondering voor Michael te tonen. Tijdens het ruim anderhalf uur durend concert dat wordt gebracht met een zevenkoppige band hebben de covers de overhand, maar Bolton heeft zo’n eigenheid als vertolker dat hij de nummers toch weer boeiend tot leven weet te brengen. Het concert begint met een song uit zijn nieuwe cd en vervolgt dan met een aantal rustige nummers waaronder ‘To Love Somebody’ en ‘The Dock Of The Bay’. Dat hij nog kan rocken bewijst hij met ‘How Can We Be Lovers’ en ‘Time, Love and Tenderness’. Ook bluesy en jazzy nummers passeren de revue met onder andere ‘Sweet Home Chicago’ en ‘ That’s Life’. Bolton heeft ook gewerkt met Luciano Pavarotti en dat hij ook dat aankan bewijst hij met een aria van Puccini, wat op een staande ovatie wordt onthaald. Een speciale vermelding verdient zijn vertolking van het toch zowat platgespeelde ‘Summertime’ van Gershwin. Zijn interpretatie in combinatie met het arrangement van de band, maakt het nummer weer fris. Hetzelfde doet hij met het al even uitgemolken ‘Georgia On My MInd’. Wanneer hij voor ‘When A Man Loves A Woman’ in de zaal komt, is het kot te klein, maar hij weet subtiel om te gaan met de avances van zijn vrouwelijke fans. Hij heeft ook zelf een aantal kanjers van hits geschreven en het publiek genoot mateloos van zijn ‘How Am I Supposed To Live Without You’. Bolton heeft een onderkoelde vorm van humor en dat maakt dat ook de overgangen tussen zijn nummers de aandacht vast houden. Met rock heeft het niet veel meer van doen, maar Bolton is in elk geval nog steeds een schitterende zanger en wordt daarbij ondersteund door prima muzikanten met af en toe een glansrol voor saxofonist Michael Lington. Wellicht hoort hij tegenwoordig meer thuis in Las Vegas dan in een rocktent, maar als je even de oogkleppen laat vallen dan is dit best te pruimen. Ik heb me althans geen seconde verveeld en dat lag niet aan de dames in de zaal.


Down, Duff McKagan’s Loaded - 14 juni 2011 - Ancienne Belgique, Brussel

Voor de jeugdige fans was deze datum, midden in de examens, niet onmiddellijk ideaal gekozen. Toch werd de AB vanavond bevolkt door ruim 1.400 liefhebbers die hoopten op een herhaling van de legendarische Down-show uit 2008. Wanneer wij de zaal betreden, rond 19.30, is het nog heel rustig want dankzij het aangename weer vertoeven nog heel wat fans buiten. Binnen merken we wel dat er enkele cameralui van diverse Tv-stations druk in de weer zijn want vanavond staat niemand minder dan Duff McKagan in het voorprogramma. Hoe je het nu draait of keert, als ex-Guns ’N Roses lid blijft die man de aandacht trekken van alles wat ook maar enigszins met media te maken heeft. Vol overgave en met ontzettend veel naturel, die netjes verstopt blijft de eerste songs achter een zonnebril, leeft Duff zich uit. Als zanger en gitarist heeft hij de touwtjes strak in handen maar het publiek neemt het er gewoon bij. Het zal werkelijk iedereen een rot zorg zijn wat dit rock icoon samen met zijn vrienden uit hun instrumenten te voorschijn tovert. Nu kunnen we hen geen ongelijk geven want de songs op die laatste cd vonden wij al niet wat je noemt top en ook het oude materiaal laat ons vandaag stoïcijns koud. Enkel bij de Misfits cover ‘Attitude’ is het een beetje amusant maar kapot zijn we er niet van, al verdiend Duff heus wel het nodige respect. Je ziet gewoon dat dit een project is waar hij van geniet al was het maar omdat hij er niet van moet leven. Tijd voor de hoofdmoot dan: Down. Zonder veel theatrale intro’s en andere toeters en bellen verschijnen de 5 banleden op de bühne en stuk voor stuk stralen die heren metalgeschiedenis uit. Zelfs interim bassist Patt Bruders, die zijn collega bij Crowbar Kirk Windstein komt bijstaan, straalt een hoop zelfvertrouwen uit. Drummer Jimmy Bower blijft een soort van John Bonham incarnatie en ook Pepper Keenan trekt de meest groovende riffs uit zijn zes snaren. De rots in de branding en het ultieme boegbeeld is en blijft frontman Phil Anselmo. Met een charisma dat vele keren groter is dan de AB zelf ontpopt hij zich tot een uitmuntend volksmenner die het publiek geeft waar het voor gekomen is. Onvervalste swamp metal vol vette groove uit New Orleans, Louisiana. Ruim 90 minuten rijgt men de classics aan elkaar. ‘Eyes Of The South’ zorgt al vanaf de eerst tonnen voor een top party die later op de avond alleen maar leuker wordt. Hier staat niet alleen een band op het podium, neen, dit zijn 5 hele goede vrienden die de tijd van hun leven beleven en al hun fans een warm hart toedragen. Het verbaast ons dan ook een beetje dat er vrij veel drinkbekers richting de muzikanten vertrekken. Gelukkig trekken die zich er niets van aan. We zijn in AB en dan moet je al veel pech hebben om geen goed geluid uit de PA te horen schallen. Vanavond is daarop geen uitzondering. Meer zelfs, er is plaats en tijd voor dat tikkeltje meer. Het begint onmiddellijk na het eerste bisnummer ‘Stone A Crow’, een fenomenale start van een al even adembenemende apotheose. Plots gooit er iemand een shirt in Phils gezicht. Het blijkt een Pantera exemplaar te zijn. Dimbag Darrel heeft op dat moment al een boel respect gekregen van zowel publiek als muzikanten en Phils metgezellen zetten ‘Walk’ in waarop de zanger gretig inpikt. Lang duurt het allemaal niet maar die amper 2 minuten tonen aan in wat voor een bloedvorm de voormalige Pantera-zanger verkeerd. Dit is magisch (check you tube). Verder wordt er nog wat gedold en trekt Bower zowaar, op aangeven van Anselmo die ondertussen zelf een Belgische Down-tricolor heeft omgord, een toegeworpen BH aan. Hilariteit alom en dan zet met het slotakkoord ‘Bury Me In Smoke’ in, met erebetoon aan Ronnie James Dio. Om Joke Schauvliege te dienen piekt tijdens deze song de DB-meter tot 108 en zo hoort dit ook gebracht te worden. Alsof dat nog niet genoeg is duiken ook Duff McKagan en zijn Loaded de bühne op en nemen de instrumenten van de Down boys over om, zij het iets minder strak, het nummer verder te spelen terwijl Phil en co gewoon genieten. 5 vrienden op trip doorheen Europa en ze amuseren zich rot. Dat vaste bassist Rex Brown, om God weet welke reden, er al enige tijd niet bij is doet niets af aan de naturel waarmee wij hier vandaag in Brussel werden verwend. Net als in 2008 schreef Down ook vandaag geschiedenis in de AB. Dit is wat je noemt de mensen waar geven voor hun geld.

Tekst: Stef Maes
Foto’s: Gino Van Lancker

Setlist

Eyes of the South
Lysergik Funeral Procession
The Path
Losing All
New Orleans is a Dying Whore
Pillars of Eternity
Ghosts Along the Mississippi
Temptation's Wings
Lifer
N.O.D.
Hail the Leaf

Stone the Crow
Walk
Bury Me in Smoke


Amon Amarth, The Black Dahlia Murder, Evocation - 19 mei 2011 - Hof Ter Lo, Antwerpen

Met de regelmaat van de klok vaart het majestueuze Vikingschip van Amon Amarth de Antwerpse haven binnen. Ditmaal als hoofdact om het nieuwe album ‘Surtur Rising’ te promoten. In hun kielzog volgden The Black Dahlia Murder en Evocation. De Zweedse vaandeldragers van melodieuze death metal met mythologische teksten konden ook vanavond rekenen op een zo goed als uitverkocht huis. De fans waren al vroeg aanwezig, zozeer dat we de eerste band Evocation maar gadeslaan van op afstand. Eén van de vele moderne metalcore combo’s waar de jeugd graag mag op moshen.
The Black Dahlia Murder vinden we een vreemde keuze om op pad te sturen met Amon Amarth. We waren niet echt opgezet met die keuze, maar moeten toegeven dat de heren een opzwepende show neerzetten. Het technische vernuft van bassist Ryan Williams (met uitgestreken gezicht) en gitaristen Brian Eschbach en Ryan Knight (afkomstig van Arsis, dat verklaart veel) geeft menig progressief bandje het nakijken, dus nemen we het hardcore vertoon van zanger Trevor Strnad er maar voor lief bij.
Maar laat ons bij de zaak blijven. We kwamen toch voor Amon Amarth, nietwaar? Wanneer we plaats nemen in de fotopit is de backdrop alleen al de moeite waard voor de muziek ons op sleeptouw neemt. Deze dreigende illustratie met als centrale figuur de vervaarlijk met zijn zwaard zwaaiende Viking (Surtur) spreekt tot de verbeelding. Achter mij voelen we de hoge verwachtingen van het publiek. Even later zal de veroveringstocht losbarsten. De ruwe performance van minzaam grijnzende opper-Viking Johan Hegg, gevoed door zijn voorvaderen. Men trekt aan een touwtje en als op bevel begint het niet aflatende, energieke gitaarspel van Johan Söderberg en Olavi Mikkonen, terwijl de ritmesectie van Ted Lundström en Fredrik Andersson de hoogste precisie handhaaft. We blijven het herhalen: zelden maakten we mee dat jarenlange tournees geen zweem van routine laten doorschemeren. De inzet lijkt dezelfde als die op dag één. Maar vergis je niet. De set is wel degelijk vernieuwd, al durven criticasters opperen dat het meer van hetzelfde is. So what? Laat ons genieten van de vijf nieuwe songs uit het recente epos ‘Surtur Rising’. Laat het publiek meegesleept worden door songs die hun onsterfelijkheid bewezen hebben (‘With Oden On Our Side’, ‘Victorious March’, Death In Fire’). Natuurlijk zijn vele momenten herkenbaar. Zoals het moment waarop Hegg een blik bier opentrekt en meldt: ‘Belgian Beer… Sköl!’ of de volksmennerij om mee te zingen. So what? Vele songs worden dan ook uit volle borst meegezongen – zelfs de nieuwe, Amon Amarth heeft een trouwe aanhang – zodat elk individu hier aanwezig kan terugkijken op een fijne avond. Een avond met een eenheidsgevoel tussen de fans, een zeldzaam voorkomende euforie die van op het podium de zaal in rolt om dan terug te keren naar de band. Die band is ooit begonnen met het sputterende debuut ‘Once Sent In The Golden Hall’ maar wist door hard werken een unieke plaats te veroveren in de metal scène. Het blijvende succes is dan ook terecht en hen van harte gegund. Wij kunnen weer een heerlijk concert bijschrijven in de annalen.

Setlist Amon Amarth:

War Of The Gods (‘Surtur Rising’)
With Oden On Our Side (‘With Oden On Our Side’)
Destroyer Of The Universe (‘Surtur Rising’)
Masters Of War (‘The Crusher’)
Live For The Kill (‘Twilight Of The Thunder God’)
Guardians Of Asgaard (‘Twilight Of The Thunder God’)
Doom Over Dead Man (‘Surtur Rising’)
Slaves Of Fear (‘Surtur Rising’)
God, His Son And Holy Whore (‘The Avenger’)
Varyags Of Miklagaard (‘Twilight Of The Thunder God’)
For Victory Or Death (‘Surtur Rising’)
Victorious March/Gods Of War Arise/Death In Fire (medley)

Encores:
Twilight Of The Thunder God (‘Twilight Of The Thunder God’)
Runes To My Memory (‘With Oden On Our Side’)
The Pursuit Of Vikings (‘Fate Of Norns’)


Kampfar, Vreid, Secrets Of The Moon, Krakow - 9 juni 2011 - Biebob, Vosselaar

The Black Path European tour 2011 trok twee weken door Europa en op 9 juni viel het slotakkoord in de gezellige Biebob in Vosselaar. Daar werd een uitgelaten feestje gebouwd door de subtop van het black metal genre, een sterke affiche met Kampfar en Vreid als co-headliners, het Duitse Secrets Of The Moon en het Noorse Krakow. De opkomst was bevredigend, maar niet massaal. Tijdens elk concert kon je gemakkelijk de club doorlopen om even bij te tanken. Muzikaal stonden de vier bands echter als een huis.
Krakow was een bijzonder aangename ontdekking. Bassist Frode Kilvik blijkt een geboren frontman die het publiek perfect weet op te hitsen. Daarbij zingt hij clean, maar gaat dikwijls over in een bijzonder smakelijke, rollende grunt. De lange songs neigen naar postrock met een psychedelisch tintje. De band is dan ook geïnspireerd door Mastodon en High On Fire. Van de instrumentale stukken met uitwaaierende gitaarklanken waren we diep onder de indruk, terwijl onstuimige uitbarstingen de zaal op haar grondvesten doen daveren. Zanger Dolk van Kampfar komt al even meebrullen om het feest op gang te trekken. We kunnen een nieuwe band aan onze lijst ‘check it out’ toevoegen!
Secrets Of The Moon start het concert in dezelfde houding als Krakow: de band staat, badend in rood licht, met de rug naar het publiek terwijl het begin van ‘Privilegivm’ door de boxen galmt. Het semi-akoestische, atmosferische nummer is een mooie start, al vervolgt de Duitse band met een stel ruwere nummers (‘Sulphur’ en ‘Nemesis’), waarin snedige black metal overheerst. Het geluid was echter minder goed en dat deed wat afbreuk aan het sfeervolle optreden. De serieuze houding van de muzikanten staat in schril contrast met de geintjes van de leden van Krakow, die op hilarische wijze over het podium rennen, frontman Frode zelfs even poedelnaakt. Een hoogtepunt is ‘Seraphim Is Dead’. De vier muzikanten staan minutenlang met de rug naar de zaal gekeerd, maar de prachtige gitaarklanken dwarrelen als sneeuwvlokken over het publiek. Het is een verdienste van de band dat ook vinnige zwartgeblakerde stukken muziek als ‘I Maldoror’ en ‘Lucifer Speaks’ enige kalmere passages bevatten. Na een uur zijn de geheimen van de maan ontsluierd. Op de studioalbums grijpt de band toch wat meer naar de strot dan tijdens dit live concert. Ik was dieper onder de indruk van hun nachtelijk concert op Summer Breeze, maar toen hebben ze enkel songs uit ‘Privilegivm’ gespeeld.
Volgens de aankondigingen zou nu Kampfar gaan spelen, maar de backdrop van Vreid die gehesen werd, doet ons het tegendeel vermoeden. Blijkt dat Vreid het beter doet in de VS, maar dat Kampfar in Europa toch wel populairder is. Vreid dus. De band met het hoogste rock ’n rollgehalte in hun van black afgeleide muziek vanavond! Dat betekent dat zij ook de toegankelijkheidsprijs van de avond verdienen. Ze ontstonden na het opheffen van Windir en het melodieuze gitaarwerk in de voortjagende songs blijft een voornaam kenmerk. Sture en co zetten een bijzonder boeiend concert neer dat zich echter vooral focust op het laatste album ‘V’. Vijf van de tien songs zijn afkomstig van hun nieuwste werkje, te beginnen met ‘Arche’ en ‘The Blood Eagle’. Het is vooral het prachtige ‘The Sound Of The River’ dat vanavond imponeert. Maar er is ook wat ouder werk in de vorm van het titelnummer van ‘I Krig’ en het opzwepende ‘Speak Goddamnit’. Het thema van het Noorse verzet tijdens WII is minder in de stage act verwerkt dan voorheen, maar verrassend is de keuze voor ‘Wrath Of Mine’, een overrompeld nummer uit de eerste cd. Met de cultklassieker ‘Pitch Black’ is het uur Vreid veel te vlug voorbij. Ook zij kregen even bezoek op het podium van de andere bands.
Als besluit van de avond is het rijk aan Kampfar. Blonde frontman Dolk en de in Nederland wonende drummer Ask worden op deze tournee bijgestaan door gitarist Ole Hantvigson (Emancer) en bassist Endre Moe (Trail Of Tears). Bekwame muzikanten, zij zetten een vlekkeloze show neer die getrokken wordt door zanger Dolk. Zijn schril stemgeluid bepaalt immers de composities. Onlangs bracht Kampfar het uitstekende ‘Mare’ uit en het is het titelnummer dat dit concert inluidt, gevolgd door ‘Inferno’. Al spoedig staat er heel wat volk op het podium. De andere bands staan drinkend te headbangen als gek, terwijl Kampfar zich met alle geweld doorheen de set werkt. Dat concert is trouwens een energiek, meeslepend gebeuren; want naast brutaal is Kampfar’s muziek ook erg episch en vangt gitarist Ole het gemis van Thomas perfect op. De nieuwe songs uit ‘Mare’ (‘Huldreland’ en ‘Altergang’) passen naadloos tussen het oudere werk. ‘Norse’, ‘Vettekult’ en ‘Ravenheart’ krijgen degelijke live uitvoeringen en al staat het geluid heel de avond op een oorverdovend niveau, tijdens dit feestje is er geen haan die daar nog naar kraait. Uiteindelijk mondt het concert uit in een overbevolking van feestende bandleden op het podium – met Krakow leider Frode op kop – maar Kampfar houdt dapper stand en geeft ons in de vorm van ‘Dødens Vee’ nog een spetterende uitsmijter. Later zal Dolk lachend vertellen dat hij op de duur de controle over de zaak verloor en er geen houden was aan de bacchanalen der medemuzikanten. Zo konden we getuige zijn van een uniek gebeuren. Met twee nieuwe t shirts op zak bliezen we even na middernacht de aftocht. De afwezigen hadden ongelijk!

Setlist Kampfar:

Mare
Inferno
Troll, Død Og Trolldom
Norse
Hymne
Huldreland
Vettekult
Altergang
Ravenheart

Encore:
Dødens Vee

Setlist Vreid:

Arche
The Blood Eagle
I Krig
Fire On The Mountain
Speak Goddamnit
The Sound Of The River
Wrath Of Mine
Wolverine Bastards
The Other & The Look
Pitch Black

Setlist Secrets Of The Moon

Privilegivm
Sulphur
Nemesis
Seraphim Is Dead
I Maldoror
Lucifer Speaks


Judas Priest - 7 juni 2011 - 013, Tilburg

De enige echte metal legende heeft voor hun 'Epitaph Tour' bewust of onbewust gezorgd voor wat extra publiciteit. Eerst waren er de berichten dat dit hun allerlaatste toer was. Al snel werd dit echter een beetje afgevlakt. Dan kwam er het schokkende nieuws over het vertrek van K.K. Downing – na 40 jaar dienst – waar we tot op heden nog een beetje in het duister tasten over de echte reden. Al bij al werd er vrij snel een vervanger gevonden zodat de zoveelste wereldtoernee toch van start kon gaan. De aftrap werd dit keer dicht bij huis gegeven en wel in de knusse 013 in Tilburg. Het bordje uitverkocht hing al geruime tijd aan de ingang zodat de knusse zaal meer als een stoomketel kon doorgaan. De luchtverversing mocht niet gebruikt worden omwille van de tocht op het podium, zodat het publiek al zweette door enkel maar naar elkaar te kijken. Dat was nog maar het begin, want toen om 20u30 de lichten doofden en de band met het stampende 'Rapid Fire' opende, zagen we de dampende lichamen al op – en neerspringen en headbangen alsof hun nekspieren al opgewarmd waren. Met 'Metal Gods' en 'Heading Out To The Highway' laat men het tempo nauwelijks zakken. Tussendoor komen de vlammenwerpers, lasers en de CO2 kanonnen in actie. Zo wordt ook de nieuwe stageshow met kettingen, een afwisselende achtergrond en mysterieuze kokers even in de verf gezet en wordt het duidelijk dat Priest er nog een keer volop wil tegen gaan. Er werd ons beloofd dat er minstens één song van elk album zou worden gespeeld en wanneer 'Judas Rising' van het ondergewaardeerde 'Angel Of Retribution' ingezet wordt, komen we al aan drie cd's na vier nummers. Dat Rob Halford niet meer aan de allerhoogste tonen geraakt, is al een tijdje geweten, maar toch laat de man meerdere keren zijn ijzig geschreeuw door de zaal galmen en dat verdient meer dan een beetje respect. De tandem met drummer Scott Travis en achterop bassist Ian Hill blijven alles netjes strak houden en Glenn Tipton trekt nog meer dan vroeger alle registers open. En wat met nieuwkomer Richie Faulkner (ex- Lauren Harris)? In het begin was de man nog wat onwennig, maar gaandeweg begon hij zijn stempel te drukken daarbij flink gerugsteund door Halford die zo het zelfvertrouwen wat opkrikte. Na een verrassend 'Starbreaker' – een song dat men niet meer speelde sinds de 'Sin After Sin' toer in 1979 – komen we bij 'Victim Of Changes' waar beide gitaristen uit de bol mogen gaan. Dat Ritchie veel geoefend heeft, was nu wel duidelijk, want de 'twin sound' bleef intact. De grootste verrassing van de avond echter was ongetwijfeld 'Never Satisfied'. Volgens Halford werd dit nummer slechts één keer live gespeeld in de beginjaren van de groep zodat we hier wel degelijk van een unieke gebeurtenis kon spreken. Richie Faulkner nam de solo voor zijn rekening en gaf er wel een heel eigenzinnige interpretatie van weer. Goed bekeken, want bij recentere songs ligt dat natuurlijk heel wat gevoeliger. De man komt nu pas goed op dreef, want bij de rustige start van 'Diamonds And Rust' neemt hij de akoestische gitaar onder de arm. Rob Halford blijkt weer maar eens zijn volledige garderobe meegebracht te hebben, want bij zowat elk nummer heeft hij een andere jas aan. Eentje met blinkende metaalglitters, een zwart lederen vest met gevaarlijk lijkende pinnen op de schouders of een ouderwetse jeansvest zijn maar enkele van de pakjes die hij showde. En dat terwijl de mensen in de zaal al een gewone T-shirt als teveel ondervonden. 'Prophecy' van de conceptplaat Nostradamus is dan weer geschikt voor Rob om alweer met een andere outfit naar voor te komen. Dit keer is hij gehuld in een zilverkleurige cape. De lasershow oogt indrukwekkend en met 'Nightcrawler' wordt terug het tempo wat opgevoerd. 'Turbo Lover' en 'Beyond The Realms Of Death' zijn twee songs waar nogal controverse over bestaat. Die eerste omdat die op plaat met synthesize gitaren opgenomen werd en die tweede omdat dit een een wel erg slepende ballade is. Twee statements van de metal gods. Vanaf dat moment wordt het echter klaarmaken voor een razende eindsprint. Die wordt ingezet door 'The Sentinel' en onmiddellijk gevolgd door 'The Green Manalishi'. De Fleetwood Mac cover klinkt nog steeds dreigend en lekker zwaarwichtig. Wanneer Halford 'breaking the what?' begint te schreeuwen, gaat het dak van de Tilburgse rocktempel er bijna af. 'Breaking The Law' blijft een supersong en het verbod op crowdsurfen wordt flink aan de laars gelapt. Dan mag Scott Travis met zijn zilverkleurige drumstokken 'Painkiller' inzetten. Hoeft het nog gezegd dat de bomvolle zaal plots de hitte vergeten was en zich volledig loos liet gaan? De korte rustpauze voor de groep werd hen gegund, maar al gauw kregen we de intro van 'The Hellion' met aansluitend het prachtige 'Electric Eye'. Iedereen verdwijnt nu van het podium. Faulkner blijft echter wat nonchalant staan leunen tegen de zijkant tot hij aangemaand wordt om ook achter de coulissen te verdwijnen. Net op dat moment komt Rob Halford aangesnord op zijn Harley en wordt het oude strijdlied 'Hell Bent For Leather' met veel bravoure gebracht. De zanger, nu in kamerjas! komt alleen terug voor zijn singalong met het publiek en na twee uur komt er uiteindelijk toch een einde aan met het vrolijke 'You've Got Another Thing Coming' waarin Faulkner in de spotlichten gezet wordt en Rob al dansend en springend over het podium holt. Eens te meer weet Judas Priest met een verrassende setlist te komen waarbij men de luxe heeft om kleppers als 'Living After Midnight', 'The Sinner' of 'Tyrant' niet te spelen. De belofte om zeker één nummer van elk album te spelen, werd maar gedeeltelijk ingelost omdat de 'Ripper Years' over het hoofd werden gezien. Een kniesoor die daar over zaagt natuurlijk. Nieuwkomer Richie Faulkner kweet zijn moeilijke taak voortreffelijk. Dit was pas zijn tweede optreden – het eerste waren twee songs in de American Idol show voor een slordige 30 miljoen kijkers - zodat enig voorbehoud op zijn plaats is. Op Graspop wordt de set ingekort tot iets meer dan een uur. Benieuwd welke songs overeind blijven.


Danzig, Diablo Blvd - 9 juni 2011 - Trix, Antwerpen

Wanneer je als muzikant kan aantreden in het voorprogramma van een van je helden dan is het een hoogdag. Diablo Blvd-frontman Alex Agnew was dan ook meer dan in zijn nopjes toen hij uiteindelijk het beslissende akkoord ontving dat hij en zijn band mochten fungeren als opwarmer voor Danzig. Hij zou nonkel Glenn ook niet teleurstellen. Volledig gefocust gaf hij het beste van zichzelf en dat is in zijn geval heel wat. Dit was Alex zijn moment du gloire en niets of iemand zou het hem afnemen. Groot gelijk had hij want zo een kans krijgt hij als Belgische artiest en muziekfan niet alle dagen. De kort maar tot in de puntjes verzorgde set was perfect. Alleen reageerde, tot onze grote verbazing, het Antwerpse publiek ongelooflijk lauw. Niets geen circle pits of wall of death. Zo nu en dan een knikkend hoofdje dat van ver leek op iets wat we kennen als headbangen. De moed zou van minder in je schoenen zinken maar niet zo bij de Diablo boys. Vol overgave bleven ze aan de kar trekken en daarvoor alleen al verdienen zij ons en uw respect. Vandaag niet scoren wil waarschijnlijk zeggen dat het binnen 2 weken op de weide in Dessel wel zal lukken om er een gekkenhuis van te maken. Of hoe een kleine band toch groots kan zijn. Ondertussen liep het bezoekersaantal toch flink tegen de 1.200 aan en begon het aftellen naar de hoofdmoot van vandaag. Persoonlijk hadden we nul verwachtingen van wat de heer Danzig ons zou brengen. Hij blijft dan wel cd’s uitbrengen maar alles wat na ‘Danzig III’ verscheen is quantité négligeable. Dat klinkt hard maar het is wel zo. Toch wilden we Glenn Danzig het voordeel van de twijfel geven. Hij had immers gezorgd voor een ultra strakke live band waarin gitarist Tommy Victor (Prong) en drummer Johnny Kelly (Type O Negative), toch niet van de minste, een hoofdrol speelden. Aan hen lag het niet maar de ondertussen 55 jarige zanger was amper een schim van zichzelf. Persoonlijk zagen we de man voor het laatst aan het werk toen hij in 1994 Dynamo Open Air mocht headlinen. Nu deed hij alsof hij kon zingen. Bij de opener ‘Skin Carver’ klonk het alsof hij zo nu en dan een zinsflard in zijn microfoon brulde en bij de eerste classic ‘Twist Of Cain’ waren we er zeker van. Hij liet alles over aan het publiek en ook het niet al te bijster goede geluid hielp mee om wat een magisch moment had kunnen worden te laten verzanden in een erbarmelijke prestatie. Het ging van kwaad naar erger. Het zachte gedeelte van ‘How The Gods Kill’ viel nog enigszins mee maar de fenomenale uithalen van de meester hadden veeleer weg van een hulpeloze leraar die voor de klas stond te schreeuwen dat de leerlingen hun gsm moesten afzetten (iets wat trouwens daadwerkelijk geafficheerd was aan de ingang van de zaal, ja in 2011). Het was tegen het zielige af om een icoon als Glenn Danzig dergelijke scherts vertoning te zien opvoeren. Dan zwijgen we nog van de dramashow die hij in petto had voor de fotografen. We besparen U de details maar we kunnen wel verklappen dat het simpeler was om foto’s te nemen van Axl Rose dan van dit metalen Jerommeken. Was onze goede vriend trouwens niet ongelooflijk veel bijgekomen en zagen we daar in buikje in plaats van een six pack? Over gans de lijn was het dus een grote sof met als absolute diepte punt de oer Danzig-hit ‘Mother’ waarop de man in kwestie bijna alles overliet aan het publiek. Niet om hen de show te laten stelen maar doodgewoon omdat hij vocaal niet meer in staat is om dit op een bevredigende manier te brengen. Als je naar de definitie van een anticlimax zoekt: dit was er eentje die niet te overtreffen valt.


Primordial, While Heaven Wept, Alcest - 1 juni 2011 - Biebob, Vosselaar

Lang geleden dat zo’n uitzonderlijk package de baan op ging: vanavond kregen we de atmosferische shoegaze black/folk Metal van het Franse Alcest, de uitwaaierende epische doom van het Amerikaanse While Heaven Wept en de beklijvende performance van het Ierse Primordial op een goudschaaltje aangereikt. En reken maar dat we lichtelijk euforisch buiten kwamen!
Wanneer we de zaal even na zeven uur betreden is Alcest begonnen. De band rond de mysterieuze spilfiguur Neige baadt in nevelig blauw/rood licht en zet, zoals we dat enigszins verwachtten, een ietwat onwereldse vertoning neer. Aanvankelijk kiest men voor rustige beschouwende songs als ‘Printemps Emeraude’ en ‘Les Iris’. Het is pas naar het einde toe dat Alcest illustreert zijn oorspronkelijke roots in black metal te hebben, waardoor het optreden meteen aan kracht wint. (Vera)
Het is weinig bands gegeven om relatief rustige muziek te maken die toch zo overweldigend is. Toch vraag ik me af of een zweterige club als de Biebob de beste plaats is om dit te horen. Toen ze vorig jaar in Leipzig in het zogenaamde ‘Schauspielhaus’ onder grote kroonluchters en voor rijke pluche stoelen hun ding deden, was het veel makkelijker om mee te gaan in hun meeslepende soundscapes. Slecht was het zeker niet, maar als voorprogramma van Primordial was het misschien toch iets te fragiel. (Maarten)
De vorige Europese oversteek van While Heaven Wept dateert toch alweer van 2004 en liep niet altijd over rozen. Een uitstekende gelegenheid voor de Amerikaanse band om zich te revancheren. De dvd ‘Triumph:Tragedy:Transcendence’ toonde immers een gerevitaliseerde band en de meest recente albums ‘Vast Oceans Lachrymose’ en ‘Fear Of Infinity’ bewezen dat Tom Phillips’ collectief de overvloed aan inspiratie in pakkende composities weet te vangen. Vanavond werpt de zevenkoppige band zich dan ook met alle wapens in de strijd, te weten een soort ‘best of’ keuze uit het volledige repertoire. Net zoals bij Alcest trekt de band een rustig aanschouwend publiek dat sereen – sommigen met gesloten ogen – geniet, zonder al te veel kabaal te maken. Songs als ‘The Drowning Years’ en ‘Of Empires Forlorn’ – een sprongetje in de tijd naar 2003 – zijn dan ook vooral opgebouwd uit specifiek fijn gitaarwerk van Tom Phillips en Scott Loose, de hoogverheven zang van ‘nieuwe’ aanwinst Rain Irving (een wereldzanger, het grote gebaar niet schuwend) en zwevende toetsenpartijen van de wel zeer relaxte Michelle Loose, terwijl haar eega Trevor Schrotz samen met de wild headbangende Jim Hunter op bas de band drijft. Het nieuwste nummer ‘Saturn And Sacrifice’ is meteen ook het meest heftige, met zware riffs en bonkende drums, eigen aan de meesters van doom metal. Candlemass is niet veraf! Met het superieure – en zeer lange – ‘Vessel’ en het zeer oude ‘Thus With A Kiss I Die’ beantwoordt de sympathieke band aan de wensen van de aanwezigen die gekend zijn met deze band uit Virginia. Iets meer belangstelling en respons hadden we wel verwacht, maar misschien moeten we er voorlopig vrede mee nemen dat While Heaven Wept nog maar aan het begin staat van een tweede jeugd, nu een eerste bezoek aan Europa al bewaarheid werd vlak nadat ze ingelijfd zijn bij Nuclear Blast. Met de begeesterde uitvoering van ‘Voice In The Wind’ (een cover van de jaren 70 Duitse krautrockband Jane) kan de avond alvast niet meer stuk! (Vera)
En toen was het tijd voor de hoofdact. Terwijl het intro werd ingezet (voor de neofolk fans, ‘Reign I Forever’ van Blood Axis) stroomde de zaal terug vol. Dat iedereen er zin in had werd goed duidelijk toen Nemtheanga nog voor het eerste nummer met de tekst ‘We are Primordial of the Republic of Ireland!’ alle vuisten in de zaal de lucht in kreeg. Ongelooflijk, wat heeft die kerel toch een aanwezigheid. Waar bij andere bands de facepaint en het haantjesgedrag snel zou tegenstaan, kon je hier niet anders dan de man volgen. In een andere tijd zou hij zonder problemen een groep mensen in een iel berenvelletje de Romeinen kunnen laten bestormen. De band startte met het nieuwe ‘No Grave Deep Enough’ waarbij het geluid nog wel wat moest worden bijgesteld (een te luide stem en te doffe gitaren). Dit werd gelukkig snel opgelost en hierna konden we genieten van het deels melancholische, maar vooral zeer trotse geluid van deze Ieren. Zoals te verwachten lag het zwaartepunt van het concert bij de twee laatste (en, om eerlijk te zijn, beste) albums, waarbij jammer genoeg ‘Heathen Tribes’ werd overgeslagen. Maar onverwachts waren het twee oudere nummers die er echt uit sprongen. Autumn’s Ablaze’ en vooral ‘The Coffin Ships’, waarbij Nemtheanga de zaal tot stilte maande voor het rustig gezongen tussenstuk, waren niet minder dan magisch te noemen. Hoewel Primordial toch voornamelijk rond de frontman draait, werd ook drummer Simon O'Laoghaire even in de spotlight gezet, en gaf de goede man een korte drumsolo weg, die de muziek wonderwel aanvulde en wat opentrok. Na het afsluitende ‘Empire Falls’, wat door heel de zaal werd meegezongen, konden we schor geschreeuwd, doorweekt van het zweet maar met een gevoel dat we de hele wereld aan konden, terug de wegwerkzaamheden rond Vosselaar trotseren. (Maarten)

Setlist Primordial:

No Grave Deep Enough
Gods To The Godless
Gallows Hymn
As Rome Burns
Lain With The Wolf
Autumn’s Ablaze
Bloodied Yet Unbowed
The Coffin Ships
Death Of The Gods

Encore:
Empire Falls

Setlist While Heaven Wept:

The Drowning Years
Of Empires Forlorn
Saturn And Sacrifice
Vessel
Thus With A Kiss I Die
Voice In The Wind

Setlist Alcest:

Printemps Emeraude
Les Iris
Ecailles De Lune part I
Percées De Lumière
Souvenirs D’Un Autre Monde


Riverside, Tides From Nebula - 18 mei 2011 - Hof Ter Lo, Antwerpen

Polen en progressieve rock: dan denken we meteen aan Riverside. De band is al dikwijls te bekijken geweest in onze contreien de voorbije jaren en misschien dat dit de reden was waarom we ons een aap schrokken toen we de zaal betraden. Wat een magere opkomst! Goed, het was een dag midden in de week, maar toch… Even werd zelfs overwogen om dit concert naar de Biebob te verplaatsen, maar omdat het materiaal al een dag eerder opgesteld was, kon Riverside toch op een ruim podium concerteren.
Als opwarmertje bij dit ‘privé-concert’ fungeerde het eveneens Poolse Tides From Nebula, dat zich zopas buiten het thuisland gepresenteerd heeft met het album ‘Earthshine’. We hebben hier te maken met een instrumentaal trio dat thuishoort in de postrock/artrock beweging. De songs zijn dan ook lange klanktapijten waarin kalme passages aanzwellen tot keiharde protuberansen die weids uitwaaieren en de aanwezigen lichtjes deden meedeinen op hun psychedelica. Zoals bij de meeste instrumentale bands werd dit na verloop van tijd – men kreeg meer dan een uur speeltijd – vrij eentonig, maar bij heel wat mensen was hun overtuigende vertoning een reden om bij de merchandising stand hun twee albums aan te schaffen.
Riverside ging ditmaal de baan op om het tienjarige bestaan te vieren en bijgevolg krijgen we vanavond een bloemlezing uit hun vier studioalbums. Het eerste buitenlandse succes werd trouwens geoogst in Nederland en België. Met ‘Beyond The Eyelids’ van ‘Rapid Eye Movement’ wordt het startsein gegeven voor bijna twee uur integere, dromerige muziek met veel gevoelige Pink Floydiaanse gitaarsolo’s van Piotr Grudzinski en zwevende toetsenlagen van Michal Lapaj. Via het titelnummer van het debuut ‘Out Of Myself’ en het instrumentale ‘Reality Dream III’ komen we bij een eerste hoogtepunt. ‘Egoist Hedonist’ zwelt met zijn negen minuten tijdsduur aan tot een bijzonder grimmige track, waarin bassist Mariusz Duda vocaal wat ruwer uit de bus komt. Het viertal heeft als extraatje op deze tournee een nieuwe mini-cd te koop. ‘Memories In My Head’ bevat drie lange nummers en als eerste is ‘Living In The Past’ aan de beurt. Hier grijpt Riverside terug naar de nostalgische zweverigheid van de beginperiode. De single ‘Conceiving You’ wordt door het publiek meegezongen, waarna het lange ‘Ultimate Trip’ toont hoe de band zijn schitterende ideeën in hoogstaande progressieve muziek met ballen weet te vatten. ‘Left Out’ (van ‘Anno Domini High Definition’) is nog zo’n uitgebreid stukje muziek waarin gewerkt wordt met het contrast van beschouwende fragmenten en wildere stukken. Dan houdt men het even bondiger in ‘Loose Heart’ en ’02 Panic Room’. De uitsmijter is favoriet bij velen. ‘Second Life Syndrome’ is immers dé compositie waar de solo’s van Piotr tranen in de ogen brengen. Het is hun persoonlijke ‘Shine On You Crazy Diamond’ van hun grote inspirators Pink Floyd. Mooi, mooi, mooi! Tijdens de eerste bisset maken we kennis met ‘Forgotten Land’, een volgend nieuw nummer dat aanvangt met nerveuze repliek tussen bas en gitaar, maar zich dan uitspreidt in het welbekende Riverside klankidioom. Het instrumentale ‘Reality Dream II’ is er een passend vervolg op. Ondanks de weinig talrijke opkomst, laat Riverside ons nog genieten van een tweede bisset en dat wordt het toepasselijke ‘The Curtain Falls’ waarin vooral het stuwende orgelwerk van Lapaj voor veel moois zorgt. Af en toe een wolkje rook op het podium en de hemelse sfeer is compleet. Hiermee komt een einde aan dit voortreffelijke concert. De band moet het voornamelijk hebben van de sfeervolle, melancholieke muziek, want veel beweging of show hoort er niet bij. Toch slaagt men er in om ons eens te meer twee uur te boeien. Op naar een volgend decade!

Setlist Riverside:

Beyond The Eyelids
Out Of Myself
Reality Dream III
Egoist Hedonist
Living In The Past
Conceiving You
Ultimate Trip
Left Out
Loose Heart
02 Panic Room
Second Life Syndrome

Encores:
Forgotten Land
Reality Dream II

The Curtain Falls


Children Of Bodom, Ensiferum, Machinae Supremacy - 15 mei 2011 - Hof Ter Lo, Antwerpen

Vlak na de release van hun zevende studioalbum ‘Relentless Reckless Forever’ ging voor Children Of Bodom half maart een twee maanden durende Europese tournee van start. Die eindigde op 15 mei in Antwerpen. Zij werden al die tijd vergezeld van het – eveneens Finse – Ensiferum en het Zweedse Machinae Supremacy. We gingen eens kijken of de Finnen – bekend als notoire fuifbeesten - na al die tijd nog overeind stonden om een energieke show te geven.
Voor de Finse overweldiging plaats vond, was er Machinae Supremacy: onbekend ondanks al enige jaren activiteit op de teller. Aan enthousiasme geen gebrek, maar de stevige power metal met enige industrialinvloeden gaat het ene oor in en het andere uit. Zanger Robert Stjärnström krijgt enige handen op elkaar van de aanwezigen, maar de (veelgebruikte) keyboards komen uit een doosje en meer dan een ordentelijke opwarmer is dit niet.
Anders ligt dat voor Ensiferum. Een flink deel van het publiek is duidelijk voor hen gekomen en dat draagt bij aan de flink gevulde zaal. Nu hebben we Petri Lindroos en zijn mannen nog nooit een zwak optreden zien geven en ook vanavond presenteert het vijftal ons een set waarmee er moeilijk iets mis kan gaan. Tijdens het rustige, instrumentale ‘By The Dividing Stream’ komen de muzikanten op. Het is de stilte voor de storm die losbarst met de woeste schreeuw van Petri in ‘From Afar’, de titeltrack van het meest recente album dat toch alweer dateert uit 2009. Emmi (keyboards) zit verscholen achter een antiek schild, terwijl de rest van de band zich als een bende woestelingen gedraagt tijdens ‘Token Of Time’, het strijdvaardige ‘Into Battle’ en ‘Twilight Tavern’. Plastieken zwaarden vliegen in het rond en het publiek gaat uit de bol. Meer moet dat niet zijn. ‘Ahti’ en ‘Guardians Of Fate’ laten het feest verder duren. Vermoeidheid is op noch naast het podium te merken. Zeker niet wanneer men – nogal voorspelbaar – naar het einde toe werkt met ‘Lai Lai Hei’ (een beetje te lang gerokken) en ‘Iron’, beiden van het doorbraakalbum ‘Iron’. Spijtig genoeg geen lange, epische track als ‘Victory Songs’ vanavond, maar de band had dan ook maar een krappe drie kwartier om de zaal op stelten te zetten.
The Ugly World tour staat in het teken van ‘Relentless Reckless Forever’ en Children Of Bodom windt er dan ook geen doekjes om en gaat van start met het nieuwe, thrashy ‘Not My Funeral’. Na een summiere duik in het verleden met ‘Bodom Beach Terror’ en het onverslijtbare ‘Needled 24/7’ volgt de volgende nieuwe handgranaat in de vorm van ‘Shovel Knockout’ en het meer melodieuze ‘Roundtrip To Hell And Back’. De aankleding van het podium is grappig: het lijkt wel of men de lakens van de hele tour aan flarden gescheurd heeft en laat uitwaaien deze avond. Bovendien mag Emmi van Ensiferum even de toetsen van virtuoos Janne Warman overnemen, maar dat geeft ze al vlug op na een intro. Een roadie komt aandraven met champagne. O ja, feesten! Want dit is het laatste concert in de reeks. Intussen gaat frontman Alexi Laiho onverminderd verder met de snelste akkoordenreeksen uit zijn instrument toveren, terwijl keyboardspeler Janne Warman zich niet onbetuigd laat en hem driftig van repliek dient. Het is een adembenemend zicht, waarbij we bijna vergeten dat de songs ook nog titels hebben. Geen nood, want waar gaat het om bij Children Of Bodom? Het etaleren van hun virtuositeit en daartussen een flink aantal krachttermen. De ‘fuck’s’ van Alexi bleven nog redelijk binnen de perken vanavond, ik heb het al erger geweten. Alexi laat ons dan ook weten dat dit de beste Europese tournee ooit was voor de band en dat hij kan terugkijken op een fantastische tijd. Met ‘Children Of Bodom’, ‘Hate Me!’, het tragere ‘Angels Don’t Kill’ en ‘Follow The Reaper’ zaten er dan ook heel wat oudjes in de set. Na ‘Downfall’ lijkt de koek op, maar het publiek heeft er nog niet genoeg van en laat dat duidelijk merken. De band overziet het slagveld en heft het glas. Voor hen zit de taak er bijna op. Echter niet voor ze nog drie bisnummers de zaal in vuren. Het nieuwe, op single uitgebrachte ‘Was It Worth It?’ komt als eerste aan de beurt, waarna het mediumtempo ‘Everytime I Die’ en het oudere ‘Hate Crew Deathroll’ het einde vormt van een eens te meer adembenemend concert. We hadden niet anders verwacht.


Setlist Children Of Bodom

Not My Funeral
Bodom Beach Terror
Needled 24/7
Shovel Knockout
Roundtrip To Hell And Back
In Your Face
Living Dead Beat
Children Of Bodom
Hate Me!
Blooddrunk
Angels Don’t Kill
Follow The Reaper
Downfall

Encores:
Was It Worth It?
Everytime I Die
Hate Crew Deathroll

Setlist Ensiferum

By The Dividing Stream (intro)
From Afar
Token Of Time
Into Battle
Twilight Tavern
Guardians Of Fate
Ahti
Lai Lai Hei
Iron

Setlist Machinae Supremacy

Truth Of Tomorrow
Force Feedback
Rocket Dragon
Overworld
Nova Prospekt
Through The Looking Glass


Alcatraz Metal Festival 2011 - bekendmaking extra band

De volgende band die we strikten voor een plaats op de affiche zal bij de meeste mensen geen belletje doen rinkelen, maar lees vooral verder, het wordt interessant. Where Angels Suffer komt uit Californie en werd opgericht door ondermeer gitarist Chris Holmes. Juist, dezelfde Chris Holmes die tussen 1983 en 1990 en vervolgens tussen 1996 en 2001 deel uitmaakte van W.A.S.P. We geven graag toe dat het gezicht van W.A.S.P. uiteraard Blackie Lawless is, maar zonder Holmes hadden we nooit kunnen genieten van songs als ‘Wild Child’, ‘The Heretic’ of ‘Thunderhead’. Zijn invloed op platen als ‘W.A.S.P.’, ‘The Last Command’, ‘Inside The Electric Circus’ en ‘The Headless Children’ is van onschatbare waarde geweest. Niet enkel voor W.A.S.P., maar ook voor de ganse L.A. scène in de jaren tachtig. Wanneer Holmes in ’89 met Lita Ford trouwt en het koppel zich op hun relatie stort valt even later ook het doek over W.A.S.P. Holmes keert nadien nog terug op het oude nest en werkt met Lawless nog aan de albums ‘Kill Fuck Die’ en ‘Helldorado’. Samen met (ook al ex-W.A.S.P.) gitarist Randy Piper werkt hij vervolgens aan nummers voor Randy Piper’s Animal. Pas in 2010 besluiten de twee een nieuwe band te beginnen in de vorm van Where Angels Suffer. Anno 2011 is Piper alweer van het toneel verdwenen en is Ira Black (ex-Heathen, ex-Lizzy Borden, ex-Metal Church) zijn vervanger. Zanger van dienst is Rich Lewis, een nobele onbekende die we graag vergelijken met persoonlijkheden als Lawless, Ronnie James Dio en Bruce Dickinson. Lewis zong voorheen ondermeer in de band Ravencraft waar hij samen met gitarist Jeff Young (ex-Megadeth) het mooie weer maakte. De line-up van Where Angels Suffer wordt vervolledigd met drummer Stet Howland (ex-W.A.S.P., ex-Temple of Brutality, ex-Killing Machine, ex-Belladonna, ex-Blackfoot en ex-Lita Ford) en bassist Steve Unger (ex-Metal Church). We doen niet graag aan namedropping, maar in dit geval kan het simpelweg niet anders; Where Angels Suffer is een band met rasmuzikanten die hun strepen al meer dan ruimschoots verdiend hebben. Het vijftal brengt in Deinze ook haar debuut cd ‘Purgatory’ mee dewelke ze recent hebben opgenomen met producer Rob Robson (Ted Nugent, Lynyrd Skynyrd, Kid Rock). Op de setlist van deze veteranen staan ondermeer ‘I Wanne Be Somebody’, Blind In Texas’, L.O.V.E. Machine en ‘Animal (Fuck Like A Beast)’ van W.A.S.P. en ‘Tons Of Bricks’ en ‘Gods Of Wrath’ van Metal Church. Uiteraard zal ook eigen repertoire worden gespeeld.

Nazareth - 28 mei 2011 - Le Splendid, Rijssel (Frankrijk)

Nadat de behoorlijk gevulde zaal is opgewarmd door de plaatselijke en overigens verdienstelijke Status Quo tribute band, krijgen we een verrassend lange set van Nazareth. De Schotse rockveteranen hebben een prima nieuw album onder de arm en staan met een duidelijk gelouterde ‘attitude’ op het podium. Wijt het maar aan de leeftijd van boegbeelden Dan McCafferty (zang) en Pete Agnew (bas). Zij worden ondersteund door drummer Lee Agnew (zoon van) die technisch perfect is, maar een wat academische benadering ten toon spreidt die af en toe wat ‘schwung’ mist. Gitarist Jimmy Murrison is een schitterende gitarist die in hoofdzaak zweert bij de Les Paul en daardoor toch een ander geluid neerzet dan Manny Charlton, de originele Nazareth gitarist die op nagenoeg alle classics speelt, maar de groep jaren geleden heeft verlaten. Murrison speelt echter met zoveel gevoel dat je niet anders kunt dan stil worden bij zijn solowerk. Nazareth heeft duidelijk voor een nieuwe set gekozen waarbij uiteraard niet wordt voorbijgegaan aan een aantal obligate nummers zoals ‘Razamanaz’ of ‘Hair Of The Dog’, maar ook minder voor de hand liggende songs komen aan bod. Uit het klassieke ‘Hair Of The Dog’ album krijgen we meeslepende uitvoeringen van ‘Whiskey Drinkin’ Woman’ en ‘Changin’ Times’. Uit de minder bekende lp ‘2XS’ spelen ze de radiohit ‘Dream On’ en het romantische ‘Love Leads To Madness’. Lekker rocken doen we op ‘Bad Bad Boy’ en het uit de nieuwe cd ‘Big Dogz’ afkomstige titelnummer. Uit ‘Big Dogz’ wordt ook nog het aanstekelijke ‘Radio’ gespeeld en zet de groep een sublieme uitvoering neer van het al even sublieme ‘When Jesus Comes To Save The World Again’. Nazareth heeft in de beginperiode van de band ook een aantal covers een totaal eigen draai gegeven. Vanavond krijgen we Joni Mitchell’s ‘This Flight Tonight’ en uiteraard de wereldhit ‘Love Hurts’ dat veel bekender is in de versie van Nazareth dan de originele versie van de Everly Brothers. Er wordt afgesloten met een pakkende uitvoering van Tim Hardin’s ‘Morning Dew’ waarop Murrison nog een laatste keer schittert. Aldus liet een optreden dat bij de eerste nummers een beetje sputterend op gang kwam toch een bijzonder warm gevoel achter. Dat vertaalt zich dan ook in een daverend applaus uit de zaal en een raid op de merchandising stand. En ja, na een beetje opwarmen is het van ruwe korrel voorziene schuurpapieren strot van McCafferty nog steeds in tact. Wat een zanger!

Power Prog & Metalfest - 30 april 2011 - Lotto, Mons

Dit is de tweede editie van het PPM festival in Mons. Vorig jaar daagde er veel volk op, dit was hoofdzakelijk te wijten hoofdact Scorpions en in mindere mate Pagan’s Mind. Deze uitgave herbergde meer topacts en toch bleef de grote massa weg. Niettegenstaande heerste er een gezellige drukte die pas in de late namiddag langzaam aanzwol. 18 bands van verschillend pluimage vulden de dag en verblijdden de aanwezigen. Stainless en Last Breath Messiah waren de eerste bands die mochten aantreden. Omdat we toen nog niet gearriveerd waren kunnen we niets melden over beide bands. De eerste band die we op het middaguur aan het werk zagen was het uit Brussel afkomstige Age Of Torment. Het thrash gezelschap speelde voor amper 150 man op het grote podium. Door de weinige toeschouwers en de harde sound, moesten we er het galmende geluid voor lief bij nemen. Stevige thrash in een zo goed als leeg betonnen hal aanhoren, het is geen pretje. De songs en uitvoering ervan nochtans beslist niet slecht. De band maakte gebruik van twee zangers, één voor de gewone zang, de andere voor de brutalere uithalen. Om 12:30 uur mocht het Italiaanse Syrens Call zijn kunsten etaleren. De female fronted metal band is een flauwe doorslag van Edenbridge. De zangeres kon niet overtuigen en ook haar stem en uitstraling scheerden geen hoge toppen. De muzikant die achter het keyboard stond mocht de backing vocals voor zijn rekening nemen, maar de man kon echt geen toon houden. Tot overmaat van ramp was zijn keyboardspel –het geluid leek op een goedkope Casio- even belabberd als zijn zangprestatie. Heel wat beter verging het Ethernity. Opnieuw een band met een zangeres. De jonge appetijtelijke Juli Collin is er eentje met ballen en de juiste uitstraling. De Belgische band had goede dynamische en fris klinkende songs in de aanbieding. Deze hielden het midden tussen progressieve rock en power metal. De muzikanten waren goed op elkaar ingespeeld en de sfeervolle pianostukken werden met degelijke gitaarsolo’s opgediend. Een van de verrassingen van de dag was Iron Mask, een band met Belgische roots. Opvallendste figuren zijn de Magic Kingdom gitarist Dushan Petrossi en de kale zanger Goetz ‘Valhalla Jr’. De licht progressieve en neo-klassieke hardrock wordt stomend geserveerd voor enkele honderden enthousiaste toeschouwers. Vooral de nummers uit het laatste album ‘Shadow Of The Red Baron’ gaan er in als zoete koek. Het traag opgebouwde ‘Resurrection’, het up-tempo ‘Only The Good Die Young’ en het folk getinte ‘Black Devil Ship’ zijn songs met internationale allure. Enkel de boomlange backing zanger, die moet zorgen voor de grunts, is de zwakke schakel van het gezelschap. Zijn stem valt ook regelmatig weg en brengt hier duidelijk geen toegevoegde waarde. Max Pie zorgt voor heel wat kijklustigen. Dat is niet zo verwonderlijk. Zanger Tony is eveneens de organisator van het festival. De Belgische progressieve heavy metalband die ooit begonnen is als covergroep heeft net zijn debuut ‘Initial Proces’ uit. Het album kreeg redelijk goede recensies in de Europese pers. Op cd brengt de band het er meer dan behoorlijk vanaf. Live valt het echter allemaal wat tegen. Ik denk niet dat de band geheel verantwoordelijk is voor deze mindere prestatie. Het geluid zat echt niet mee, bijgevolg rammelde het langs alle kanten. De galm was bijwijlen niet te harden. Zanger Tony kon zich moeilijk staande houden tussen dit ‘lawaai’. Jammer, maar na drie nummers hielden we de band voor bekeken. Na een verkwikkende pauze in het zonnetje waren we terug van de partij tijdens het Franse Nightmare. Zonder maar een nummer te kennen van deze band was ik direct gewonnen voor hun traditionele metal en dan vooral de overgave waarop de muzikanten hun songs vertolkten. De band uit Grenoble sprong begin jaren tachtig op de kar van de N.W.O.B.H.M. De nummers die ze speelden zijn solide en klinken tijdloos. Mooi was de hulde aan de overleden Dio met een excellente cover van ‘Holy Diver’. De verwachtingen voor de Italiaanse progressieve metalband Mindkey waren hooggespannen, maar de band viel me tegen. De songs stegen niet boven de middenmaat en de band had niet echt een eigen geluid. Het gebrek aan imago maakt dat je de band snel bent vergeten. De laatste song was beslist leuk en vertoonde opvallend veel overeenkomsten met Journey. Misschien moeten ze in de toekomst die richting uit evolueren. De metalcore van Resistance lieten we graag aan ons voorbijgaan. Blijkbaar waren er meerdere mensen die de band lieten voor wat het was en het zonnetje opzochten. Op een prog power festival hebben deze jongens weinig te zoeken. Met de avond in zicht kwamen de grote jongens op het toneel. Vandenplas was de eerste act met internationale faam. De Duitse progrockers konden muzikaal overtuigen. Enkel de zang van Andy Kuntz liet het soms afweten. De hogere noten waren moeilijk hoorbaar. De man getooid in een fout wit hemd had moeite om de toeschouwers op zijn hand te krijgen. De songs uit ‘Christ0’ konden nog het meest bekoren. Na het bedenkelijke concert stapten we vol verwachting richting het grote podium. Het deed goed om na lange tijd het Duitse trio van Rage nog eens aan het werk te zien. ‘Strings To A Web’ is hun laatste wapenfeit. Daaruit werd het orkestrale ‘Empty Hollow’ vertolkt, een nummer met een zeer sterk refrein en waarbij een orkest orkest meespeelt, op tape wel te verstaan. ‘Soundchaser’, ‘Set The World On Fire’, het logge ‘Going Down’ en meezinger ‘Higher Than The Sky’ werden met veel overtuiging neergepoot. Peavy genoot met volle teugen van het enthousiaste publiek. De man dankte na elke song uitvoerig zijn fans. Victor Smolski strooide als vanouds krachtige solo’s uit zijn gitaar. Enkel jammer dat drumbeest en eyecatcher Mike Terrana niet meer van de partij was. We willen echter geen afbreuk plegen op de prestatie van nieuwkomer André Hilgers. En na Rage was het rennen geblazen naar de andere zijde van de hal om maar niets te hoeven missen van Gamma Ray. Na een klein technisch probleem betrad de band duidelijk hongerig het podium op de tonen van ‘Welcome’. Op het kleine uurtje dat de Duitsers ter beschikking kregen was het moeilijk om een evenwichtige setlist te brengen. Ze trakteerden de fans op enkele klassiekers zoals: ‘Gamma Ray’ (oorspronkelijk nog vertolkt door Ralf Scheepers) en ‘Rebellion In Dreamland’. ‘To The Metal’ - uit het nieuwe album - werd goedkeurend onthaald, alsook ‘Watcher In The Sky’ (zie ook Iron Savior). ‘Brothers’ en Helloween-klassieker ‘I Want Out’ sloten de ietwat vreemde set af. Gamma Ray had gerust nog even langer mogen spelen, maar veel tijd om te treuren was er niet. Op de andere stage stonden immers Gamma’s landgenoten van Edguy te popelen om de talloze harten sneller te laten slaan. De band rond Tobias Sammet groeide uit tot één van de hoogtepunten van de dag. Edguy zit midden in de opnames van hun nieuwe cd maar wilde wel een avondje vrijmaken om tussen bands als HammerFall en Europe te staan. Het podium, voorzien van kasteelelementen, verdiende de schoonheidsprijs van de dag. Tobias zong de sterren van de hemel en bewoog als een volleerde entertainer over het podium. De gitaristen holden rond en brachten een waar spektakel. De groep bracht een best-of set met nummers zoals: ‘Tears Of A Mandrake’, het poppy ‘Superheroes’ en het gekke ‘Lavatory Love Machine’. De aanstekers en gsm-toestellen mochten bovengehaald worden op ‘Save Me’ en er werd afgesloten met het sterke ‘King Of Fools’. Ijzersterke set. Het Zweedse HammerFall had dezelfde uitleg klaar als Edguy. De band was hun nieuwe album ‘Infected’ aan het afromen maar wilde graag even tijd vrijmaken om in België te komen spelen. De mannen brachten vooral de klassiekers en kregen hierbij het publiek moeiteloos op hun hand. Opvallendste verschijning was gitarist/songwriter Oscar Dronjak die zich een blond kapsel aangemeten had. Gespeelde songs zoals: ‘Renegade’, ‘Riders On The Storm’ en ‘Let The Hammer Fall’ behoeven geen verdere uitleg. De setlist was vrij risicoloos, enkel ‘One More Time’ de nieuwe single kon even verrassen. Joacim Cans zong beter dan bij hun laatste doortocht in België toen de man nog alle hoge noten omzeilde. HammerFall blijft een leuke band, maar écht verrassen doen ze niet meer. Wanneer de vermoeidheid stilaan toesloeg, hadden we nog de hoofdact voor de boeg. Europe speelde een vlekkeloze set waarin de hits: ‘Superstitious’, ‘Carrie’, ‘Cherokee’ en ‘Rock The Night’ werden afgewisseld met de songs van hun laatste drie studioalbums. De meer volwassen rocksongs: ‘Start From The Dark’, ‘The Getaway Plan’ en ‘Last Look At Eden’ tonen aan dat de Zweden veel meer in huis hebben dan hun vertrouwde nummers. Met volle teugen hebben we genoten van de charismatische performance van Joe Tempest en het oorstrelende gitaarspel van John Norum. ‘Sream Of Anger’ en uiteraard ‘The Final Countdown’ sloten een meer dan geslaagde set af. Volgend jaar zijn we beslist terug van de partij bij onze Waalse buren voor een nieuwe editie van PPM.


Alcatraz Metal Festival 2011 - bekendmaking extra band

Vorige maand hadden we beloofd dat we nog een klepper zouden aankondigen en we zijn dan ook verheugd te kunnen melden dat COMMUNIC heeft toegezegd om op de komend editie van Alcatraz Metal Fest aan te treden. Met hun eerste demo schopten ze het al tot demo van de maand in de Duitse Rock Hard. Genoeg reden voor Nuclear Blast Records om het trio meteen een platencontract onder de neus te duwen. Het resulteerde in schitterende en eigenzinnige platen als ‘Conspiracy In Mind (2005), ‘Waves Of Visual Decay’ (2006) en Payment Of Existence’ (2008). Op 22 juli verschijnt ‘The Bottom Deep’. Op dit nieuwe album trekken de Noren de lijn van de vorige albums door; heerlijk complexe en progressieve metal met de nodige groove en waarbij de invloeden van bands als Sanctuary, Nevermore en Candlemass nooit ver weg zijn. Mis ze niet in Deinze, het wordt dit jaar hun enige optreden op Belgische bodem.

Weedeater, Zoroaster - 20 april 2011 - Decadence, Gent

Een zomeravond in april belette ons niet om af te zakken naar de studentenbuurt van Gent om een optreden mee te pikken van twee veelbelovende Amerikaanse bands. De spits werd afgebeten door Zoroaster. Het trio heeft met ‘Matador’ een nieuw hoofdstuk toegevoegd en het album wordt overal goed onthaald. De set werd geopend met ‘White Dwarf’ uit hun vorige langspeler ‘Voice Of Saturn’. De geluidsbalans in Decadance liet te wensen over. Je zag duidelijk dat zanger/gitarist Will Fiore niet echt in zijn sas was. Het was wat zoeken en aftasten. Nieuwe nummers als ‘Ancient Ones’, ‘Old World’ en ‘Odyssey’ kwamen niet helemaal tot hun recht. De specifieke sound die producer Sanford Parker hun had toebedeeld ging deels verloren in de geluidsbrij. Alleen ‘D.N.R.’ maakte een goede indruk en de twee laatst gespeelde tracks ‘Black Hole’ en ‘Spirit Molecule’ kwamen loeihard en oorverdovend uit de boxen geknald. De bas van Brent Anderson ging dwars door je lijf heen. Na een korte pauze was het de beurt aan headliner Weedeater. Ook die hebben met ‘Jason… The Dragon’ een nieuwe plaat uit. Samen met Zoroaster hadden ze een passage op Roadburn achter de rug en dan vergt een kleinere zaal als die van Decadance wel enige aanpassing. Waar Zoroaster het wat moeilijk had was dit voor zanger/bassist Dave ‘Dixie’ Collins en zijn twee trawanten, Dave Sheperd (gitaar) en drummer Keith Kirkum, geen probleem. Het geluid zat meteen goed. Het trio houdt er een paar eigenaardige trekjes op na. Dixie stond als vanouds gekke bekken te trekken, kraamde wat onzin uit en sloeg tussendoor en aan een gezapig tempo een fles Jameson whisky achterover, terwijl gitarist Dave rustig op tijd en stond een trekje nam en al blowend de groepsnaam alle eer aandeed. ‘God Luck And Good Speed’, ‘Homecoming’, ‘Mancoon’, ‘Wizard Fight’ en ‘Long Gone’ trokken gedrenkt in een overvloed van fuzz en feedback voorbij. Weedeater maakte een solide indruk en maakte zijn aankondiging als hoofdact waar. Ik had tot mijn verbazing een hoogzwangere dame midden de zaal zien staan en vroeg mij af of de baby in de moederschoot evenveel keet had geschopt als de heren op het podium. Achteraf had ik slechts van één ding spijt: dat ik andermaal mijn oordopjes was vergeten.



Alcatraz Metal Festival 2011 - Affiche bijna helemaal rond

Vandaag melden we met enige trots dat we niemand minder dan HELLOWEEN wisten te strikken als headliner. De pioniers van de Duitse power/speed/happy metal maakten midden jaren tachtig reeds furore met klassiekers als ‘Walls Of Jericho’ en de beide ‘Keeper Of The Seven Keys’-platen. Helloween is in haar dik vijfentwintigjarige loopbaan nooit van het toneel verdwenen, ook al had men door de jaren heen vaak te kampen met personeelswissels. De jaren negentig kenmerkten zich in het geval van Helloween vooral in het zoeken naar nieuwe muzikale horizonten. Dat Helloween daar ver in gaat bewijzen album als ‘Pink Bubbles Go Ape’ en Chameleon’. Zanger Michael Kiske verdwijnt kort daarop van het toneel en wordt vervangen door Andi Deris. Vanaf 2000 vindt de band onderdak bij Nuclear Blast en, samen met het genre, lijkt het er sterk op dat de vette jaren terug aanbreken. Met ‘Gambling With The Devil’ smijt Helloween nog eens al haar troeven op tafel, maar het is vooral het in 2010 verschenen ‘7 Sinners’ dat indruk maakt. Werden we bij ‘Gambling With The Devil’ al verrast door een terugkeer naar harder materiaal, op ‘7 Sinners’ gaat men nog een stapje verder. Bovendien is Deris prima op dreef met zijn karakteristieke zang die het midden houdt tussen Halford en Dickinson. Na Saxon in 2009 zijn we er van overtuigd dat ook Helloween voor een feestje zal zorgen op het einde van een hopelijk muzikale hoogstaande dag.

Hoogstaand is ook een begrip dat we zeker en vast kunnen gebruiken voor de thrash van DEATH ANGEL. Eerst hadden we nog Annihilator als co-headliner staan, maar door omstandigheden moest deze band afhaken. Het duurde minder dan vierentwintig uur om de Bay Area-thrashers van Death Angel ervan te overtuigen om Waters en co. te vervangen en zodoende eind augustus naar Deinze af te zakken. Afzakken kun je in dit geval wel letterlijk nemen want het vijftal maakt speciaal voor Alcatraz Festival de reis van San Francisco naar Deinze. Het zegt wat over de gedrevenheid van Cavestany en co. We zouden kunnen beginnen met de rijke historie van de band uit de doeken te doen, maar heeft niet ieder rechtgeaarde thrasher een of meerdere platen van deze jongens in zijn of haar kast staan, of dat nu het retestrakke ‘The Ultra-Violence’ of het sublieme ‘Act III’ is? Sinds de band in 2004 het comebackalbum ‘The Art Of Dying’ uitbracht is de populariteit alleen maar toegenomen.... en terecht. Thrash leeft, Deinze beeft!

Ook bij FORBIDDEN kunnen we van Thrash met een grote T spreken. Eveneens afkomstig uit de rijke muzikale Bay Area wist Forbidden eind jaren tachtig vriend en vijand te verrassen met superplaten als ‘Forbidden Evil’ en ‘Twisted Into Form’. Gitarist Robb Flynn (later Vio-lence, nu Machine Head) is dan al van het toneel verdwenen. Wat later vertrekt ook drummer Paul Bostaph. Hij gaat eerst Dave Lombardo vervangen bij Slayer om later op de kruk terecht te komen bij achtereenvolgens Exodus en Testament. Forbidden verdween midden jaren negentig van het toneel, ontgoocheld door het muzikale klimaat en enkele foute beslissingen van het toenmalige label. Als de bandleden in 2008 de koppen terug bij elkaar steken staan de festivalsorganisatoren te drummen. Rock Hard, Graspop, Bang Your Head, Sweden Rock, Zwarte Cross, Waldrock, Hellfest. Forbidden doet ze allemaal en veegt de vloer met menige band. Forbidden is zelfs zo onder de indruk van het enthousiasme van de fans dat men besluit een nieuw album te maken. Nuclear Blast ziet er brood in en schuift de heren een contract onder de neus. Het eerste resultaat van die samenwerking komt er in oktober 2010 want dan verschijnt ‘Omega Wave’, het eerste album van Forbidden in dertien jaar tijd dat bol staat van ‘intelligente’ thrash. Wat gaat dat geven in de Brielpoort? Uit goede bron weten we dat naast een resem songs uit het nieuwe album ook een bloemlezing uit het verleden zal gehouden worden. Hadden we het anders gewild...?

We blijven in de Bay Area en wie zal daar om malen? Luister jij nog naar platen als ‘Digital Dictator, Vicious Rumors’, Welcome To The Ball’ en ‘Word Of Mouth’? Wij geregeld. Superplaten zijn het! Sommige bands schrijven één klassieker. In het geval van VICIOUS RUMORS mag je daar een veelvoud van maken. Bandleider Geoff Thorpe begint al in 1979 (!) met Vicious Rumors. Vooral door het aantrekken van wereldzanger Carl Albert draait alles opeens in een stroomversnelling. Het is pas door het overlijden van Albert in een spijtig verkeersongeval in 1995 dat Vicious Rumors in een dip geraakt. Lang duurt die niet want op ‘Something Burning’ uit 1996 is Thorpe zelf als zanger te horen. Mocht er onder bands al een prijs voor de strijdlust bestaan, dan kunnen we die zonder verpinken aan Geoff Thorpe geven. De ene na de andere bezettingswissel kondigt zich aan, maar Thorpe blijft vechten voor zijn band. Een overlever in de ware zin van het woord. En neen, Vicious Rumors hoeft niet enkel te teren op platen uit het verleden. Het zopas verschenen ‘Razorback Killer’s is alweer een mokerslag. Benieuwd of Vicious Rumors die ook in Deinze gaat uitdelen.

Een van de zangers die Geoff Thorpe bij Vicious Rumors ooit in de rangen had was James Rivera. Diezelfde Rivera kennen we uiteraard ook van andere projecten, maar misschien nog het meest van HELSTAR. Helstar is in de jaren tachtig nog labelgenoot van bands als Exodus en Megadeth wanneer het album ‘Burning Star’ verschijnt. 1984 zijn we dan. Vervolgens verschijnen ‘Remnants Of War’ en ‘Distant Thunder’. Stuk voor stuk platen die de tand des tijds meer dan doorstaan hebben. Na het overigens succesvolle ‘Nosferatu’ valt het een beetje stil en het album ‘Multiples Of Black’ kondigt het einde aan. Sinds 2001 is Rivera er terug. Met wisselende line-ups werkt hij aan een comeback en vooral de doorzettingskracht en voortdurende gedrevenheid om te performen zorgen ervoor dat Helstar stukje bij beetje terug in het vizier komt. De laatste vijf jaar is Helstar overigens uiterst productief en dat met platen die alweer ver boven de middelmaat uitsteken. Rivera en Alcatraz, het lijken twee handen op een buik, temeer de band in 2009 al de platen van de muur speelde in Deinze. Dit jaar opnieuw, James!?

Dat we de volgende band mogen aankondigen maakt ons toch wel een beetje trots. Niet iedereen zal bekend zijn met de naam ANACRUSIS, maar mogen we stellen dat zij begin jaren negentig, samen met bands als ondermeer Cynic, Pestilence en Believer, aan de wieg stonden van de progressieve thrash. Progressief is een woord dat heden ten dage te pas en te onpas wordt gebruikt, maar in het geval van Anacrusis is het misschien wel een understatement. De band uit St. Louis (Missouri, VS), maakte vooral veel indruk met het album ‘Screams And Whispers’ uit 1993. Het werd meteen ook de zwanenzang van deze fel ondergewaardeerde band. Op 23 april 2010 zette Anacrusis voet op het podium van het Keep It True-festival in Duitsland. Tegelijkertijd verscheen (in eigen beheer) ‘Hindsight: Suffering Hour & Reason Revisited’, een dubbel-cd met heropnames van de eerste twee albums. Dit jaar komt de band terug naar Europa en dat voor amper twee optredens. Naast Rock Hard Festival in Duitsland wordt Alcatraz het eerste concert van Anacrusis op Belgische bodem sinds 1993 (Anacrusis speelde samen met Death in de Lido in Leuven). 27 augustus wordt hoe dan ook een unieke gebeurtenis met een al even unieke band.

Last but not least kondigen we aan dat ook AFTER ALL naar de Brielpoort komt. Het is al een half wonder dat het nu pas is dat deze sympathieke band op het podium van AMF verschijnt. De band uit Brugge staat al een aantal jaar op onze verlanglijst en eindelijk komt het ervan in 2011. Hoeft het nog gezegd dat After All zonder twijfel dé Belgische band is die de voorbije jaren zoveel op toer is geweest dat zelfs wij een beetje de tel zijn kwijt geraakt. Zo zijn ze pas terug van een kruistocht door Europa met wapenbroeders Heathen, Over Kill en Destruction. Het heeft er alleen maar toe bijgedragen dat naast schitterende platen ook schitterende concerten worden gegeven door een band die zich er steeds voor de volle honderd procent voor smijt. Sinds kort doet After All het met een nieuwe zanger en bassist en mogen we daarbij even grofweg stellen dat het er alleen nog maar op vooruit is gegaan. After All heeft overigens iets speciaal in petto voor de bezoekers in Deinze, maar daarover later meer.

Zoals eerder gezegd wordt er nog één band aan de affiche toegevoegd. We zijn nog met diverse groepen in de weer, maar een feit is dat die ene ontbrekende naam niet van de minste zal zijn. Ook daaromtrent meer nieuws binnenkort.

Haggard, Crow7 - 29 maart 2011 - Biebob, Vosselaar

Het aantal keren dat we Haggard op Belgische podia konden gadeslaan is op één hand te tellen. Wij herinneren ons een concert in de jaren negentig in Gent en een tour in 2005 die hen in een kleine zaal in Mechelen bracht. Natuurlijk is het geen sinecure om met een dozijn muzikanten Europa rond te trekken en dus hadden we er al lang vrede mee dat het collectief onder leiding van de Afghaan Asis Nasseri vooral een studioproject was. Enige verbazing maakt zich dan ook meester van me wanneer ik de huidige stand van zaken raadpleeg. Haggard voelt lentekriebels en doet een heuse tournee door Europa onder de noemer The Dark Symphony tour 2011. Daarom begeven we ons op een doordeweekse avond naar de Belgische rocktempel Biebob.
Eerst krijgen we voor een zo goed als lege zaal Crow7 te verteren. Het is op zijn zachtst gezegd een vreemde band als support act van een band die metal en klassiek verenigt. Deze (ook Duitse) jonkies lijken eerder weggekaapt uit het straatleven van Londen. Het viertal is rijkelijk getattoeëerd in het gezicht en speelt opstandige sleazy rock met een decadente uitstraling. Ze blijven moedig en enthousiast, al reageert het publiek enkel uit beleefdheid. We begrijpen amper dat ze dan nog bijna een uur speeltijd krijgen.
Tijdens een ruime pauze wordt het podium in gereedheid gebracht. De show is ook aangekondigd als een best of uit de vier albums die Haggard uitgebracht heeft. De verwachtingen zijn dus hooggespannen en de maestro voert de spanning nog wat op door geruime tijd te checken of alle instrumenten wel goed hoorbaar zijn en er technisch gezien niets verkeerd kan lopen. Een must met zulk een uitgebreide cast. Deze knorrende ceremoniemeester zal er gaandeweg echter wel plezier in krijgen en wanneer halverwege de grootste last van zijn schouders gevallen is kan er zelfs een enkel grapje af. Om half tien is men er eindelijk klaar voor: dertien muzikanten staan op het podium. Omdat de bezetting op elk album en bij elke show wisselt, gaan we ons niet laten verleiden tot een opsomming. Wel kunnen we melden dat de bekende gezichten naast de bonkige Asis zijn: de mediterraans uitziende gitarist Claudio Quarta, de beruchte man met de cowboyhoed en onafscheidelijk Motörhead T-shirt Fiffi en de excellente sopraan naast hem, drummer Luz, Ivica (contrabas), stoïcijnse hippiedame Ingrid aan het klavier, en violiste Ally. Achteraan zit een strijkerkwartet en tal van klassiek geschoolde muzikanten doen hun ding met partituren voor hun neus. In volle glorie gaat men van start met ‘The Sleeping Child’, al meteen een song waarin de onverstoorbare sereniteit (hoge sopraan, strijkers) samengaat met opzwepende, galopperende metalritmes en de grofkorrelige lage grom van Asis. Tijdens het prachtige ‘Eppur Si Muove’ gaan de handen spontaan op elkaar in het publiek. Het begin met de hoogste sopraanzang ooit en piano barst uit in woeste grunts, terwijl men in niet minder dan vier talen zingt. De timing van alles is perfect. Hoe de klassieke instrumenten inspelen op harde metal is een lust voor oog en oor. Het titelnummer van het recentste album ‘Tales Of Ithiria’ dikt het contrast tussen ruwheid en zeer ernstige klassieke muziek nog wat aan. Tijdens het bloedstollende ‘Herr Mannelig’ (een oude Zweedse ballad, heb ik altijd het perfecte Eurovisiesonglied gevonden) heeft vrouwelijke sopraanzang een hoofdrol en langzaam daalt Asis de trappen van het podium af. Even later beweegt hij zich door het publiek, een beetje onhandig, maar toch sympathiek. Met ‘The Observer’ en het vocaal gerichte ‘Final Victory’ dat overgaat in het wildere ‘Heavenly Damnation’ wint het concert terug aan vaart. Verrassend is de keuze voor het uit 1997 stammende ‘Lost (Robin’s Song)’. Na een adembenemende versie van ‘Upon Fallen Autumn Leaves’ volgt de voorstelling van alle muzikanten en dat nam natuurlijk wel wat tijd in beslag. Haggard heeft ook een aantal lange composities en het weergaloze ‘Awaking The Centuries’ en het van de eerste cd afkomstige ‘In A Pale’s Moon’s Shadow’ laten het nu talrijk opgekomen publiek uitgebreid genieten. Wanneer Asis het laatste nummer aankondigt, bedankt hij de technici en meldt dat men werkt aan een nieuw album dat voorzien is voor 2012. Het wordt een conceptalbum over de sprookjes van de gebroeders Grimm. Het schitterende concert wordt besloten met het onvolprezen ‘Per Aspera Ad Astra’. Een enkel bisnummer (‘All Inizo E La Morte’) sluit deze uitzonderlijke “gala avond” af. Wij waren zeer tevreden om zoveel songs uit ‘Eppur Si Muove’ te zien in de set, want dat blijft ons favoriete Haggard-album. Na deze avond is bewezen dat Haggard – naast Therion – de enige band ter wereld is die de samensmelting van klassieke muziek en vette metal zo ver doordrijft op zulk hoog niveau.

Setlist Haggard:

The Sleeping Child
Eppur Si Muove
Tales Of Ithiria
Herr Mannelig
The Observer
Heavenly Damnation + Final Victory
Lost (Robin’s Song)
Upon Fallen Autumn Leaves
The Day As Heaven Wept + Origin
Awaking The Centuries
In A Full Moon’s Procession
In A Pale Moon’s Shadow
Per Aspera Ad Astra

Encore:
All Inizo E La Morte


Paganfest 2011: Korpiklaani, Eluveitie, Unleashed, Moonsorrow, Varg, Heidevolk, Arafel, Kivimetsän Druidi - 26 maart 2011 - Hof Ter Lo, Antwerpen

Eind maart konden we nog eens peilen of het pagan/folk metalgenre nog steeds zo populair is in ons land. Het Paganfest begint er namelijk een serieuze reputatie op na te houden van dikwijls dezelfde bands te boeken. Korpiklaani, Eluveitie, Moonsorrow, Heidevolk, ja zelfs Unleashed en het onbekende Varg zagen we immers al eens deel uit maken van de strijdvaardige karavaan die door heel Europa trekt. Gelukkig lijkt er nog geen sleet op de formule, want de zaal was al een tijdje uitverkocht. Dit maakt dat het even duurt eer we binnen zijn en zo de eerste band – Kivimetsän Druidi – moeten missen. Geen nood, er zijn nog zeven andere groepen, want in Antwerpen krijgen we één van de exclusieve “extended shows” te zien, met toevoeging van Heidevolk en Eluveitie.
Arafel krijgt een dik half uur om zich aan het publiek te presenteren. De Israëlische band is al sinds de jaren negentig actief, maar pas met de aanwerving van Helge Stang (bekend als vroegere frontman Equilibrium) als zanger en de release van ‘For Battles Once Fought’ konden we ook in Europa kennismaken met Arafel. Het wordt een meevaller en de sfeer zit er meteen in met opener ‘Swords Hymn’ door de typische ophitsende koorzang, waar de band gretig gebruik van maakt. Naast de beweeglijke Helge is het ook violiste Nasha Nokturna die er wel zin in heeft en het publiek naar haar hand weet te zetten. De stevige power metal met epische inslag en ruwe zang kent uitstekend gitaarwerk. Tussen voortjagende songs als ‘I’m Feld’ en ‘Kurgan’ is het instrumentale ‘The Last Breath Of Fire’ met viool en heldere, akoestische gitaren een mooi orgelpunt.
Toch komt Heidevolk als volgende een stuk professioneler over. De Gelderse barden voelen zich als een vis in het water op een podium en het dak gaat eraf wanneer men na het opzwepende ‘Nehalennia’ al meteen enorm populaire liederen als ‘Saksenland’ en ‘Walhalla Wacht’ de zaal in slingert. Beide zangers vervullen hun stoere rol met heldere, krachtige stemmen, terwijl de band soms blastsnelheden haalt en ons ook verwend met talloze solo’s. Wanneer ‘Vulgaris Magistralis’ na 40 minuten het einde in luidt, kan Heidevolk terugkijken op een ware zegetocht.
Varg zagen we al eens als beginnende band. Ze grossieren nog steeds overdadig in blinkende warpaint, maar muziek en show zijn toch wat verbeterd. Het ligt allemaal wel een beetje voor de hand: de intro ‘Jagd’ laat ons huilende wolven horen en de in het Duits gedeclameerde songs luisteren naar titels als ‘Wir Sind Die Wolfe’, ‘Wolfzeit’ en ‘Wolfskult’ (eveneens de titel van hun tweede cd). Mocht het je ontgaan zijn, Varg betekent wolf. De bloederige vertoning kent een bekend moment met ‘Blutaar’ en de mannen getuigen zelfs van enige humor door één van hun songs ‘Rotkäppchen’ te noemen. Toch wel veel geblaat en weinig wol. Over naar het volgende.
De meest intrinsieke band van de avond is ongetwijfeld Moonsorrow. Naar hun 50 minuten apocalyptische klanktapijten keken wij het meest uit. De laatste jaren hebben de Finnen zich namelijk ontwikkeld tot een ervaren en strakke live-band en slopen er onderhuidse progressieve elementen in hun erg lange composities. Vanavond zijn Ville en co in bloedvorm. Het geluid zit mee en de songkeuze is perfect. De intro met radeloze voetstappen (‘Hävitetty’) gaat over in de machtige sonische wervelwind van ‘Ukkosenjumalan Poika’. Uit het nieuwe album kiest men als eerste het sterke ’Muinaset’. De meedogenloze krijsstem van Ville doorklieft de snerpende gitaarmuren, maar de melodieuze factor wordt in sierlijke leads en onverstoorbare heidense koren steeds behouden. In de zaal wagen enkele fervente fans nog een losse crowdsurf, maar het overgrote deel van het publiek kijkt rustig toe. De drinkhoorns zakken verbijsterd op de buik. Natuurlijk is Moonsorrow een klasse apart, waar de modale huppelende folkfan in eerste instantie geen raad mee weet, maar de Finnen hebben intussen zo’n sterke aanhang dat we geen exodus naar de bar constateren. Na de oudjes ‘Sankaritarina’ en ‘Kivenkantaja’ gooit het vijftal er het sublieme, nieuwe ‘Kuolleiden Maa’ tegenaan. Vijftien minuten magie waarin epische normen ten top stijgen en alle nuances op een deftige manier uit de boxen rollen. Kippenvel bij de snerpende gitaarsolo’s! Het vrij kalme ‘Matkan Lopussa’ sluit deze onwereldse orgie af op een erg slepende wijze. Moonsorrow wordt ook live alsmaar beter!
Dat men ook in het pagan genre een grote verscheidenheid vindt, ervaren we wanneer Unleashed het podium bestormt. Velen vragen zich af wat een brutale, lompe death metalband op deze affiche komt doen. Wel, beste lezers, Hedlund en co mogen dan uitmunten in plompe agressiviteit, zij waren wel één van de eerste bands met teksten waarin het wemelde van de Vikingen. Vandaar dat zij voor de tweede maal hun compromisloze oeuvre op dit publiek mogen loslaten. Dat doen ze – zoals altijd – onverstoorbaar als een voortrollende tank. Op goedgemikte handgranaten als ‘Midvinterblot’ en ‘Hammer Battalion’ blijft het heerlijk headbangen!
Eluveitie blijft een belevenis live. De Zwitserse band staat gekend voor haar tomeloze inzet op het podium en volksmenner Chrigel voert de troepen aan, terwijl hij het juichende publiek vanaf openingsnummer ‘Otherworld’ bij de zaak betrekt. Zijn snibbige, ruwe vocalen staan in schril contrast met de ludieke klanken van zijn fluitspel, terwijl hij over het podium sluipt als ware hij de rattenvanger van Hamelen. De band heeft een geducht repertoire opgebouwd en songs als ‘Nil’ en het rigoureuze ‘Bloodstained Ground’ worden dan ook enthousiast onthaald. Na ‘Thousandfold’ breekt de hel pas los. De reden? ‘Inis Mona’ blijft immens populair en wanneer Anna (het meisje met de draailier) in ‘Slania’s Song’ de zang verzorgt (eerst nog wat verlegen) kan het niet meer stuk. De gitarist begint ook op Matson’s drumstel te meppen en tijdens ‘Quoth The Raven’ daagt Chrigel het publiek uit voor een circle pit. Daar wordt gretig gehoor aan gegeven. Nog gekker wordt het tijdens de “fighting song” ‘Kingdom Come Undone’ want op Chrigel’s verzoek ontstaat er een wilde wall of death. De gemoederen worden daarna netjes gesust met enkele kalmere songs waarin een donkere atmosfeer en de folkelementen meer op de voorgrond treden. Het feest wordt op een uitgelaten manier afgesloten met ‘(Do)minion’, ‘Uis Elveti’ en ‘Tegernakô’ waarna we kunnen besluiten dat Eluveitie een schitterend concert weggaf vanavond.
We hebben dan nog een uur Korpiklaani tegoed, zoals Chrigel al aankondigde. Altijd wel leuk, al lijkt de band wel op automatische piloot te spelen, wanneer ze met een bevroren glimlach om de lippen van start gaan met het nieuwe ‘Päät Pois Toi Hirteen’ en ‘Cottages And Saunas’ (waar het om draait in Finland). De band komt gelukkig op dreef wanneer ze ‘Tequila’ en ‘Journey Man’ voor een uitgelaten uitverkocht huis aan de man brengen. ‘Ukon Wacka’ (met zang van gitarist Cane en Jonne) is een hoogtepunt, maar het boertige dansnummer ‘Juodaan Viinaa’ waarbij we ons op een pensenkermis wanen, had wel achterwege gelaten mogen worden. Opzwepende songs worden afgewisseld met (welkome) momenten waarin melancholie heerst (en Hittavainen uitgebreid kan tonen wat een veelzijdig muzikant hij is) zoals ‘Koiva Ja Tähti’ en ‘Mettänpeiton Valtiaalle’. Wie naar een Korpiklaani concert gaat, doet dit om eens flink te feesten. Daar is de band zich terdege van bewust. En dus ontbreken ook de internationale drankliederen ‘Tequila’, ‘Vodka’, het oudere ‘Wooden Pints’ en ‘Beer Beer’ niet in de setlist. Naar het einde toe krijgen we ook nog een ronkende versie van Motörhead’s ‘Iron Fist’ en als besluit komt ook nog een stukje ‘Paranoid’ (Black Sabbath) voorbij. Muzikaal mag Korpiklaani dan al lang niet meer verrassend zijn, sfeerbrengers zullen ze altijd blijven. De klok sloeg twaalf en het feest was over. Toch weer een geslaagde editie waar elke fan leuke herinneringen aan over houdt!


Epica - 19 maart 2011 - Hedon, Zwolle

Helemaal naar het noorden van Nederland voor een concert is een uitzonderlijke situatie voor ondergetekende, maar nu we daar toch waren voor een eerste luisterbeurt naar het uitstekende debuut van MaYan, pikken we graag een concertje mee van het populaire Epica. De fans staan al van ’s middags aan te schuiven en wanneer we geruime tijd voor de aanvang van het concert van de Nederlandse gothic metalband de zaal (willen) betreden, blijkt deze al afgeladen vol. Gelukkig kunnen we nog een redelijke plek bemachtigen om alles aandachtig te volgen. Een lange pauze doet de spanning stijgen, maar wanneer de atmosferische intro weerklinkt is alles dan ook tot in de puntjes geregeld. ‘Resign To Surrender’ is een overweldigende start met beenharde metal en massieve klassieke koren en natuurlijk de zuivere nachtegalenzang van Simone Simons, van repliek gediend door snibbige growls door Mark Jansen. Dit nummer van het recente album ‘Design Your Universe’ was de aanzet tot de geboorte van nieuwe band MaYan. Vlak daarna neemt Epica een duik in het rijke verleden. Het filosofische ‘Sensorium’ uit het debuutalbum en het Spartaanse, maar met weelderige toetsen van Coen Jansen overgoten ‘The Obsessive Devotion’ doen de zaal uit de bol gaan. In principe toert de Nederlandse band echter nog steeds voor het succesvolle ‘Design Your Universe’ en ‘Unleashed’ en het zwaar hakkende ‘Martyr Of The Free World’ ontbreken dan ook niet in de set. Men bouwt langzaam maar zeker naar een climax toe. Het lange ‘Kingdom Of Heaven’ – met enige zangpartijen van drummer Ariën van Weesenbeek en knappe akoestische gitaren – vormt dan ook een eerste verrassend hoogtepunt. Deze spanning wordt vastgehouden tijdens het sublieme ‘The Last Crusade’. Bombastische koren wedijveren met de zware riffs, terwijl naar het einde toe Ariën het beste van zichzelf geeft in een uitgebreide drumsolo. Een rustpauze voor de vocalisten wordt opgevangen door het instrumentale ‘Cry For The Moon’. Het is een waanzinnig staaltje progressieve hoogstandjes, waarin Mark Jansen en tweede gitarist Isaac Delahaye een spetterend duel uitvechten. Na de John Williams-cover ‘Imperial March’ volgt een moment van introspectie. Het emotionele ’Tides Of Time’ wordt opgedragen aan de onlangs overleden Manny van Oosten. Het is een beklijvende pianoballad. Kippenvel tijdens de loepzuivere zang van Simone! Het publiek kijkt ademloos toe, maar kan zich daarna nog flink uitleven tijdens een machtige uitvoering van het titelnummer van ‘Consign To Oblivion’. De band verdwijnt geruime tijd van het toneel, maar dwingende spreekkoren verleiden Epica tot een aantal bisnummers. Bijna een half uur lang geeft de band nog het beste van zichzelf in ‘Sancta Terra’, het filmische ‘Quietus’ en als lange finale ‘The Phantom Agony’. Dan is de cirkel rond, want dit is het titelnummer van hun eerste album. Bijna twee uur later dan het startsein keert iedereen tevreden huiswaarts.

Setlist Epica:

Intro - Samadhi
Resign To Surrender
The Obsessive Devotion
Unleashed
Martyr Of The Free World
Kingdom Of Heaven
The Last Crusade
Cry For The Moon
Imperial March (John Williams cover)
Tides Of Time
Consign To Oblivion

Encores:
Sancta Terra
Quietus
The Phantom Agony


Uriah Heep - 12 april 2011 - De Bosuil, Weert

In een goed gevulde Bosuil geven Uriah Heep de aftrap van hun ‘Into The Wild’ wereldtournee. Een ‘dress rehearsal’ zeg maar. Dat de band gelooft in de nieuwe cd zal duidelijk worden gedurende het komende uur en driekwartier. Minstens zeven songs van de nieuwe telg worden met verve gebracht waarvan meteen drie op rij bij de start. Concentratie, enthousiasme, afwachting, het zit allemaal in een cocktail van gevoelens waarmee de band op het podium staat. Een onverwachte powercut brengt nog wat extra spanning die met wat artificiële grollen wordt weggelachen. Maar het lukt. Het publiek hangt aan hun lippen en wordt beloond met de eerste klassieker, het obligate ‘Stealin’’ en weer volgen twee nieuwe songs gevolgd door weer een beloning voor de gretige zaal met een vlammend ‘Return To Fantasy’. Stilaan wordt het Mick Box en de zijnen duidelijk dat ze slagen voor de auditie en dan haalt de groep zijn topniveau met nog enkele nieuwelingen waaronder het voor zanger Bernie Shaw aartsmoeilijke ‘Trail Of Diamonds’ en het aanstekelijke ‘Nail On The Head’. Vervolgens is het party time met briljante uitvoeringen van enkele nummers uit het klassieke ‘Demons and Wizzards’ album , een razend ‘Free ‘n Easy’ uit ‘Innocent Victim’ en verbluffende uitvoeringen van ‘Gypsy’, ‘Look At Yourself’ en ‘July Morning’. Wat is het altijd weer een lust om bassist Trevor Bolder bezig te zien (en te horen!) tijdens dit onverwoestbare nummer. Na afsluiter ‘Lady In Black’ is het wachten op een laatste explosie met twee knallers van bisnummers: ‘Bird Of Prey’ en ‘Easy Livin’’. Na afloop gaan we nog even Bernie Shaw en Trevor Bolder feliciteren. Bernie neemt met enthousiasme een exemplaar van de Rock Tribune met zijn interview erin in ontvangst en vindt het een bijzonder mooi blad. Beide kunnen ze het niet laten om toch even te ventileren: het was stressen! Maar ze zijn nu duidelijk ontspannen want ze hebben gevoeld dat ze het publiek aan hun kant hadden. De door de Hollandse webmaster Louis Rentrop georganiseerde ‘Meet & Greet’ was dan ook een massaal succes met meer dan 120 gegadigden die stonden te dringen om met één van de bandleden op de foto te kunnen. Old warriors never die!



Turisas, Crimfall, Aktarum - 20 maart 2011 - Biebob, Vosselaar

Tussen een Amerikaanse tournee met Cradle Of Filth en een Europese trek met Die Apokalyptischen Reiter in, vond Turisas nog juist een plekje in de agenda voor enkele exclusieve headlineshows. Eén daarvan vond plaats in België en zij werden hierbij voorafgegaan door het uitstekende – eveneens Finse – Crimfall.
Aktarum, een trollengezelschap uit Waals Brabant, mag de aanwezigen in stemming brengen. De band treedt aan met een lading warpaint op de ontblote basten en in zwarte kilts. Uitzondering is zanger Thomas ‘Trollour’ maar die steelt de show met zijn keytar. Ondanks de onbekendheid van dit trollengezelschap, maken zij wel een goede beurt en hapt hun strijdvaardige Viking metal lekker weg. De black/pagan metal van het viertal is vrij huppelend, maar behoudt een zekere steenharde basis. Terwijl ze ons een selectie songs uit het debuutalbum ‘Gang Of Trolls’ presenteren loopt de zaal intussen aardig vol.
Met de keuze voor Crimfall als openingsband voor Turisas waren we bijzonder opgetogen. Was dit project van Jakke Viitala ten tijde van het welgesmaakte debuut ‘As The Path Unfolds…’ nog een studioaangelegenheid, nu is men met vijf permanente leden een kleurrijk gezelschap dat de zwaar simfonisch aangezette black metal ook live aan de man/vrouw kan brengen. Zangeres Helena Haaparanta blijkt een voluptueuze, flamboyante frontdame met een stem als een klok. Gelukkig, want zij moet opboksen tegen het ruwe geweld van krijsemans Mikko Häkkinen. Jakke, het genie van Crimfall blijft live op de achtergrond als gitarist, maar excelleert wel in exuberante gitaarsolo’s. Men gaat van start met het energieke ‘The Crown Of Treason’. Het geluid dient nog een beetje bijgesteld te worden, maar nadat men het nieuwe ‘Frost Upon Their Graves’ voor de leeuwen geworpen heeft komt alles voor mekaar. De filmische grandeur komt beter tot zijn recht wanneer je het album met hoofdtelefoon beluisterd, maar tijdens het feestelijke folknummer ‘Wildfire Season’, het stormachtige ‘Storm Before The Calm’ en het nieuwe ‘Silver And Bones’ merken we aan de reacties van het publiek dat velen dit nader gaan onderzoeken. Het nieuwe album ‘The Writ Of Sword’ zal dan ook meer kopers trekken dan het debuutalbum. En terecht!
Het is wel duidelijk dat het publiek gekomen is voor Turisas. Zij stellen ons vanavond het nieuwe album ‘Stand Up And Fight’ voor. Toch is dit nieuwe album slechts vertegenwoordigd door twee songs en grijpt men opvallend veel terug naar het debuut ‘Battle Metal’. De troepen verzamelen zich tijdens de filmische intro ‘Victoriae & Triumph Dominus’, waarna het ruwe ‘As Torches Rise’ en het aanstekelijke ‘One More’ door een enthousiaste zaal ontvangen worden. Helaas moeten zij dit doen zonder accordeonspeelster Netta Skog, want zij moest al verstek laten gaan tijdens de Amerikaanse tournee wegens gezondheidsproblemen. Dit hiaat wordt vakkundig opgevangen door violist Olli Vänskä, maar toch misten we de glimlach van Skog. Eén van de meest aanstekelijke nieuwe songs is ‘The March Of The Varangian Guard’ en we zijn dan ook verheugd dat dit vanavond gebracht wordt, evenals het epische ‘To Holmgard And Beyond’ dat luidkeels meegezongen wordt. De muzikanten zijn toe aan een frisse pint en delen dit met de voorste rijen. Veel tijd om te verpozen is er niet want na ‘The Messenger’ kunnen we genieten van een knappe solospot van violist Olli die overgaat in ‘501’. ‘Stand Up And Fight’ is de leuze die vanavond geldt, maar het besluit van de reguliere set doet ons nog veel meer plezier: een integrale uitvoering van het epische ‘Miklagard Overture’ is nooit te versmaden. Ook dit lange, bijna progressieve stuk wordt door het publiek zeer gesmaakt. Voor de bisnummers kiest men simpelere, ophitsende songs, zoals de Boney M kraker ‘Rasputin’ en het aloude ‘Battle Metal’. Met deze titel is trouwens aangegeven waar het vanavond om ging: een stevige portie strijdlustige songs met veel overtuiging gebracht door een enthousiaste band. Laat ze in de herfst nog maar eens langskomen!

Setlist Turisas:

Intro – Victoriae & Triumph Dominus
As Torches Rise
One more
The March Of The Varangian Guard
The Great Escape
To Holmgard And Beyond
The Messenger
Violin solo / Five Hundred And One
Stand Up And Fight
Miklagard Overture

Encores:
Rasputin
Battle Metal



Grave Digger, Orden Ogan, Downspirit - 10 april 2011 - Biebob, Vosselaar

Normaal gezien werd Grave Digger tijdens de Europese tournee vergezeld door Grand Magus en Sister Sin. Drummer Sebastian van Grand Magus liep in de arm een veneuze trombose op, hierdoor werd de tour afgezegd. Sister Sin was hiervan mee de dupe omdat beide bands dezelfde tourbus deelden. Met Downspirit en Orden Ogan werden twee vervangende supportacts gevonden. Voor Downspirit, de band rond Cede Dupont (o.a. Symphorce) waren we jammer genoeg te laat. Het Duitse Orden Ogan zette een sterke show neer voor amper een honderdtal toeschouwers. Orden Ogan brengt power metal waarin epische gitaarriffs, verrassende tempowisselingen en progressieve stukken voorkomen. Zanger Sebastian Levermann heeft een vrij zachte stem (dit in contrast met zijn ruige uiterlijk) die toch bij de stevige metal past. ‘Angels War’ en het aanstekelijke ‘We Are Pirates’ waren verrassend goede songs. In tegenstelling tot anderhalf jaar geleden moest Grave Digger het stellen met een halfvolle Biebob. Ondanks de magere opkomst werden Chris Boltendahl en de zijnen hierdoor niet ontmoedigd en kregen ze de fans moeiteloos aan het zingen. Het eerste deel van de show lag de nadruk op de Schots getinte songs. Nummers uit het nieuwe album ‘The Clans Will Rise Again’ en uit het oude ‘Tunes Of War’ wisselden elkaar af. ‘Paid In Blood’, het heldhaftige ‘Hammer Of The Scots’ en het meeslepende ‘The Ballad Of Mary’ waren prima opwarmers. Het tweede deel van de avond werd voorbehouden voor de klassiekers. Toetsenist Hans, verkleed als Pietje De Dood, haalde uit zijn zwarte gewaad een strop boven, het teken dat ‘Ballad Of the Hangman’ werd ingezet. Dit was beslist het kippenvelmoment van de avond. Het kookpunt werd even later bereikt met: ‘The Last Supper’, Excalibur’ en het trage maar oh zo mooie ‘Yesterday’. De kelen werden op het laatst nog schor geschreeuwd met Grave Digger’s grootste klassieker ‘Heavy Metal Breakdown’. Met een tevreden gevoel en een lichtjes stijve nek (hoort erbij) keren we huiswaarts.


Slayer, Megadeth, Drums Are For Parades - 23 maart 2011 - Vorst Nationaal, Vorst

Op papier zag het er een soort walhalla voor speed en thrash metalliefhebbers uit, deze European Carnage Tour waarbij Slayer en Megadeth de krachten bundelden. Toch willen we toch even onderstrepen dat er eigenlijk weinig wereldschokkends aan is. De oudere fans herinneren zich vast nog het legendarische Clash Of The Titans-gegeven waar beide bands ook bij betrokken waren. Langs de andere kant toont dit aan dat men 20 jaar later nog steeds een relevante rol kan spelen in het metalwereldje. Een mooie kans ook voor de nieuwe generatie fans, al komt die dan weer met het tegenargument dat men veel liever de Big 4 aan het werk zou zien en men dus wel nog eventjes wacht omdat, bij gebrek aan een show in de Lage Landen, men hun heil wel buiten de landsgrenzen zal gaan zoeken deze zomer. In elk geval waren er toch nog een dikke 4.000 metalheads niet tegen te houden om richting Vorst Nationaal te zoeven. Daar had promotor Live Nation ook nog eens een openingsact aan de affiche toegevoegd in de vorm van Drums Are For Parades. Een niet onaardige band uit het Gentse dat niet slechter kon geprogrammeerd worden dan vandaag. In de kringen van de stoner rockers wordt dit wel gewaardeerd. De die hard Slayer-fan en de Megadeth-aanhang heeft hier echter geen boodschap aan. Men bleef zich dan ook vol tanken met een bekend Waals biermerk van de Inbev Groep tijdens hun moment de gloire. Aan de toog wachtte de meeste aanwezigen trouwens nog een onaangename verrassing. Onder het motto ‘alles voor het milieu’ is men in Vorst Nationaal overgestapt op recycleerbare drinkbekers. Heel nobel en een zaal als de AB bewijst dat zoiets ook werkt. Alleen kost een beker hier 2 volle Euro’s om dan nog maar te zwijgen over de overige 2,5 of 4 Euro’s, naar gelang de grote, die je moet ophoesten voor het gerstenat in die beker. Zijn ze daar nu helemaal zot geworden of wat? Is een concertbezoek nog niet duur genoeg? Het mag toch nog enigszins aangenaam blijven. Laat ons van concerten, welk genre dan ook, toch geen elitaire bedoening maken die alleen nog weggelegd zijn voor de noveau riche en zij die enkel aan zichzelf denken en hun maten nooit trakteren op een frisse pint. Nu kan je in de rij gestaan om je zuur verdiende geld terug te eisen met die bekers, alsof de service al zo vlot was. Maar genoeg geluld, over naar de muziek. Zoals gezegd knalde Drums Are For Parades er een keiharde set uit waar niemand heil in zag of hoorde. Megadeth, daar keken heel wat aanwezigen naar uit. Hoe zou het vandaag zijn met Dave Mustaine? Een paar dagen eerder, in St-Petersburg Rusland, had hij nog last van nierstenen en was hij genoodzaakt een verkorte set te spelen wegens te veel pijn. Gelukkig lost Dave tegenwoordig alles op door te bidden en niet meer met drank. Want drank is den…. God, Onze Vader en Jezus Christus himself, hebben Dave geheeld en kijk. Daar staat hij, proper geföhnd en al met een spuuglelijke dubbelnek gitaar omgegord. Tot onze grote verbazing openen Mega Dave en zijn muzikanten met ‘Trust’, een van de meest afgrijselijke Megadeth-composities ooit. Heel de setlist is trouwens verrassend. Een positief iets want zo gans de ‘Rust in Peace’ plaat afhaspelen zoals enkele maanden eerder in de AB is toch maar niets. Nu kregen we naast die verrassende opener ook ‘Angry Again’ en zelfs ‘Mechanix’ kwam als intermezzo tijdens de eerste toegift, ‘Peace Sells’, nog eens langs. Het mag ook gezegd worden dat de belichting puik verzorgd was. Best goede punten dus maar helaas kunnen we ook een hele rits negatieve kanttekeningen maken. Dankzij Mustaine’s herwonnen geloof lijkt het ook alsof het allemaal een stuk softer geworden is. Waar is de metalband van weleer? Het knalt niet meer. Als we Dave en David (Ellefson, bas) zo bezig zien lijkt het zo nu en dan meer op een Up With People-dansvoorstelling. Zo saai en braaf. Mustaine voelt blijkbaar ook de drang om een soort van King Diamond imitatie neer te zetten op tijd en stond (‘In My Darkest Hour). ‘Word wakker, Dave, je hebt nooit kunnen zingen en zal dat ook nooit kunnen’. Megadeth zette verder een strakke set neer maar ze zouden qua power toch vaporiseren met wat nog ging komen. Het oppermachtige Slayer. Hiërarchie is er om gerespecteerd te worden en daarom is the Slaytanic Wheremacht dan ook meer dan terecht de nummer 2 van het grote kwartet. Het is ondertussen wel zonneklaar dat alle bands uit het kransje van The Big 4 een jaartje ouder worden. Vooral Slayer is de voorbije jaren geplaagd door kwaaltjes die we makkelijk kunnen categoriseren als ouderdomsverschijnselen. Na heel de historie met Tom Araya’s rug en de plotse voedselvergiftiging van Kerry King was het nu Jeff Hanneman die in de brokken deelde en thuis moest blijven omwille van een vleesetende bacterie. Omdat men sinds de release van hun laatste wapenfeit ‘World Painted Blood’ al genoeg shows had moeten uitstellen vroeg men aan Exodus-snarenwonder Gary Holt of hij niet mee wou om de eer van Slayer hoog te houden. Een vraag waarop elke rechtschapen thrash-gitarist een volmondig ja antwoordt. Holt kweet zich met heel veel flair van deze zware taak. Hij steelt de show niet maar staat evenmin voor het vijfde wiel aan de wagen op de bühne. Neen, Gary geniet en wat ons betreft is hem dat dubbel en dik gegund. Het concert zelf dan. Na een eerder teleurstellende passage op de laatste Graspop Metal Meeting nam Slayer nu revanche. Akkoord, na 20 jaar kondigt de frontman ‘Dead Skin Mask’ nog steeds met dezelfde worden aan maar die eeuwige glimlach op zijn tronie, die vandaag trouwens opvallend groot was, doet het hem keer op keer. Heel wat acts hebben de mond vol over een circle pit die men moet in gang steken. Tom grijnst en uit het diepste van zijn buik weergalmd: ‘WAR ENSAMBLE’. En de pit is gewoon een feit. Slayer is groots in alle aspecten al was de geluidsbalans vooral in het begin aan de mindere kant. Gelukkig kwam daar gaandeweg verbetering in en de show raasde verder. Nieuwe songs als ‘Americon’ en ‘Hate Worldwide’ blijven goed overeind bij het oudere werk. Met ‘Silent Scream’ en ‘Anti Christ’ diepte men trouwens enkele klassiekers op die al een tijdje niet meer voorkwamen in de Slayer-setlist en ook dat droeg er toe bij dat dit een heel gesmaakte passage werd in Vorst Nationaal. Persoonlijk kregen we nogmaals kippenvel van ‘Black Magic’. Een song uit 1983 en vandaag de dag klinkt dat nog steeds even krachtig en alles behalve gedateerd. Na al die jaren heeft ook Dave Lombardo niets van zijn kwaliteiten verloren. De precisie waarmee hij ‘Raining Blood’ ons in de maag splitste is iets waar de piloten die nu boven Libië cirkelen om nonkel Muammar een lesje te leren alleen maar van kunnen dromen. Hier nemen wij met recht en reden onze hoge hoed voor af. ‘Slayer rulse en Megadeth is kak’, zo hoorden we het iemand verwoorden op de radio toen we huiswaarts keerden. Misschien een beetje cru gezegd maar deep down inside vinden we dat ook.

Setlist

Megadeth

Trust
In My Darkest Hour
Hangar 18
Wake Up Dead
Head Crusher
A Tout Le Monde
How the Story Ends
She-Wolf
Poison Was the Cure
Angry Again
Sweating Bullets
Symphony of Destruction
Peace Sells / The Mechanix
Holy Wars... The Punishment Due

Slayer

World Painted Blood
Hate Worldwide
War Ensemble
Postmortem
Temptation
Dead Skin Mask
Silent Scream
The Antichrist
Americon
Payback
Seasons In The Abyss
Snuff
South of Heaven
Raining Blood
Black Magic
Angel of Death


Trans-Siberian Orchestra - 25 maart 2011 - Stadschouwburg, Antwerpen

Op een zaterdagmorgen kan het zalig zijn om in de vroegte alleen de krant te lezen met een muziekje op de achtergrond. Na het concert van gisteravond heb ik aan dat muziekje vanmorgen totaal geen behoefte. Ik wil de zalige nasmaak van een exquise maaltijd nog even bewaren. Voor het eerst kunnen we in Europa genieten van het Trans-Siberian Orchestra, een project van muzikanten uit de Savatage entourage dat in Amerika is uitgegroeid tot een bijzonder succesvol reizend orkest en zelfs twee verschillende casts op de baan heeft. TSO is vooral het geesteskind van Paul O’Neil en Jon Oliva, maar geen van beiden is hier van de partij. Niet getreurd, er zijn immers nog de gitaristen Al Pitrelli en Chris Caffery, bassist Johnny Lee Middleton en drummer Jeff Plate om de Savatage fans blij te maken. Vanavond brengen zij met een bezetting die bestaat uit 22 muzikanten en zangers plus één verteller als hoofdschotel de rock opera ‘Beethoven’s Last Night’, een verhaal dat is opgebouwd rond een verloren gewaande tiende symfonie van de klassieke meester. De verschillende stukken worden aan elkaar verbonden door schitterend gebrachte bindteksten door Bryan Hicks. Het ‘orkest’ bestaat uit een strijkersectie van acht heren en dames, soloviolist en showman Roddy Chong inbegrepen. Verder zijn er acht zangers waaronder de bekende Jeff Scott Soto en is er een rocksectie met hoger genoemde coryfeeën, keyboardvirtuoos Vitalij Kuprij en als tweede keyboardspeler een bevallige dame die luistert naar de naam Mee Eun Kim. Vanaf de eerste tonen is alles duidelijk: dit wordt niet zomaar een haastig in elkaar geïmproviseerde gelegenheidsshow. Alles is tot in de puntjes in orde: decor, opstelling van de muzikanten, licht en klank. Wat een constante zal blijven gedurende het twee en een half uur durende concert, is het verbluffende niveau van de muzikanten en het sublieme samenspel. Dit alles wordt gefaciliteerd door de kwaliteit van de composities, een perfecte mix en een geluid dat tegelijk krachtig genoeg is om het noodzakelijke rocktimbre te creëren, maar evenzeer op een niveau blijft dat aangenaam is om naar te luisteren. De zangers blijken stuk voor stuk toppers met een uitstekende stembeheersing en de vier zangeressen beschikken ook nog eens over professionele danscapaciteiten. Het laatste half uur brengt het gezelschap een aantal nummers uit de meest recente cd ‘Night Castle’ met een subliem fragment uit de Carmina Burana van Carl Orff en een verrassend arrangement van The Beatles’ ‘Help’. De Antwerpse Stadschouwburg was goed gevuld maar niet uitverkocht. Foei! De komst van TSO naar Europa is absoluut voor herhaling vatbaar, dat was duidelijk te merken aan de staande ovatie die TSO te beurt viel.



P.S.P. - 21 maart 2011 - Spirit Of 66, Verviers

PSP staat voor Phillips Saice Palladino. Op het eerste gezicht misschien niet spectaculair maar als je weet wie achter die namen schuil gaat dan wordt het andere koek. Simon Phillips is de drummer van Toto en bekend van tal van sessies en gastrollen. Solo heeft hij het altijd gezocht in de fusion muziek. Pino Palladino is bij de rockers het meeste bekend als bassist van The Who maar heeft een cv waarop grootheden als Paul Rodger, Jeff Beck en Eric Clapton prijken. Philippe Saisse heeft een indrukwekkende discografie als sessie- en jazz muzikant. Met hun drieën laten ze zich vooral inspireren door een van de grootste jazzrock bands aller tijden: Return To Forever van Chick Corea, Lenny White, Stanley Clarke en Al Di Meola. In een goed gevulde Spirit Of 66 is het zalig om deze drie muzikanten aan het werk te zien. Het gigantische drumstel van Philips blijkt geen geintje te zijn. De man gebruikt elk hoekje van de batterij en ontpopt zich nog maar eens als een virtuoos, een woord dat we niet lichtzinnig mogen gebruiken. Hij is een grote bewonderaar van Lenny White en dat hoor je. Dat vertaalt zich ook in het feit dat het trio een nummer van White ten beste geeft. Dat Phillips niet moet onderdoen voor White blijk overduidelijk als ze ‘Vulcan Worlds’ spelen, een van de meest verbluffende stukken van Return To Forever. Het trio speelt ook eigen nummers en opvallend is de compositie van Palladino die meditatief, maar toch complex van structuur blijkt te zijn. Palladino heeft dan weer een heel andere benadering van de bas als Stanley Clarke. Hij bespeelt zijn fretless bas niet als een solo instrument, maar vormt een perfecte ritmetandem met Phillips met een meer conventionele sound. Saisse heeft niet het turbulente van een Chick Corea, maar weet toch te boeien met zijn gevarieerd werk. Soms is dat jazzy en swingend, en dan weer eigentijds elektronisch. Af en toe komt dan die typische synthesizer sound van Corea boven. Het feit dat ze geen gitarist hebben geeft bijzonder veel ademruimte en zorgt voor een transparante sound. Ronduit verbluffend is de totaal eigen versie van Dave Brubeck’s ‘Blue Rondo A La Turk’. Phillips speelt daarin een aantal lange en verbluffende breaks, maar blijft daarbij altijd muzikaal bezig. Je hebt bij deze jongens nooit het ‘kijk mama zonder handen’ gevoel. Alles wat ze doen blijft functioneel en in dienst van de muziek. Zijn drumsolo’s saai? Niet als Phillips achter de kit zit. Soms drijft hij het ritme op in een perfecte wiskundige versnelling, je moet het maar doen. De finesse die deze man weet te combineren met een krachtig timbre is uniek. Het talrijk opgekomen publiek hangt figuurlijk aan de lippen van de band en lost gedurende twee uren lang nooit de rollen. Dit is puur muzikaal genot.



Kaizers Orchestra, Bernhoft - 27 maart 2011 - Vooruit, Gent

Meestal zijn voorprogramma’s niet van die aard om lang bij stil te staan, maar voor Jarle Bernhoft maken we een uitzondering. Als zanger was hij vroeger actief bij de Noorse rockers SPAN. Tegenwoordig gaat hij solo op pad en in 2008 bracht hij zijn debuutalbum ‘Ceramik City Chronicles’ uit. Bernhoft heeft zich toegelegd op blues en soul en ontpopte zich hier als een blanke versie van Robert Cray. Jarle heeft bovendien een weids stembereik en kan echt wel hoog uithalen. Door het gebruik van loops creëerde hij zichzelf een achtergrondkoor of genoeg instrumenten om de indruk te krijgen dat er een band op het podium stond. Hij kreeg het publiek op zijn hand met zijn grappige bindtekstjes, zijn zin voor relativeren en een originele versie van ‘Shout’ van Tears For Fears. Ik ken ook weinig artiesten die als voorprogramma het publiek aan het zingen krijgen. Bernhoft deed het hem.
Voor de meesterlijke Noorse live band Kaizers Orchestra was de concertzaal van de Vooruit maar voor de helft vol gelopen. Voordeel was dat het allemaal mensen waren die de groep op handen draagt. Dat zou later op de avond nog wel blijken. De Kaizers zijn bezig met een groots project bestaande uit drie platen. Eentje hebben ze al op de markt gegooid: ‘Violette Violetta Vol. 1’. Voor januari 2012 staat deel twee op de planning en het laatste deel van de trilogie zou verschijnen in november van dat jaar. ‘Violette Violetta Vol. 1’ werd door muziekrecensenten alvast lovend onthaald en bestempeld als een nieuw hoogtepunt in hun oeuvre. Het was dan ook dit album dat ze aan het Gentse publiek kwamen voorstellen. Kaizers Orchestra speelt intelligente, soms stevig onderbouwde rock, maar een deel van hun werk zit ook in de sfeer van zigeunermuziek, vermengt met punk, Noorse volksmuziek en Oost-Europese klanken. Naast de charismatische zanger Janove Ottesen, beter gekend als Janove Sjakalen Kaizer is toetsenist Helge Risa, alias Helge Omen Kaizer de maestro van het sextet. Die hield verscholen achter zijn gasmasker de muzikale touwtjes in handen. De eerste drie songs waren nogal rommelig gespeeld en even waande ik me op een optreden van dat andere zigeunerorkest Gogol Bordello. Gelukkig gooide men het toen over een andere boeg en bracht de gekke bende hun naar mijn smaak betere werk. Meer goed onderbouwde op rock afgestemde nummers met af en toe een vreemde wending én een donker randje met als hoogtepunt ‘Svarte Katter & Flosshatter’. Janove zingt in een zelfs voor Noren onverstaanbaar dialect en toch kreeg hij de toeschouwers aan het zingen. Naast uitstekende muzikanten zijn het goedlachse, sympathieke knullen met gevoel voor humor en dat droeg zeker bij tot de warme ontvangst die hen in Gent te beurt viel. Spijtig dat de bisronde met ’Min Kvite Russer’ beperkt bleef tot één nummer, want het enthousiaste publiek bleef maar roepen om meer, maar bleef jammer genoeg op zijn honger zitten.







Watain, Shining, Aosoth - Zaterdag 12 maart, 2011 - Biebob, Vosselaar

Gezien deze affiche drie uitstekende bands bevatte, keken we al geruime tijd uit naar dit concert. Het beloofde de eerste écht vette show van het jaar te worden en jawel hoor, alle verwachtingen werden dubbel en dik ingelost.
Openers Aosoth waren voor de meeste mensen een nobele onbekende, maar hun bestiale black/death sloeg wel in als een bom en wist meteen heel wat mensen te overtuigen. De bandleden zijn ook betrokken bij acts als Antaeus, Temple Of Baal, Balrog, … en behoren dus tot het kruim van de extreme Franse metalscene. Het Parijse gezelschap overtuigde in haar strakke in-your-face aanpak en de inleving van frontman MkM was zeer een pluspunt om Aosoth te presenteren. We vonden hun platenwerk al zeer genietbaar en wisten na deze set één ding: laat hen maar snel terugkomen.
Het Zweedse Shining is een geval apart. ‘You love ‘em or hate ‘em’ is absoluut van toepassing op deze suicidal black/doom band en waar een deel van het publiek helemaal uit zijn dak ging, was het voor anderen tijd om de miserie te ontvluchten en aan de bar te gaan hangen. Niklas Kvarforth en zijn kornuiten hadden geen verrassingen om uit hun mouw te schudden en er leek een zekere routine in hun set te zitten, gezien ze zich aan praktisch dezelfde setlist hielden als bij hun vorige twee shows. Hun zevende plaat wil maar niet uitkomen (ze wordt al twee jaar uitgesteld en opgeschoven), maar dat weerhield hen niet om toch al twee songs tussen de ‘klassiekers’ in te schuiven. Wie door de pose van Kvarforth’s zelfverminkingtoestanden heen kijkt, houdt een erg getalenteerde stemmenwizzard over die zijn stembanden als een extra instrument gebruikt, terwijl hij een stel heel sterke en gedreven muzikanten om zich heen heeft die de blues in hun extreme metal weten te leggen. Dus, ondanks de wat voorspelbare set werd het niettemin een heel genietbaar gebeuren.
En dan kwam het moment waarop iedereen gewacht had: de Zwarte Mis van Watain. Fakkels en kaarsen verlichtten het podium en daartussen kwamen de naar verrot bloed stinkende black metalmeesters van Zweden op onder luid kabaal van de toeschouwers. Watain kwam, zag en overwon! We zagen hen al een zestal keren voordien, maar dit was hun beste show tot nog toe. Waar ze vorige keer in Biebob af en toe toch in een bescheiden geluidsbrij vastliepen, zat het geluid nu helemaal perfect. Vanaf opener ‘Death’s Cold Dark’ barstte dit satansritueel los en kon je niet anders dan meegesleept worden door het hele gebeuren. E en zijn bende gaven zich helemaal en we zagen dat dan ook overslaan op het publiek. Met een beest van een plaat als ‘Lawless Darkness’ (niet voor nix dé plaat van 2010 voor ondergetekende) moet je simpelweg uitpakken en dat deed de band dan ook, want zeker de helft van de set werd er rond opgebouwd. ‘Reaping Death’, ‘Wolves Curse’, ‘Total Funeral’,… passeerden de revue, op tijd en stond afgewisseld met werk van ‘Sworn To The Dark’ (‘Storm Of The Antichrist’) en ouwetjes als ‘Rabid’s Death Curse’ en ‘On Horns Impaled’. Het beste werd echter voor laatste bewaard en zo viel het doek met het machtige epos ‘Waters Of Ain’, een machtige vijftien minuten durende brok geweld die integraal werd gespeeld en ons de rillingen over de rug deed lopen! We hadden nauwelijks durven hopen dat ze zo’n lang stuk in de set zouden opnemen, maar het getuigt eens te meer van hun briljante kijk op black metal. Machtige show, dus zorg dat je hen zeker niet mist wanneer ze in juni op Graspop komen!



4th Dimension, Labyrinth, Sonata Arctica - 6 maart 2011 - Trix, Antwerpen

Geen al te grote opkomst deze keer voor Sonata Arctica in Trix. Veel lege plaatsen zijn er te bespeuren en dat is ooit wel anders geweest. Misschien ligt dit aan het feit dat de Finnen geen nieuw materiaal op zak hebben en ons land de laatste jaren al veelvuldig hebben bezocht. Het Italiaanse 4th Dimension bijt vanavond de spits af en krijgt de kans een handvol nummers te spelen uit hun debuut: ‘The White To Rebirth’. De symfonische power metal van dit gezelschap klinkt goed en met ‘Angels Call’ en ‘Goldeneyes’ brengen ze alvast twee fris klinkende songs met opgewekte keyboardpartijen ten gehore. De tweede Italiaanse band van de avond is Labyrinth en zij kunnen rekenen op een enthousiaster publiek. De band rond zanger Roberto Tiranti en gitarist Andrea Cantarelli draait al twintig jaar mee, maar geniet hier nog steeds weinig herkenning. Hun nieuwe lp ‘Return To Heaven Denied, Pt. II’ is best wel goed. Getuige hiervan zijn drie songs die uit dat album vertokt worden. Het sterke ‘The Shooting Star’, met wervelende tempowisselingen, kan op het meeste bijval rekenen van het publiek. ‘A Chance’ en ‘Sailors Of Time’ zijn twee andere songs van de huidige cd die sterk neergepoot worden. Bij afsluiter ‘Moonlight’ krijgen de Italianen de handen flink op elkaar. Het feit dat de zanger tijdens die song het publiek fotografeert zit daar uiteraard voor iets tussen. Die ouwe truuk blijft werken. Geruggensteund door een enorme backdrop met winters tafereel betreedt om 22:00 uur Sonata Arctica de bühne. Na de instrumentale intro ‘Everything Fades To Gray’ wordt er afgetrapt met het krachtige ‘Flag In The Ground’. Het tempo zakt onmiddellijk door het middelmatige ‘The Last Amazing Grays’ uit hun laatste album. ‘Juliet’ eveneens uit ‘The Days Of Grays’ pakt dankzij de theatrale aanpak van Tony Kakko live beter uit dan op plaat. Het onvermijdelijke ‘Replica’ zit al vroeg in de set en kan op heel wat bijval rekenen, deze oldie wordt goed opgevoerd. Eindelijk komt er met ‘Blank File’ uit hun debuut terug wat meer tempo in de show, maar het plezier duurt niet lang. De spanning verdwijnt even snel wanneer het rustige ‘As If The World Wasn’t Ending’ wordt gespeeld. Tony meldt in het midden van de set dat hij zich niet al te lekker voelt maar toch zijn uiterste best doet om het publiek te entertainen. Het is na deze uitspraak dat de set beter wordt. Met ‘Paid In Full’ en ‘Victoria’s Secret’ is het publiek terug wakker. Meestal zijn de solomomenten ronduit vervelend, gelukkig niet deze keer. Gitarist Elias Viljanen en toetsenist Henrik Klingenberg vechten een smaakvol duel uit terwijl de bassist Marko en drummer Tommy solide het tempo aangeven. Na het flauwe ‘The Misery’ krijgen we voor de bisnummers met: ‘Full Moon’ en ‘In Black And White’ nog twee opzwepende songs te verwerken. Nadien wordt de zaal enkele minuten in duisternis gehuld, maar op de tonen van ‘Caleb’ betreedt de band terug het podium. Laatste nummer van de avond is ‘Don’t Say A Word’. Geen show van Sonata Arctica zonder het obligate: ‘Vodka’. Iedereen zingt het dronkemanslied uit volle borst mee, daarna neemt Tony uitgebreid afscheid van de fans door hen vele kushandjes toe te werpen. Door de teveel rustige momenten was dit geen al te beste show van de sympathieke Finnen. ‘8th Commandment’ en ‘Kingdom For A Heart’ hadden voor meer vaart kunnen zorgen. Volgende keer beter!

Symphony X, Nevermore, Psychotic Waltz, Mercenary, Thaurorod - 27 februari 2011 - Hof Ter Lo, Antwerpen

Reikhalzend hadden we uitgekeken naar het tourpackage dat deze dagen onder de noemer Power of Metal de Europese podia onveilig maakt. Het gebeurt immers steeds meer dat je een aantal bands in andere subgenres voor lief moet nemen om daarna slechts te genieten van één ordentelijke hoofdact. Niet van dit alles bij deze gelegenheid, want wij veronderstellen dat Psychotic Waltz, Nevermore en Symphony X toch ongeveer eenzelfde publiek weten aan te spreken. Dat vertaalde zich in een homogene opkomst – laat ons het de doorgewinterde metalfreak noemen, die het lekker heavy wilt, maar toch melodie voorop stelt – welke Hof ter Lo aardig liet vollopen, maar geen uitverkocht huis garandeerde.
Vijf bands en daarvan mag Thaurorod als eerste het podium op. De Finnen – nu met Vision Divine-zanger Michele Luppi in de gelederen – stellen vanavond hun debuutalbum ‘Upon Haunted Battlefield’ aan ons voor en profileren zich als progressieve power metalband. Ze maken geen slechte beurt, maar meer dan een openingsact zal het vast nooit worden.
Niet alleen Evergrey heeft onlangs schoon schip gehouden, ook bij het Deense Mercenary hielden drie van de zes leden het voor bekeken. Het onlangs verschenen ‘Metamorphosis’ is dan ook even wennen, temeer daar er vocaal ook enige verandering heeft plaatsgevonden. Bassist René Pedersen (vroeger enkel grunts) neemt nu ook de cleane vocalen voor zijn rekening. Dat doet hij niet onverdienstelijk, maar als we vorige concerten van de band met vanavond vergelijken, is de eigenheid van Mercenary zogoed als verdwenen. We zien nu een moderne melodieuze death metalband met wisselende zang, het soort waar er behoorlijk veel van rondlopen. Misschien zijn we nog niet voldoende vertrouwd met het nieuwe materiaal, maar het ging het ene oor in en het andere uit. Als viertal trekken de Denen zich in oudere songs als ‘World Hate Center’ en ‘The Endless Fall’ aardig uit de slag. Gezien de recente metamorfose is het logisch dat men de set vult met voornamelijk nieuwe nummers en nog slechts met ‘Firesoul’ een summiere duik in het verleden neemt, maar een goede zet om het publiek voor zich te winnen is dat natuurlijk niet.
Wij waren razend benieuwd naar de reünie van Psychotic Waltz. Wat Devon Graves met Deadsoul Tribe en The Shadow Theory produceert geeft ons onverminderd een flinke kluif progressieve rock, maar eens stal de man toch onze harten als Buddy Lackey van het lichtjes geheimzinnige gezelschap Psychotic Waltz. Bij deze speelt de reünie zich voor onze ogen af. Het is op zich al een wonder dat ze gitarist Dan Rock hebben weten over te halen om te toeren en misschien zijn we dus wel getuige van een uniek gebeuren dat in de toekomst weer op losse schroeven komt te staan. De Amerikanen brachten tussen 1990 en 1996 vier albums uit en werden later gebombardeerd tot cultstatus. De setlist bestaat uit een greep uit elk album. ‘Ashes’ opent het gebeuren, gevolgd door het obscure ‘Spiral Tower’. De performance van Devon is erg intens, maar we verwachten niet anders van de gedreven frontman. Het licht psychedelische gitaarwerk van Dan Rock kruidt het pathos van Lackey. Gitarist Brian McAlpin draagt trouwens zijn steentje bij aan het concert vanuit een rolstoel. Met het uit ‘Mosquito’ komende ‘Haze One’ en het langgerekte titelsong van ‘Into The Everflow’ dreigt het concert een beetje langdradig te worden, maar dat wordt vlug verholpen door er wat meer rockende songs als ‘Morbid’ en ‘Cold’ tussen te voegen. Pas daarna legt Buddy enig contact met het publiek met de simpele mededeling dat het lang geleden is en er speciale tour T-shirts te verkrijgen zijn. Hij speelt zelf akoestische gitaar in het zachtere ‘Halo Of Thorns’ en met de zware riffs van ‘Nothing’ gaat men er nog éénmaal wat steviger tegenaan. Na al die jaren klinkt Psychotic Waltz nog steeds bijzonder eigenzinnig, maar het is eerder luistermuziek dan een meeslepende live-prestatie.
Nevermore heeft ons nog nooit teleurgesteld, het slecht geproduceerde ‘Enemies Of Reality’ even niet in beschouwing genomen. Vorig jaar brachten ze nog een knaller van jewelste uit met ‘The Obsidian Conspiracy’ en het is dan ook niet verwonderlijk dat daar flink uit geput wordt tijdens deze tournee. Zanger Warrel Dane is enigszins excentriek uitgedost (petje, rood haar, zwarte nagellak), maar zijn vocale prestatie is zondermeer indrukwekkend. Het publiek hangt vanaf het eerste nummer (het opzwepende ‘Moonrise (Through Mirrors Of Death)’) aan zijn lippen. Blonde stergitarist Jeff Loomis krijgt versterking van tweede gitarist Attila zodat het virtuoze gitaarwerk geen hiaten vertoont. Vlak voor deze tournee van start ging, lazen we het slechte nieuws dat bij bassist Jim Sheppard met spoed een hersentumor moest verwijderd worden. Tijdens deze herstelperiode zien (en horen) we de minzaam glimlachende dame Dagna Silesia in zijn plaats. Het beklijvende ‘The Termination Proclamation’ en ‘Your Poison Throne’ worden in snelle vaart op de juichende massa afgevoerd. Opvallend veel songs van ‘Dead Heart In A Dead World’ ook, want na het snelle, thrashy ‘Born’ kunnen we genieten van het prachtige, tragere ‘The Heart Collector’ en het krachtig gezongen ‘The River Dragon Has Come’, terwijl later in de set ook nog het Spartaans strakke ‘Narcosynthesis’ tot wilde taferelen in het publiek leidt. Een hoogtepunt is de semi-meezinger ‘Emptiness Unobstructed’ van het nieuwe album. Wat is dat toch een sterk nummer! Oudere songs? Die waren er ook. ‘This Godless Endeavor’ bezorgde ons kippenvel, maar als afsluiter werd gekozen voor het beenharde ‘Enemies Of Reality’ zodat het publiek nog eens flink uit de bol kon gaan. Spijtig genoeg geen bisnummer, maar wel een schitterend optreden!
Na hun bijzonder sterk concert op Graspop enkele jaren terug, waren de verwachtingen hoog gespannen voor de headlineshow van Symphony X. Met Russel Allen hebben ze namelijk een meesterzanger uit de klassieke metalschool in huis, het gitaarwerk van Michael Romeo is om duimen en vingers af te likken, toetsenist Michael Pinnella ondersteunt dit alles en een ervaren ritmesectie houdt de mannen strikt bij de les. Er wordt verrassend afgetrapt met een oudje: ‘Of Sins And Shadows’ komt warempel van ‘The Divine Wings Of Tragedy’ uit de jaren negentig. Maar al spoedig zal blijken dat de nadruk toch op het laatste album ‘Paradise Lost’ (2007) zal liggen, gelukkig één van hun sterkste en meest epische albums. Het is dan ook genieten geblazen tijdens ‘Domination’, het deels dreigend gezongen ‘The Serpent’s Kiss’ en de door piano ingeleide semi-ballad ‘Paradise Lost’. Russel zet een fantastische prestatie neer, trots gehuld in Led Zeppelin T-shirt en het grote gebaar niet schuwend. Hun nieuwste studioalbum is zopas opgenomen en daar speelt de Amerikaanse band elke avond twee songs uit op deze tournee. In Antwerpen wordt als eerste ‘Heretic’ op de aanwezigen uitgetest, later volgt ‘Dehumanized’, een powertrack met plaats voor een spetterende gitaarsolo van de gemoedelijke Romeo. Een duik in het verleden doen we met het snelle ‘Sea Of Lies’ en ‘Inferno (Unleash The Fire)’ met zijn vele progressieve uitstapjes. Eén van de meest catchy songs van ‘Paradise Lost’ is het aanstekelijke ‘Set The World On Fire’ en dat is dan ook een hoogtepunt vooraleer men met ‘Smoke And Mirrors’ het slotakkoord de zaal instuurt. Beide hoofdacts waren bijzonder goed op dreef zodat we enkel kunnen scanderen: meer van deze power of metal tours!

Setlist Symphony X

Of Sins And Shadows
Domination
The Serpent’s Kiss
Heretic (new song)
Paradise Lost
Inferno (Unleash The Fire)
Sea Of Lies
Dehumanized (new song)
Set The World On Fire
Smoke And Mirrors

Setlist Nevermore

Moonrise (Through Mirrors Of Death)
The Termination Proclamation
Your Poison Throne
Born
The Heart Collector
The River Dragon Has Come
Emptiness Unobstructed
This Godless Endeavor
Narcosynthesis
Enemies Of Reality

Setlist Psychotic Waltz

Ashes
Spiral Tower
Haze One
Into The Everflow
Morbid
Cold
Halo Of Thorns
Nothing

Setlist Mercenary

Into The Sea Of Dark Desires
World Hate Center
The Endless Fall
Through The Eyes Of The Devil
In A River Of Madness
In Bloodred Shades
The Follower
Firesoul



Rhapsody Of Fire, Vexillum, Visions Of Atlantis - 18 februari 2011 - Le Coliseum, Charleroi

Negen jaar was het al geleden dat Rhapsody Of Fire ons land bezocht om een concert te geven. De juridische perikelen waarin ze verstrengeld zaten met Manowar zitten daar zeker voor iets tussen. Uitgerekend in Charleroi deden ze één show voor de Benelux. Le Coliseum, gelegen in een achterbuurt van Charleroi is een zaal die de vergelijking met AB kan doorstaan en op deze avond was de zaal beneden goed volgelopen, al bleven de balkons gesloten. Alvorens we Italië’s beste metalact mochten aanschouwen, kregen we nog twee supportacts te verwerken. Het onbekende Vexillum, eveneens uit Italië, mocht de spits afbijten. De mannen uit Pisa wandelden in groene Schotse kilts het podium op en dat was toch even wennen. Het vijftal speelde melodieuze metal die te weinig om het lijf had. Het nummer ‘Avalon’, met Schotse folkinvloeden, uit hun cd ‘The Wandering Notes’, kon nog enigszins boeien, maar voor het overige was het vooral wenkbrauwen fronsen. Zanger Dario heeft een stem die aan Bruce Dickinson doet denken, maar het verschil is dat de Italiaan niet toonvast is en een te beperkt bereik heeft. Vexillum was vijf songs lang onderhoudend, maar ook niet meer dan dat. Dan bracht Visions Of Atlantis het er veel beter van af. De Oostenrijkers hebben met ‘Delta’ net een nieuwe en best goede plaat uit. Blikvanger is de nieuwe Griekse zangeres Maxi Nil. Op het eerste nummer dat werd gespeeld kampte de extravagante zangeres getooid in een bombastische witte jurk echter met stemproblemen. Gaandeweg het optreden bloeide de zangeres helemaal open en legde ze een foutloos parcours af. Haar wisselwerking met zanger Mario Plank pakte goed uit. De power die op de platen van Visions Of Atlantis ontbreekt komt er live wel goed uit. Geslaagd optreden. Wanneer om 22:00 uur de intro van ‘Dark-Kunor’ uit de boxen schalt gaan de handen vlot op elkaar en stijgt de temperatuur in de zaal. De snelle opener ‘Triumph Of Agony’ zet meteen de sfeer er goed in. De band is in grote vorm. Fabio zingt de sterren van de hemel en bespeelt het publiek op voortreffelijke wijze. De band is prima op elkaar ingespeeld en heeft er duidelijk zin in. Het tempo wordt met ‘Knightrider Of Doom’, ‘The Village Of The Dwarves’ en ‘Unholy Warcry’ hoog gehouden. Het publiek zingt en klapt gretig mee. In de set worden met twee Italiaanse songs: ‘Guardiani Del Destino’ en het adembenemende ‘Lamento Eroico’ broodnodige rustpunten ingebouwd. De drum –en bassolo hadden voor mij niet gehoeven, maar deze momenten waren ideaal om de toog nog eens een bezoekje te brengen. De achtergrondkoortjes die op tape meedraaiden mochten net als de gitaren van Luca Turilli en de tweede gitarist iets luider in de mix gezet worden. Het zijn slechts kleine minpuntjes die opvielen in een voor de rest voortreffelijk optreden. In het tweede gedeelte van de set kregen we sterke versies van ‘Dawn Of Victory’ en het al even bekende en opzwepende ‘Holy Thunderforce’. Met de nummers van het nieuwe album ‘The Frozen Tears Of Angels’ werd spaarzaam omgesprongen. Het sprookjesachtige ‘On The Way To Ainor’ was het eerste van de drie songs die ze uit dat album zouden spelen. Tegen het einde van de reguliere set werd daar ‘Sea Of Fate’ aan toegevoegd en in de bisnummers werd met ‘Reign Of Terror’ het meest krachtige nummer van de avond neergepoot. Fabio moest bij de screams die in dat nummer voorkomen roofbouw plegen op zijn stembanden. Dit technisch moeilijke nummer waarop ook cleane zangpartijen voorkomen werd door de zanger met veel inlevingsvermogen tot een goed einde gebracht. Hij kreeg zelfs applaus van Luca voor deze vocaal belastende prestatie. Het alom bekende ‘Emerald Sword’ werd luidkeels meegezongen waarbij het publiek nog eens een keer massaal uit de bol ging. Diegenen die er vanuit Vlaanderen of Nederland een lange rit voor over hadden, zullen het zich niet beklaagd hebben.


Black Tusk, Howl - 10 februari 2011 - Decadence, Gent

In deze danstent verwacht je niet onmiddellijk twee bands uit de Relapse stal te zien optreden. Toch was dit het geval met Black Tusk en Howl. Dankzij sterke releases worden beide groepen door Relapse in de spotlights gezet. Er werd dan ook veel van hen verwacht nu ze gezamenlijk een eerste Europese tournee maakten. Het was Black Tusk die de debatten mocht openen. Het drietal uit Savannah combineert sludge metal met thrash, crunk, stoner en post hardcore. Zowel gitarist Andrew, bassist Athon en drummer James nemen een deel van de zang voor hun rekening. Trommelaar James was erg goed op dreef. De ritmes die hij de zaal in joeg waren adembenemend, maar vocaal gezien was hij paradoxaal genoeg de zwakste schakel. Niet dat we hier fijnzinnige koorknapen hadden verwacht; toch bleef men maar rammen in een poging de eigen opgetrokken geluidsmuur te doorbreken. Een beetje afwisseling had hier wonderen kunnen doen. Daarna was het de beurt aan Howl. Het kwartet kwam hier zijn eerste full cd ‘Full Of Hell’ voorstellen. Deze death/black metal band draagt een antichristelijke boodschap uit, maar werd bij de inzet van het eerste nummer monddood gemaakt door de geluidstechnicus van dienst. Geen groter afgang is je deel dan als woest kijkende frontman met opengesperde mond zelfs geen piepgeluid te kunnen voortbrengen. Gelukkig werd dit euvel binnen de kortste keren verholpen. Zanger Vincent had een vinger van zijn linkerhand bezeerd en hij had nog maar net de lokale apotheker alle lof toegezwaaid voor de goede zorgen of zijn pleister kwam los. Deze verplichte adempauze kwam misschien op het goede ogenblik, want Howl speelde een rommelige set. Onder meer het betere drumwerk – wat je hier toch had verwacht – bleef achterwege. Na deze onderbreking kwamen de extreme grunts en gitaarriffs beter tot hun recht.
Na afloop hebben de bandleden zich druk bezig gehouden met het inladen van de instrumenten en het verkopen van merchandise (zoals dat ook hoort!) en konden de gasten bediscussiëren wie van de twee het best was. Dit terwijl jonge meisjes in te korte rokjes (het meer normale publiek van Decadance) binnendruppelde en zich afvroeg wie al die enge mannen toch waren.


Het decibelgehalte - onze mening

U hebt het ongetwijfeld al vernomen: Joke Schauvlieghe, Vlaams minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur, heeft een voorstel klaar om het geluidsniveau te beperken bij muziekinrichtingen, waaronder ook muziekfestivals. Zelf komen we met Rock Tribune Magazine en Alcatraz Metal Festival geregeld in aanraking met het onderwerp. Reyers Laat liet even terug haar licht schijnen op het probleem en nodigde, naast de minister, ook Herman Schueremans uit om zich in de debatten te mengen. Als bezieler van Rock Werchter is hij uiteraard de uitgelezen persoon om het standpunt te verdedigen. Nadien maakten we ons toch enige bedenkingen. Eén punt is dat geluidstechnici van bands vaak denken het beter te weten dan de organisatie. Rocksterren, hun management en entourage leven al eens op een wolk, betreden een zaal en gaan al vlug hun eigen wetten geloven. Over het artikel ‘dB Limits’ wordt in een contract meestal niet al te veel gerept. Het probleem is dus niet dat bezoekers van concerten moeten gesensibiliseerd worden, maar wel de bands en hun gevolg. Om één voorbeeld te noemen: de mannen van Motörhead, genoegzaam bekend om hun overmatig gebruik van alcoh… eugh decibels, hebben één regel: ‘Rule number 1: No rules’! In de UK mogen we tot 107 dB, dus mogen we dat over de hele wereld, hoor je ze denken. En welke organisator gaat Lemmy zeggen dat je oren ervan gaan suizen? ‘Drink een slok whisky mate en we betalen de boete zelf wel’. Is het slim? Neen! Is het stoer? Jazeker! Na een concert van Motörhead ga je vol adrenaline, maar wel potdoof naar huis. Vervolgens ga je (proberen) slapen met een autosnelweg tussen je oren. Hand in eigen boezem, ook de organisatoren moeten meer op hun strepen staan en dit een halt toeroepen.
Tenslotte betaal je die mannen huizenhoge fee’s en is het de organisator die de wet bepaalt. Heiliger dan de paus hoeft inderdaad niet, even heilig is al erg genoeg. Temeer muziekliefhebbers ons vaak zelf na een concert komen vertellen dat het vooral de headliners zijn die (te) luid spelen. Of Herman Schueremans in Reyers Laat nu de rustige rebel was of eerder arrogant, laat ik in het midden, maar waarom ene Stijn van Scala een veeg uit de pan krijgt met een naast-de-kwestie Rammstein-verhaal ontgaat onze logica. Is het echt nodig mensen te tonen dat er een ‘boekje’ bestaat waarin dé ‘contacten’ staan? Vooral de valse bescheidenheid waarmee het gebeurt, is degoutant! If Herman shoots, he shoots to kill! We weten al langer, meneer Schueremans, dat zo goed als elke band van betekenis door uw handen gaat en de organisatoren van de pakweg tien grootste festivals in Vlaanderen deze eenzijdige (vriendjes)politiek gedogen. Ook dat is een regel in wat u 'de ziekte van de regelgeving' noemt. In het land der blinden is eenoog koning. Uit de ganse zaak concludeer ik dat de wijsheid de logica tart. Zo ontgaat mij het nut om in de toekomst iedere concertganger oordopjes te laten dragen, terwijl dit kan verholpen worden door het dB gehalte inderdaad naar beneden aan te passen. 105, 106, 107 dB, het werd door de ene aangehaald om aan te tonen dat het bij ons niet zo slecht is. Met alle respect, maar dan kom je zo doof als een kwartel naar huis. De andere dweepte met normen als 99 en 100. Helemaal bot werd het toen Duitsland (max. 99 dB) werd aangehaald en Herman onze oosterburen (ze zijn maar met 80 miljoen en ojee als ze kwaad worden – zie Canvas) nogal naïef omschreef als calvinistisch-protestantse zuurpruimen. Ach, waarom wat controverse schuwen, rock-'n-roll, weet je wel! In hoeverre ze de regel op Wacken in Hamburg (100.0000 bezoekers en enkel metal) respecteren is nog de vraag, maar het festival verkoopt vlugger uit dan de gemiddelde Apple winkel op alweer een I-phone lanceringsdag. Het kan dus blijkbaar ook zo!? En inderdaad, we hoeven onze kinderen niet teveel te ‘bepamperen’, zoals gezegd in het debat. Je kunt ze niet weg houden van de straat met het risico om aangereden te worden, maar als dat toch zo is heet dat een ongeval. Je moedwillig blootstellen aan teveel geluid heet zelfkastijding, althans een moderne variant ervan.
Maar omdat België nu eenmaal een land is waar van oudsher de consensus primeert zouden we mevrouw Schauvlieghe willen vragen het ‘probleem’ asap te verleggen naar het Europees niveau. Iedereen binnen de Unie gelijk voor de wet. Het zal ook voor artiesten makkelijker werken zodat ze zich bij het verplaatsen van het ene naar het andere land niet moeten afvragen hoe luid ze mogen roepen, in hoeverre het hen al iets kan schelen. En ja, dat zal even aanpassen zijn voor de sowieso al verwende concertbezoeker in Europa, maar ook dat went wel, zoals het uitblijven van een regering went. En laat het ons voorlopig bij 101,5 dB houden, ook dat is mooi raamakkoord, pal in het midden.
Mario Mortier

Reageren kan: rocktribune@telenet.be




Axel Rudi Pell, Powerworld - 29 januari 2011 - Biebob, Vosselaar

Met de regelmaat van de klok maakt het Duitse gitaarwonder Axel Rudi Pell albums en trouw als hij is aan zijn fans, hoort daar telkens weer een tournee bij. De ‘Duitse Ritchie Blackmore’ streek op een koude januariavond weer eens neer in onze landelijke metaltempel Biebob. Hondstrouwe fans van classic rock hadden zich al lang voor het openingsuur voor de deur genesteld en het werd vanavond opvallend druk. Een goedgevulde Biebob genoot dan ook met volle teugen van ’s mans exquise subtiliteit op de zes snaren.
Maar laat ons niet op de feiten vooruitlopen. Er was ook nog Powerworld, een band met een joekel van een clichénaam en in zijn genre verdienstelijk, maar niet meer dan dat. Op een avond als vandaag gaan we daar niet moeilijk over doen, hun recente ‘Human Parasite’ bevat immers wel een aantal sterke songs. Bovendien beginnen ze al met twee van hun beste songs: ‘Tame Your Demons’ (getemperd gezongen, maar vuurwerk in de gitaarsolo’s) en het licht epische ‘East Comes To West’ met zijn oosterse riffs zijn een sterke start. Maar wat is dat? Er klopt iets niet. Andrew ‘Mac’ McDermott (ex-Threshold) schittert door afwezigheid, door ziekte kon hij niet mee op tournee. In allerijl werd een flink in het vlees zittende Michael Bormann opgetrommeld als frontman. Het verdient respect dat Powerworld geen verstek laat gaan voor de tour, maar echt sterk was de zangprestatie niet vanavond. De naam Powerworld mag dan nog onbekend zijn, bassist Ilker Ersin (lijkt erg op Joey DiMaio) heeft een verleden in Freedom Call en drummer Achim Keller plukte men weg van bij Victory. Men speelt uitsluitend songs uit het laatste album. Het tragere ‘Evil In Me’ en het aanstekelijke ‘Human Parasite’ brengen de zaal op temperatuur. Het gitaarwerk van Barish Kepic zorgt voor de beste momenten. Men beweegt zich tegenwoordig meer in de richting van traditionele rock en daarom zijn songs als ‘Cleansed By Fire’ en ‘Caught In Your Web’ dan ook geknipt als support act vanavond. Wanneer ‘Stand Up’ de set beëindigd is het drummen om nog aan de bar te geraken.
Gelukkig is Axel Rudi Pell wel in het gezelschap van zijn voltallige band, want dat zijn stuk voor stuk virtuozen op hun instrument. Wij stellen u voor: Mike Terrana (Amerikaans drumbeest van ontelbare – vooral Duitse – bands), toetsentovenaar Ferdy Doernberg (o.a. Rough Silk), de Amerikaanse zanger Johnny Gioeli (Hardline) en de gemoedelijke bassist Volker Krawczak (Steeler). De setlist van Pell wordt slechts mondjesmaat aangepast aan het tijdsbeeld (net als zijn uiterlijk), maar vanavond begint men toch, in een dikke rookwolk, met het nieuwe ‘Too Late’. Live klinkt de band altijd wat steviger dan op plaat en dit is dan ook een ferme rocker om te beginnen, meteen gevolgd door ‘Fool Fool’. Wat een stem heeft die Gioeli trouwens, ook live en dat bewijst hij vooral in de prachtige medley van ‘Tales Of The Crown’ en (het beste nummer van ‘The Crest’) ‘Dreaming Red’. Hier is de geest van Dio sterk aanwezig en het mag geen wonder zijn dat Pell zich volledig thuis voelt in een epische song als dit. Hij ontwikkelt soms een ongelofelijke snelheid op zijn Fender, maar besteedt vooral veel aandacht aan atmosferische, galmende solo’s die je voelt tot in de toppen van je tenen. De medley eindigt met een stukje ‘Whole Lotta Love’ (Led Zeppelin), een kwestie van ken uw klassiekers. Intussen verliest Gioeli nimmer het contact met het publiek of rent hij als een gek over het podium om dan met een pathetisch gebaar de zang te hernemen. Reeds vroeg in de set krijgen we een staaltje van Terrana’s kunnen in de vorm van de onvermijdelijke drumsolo. Daar deze opgeluisterd wordt door een tape van een blaaskapel wordt het even te ‘Duits’ voor ondergetekende. We zijn dan ook blij wanneer de gitaarmeester terug het podium op komt en zich laat gaan in een bloedstollende solo (Uli Jon Roth is niet veraf). Dat is natuurlijk het begin van ‘Mystica’, live nog wat langer. Tijdens de zang zorgt enkel rood en blauw licht en zwevende toetsen voor een geheimzinnige sfeer. De uitnodiging om in de handen te klappen krijgt steevast gevolg in het publiek. Na een lange uitvoering van ‘Mystica’ worden de schijnwerpers op Ferdy gericht. Zijn solospot bestaat uit een pianorecital en die gaat naadloos over in de ballad ‘Glory Night’. Het aanstekermoment is aangebroken. Wel prachtig gezongen en een ‘wow’moment tijdens de solo alweer. Maar het ultieme kippenvelmoment blijft vooral het onverslijtbare ‘Temple Of The King’, ooit te vinden op het eerste Rainbow-album. Deze tien minutenversie is één van de hoogtepunten vanavond. Gioeli meldt dat het daarna terug tijd is om te rocken en men gaat er stevig tegenaan in ‘Strong As A Rock’ en ‘Carousel’ waarbij dit laatste uitmondt in een wervelende jam. Even denken we dat het feest over is, maar gelukkig keert men terug voor een grandioze versie van ‘The Masquerade Ball’, waarbij in het gevoelige begin de krachtige stem van Johnny volledig tot uiting komt. Wanneer de song wilder wordt begint Ferdy’s orgel vervaarlijk over te hellen en haalt hij er enkele halsbrekende toeren mee uit. Johnny rent heen en weer terwijl Alex nog een laatste maal zijn virtuositeit etaleert. Dit was de grandioze finale wat ons betreft. De band komt weliswaar nog eens terug voor een tweede bisnummer – het nogal stereotiepe ‘Rock The Nation’ - maar het einde is nabij. Een avond met eerste klasse classic rock waar niemand genoeg van kan krijgen, getuige de talrijke opkomst!

Setlist Powerworld:

Tame Your Demons
East Comes To West
Evil In Me
Human Parasite
Cleansed By Fire
Caught In Your Web
Stand Up

Setlist Alex Rudi Pell

Too Late
Fool Fool
Tales Of The Crown
Dreaming Dead
Drum solo
Mystica
Keyboard solo/piano intro
Glory Night
Temple Of The King
Strong As A Rock
Carousel – Jam

Encore 1:
Masquerade Ball – Casbah

Encore 2:
Rock The Nation


Channel Zero - 14 & 15 januari 2011 - AB, Brussel

Vrijdag 14 januari
Na de triomfdoortocht van zes keer vorig jaar sloeg het Channel Zero-kamp ook nu weer bij aanvang van het nieuwe jaar zijn tenten op in de AB. De situatie is een jaar na datum echter totaal anders. Om te beginnen is het verrassingseffect weggeëbd. Van de aanvankelijk drie geplande shows werd er uiteindelijk eentje verplaatst naar Luxemburg en de resterende twee verkochten weliswaar opnieuw uit, maar aan een veel gezapiger tempo dan vorige keer. Nu moeten we uiteraard niet gaan verkondigen dat de interesse in Channel Zero is afgenomen. Dit is gewoon de normaalste zaak van de wereld. Wij dagen iedereen uit om ook maar één metalband te zoeken in eigen land die hen dit nadoet. Het grote verschil zit hem in het feit dat de reünie nu over is en een nieuw hoofdstuk aanbreekt. Men is al enkele maanden volop aan het werk aan een nieuwe cd en Mikey Doling is niet langer de vervanger, maar gewoon de nieuwe gitarist. Om klokslag kwart voor negen doven de zaallichten en start de intro. Deze keer geen doorschijnend doek, maar een gitzwart scherm dat op de tonen van de ‘Suck My Energy’-gitaarintro verdwijnt. Centraal verrijst de imposante drumkit met de even indrukwekkende Phil B erachter, geflankeerd door Tino en Mikey. De zaal schiet pas helemaal in gang als Franky, met warme winterjas aan(!), de bühne betreedt en alle duivels los laat. Net als bij de vorige zes keren straalt alles op het podium internationale klasse uit. Geen saaie backdrop, maar wel een flashy rondomrond videowall waarop bij elk nummer passende beelden oplichten. De setlist swingt aanvankelijk als een tiet. ‘Mastermind’, ‘Lonely’ en, al heel vroeg in de set, ‘Help’ brengen de overvolle AB al gauw naar een kookpunt. Daarna vinden de heren dat het tijd is voor een voorsmaakje van wat ons later dit jaar te wachten staat. Franky krijgt een gitaar omgegord en heel onopvallend bestijgt Gérald Jans, Dirty Gery voor de vrienden, schoorvoetend de arena. ‘War is Hell’ werd de compositie gedoopt en hell is het zeker. De dreigende, doomy sound werkt voor geen meter. Als eerste kennismaking met le nouveau Channel Zero is dit een ijskoude douche. Tot overmaat van ramp gaat ook het navolgende ‘Sidelines’ verder op hetzelfde trage en logge elan, waardoor de vaart volledig uit de set is. Iets wat blijkbaar instant tot de bandleden doordringt, want die zijn zelf een beetje hun kluts kwijt door de, terechte, lauwe reactie. Er wordt dan hevig aan de kar getrokken met ondermeer ‘Run With The Torch’ en ‘Fools Parade’, maar de enige plaats waar het nu druk wordt is aan de bar. Franky en co happen even naar adem en trachten met ‘Self Control’ opnieuw de puntjes op de i te zetten. Na een furieuze versie van ‘Dashboard Devils’ wordt dan de speciale gast, Machine Head-gitarist Phil Demmel, verwelkomd en men zet in met Pantera’s ‘Walk’. Knap, maar Franky gaat in al zijn enthousiasme nogal creatief om met de tekst. Gelukkig heeft de uitverkochte zaal er opnieuw zin in. Samen met Phil Demmel trakteert men ons weer op een nieuwe song in de vorm van ‘Hot Summer’. Dit klinkt al veel meer vintage Channel Zero. Iets wat ook kan gezegd worden van ‘In The City’, de hardste van de nieuwe songs vandaag waarop op mevrouw Demmel, Marta van Bleeding Through, verschijnt om van jetje te geven op een keyboard waarvan wij eerlijk gezegd moeten toegeven dat waarschijnlijk iemand de stekker er was vergeten in te steken. De sfeer zit er nu terug in en men maakt zich klaar voor een lekkere apotheose met ‘Black Fuel’. De intro klinkt door het sublieme samenspel van de twee Amerikaanse gitaristen nog majestueuzer dan dat hij al was. Franky gaat nu ook in overdrive en alweer zorgt dat voor slordigheden en chaos. Phil B trekt het zaakje echter pijlsnel recht door doodleuk Slayers ‘Raining Blood’ in te zetten en zo de fans alsnog tot een delirium te drijven. Old school Slayer werkt altijd op een metalpubliek. Hierna is het echter boeken toe en met amper een uur en een kwartier op de teller lijkt ons dat toch een beetje abrupt. Hopelijk stuurt men dat zaterdag allemaal een beetje bij.

Zaterdag 15 januari
Nadat we zelf een aardig feestje hadden gebouwd vrijdagnacht bevonden we ons nog geen 24 uur later opnieuw in een uitverkochte AB. De band zelf, die we vrijdag na afloop nog zagen glunderen, heeft zijn prestatie van de dag ervoor op het eerste zicht niettemin grondig geëvalueerd. Het eerste stuk van de show vanavond blijkt identiek, maar de belichting is stukken beter en de groep komt geconcentreerder en vooral strakker uit de verf. Daar worden wij op onze beurt dan weer goedgezind van. Mensen die de koe bij de horens vatten, daar houden we van. Met ‘Help’ zet Channel Zero opnieuw de AB in lichterlaaie en door daar nu ‘Man On The Edge’ achter te breien, blijft de sfeer top. Wat een vocale mokerslag deelt de frontman hier trouwens uit. Dit nummer is gewoon gemaakt om live te brengen. Ook vanavond wil men de fans trakteren op nieuw werk en door het leuk in het gehoor liggende ‘Hot Summer’ naar voor te schuiven, doet de band een heel goede zaak. Ook het aansluitende ‘Misery’ doet ons goesting krijgen naar de nieuwe plaat die, naar alle waarschijnlijkheid, in juni zal verschijnen. Daar waar er gisteren op dit moment de rek uit was, blijft de boog nu wel gespannen. Vooral ‘Fools Parade’ knalt weer en is de perfecte gangmaker voor neofiet ‘Sidelines’, dat ook stukken beter klinkt dan gisteren. Dirty Gery, de man achter de studio waar men de plaat opneemt, wordt deze keer wel deftig voorgesteld, waardoor ook zijn prestatie van een ander niveau is. Natuurlijk duikt vandaag Phil Demmel weer op bij ‘Walk’ en ook mevrouw Demmel, met een nog steeds niet ingeplugde keyboard, verschijnt nog eens ten tonele tijdens ‘In The City’, dat vandaag ongelooflijk hard knalt. Het is ook stukken harder dan al het vroegere Channel Zero-materiaal. Door de set op deze manier te verdelen valt alles veel beter uit. We krijgen opnieuw een kolkend ‘Black Fuel’ en een duivels ‘Raining Blood’, waarmee Channel Zero de talrijke uitzinnige fans bedankt voor hun loyaliteit. De muzikanten nemen met een diepe buiging afscheid van hun thuispubliek. Nog één showtje in Luxemburg en dan is het richting studio in Namen om er met Logan Mader (ex- Machine Head), die speciaal is overgekomen, de langverwachte nieuwe cd te vereeuwigen. Later dit jaar wordt alles in Los Angeles dan afgewerkt. Na vijftien jaar afwezigheid dook Channel Zero begin 2010 weer op. Ondanks de stormloop toen wist vriend en vijand dat het geen evidentie zou zijn om opnieuw de vaandeldrager te worden van de Belgische metalscène. We zijn hen echter dankbaar dat ze de uitdaging zijn aangegaan. Want na vijftien jaar was er nog steeds geen enkele act in geslaagd om hun plaats in te nemen. Het origineel krijgen we wellicht nooit meer terug, maar de upgrade anno 2011 is er mooi in geslaagd om met verve de leidersrol opnieuw op te nemen. Een sterk staaltje als je het ons vraagt. Nu alleen nog hopen dat men er in slaagt ook het buitenland warm te maken. In Luxemburg daagden nog geen 500 nieuwsgierigen op, wat duidelijk aangeeft dat het voor Channel Zero buiten België nog hard knokken zal worden. We zijn er van overtuigd dat ze dat met volle inzet zullen doen.

Setlist vrijdag 14/01

Intro
Suck My Energy
Unsafe
Mastermind
Heroin
Lonely
Bad To The Bone
Help

War Is Hell Feat. Gery
Sidelines Feat. Gery

Run WTT
Why
Fools Parade


Self Control
Dashboard Devils
Walk Feat. Phil Demmel
Hot Summer Feat. Phil Demmel
In The City Feat. Phil Demmel & Marta Peterson

Black Fuel Feat. Phil Demmel
Raining Blood Feat. Phil Demmel

Setlist zaterdag 15/01

Intro
Suck My Energy
Unsafe
Mastermind
Heroin
Lonely
Bad To The Bone
Help
Man On The Edge

Hot Summer
Misery

Run WTT
Why
Call On Me
Fools Parade

Sidelines Feat. Gery

Self Control
Dashboard Devils
Walk Feat. Phil Demmel
In The City Feat. Phil Demmel & Marta Peterson

Black Fuel Feat. Phil Demmel
Raining Blood Feat. Phil Demmel


Sheer Terror, Rise And Fall, Right Direction, Supertouch, The City - 22 januari 2011 - Hof Ter Lo, Antwerpen

Zelf konden we het ons nog ongeveer herinneren maar Sheer Terror-frontman Paul Bearer bevestigde dat het dus 13 jaar geleden was dat Sheer Terror nog eens stevig ass kwam kicken in Europa. Dat er genoeg interesse was voor dat nog eens allemaal dunnetjes over te doen werd al gauw duidelijk toen we arriveerden in Trix want om en bij de 900 hardcore liefhebbers hadden de weg gevonden nar de concertzaal in Antwerpen. Vandaag ook eens opvallend geen jong publiek. Dit waren echt de die hard hardcore fans van destijds die hun zaterdagavond maar al te graag wilden opofferen om nog één maal de gouden tijden te laten herleven. Alleen onze biologische klok is niet met de tijd mee gegaan want door het vroege aanvangsuur misten we zowel The City, een Belgische band met een voorliefde voor rauwe streetpunk, als het Amerikaanse Supertouch, een stel veteranen die teruggaan tot de jaren 80 maar nooit echt hun naam op de kaart wisten zetten. Gelukkig waren we wel getuigen van het opnieuw herenigde Right Direction. De jongens uit Maastricht, M-town voor de kenners, onder leiding van Dave Reumers hebben altijd een warm plekje gehad in ons hart. Na enkele jaren op non-actief te hebben gestaan weten ze nog verdomd goed hoe ze een hardcore publiek moeten inpakken. Geen bullshit maar de dingen zeggen zoals ze zijn en tegelijk nog eens een strakke set neer zetten. Gitarist Maurice springt nog altijd rond alsof het 1998 is en Dave entertaint nog altijd moeiteloos alles en iedereen. Klassiekers als ‘Spoke In A Wheel’, ‘You’re The Enemy’ en het ijzersterke ‘Ain’t Nobody Leaving’ toveren nog steeds een glimlach op ons gezicht. Niet alleen wij genoten, ook de groep zelf. Vooral het feit dat na die lange stilte hun muzikale vrienden uit Antwerpen van toen op de eerste rij stonden toe te kijken gaf hen een fantastisch gevoel. Dave is ook zijn scherpe kantje niet kwijt gespeeld want hij vroeg zich af of de show deze vanavond werd georganiseerd door Sharia Belgium aangezien hij heel veel mannen zag met een baard. Hollandse humor, we houden er wel van. Na deze meer dan fijne trip down memory lane was het dan de beurt aan ons eigenste Rise And Fall. Een band die de nieuwe generatie vertegenwoordigt en meer dan hun best deed om die oude garde te overtuigen van hun kunnen. Dat lukte slecht deels. Jammer want ze verdienen zeker respect maar de old school Antwerp Crew was nog aan het bekomen van het fenomenale Right Direction-optreden en maakte zich gelijk op voor de hoofdmoot van de avond. Sheer Terror. Eigenlijk draait alles rond de eigenzinnige frontman Paul Bearer, ook in 2011. Als helden werden ze onthaald en vanaf de eerste noot werd alles woord voor woord meegebruld terwijl er zich voor het podium een ware veldslag voltrok. Niet alleen de Antwerpse oude garde maar heel Europa wilde bij deze exclusieve show zijn. Spanjaarden, Polen, Italianen, Nederlanders en zelf iemand uit Mexico hadden de weg gevonden naar het centrum van de wereld. Paul is, behalve enkele kilo’s, geen haar verandert. Het publiek krijgt dus tal van verwijten naar het hoofd gesmeten met als stokpaardje de taal. ‘Learn some fucking English’. Gelukkig begrijpt iedereen de ironie van dit alles en Paul bleek ook heel dankbaar voor de warme ontvangst. Hij drukte er ook op dat dit geen reünie is. Sheer Terror gaat gewoon verder en momenteel werken ze aan nieuwe songs die hopelijk later dit jaar op een cd zullen verschijnen. Kort samengevat kunnen we dus zeggen dat Sheer Terror kwam, zag en overwon. We hadden niet anders verwacht.

Accept, Steelwing - Zondag 16 januari 2011 - Hof Ter Lo, Antwerpen

Twee dagen na de start van een uitgebreide wereldtournee doen de heavy metalveteranen van Accept België aan. Hun comeback met nieuwe zanger Mark Tornillo en een energiek nieuw album (‘Blood Of The Nations’) is in 2010 bij velen in goede aarde gevallen, dat merken we al meteen bij het binnenkomen in een goedgevulde zaal. Een publiek van alle leeftijden met een voorliefde voor jaren tachtig metal is vast van plan er een feestje van te maken. Door de tomeloze inzet van de Duitse band lukt hen dat ook, maar eerst is er Steelwing. Deze vijf Zweden gaan pas sinds 2009 als Steelwing door het leven, maar we konden hen eerder al spotten als openingsact van Blind Guardian in ons land. In april 2010 brachten ze het debuut ‘Lord Of The Wasteland’ uit en daar wordt vanzelfsprekend gretig uit geput. ‘Enter The Wasteland’ is een atmosferische intro, maar vlak daarna wordt ‘The Illusion’ en ‘Headhunter’ op het publiek afgevoerd. Zo old school als maar zijn kan, maar verder dan ‘leuk’ geraken we niet. Het enthousiasme van de band slaat ook niet over op het publiek dat een afwachtende houding aanneemt. De jonge muzikanten zijn ongetwijfeld talentvol – vooral beide gitaristen trekken de aandacht met hun vurig spel – maar tijdens ‘The Nightwatcher’ en ‘Sentinel Hill’ gaan de clichés toch in het nadeel van de band werken. Bovendien zijn de uithalen van zanger Riley, wanneer hij de hogere regionen opzoekt, geregeld irritant. Het nieuwe nummer ‘Stone Of Allusion’ werd deze tour voor het eerst gespeeld en maakt duidelijk dat het vijftal op de ingeslagen weg verder gaat in de toekomst. De uitsmijter ‘Roadkill (Or Be Killed)’ is een onvervalste speed metalsong en kan nog enige opwinding losweken, vooraleer de tijd er voor de heren alweer opzit. (VM)
Het eerste wat opvalt als Accept het podium op rent, is het snoeiharde geluid dat ten opzichte van Steelwing met verschillende decibels gestegen is. Meteen gooien de veteranen de beuk erin met het nieuwe ‘Teutonic Terror’. Het is even wennen om nieuwe frontman Mark Tornillo tussen de bekende gezichten van de Duitse band te zien. Mark is een energieke frontman dit in tegenstelling tot Udo. Eerlijk gezegd duurt het toch even alvorens ik de sympathieke generaal uit mijn gedachten kan bannen. Mark slaagt erin om de meeste Accept klassiekers naar zijn hand te zetten, zijn stem leunt heel dicht aan bij die van Brian Johnson. Bij oude krakers zoals: ‘Starlight’, ‘Restless And Wild’ en ‘Burning’ mis ik toch het karakteristieke stemgeluid van de kleine brulboei. Het is aandoenlijk om te zien dat Accept zoveel spelvreugde uitstraalt. Wolf Hoffman staat met een gelukzalige glimlach te spelen en soleert als in zijn begindagen. Bassist Peter Baltes is zeer beweeglijk en prominent aanwezig, hij laat gedurende de hele set zijn snaren lekker grommen. Gitarist Herman Frank verlaat amper zijn stek maar geniet ten volle. De power die tenslotte Stefan Schwarzmann etaleert op zijn enorm uit de kluiten gewassen drumstel is grandioos en doeltreffend. ‘Son Of A Bitch’, ‘Metal Heart’ met de obligate Tchaikovsky solo en ‘Neon Nights’ worden warm onthaald. Naarmate de set vordert stijgt de temperatuur in de zaal en duiken er met regelmaat sky-divers op. Eén van de hoogtepunten ver naar het einde toe was ongetwijfeld ‘Aiming High’ uit ‘Russian Roulette’. Deze song werd met heel veel overtuiging gespeeld en Mark schreeuwde de longen uit zijn lijf. Het is een aangename vaststelling dat de nieuwe nummers uit ‘Teutonic Terror’ moeiteloos naast het oude materiaal kunnen gespeeld worden. Zo misstaan ‘No Shelter’ en ‘Pandemic’ (met killerrefrein) niet tussen de grote klassiekers: ‘The Princess Of The Dawn’ (kippenvelmoment), ‘Fast As A Shark’ en het onverslijtbare ‘Balls To The Wall’. Na bijna twee uur zit de prima show erop. Met een gezonde dosis scepticisme ben ik de zaal ingewandeld en met een grote smile ben ik (in het bezit van een nieuw T-shirt) huiswaarts gekeerd. Accept is terug en hoe. Zij verdienen een plaats (op de mainstage) op Graspop, hell yeah! (WM)


Helmet, Lafaro - 14 december 2010 - Vooruit, Gent

Hoewel Helmet vorig jaar op Valentijnsdag de Gentse Minnemeers met de ogen dicht wist uit te verkopen, liep het heel wat minder storm voor deze legenden vanavond in de grote concertzaal van de Vooruit. Page Hamilton had nochtans eerder dit jaar met ‘Seeing Eye Dog’ een geweldige terugkeer naar de oorspronkelijke sound neergepoot. Mensen liggen er niet langer wakker van, zo blijkt. De voor drie kwart gevulde Vooruit bestaat hoofdzakelijk uit prille dertigers van mannelijk allooi die daags nadien fris gewassen op het werk worden verwacht, ondanks het elfder uur waarop Helmet zou aantreden. Uitstekende kans dus voor support act Lafaro om een publiek te overtuigen en die taak volbrengt men met glans. Hun op Girls Against Boys geschoeide postpunk-leest kan bij iedereen op goedkeurende blikken rekenen. De olige headbangende dikkerd in Kiss-shirt zelfs op een glimlach. Dit Ierse kwartet past perfect in het moderne rijtje topbands als Pulled Apart By Horses en These Arms Are Snakes.
Tegen de tijd dat Helmet het podium op mag, is het aantal voorziene biervaten al met de helft geslonken en de werkmens amuseert zich net dat tikkeltje meer dan voorzien. Hamilton heeft dezelfde achterban meegenomen als vorig jaar en de routine zit er klaarblijkelijk in. De prelude is een bloemlezing uit recent werk. Hamilton drukte ons eerder dit jaar al op het hart dat deze tour geen ‘best of’ zou worden, maar al vroeg in de set spreekt hij zichzelf tegen met enkele parels uit ‘Betty’. Ondanks dat het publiek de lippen stijf houdt tijdens de openingstracks, wordt de zaal langzaam opgezweept als de band de klassiekers vanonder het stof haalt. De nineties zijn even helemaal terug, inclusief de ene na de andere stagediver die het podium op klautert en zich een aantal armen zoekt om zich op te werpen. Met succes en ook de band geniet met volle teugen. We krijgen een lofzang van Hamilton over Gent op ons bord. Hamilton was de dag voordien danig onder de indruk van ons stoofvlees met frietjes en het Gravensteen dat hij dit de coolste plek ter wereld noemt. Terecht! De eis van het publiek om meer klassiekers boven te halen beantwoordt Hamilton eerst met wat beginriffs de zaal in te gooien. Maar wanneer daadwerkelijk ‘Unsung’, ‘Wilma’s Rainbow’, ‘Ironhead’, ‘Give It’, ‘Milquetoaste’ de revue passeren is het hek helemaal van de dam. De voorste rijen gaan total loss op hun cocktail van jeugdsentiment en een te veel aan bier. Hamilton krijgt zo waar een knuffel van een vrouwelijke crowdsurfer. Twee bisrondes worden nog getrakteerd met absolute hoogtepunt ‘In The Meantime’. Verwachtingen ingelost: check! Dit mag een jaarlijkse traditie worden!


Therapy? - 13 november 2010 - AB, Brussel

Ook al bestaat Therapy? al sinds 1989, we gaan niet zeuren over het feit dat ze nu pas twintig kaarsjes uitblazen op een concertreeks die – vanzelfsprekend – België aandeed. De aangekondigde verrassing bestond eruit dat het Noord-Ierse trio doorbraakalbum ‘Troublegum’ uit 1994 integraal op de bühne zou brengen, hetgeen in een eerste deel met het kenmerkende enthousiasme gebracht werd. Ondergetekende was blij om na zovele Therapy?-concerten eindelijk eens de fantastische kopstoot ‘Hellbelly’ ‘in the flesh’ te mogen aanhoren. Voorman Andy Cairns maakte van de feeststemming gebruik om regelmatig te laten horen hoeveel België voor de band betekende en bassist Michael McKeegan, die een paar jaar in Brussel had gewoond, liet bij tijd en wijle zijn gekende ‘fan-fuckin’-tastic’ in de micro weerklinken. Even pauze alvorens het tweede deel van de set er aan kwam met een mix van behoorlijk obscuur materiaal van de beginperiode (‘Nausea’, ‘Fantasy Bag’…) en werk van het voorbije decennium (‘Rust’, ‘Exiles’) plus een aantal vaste waarden in de reguliere set, ‘Stories’, ‘Potato Junkie’ en het verpletterende ‘Teethgrinder’. Niks nieuws onder de zon en natuurlijk was het preken voor eigen parochie, maar twee dozijn songs, meer dan 100 minuten speeltijd en een goed geluimde en geoliede band? Een leuk en nostalgisch concert voor wie er bij was.


L.A. Guns, Pretty Boy Floyd - 7 december 2010 - De Verlichte Geest, Roeselare

Het is toch altijd een beetje wennen, die concerten in De Verlichte Geest. Het publiek bestaat meestal uit glamrockers van middelbare leeftijd gemengd met jonge broekjes van nauwelijks 20 jaar. Met de juiste haartooi en klederdracht, uiteraard. Wat een stuk beter staat op een jong lijf dan een bierbuik van 95 kg maar we kijken niet zo nauw. Want laat ons wel wezen, de Verlichte Geest mag dan een veredeld café zijn, de eigenaars/organisatoren hebben hun hart op de juiste plaats en de bands die ondertussen mochten aantreden mogen er zijn. Zo ook vanavond. We mochten in de nabijheid (letterlijk te nemen!) vertoeven van glamrock-legendes Pretty Boy Floyd & L.A. Guns. De laatste zijn wel net iets meer legendarisch dan PBF maar 'Leather Boys With Electric Toys' uit 1989 wordt tegenwoordig toch min of meer als een klassieker gezien. En het moet gezegd, live gingen de simpele stampertjes er gemakkelijk in en onder andere het titelnummer van die plaat, naast 'Rock 'n' Roll' & 'I Wanna Be With You' werden vol-borstig meegebruld. Originele leden Steve Summers & Kristy Majors werden trouwens live bijgestaan door Criss 6 op bas en Chad Stewart (L.A. Guns) op drums. Zeer genietbaar. Maar toen L.A. Guns aan hun set begonnen was het duidelijk waarvoor het talrijk opgekomen publiek naar Roeselare was afgezakt. En terecht! De uitverkochte zaal werd getrakteerd op een uitmuntend concertje van Tracii Guns en de zijnen. Op zang mochten we Jizzie Pearl (Love/Hate) verwelkomen en wat een klasbak is dat toch. De ondertussen 52(!) jaar oude Pearl ziet er uit als iemand van 35 en zingt nog steeds de gigantische longen uit z'n tengere lijf. Combineer dat met een goed op dreef zijnde Guns & band en u mag besluiten dat indien u er niet bij was dat heel jammer is. De setlist bestond uit 2 super gespeelde nummers van Shrinking Violet (hun enige plaat in die bezetting) en voor de rest was het genieten geblazen van de ene klassieker na de andere: Over The Edge, One More Reason, Sex Action, Rip And Tear, noem maar op!
Kort samengevat: we waanden ons weer eventjes in The Roxy, op een verloren dinsdagavond in Roeselare. Mogen er zo nog veel volgen! Wel graag binnenkort eens investeren in een deftige geluidsinstallatie want het was zoals gewoonlijk oorverdovend luid maar niet altijd even zuiver.

Monster Magnet - 17 november - Handelsbeurs, Gent

Toegegeven, de laatste écht goeie Monster Magnet-release dateert alweer van ‘Monolithic Baby’ en de laatste ‘Mastermind’ roept op het eerste gehoor wel herinneringen op naar de hoogdagen van ‘Spine Of God’, ‘Dopes To Infinity’ en ‘Powertrip’, aan de oppervlakte komt echter een plaat tevoorschijn die het geen tien minuten volhoudt vooraleer ze door de mand valt.
Gent loopt ondanks alles behoorlijk vol vanavond. Iedereen hoopt natuurlijk op een greatest hits-set. Even polsen vooraf bij bassist Jim Baglino leert ons dat de band in Gent de psychedelische tour op zou gaan. En het psychedelische element zit diep gebeiteld in opener ‘Nod Scene’. Wyndorf brabbelt iets over het ideale tijdstip voor acid, maar de tijd dat Monster Magnet lcd uitdeelde aan de ingangspoorten van hun concerten ligt al ver achter ons. Wyndorf trekt het tempo wat omhoog in zijn ‘Tractor’ van waarop hij zijn drug farm ooit leidde en ‘Dopes To Infinity’ blijft ook live nog steeds een klassieker dat overeind blijft. Bekendste lid, na Wyndorf, gitarist Ed Mundell hielt het net voor deze tournee plotseling voor bekeken. We hebben het gissen naar de achtergrond van zijn afwezigheid maar met de vervangende gitarist staat vanavond wel drie vierde van de Monster Magnet-spin off Riot God op het podium. Dit geheel ter info.
Eerste nieuwe song die we voorgeschoteld krijgen is meteen de kers op de nieuwe plaat. ‘Hallucination Bomb’ past perfect in het rijtje van eerder genoemde tracks, maar nieuwe single ‘Dig That Hole’ haalt meteen de vaart uit de set. Even klaart de zaallucht weer op met ‘Medicine’ en ‘Look To Your Orb For The Warning’. En met ‘Dinosaur Vacuum’ haalt Monster Magnet zelfs een obscuur b-kantje van onder het stof. Ondanks de fraaie setlist staat de Gentse Handelsbeurs er wat verslagen bij. De vonk die we eerder al zagen overslaan (o.a. tijdens hun secret performance in Gent voor een driehonderdtal gelukkigen) blijft vandaag uit. Daarvoor haalt de band niet de vereiste decibels. Een song als ‘The Right Stuff’ verbant ondergetekende liever naar de achterkant van zijn geheugen, maar toch blijft hij koppig in de set plakken. Waarom geen ‘Unbroken’? Waarom geen ‘Radiation Day’? Van ‘God Says No’, ‘Monolithic Baby’ en ‘4 Way Diablo’ geen spoor en dat maakt het optreden van vanavond er een met gemengde gevoelens. ‘Space Lord’ blijft als vanouds de perfecte afsluiter voor de bisronde die met ‘Gods & Punks’ en ‘Bored With Sorcery’ profiteert van de gelegenheid nog wat ondermaatse nieuwe songs te spelen. Net als de verveling toeslaat bombardeert ‘Crop Circle’ de voorste rijen tot een kolkend drinkebroers festijn. En na ‘Powertrip’ kan iedereen met jeugdsentiment naar huis. Al hadden we anderhalf uur lang de indruk dat we met zijn allen naar vergane gloriën stonden te staren.


Disturbed, Papa Roach, Buckcherry, Halestorm - 5 december 2010 - Vorst Nationaal, Vorst

In de VS is het bijna niet meer weg te denken en nu slaat ook bij ons de sponsoring toe op de concertmarkt. Zo werden wij getrakteerd in Vorst Nationaal op de Rockstar Energy Drink Taste Of Chaos-tournee. Voorlopig blijft het enkel bij de naam want het energiedrankje zelf is nergens te vinden. Ondanks onze voorzorgen ivm het winterweer waren we toch weer net te laat dankzij een gigantische verkeersknoop in Brussel. Gevolg: Geen Halestorm gezien. Geen nationale ramp maar toch. De drummer zou spectaculair geweest zijn. Gelukkig waren we wel present toen Buckcherry hun feestje inzette. In de VS zijn deze gasten vrij populair, maar aan deze kant van de oceaan is er nog heel wat werk voor de boeg. De muzikanten zetten dan ook hun beste beentje voor en vrijwel onmiddellijk speelde frontman Josh Todd zijn jasje uit en showde vol bravoure zijn vol getatoeëerde bast. ‘Tired Of You’ was een perfecte gangmaker en ook ‘Rescue Me’ en ‘It’s A Party’ gingen er in als zoete koek. Toch merk je dat de pret enigszins gedrukt is omdat het grote publiek niet vertrouwd is met het Buckcherry-materiaal. Met ‘Crazy Bitch’ zetten ze een fraai punt achter een leuk en entertainend setje. Of er ooit een grote Europese doorbraak komt durven wij te betwijfelen. Wanneer de zaallichten terug aanfloepen wordt ook duidelijk dat het volk nu echt interesse krijgt in wat er op het podium staat te gebeuren. De ruim 4.000, veelal jonge, aanwezigen zijn volledig klaar voor de energieke bende van Papa Roach. De bühne ziet er nu ook iets meer aangekleed uit en de eerste videowalls lichten op. Het publiek ligt aan de voeten van frontman Jacoby Shaddix en springt op zijn commando alsof hun leven er van afhangt. In tegenstelling tot Buckcherry is het geluid bij Papa Roach echter verre van perfect. Een euvel waar na een drietal song een beetje verbetering in komt. Het neemt niet weg dat wij ons beginnen te ergeren aan de setlist. Die bestaat voornamelijk uit recenter materiaal en dat verbleekt toch bij hun songs uit de beginperiode. ‘Kick In The Theeth’ is een leuke binnenkomer maar het stroperige ‘Lifeline’, het nietszeggende ‘One Track Mind’ en het schreeuwerige 'The Enemy’ drukken voor ons behoorlijk de pret. Iets waar de band zich toch bewust van moet zijn want midden in de set steekt men met ‘Getting Away With Murder’ plots weer het vuur aan de lont en veert iedereen op. Helaas blijft een echte explosie uit want met ‘Forever’ en ‘Burn’ zakt alles weer in elkaar als een slecht gemaakte soufflé. Pas dan beseft het viertal dat ze naar hun doorbraak album ‘Infest’ moeten teruggrijpen en wanneer ‘Between Angels And Insects’ door Vorst knalt krijgen we toch even kippenvel. Helaas zijn we dan al aan het einde gekomen want met ‘Last Resort’ doen de heren het licht terug aan. Een beetje jammer dus want deze band heeft echt alles in huis om er een feestje van te maken. Het staat hen uiteraard vrij om te experimenteren met de setlist, spijtig dat het vandaag was. Tijd voor de hoofdmoot dan. Disturbed staat garant voor kwaliteit al durft er hier en daar al eens een criticus opmerken dat ze keer op keer hetzelfde kunstje herhalen. Het podium is in elk geval dik in orde. Het ziet eruit als één gigantische videowal met het drumstel daarin mooi geïntegreerd. Het geluid is echter opnieuw niet optimaal. De zang zit te veel naar voor en de net herstelde frontman, David Draiman staat naar onze mening toch een beetje op automatische piloot. De nadruk ligt duidelijk op hun nieuwste plaat ‘Asylum’. Aardige schijf maar het wordt pas echt feest wanneer men de Genisis-cover ‘Land Of Confusion’ uit de kast haalt. Vanaf dan zit de schwung erin en voor we het goed en wel beseffen keelt iedereen mee op ‘Another Way To Die’, de single die de laatste cd op gang trok en onmiddellijk wordt gevolgd door ‘Stupify’. Hiermee verschiet men heel wat kruit want dergelijke hit verwacht je toch in de finale. Wat wij op dat moment echter nog niet goed beseffen is dat de finale dan al is ingezet. Met ‘Ten Thousand Fist’ en ‘Indestructable’ volgen nog twee titeltracks van vorige albums waarna men ‘Down With The Sickness’ inzet en de frontman ons bedankt, zwaait en zijn biezen pakt, gevolgd door de rest van de band. Na krap 60 minuten. Sorry, maar dat is, gezien de prijs van een ticket, een schande. Dit was eerder een set die je als band brengt op een festival wanneer je ergens tussen de kleine en de grote acts staat geprogrammeerd. Vanavond hadden we een echte headliner verwacht. Nu kregen we enkel een fraai aangekleed podium waarop men ons een uitgebreid voorgerecht serveerde.

Setlist Papa Roach

Kick In The Teeth
Lifeline
One Track Mind
Scars
The Enemy
Getting Away With Murder
... To Be Loved
Forever
Burn
Hollywood Whore
Between Angels And Insects
Last Resort

Setlist Disturbed

Remnants
Asylum
The Game
Prayer
Liberate
Land of Confusion
The Animal
Inside the Fire
Stricken
Another Way to Die
Stupify
Ten Thousand Fists
Indestructible

Down With The Sickness


Life Of Agony, Godsized, Ostend Powers - 10 december 2010 - De Mast, Torhout

Als we goed geteld hebben is het optreden van Life Of Agony in Torhout reeds het derde op Belgische bodem, op minder dan een jaar tijd. Daaruit concludeerden we al vlug dat de opkomst in zaal De Mast wel eens magertjes zou kunnen uitvallen. Het is dan ook met enige verbazing dat we bij aankomst merken dat de zaal, met 1.400 bezoekers, bijna afgeladen vol zit.
‘Veel locals en vooral mensen die blij zijn dat er in Torhout nog eens wat te doen is’, laat de organisatie verstaan als we vraagtekens plaatsen bij deze onverwachte opkomst. Strike vzw wil wel vaker bands naar Torhout halen, maar een feit is dat deze vaker voor de grote steden kiezen. Zo had het pakket Soulfly/DevilDriver makkelijk naar Torhout gekund, maar Soulfly koos voor een optreden in de Muziek-O-Droom en DevilDriver voor de VK, de beide op dezelfde avond. Resultaat: twee keer weinig volk. Het lukte de organisatie wel om Life Of Agony te strikken en daar zal de band niet rouwig om geweest zijn. De dvd van Life Of Agony, die eerder dit jaar verscheen, was leuk, maar over de integrale versie van het succesvolle debuut ‘River Runs Red’ stellen we ons vragen. Ook bij Rock Tribune zijn we grote fan van deze plaat, maar ontkennen dat zeventien jaar na datum toch enige slijtage zit op bepaalde nummers zou ons inziens verkeerd zijn. Caputo en co. kiezen in Torhout opnieuw voor deze formule en op de affiche prijkt dan ook: ‘20 years Strong – River Runs Red In It’s Entirely’. Of het ligt aan bands die niet kunnen tellen of gewoon heel graag jubileumfeestjes houden weten we niet, maar we vermoeden dat de band een capabele uitleg heeft voor het feit dat ze zeventien jaar na datum een twintigjarig jubileum vieren. Misschien dat de band het ijzer liever nu smeed en er binnenkort terug de brui aan geeft. We zullen het zien.
Life Of Agony had wat goed te maken na de ondermaatse prestatie op de Lokerse Feesten. Vooral de schamele vocale prestatie van de frontman is ons van die avond bijgebleven. Keith is een man van hoogtes en laagtes en dat zal vanavond niet anders zijn. Niet dat Caputo een échte publieksmenner is, toch heeft hij zo zijn maniertjes om de aandacht op te eisen. Wat dat betreft oogt Caputo nog steeds de getormenteerde belichaming van goed en kwaad. Life Of Agony optredens zijn steevast publieke uitingen van ’s mans zieleroerselen al zijn die hem niet altijd goedgezind. Vandaag is het op en af, maar dat steken we ook op de nummerkeuze. Vocaal is Caputo wel bij stem, al strooit het matige geluid toch wat roet in het eten. Alles stond ook weeral eens veel te luid. Iedereen komt tegenwoordig met oordopjes naar concerten én terecht. Eenvoudiger zou zijn om de master een paar DB naar beneden te schuiven.
Uiteraard vallen prima songs als ‘River Runs Red’, ‘Underground’, 'This Time’, ‘Respect’ en ‘Bad Seed’ in goede smaak, andere songs vallen live eerder uit de toon en zijn wat te ‘dun’ om van op een podium echt te knallen. Terwijl de intermezzo (gesproken gedeeltes tussen de nummers door) op de eerste plaat bijdragen tot het concept van het album verzanden de gemixte stukken live in het niets. Uiteraard gunnen we de band een volle zaal, maar ons inziens had het idee beter tot haar recht gekomen in een klein zaaltje met een laag podium. Wie zich het allereerste optreden van LOA in Biebob (1994) herinnert weet waarover we spreken. Leuk voor de honderden mensen die, en ik citeer de organisatie: ‘eenmaal per jaar buiten komen in Torhout’, en genoten hebben van een gezellige avond. Muzikaal echter een optreden die ons met een dubbel gevoel achterlaat.
Er waren ook nog twee voorprogramma’s deze avond, maar veel zinnigs hebben we daar niet over te vertellen. Opener Ostend Powers hebben we gemist terwijl het Britse Godsized al aan haar set bezig was bij onze aankomst. We onthouden van hun vooral niet onaardige ruige én luide heavy rock die raakvlakken heeft met bands als Black Label Society, Monster Magnet en Lamb Of God, maar niet echt wat speciaal om het lijf heeft om te blijven boeien. 'Muziek moet het oor bevredigen, het hart ontroeren en de geest verkwikken’, zei de Italiaanse componist/dichter Benedetto Marcello.
Sorry, vanavond niet schat!

Tiamat, Orden Ogan - 8 december 2010 - Biebob, Vosselaar

Een concert in het midden van de week op het moment dat de examenperiode voor scholieren net is losgebarsten, het is zelden een succesvol recept. Dat bleek ook het geval voor deze show, want er was maar goed honderdvijftig man/vrouw komen opdagen voor een toch gevestigde waarde als Tiamat. Nu hadden ze sinds ‘Amanethes’ in 2008 niets nieuws meer uitgebracht, wat ook wel meespeelde natuurlijk, maar daar staat tegenover dat Tiamat al lang niet meer in onze regionen speelde en al zeker niet in een besloten clubsfeer. We hadden dus toch wat meer mensen verwacht. Achteraf bleek dat de afwezigen ongelijk hadden, want het werd een erg aardige avond.
De initieel aangekondigde openers Stoneman bleken niet langer deel uit te maken van de affiche, maar dat deerde niet. Deze derderang kopie van Rammstein en Deathstars is wellicht wereldberoemd in Duitsland, maar wij konden hen wel missen.
(Morbid Geert)
Het wachten op een openingsakkoord duurde bijgevolg wat langer, maar we koesterden de stille hoop dat Orden Ogan dan wat langer kon spelen. Hun album ‘Easton Hope’ dat begin 2010 uitkwam heeft immers bij ondergetekende het jaarlijstje gehaald. Voor de Duitse band is het de eerste buitenlandse tournee en een tweede uitdaging ligt in het feit dat hun simfonische power metal mogelijk niet aanslaat bij het Tiamat publiek. Tijdens ‘To New Shores Of Sadness’ en ‘Farewell’ (beiden van het debuut ‘Vale’) is het dan ook een wederzijds aftasten van de mogelijkheden. De band houdt de meest aanstekelijke songs even in beraad. Dat blijkt een goede zet, want tijdens ‘Welcome Liberty’ en ‘Easton Hope’ gaan de eerste handen op elkaar en begint zich voor het podium warempel een kleine groep headbangende aanwezigen te vormen. Die gaan volledig uit de bol tijdens het ophitsende ‘We Are Pirates’. Dat is ook echt een knaller om leven in de brouwerij te brengen. Missie volbracht nadat de band met tomeloze inzet ook nog het epische ‘The Lords Of The Flies’ en ‘Angels War’ voor de leeuwen gooit. De belangstelling aan de merchandisingstand leert ons dat Orden Ogan vanavond meerdere nieuwe fans veroverd heeft en dat gunnen we de sympathieke muzikanten van harte. (Vera)
Van meet af aan was duidelijk dat iedereen eigenlijk voor Tiamat was komen opdagen. Johan Edlund zette zijn eerste stap nog maar op het podium en hij werd al meteen onthaald op een laaiend applaus. De anders zo cynische frontman fleurde zichtbaar op dat het niet zo veelkoppige publiek toch zo enthousiast bleek en dat zou de show door een constante blijken, waardoor ook de band zelf alsmaar aangevuurd werd. Er werd een heel uiteenlopende setlist samengesteld die de hele Tiamat-carrière haast belichtte. Van klassieker ‘Wildhoney’ kregen we maar liefst drie songs: ‘Whatever That Hurts’, ‘Do You Dream Of Me?’ en afsluiter ‘Gaia’, die ons geheel met kippenvel achterliet. Opvallend veel songs van ‘Prey’ passeerden de revue (‘Cain’, ‘Divided’, ‘Love In Chains’ en ‘Wings Of Heaven’), terwijl ‘Amanethes’ slechts één keer werd aangeroerd met ‘Until The Hellhounds Sleep Again’. En natuurlijk mocht de oudste kraker van hun set niet ontbreken in de vorm van ‘The Sleeping Beauty’. In deze song en de ‘Wildhoney’-nummers viel het sterkst op dat Tiamat er vandaag toch een andere benadering op na houdt dan destijds. Johan liet zijn raspende stem van weleer volledig varen en gebruikt enkel nog zijn gothic-vocalen die een sterke stempel dragen van Andrew Eldritch (Sisters Of Mercy) en Carl McCoy (Fields Of The Nephilim). Geen nood, want ook die zangstijl past perfect bij de songs. Al bij al kregen we dus een erg afwisselende set vol atmosfeer, waarbij het genieten was van begin tot einde. Van ons had Tiamat dan wel meer nieuwe songs in de setlist mogen mengen, maar dat is slechts een opmerking in de marge, want ook wij gingen tevreden naar huis.
(Morbid Geert)

Setlist Orden Ogan

To New Shores Of Sadness
Farewell
Welcome Liberty
Easton Hope
We Are Pirates!
The Lords Of The Flies
Angels War

Setlist Tiamat

Fireflower
Children Of The Underworld
Cain
Whatever That Hurts
Divided
Vote For Love
Do You Dream Of Me
Brighter Than The Sun
Until The Hellhounds Sleep Again
Phantasma De Luxe
Love In Chains
Cold Seed

Wings Of Heaven
The Sleeping Beauty
Gaia


Melechesh, Noctiferia, Svart Crown - 5 december 2010 - Trix, Antwerpen

Voor Melechesh begint aan het grote werk (tournee met Nile) doen ze een minitournee om wat meer ruchtbaarheid te geven aan het onlangs uitgebrachte Mesopotamische kunstwerk ‘The Epigenesis’. Deze ‘Awakening the Giants mini tour’ konden we op een ijskoude zondagavond in de kleine zaal van het Trix-complex meemaken. De opkomst was bijzonder mager. Een ware schande, want niet alleen komt Melechesh in een kleine club veel beter tot zijn recht dan op een festivalweide, de twee (onbekende) support acts waren ook een nadere kennismaking waard.
Twee bands uit de Listenable Records stal mogen de boel op gang trekken: een zware opgave. De staalharde death/black metal van het Franse Svart Crown is degelijk, maar ook niet meer dan dat. Het viertal promoot hun pas verschenen album ‘Witnessing The Fall’ zo goed en zo kwaad als dat mogelijk is, maar komt niet verder dan een beleefd applaus na elk nummer.
Noctiferia heeft in zanger Gianni Poposki een frontman die de zaak forceren wilt alsof hij voor een uitgelaten menigte staat. De Slovenen weten in de veertig minuten speeltijd redelijk te overtuigen met een zwartgeblakerde basis waarin allerlei electro en ambientgeluidjes voor een speels element zorgen. Deze veteranen uit Ljubljana genieten in het thuisland een cultstatus, maar weten toch weinig enthousiasme los te weken bij het statige publiek. Pas wanneer zanger Gianni tijdens de laatste songs wild tekeer gaat op de vooraan geplaatste trommels weten ze echt de aandacht te trekken.
Begin oktober bracht Melechesh ‘The Epigenesis’ uit. Zoals we van hen gewend zijn is dit in Istanbul opgenomen album een meesterwerkje in het combineren van extreme metal met etnische invloeden uit hun thuisland Israël. Meteen is het verschil in kwaliteit met de voorgaande bands pijnlijk duidelijk. Het geluid is beter, de performance is grimmiger en laat ons er geen doekjes om winden: de muziek is gewoon van een ander kaliber. Bandleider Ashmedi spuwt de snibbige teksten van ‘The Magickan & The Drones’ en ‘Sacred Geometry’ de microfoon in als stond hij op een openbare markt, gitarist Moloch verschijnt in eerste instantie met een ‘allersympathiekste’ beulenkap en de ritmesectie bestaande uit Kahm en Xul raast meedogenloos door. Ondanks de aankondiging van een soort releaseparty van het laatste album betekent dit geenszins het chronologisch afhaspelen van de nieuwe cd. Wij konden immers ook nog genieten van ouder werk in de vorm van ‘Ladders To Sumeria’ en de openingstrack van de vorige cd ‘Emissaries’ in de vorm van ‘Rebirth Of The Nemesis’. Hoogtepunt van de set is zonder twijfel het titelnummer van ‘The Epigenesis’ waar de band de etnische invloeden illustreert met Turkse luit en het voor de video uitgekozen ‘Grand Gathas Of Baal Sin’. Een enkel uitstapje naar een ver verleden konden we ervaren in ‘Triangular Tattvic Fire’ (uit ‘Sphinx’) maar daar bleef het bij. Amper een uur na het startschot is onze Mesopotamische belevenis al over en staan we terug in de ijselijke temperaturen op straat…

Setlist Melechesh:

The Magickan & The Drones
Sacred Geometry
Ladders To Sumeria
Grand Gatas Of Baal Sin
Triangular Tattvic Fire
The Epigenesis
Ghoul Of Nineveh
Rebirth Of The Nemesis



Wehrmacht, AC4, Blunt Force Trauma - 12 november 2010 - Trix, Antwerpen

Het kwam als een complete verrassing, maar dan wel als een erg aangename: een reünietournee van Wehrmacht! We zagen hen eind jaren tachtig voor de laatste keer aan het werk onder de naam Macht (vanwege politiek-correcte druk van buitenaf veranderden zij hun naam), maar daarna viel het doek. Nu stonden ze er weer in hun originele vorm, vergezeld van een stel prettig gestoorde hardcore bands. Het Amerikaanse combo Blunt Force Trauma uit Austin, Texas, bleek als drummer niemand minder dan Felix Griffin van D.R.I. achter de kit te hebben zitten, maar trok toch net iets minder de crossover-kaart. In plaats daarvan serveerden ze ons een brok pure punk/hardcore van het betere soort, onversneden rauw en vol spelplezier. Deze gasten hadden duidelijk geen hoge pet op van de New Yorkse macho-hardcore cultuur en speelden lekker recht-toe-recht-aan zonder zich een sik van imago aan te trekken. We hoorden hier Minor Threat en Verbal Abuse in en zagen dat het goed was.
Vervolgens kwam het Zweedse AC4 aanrukken. De bandleden zijn al twintig jaar actief in de punk/hardcore scene en enkele van hen maakten deel uit van het legendarische Refused, maar ze hebben met hun nieuwe band AC4 nog steeds de attitude van een stel jonge honden. We zagen in dit wereldje al heel wat hyperactieve frontmannen, maar hoe Dennis Lyxzén over het podium stuiterde was echt ongezien. Die gast leek wel op autoveringen te staan in plaats van op benen, niet normaal! Dat energieke zat ook in al hun songs, die er tegen hoge snelheid werden uitgeperst. Soms deden ze aan de oude Spermbirds denken, wat ook mede te danken was aan de ironische teksten en de grapjes die Dennis tussendoor steeds maakte. Lang geleden dat een hardcoreband ons nog zo kon amuseren!
Natuurlijk stond iedereen te wachten op Wehrmacht en een groot deel van het publiek bestond dan ook uit oude rotten met heimwee. En jawel hoor, de speedcore van de heren hield na twintig jaar stilte nog steeds stand! De set werd een aaneenschakeling van klassiekers die destijds ‘Shark Attack’ (’87) en ‘Biermächt’ (’89) vulden. Na ‘Shark Attack’ ging men meteen over in ‘You Broke My Heart (So I Broke Your Face)’, maar ook ‘Drink Jack’, ‘Balance Of Opinion’, ‘Napalm Shower’ en de hymne ‘UNited Shoebrothers’ mochten natuurlijk niet ontbreken. Het creepy ‘Night Of Pain’ werd opgedragen aan de death metalfans, waarnaast de heren uit Portland, Oregon even Accept droog in de kakker pakten met ‘Fast As A Shark Attack’, een wel erg ruige coverversie. Genieten geblazen! In het begin van de set wilde de gitaarsound al eens te rommelen vanwege de hypersnelle uitvoeringen, maar gaandeweg kreeg men een betere grip op het geluid en kwam alles toch lekker tot zijn recht. We kunnen dan ook enkel maar hopen dat Wehrmacht het niet bij deze eenmalige doortocht laat, want het was heerlijk om je weer even achttien te voelen…


Jeff Wayne’s The War Of The World’s - 27 november 2010 - Lotto Arena, Antwerpen

Het door H.G. Wells geschreven gelijknamige boek was de start van een fantastische reis die de invasie van de marsmannetjes overal ter wereld bracht. Het hoorspel van Orson Welles deed letterlijk paniek ontstaan toen het werd voorgedragen en de musical versie van Jeff Wayne bezit nu nog een grote aantrekkelijkheid. Ruim dertig jaar na de geboorte is de man weer op toer met zijn ondertussen volwassen geworden baby en doet hij overal ter wereld de massa versteld staan. Op 27 november hield Jeff Wayne halt in de lotto Arena samen met zijn tienkoppige band en een veertig koppig symfonisch orkest om de marsmannetjes en de tripods ook in Antwerpen tot leven te laten komen. Een behoorlijk gevulde zaal ging er om klokslag 20.00u eens goed voor zitten en liet de inleiding nog gedwee aan zich voorbijgaan. Toen de projectie van verteller van de avond Richard Burton verscheen en zijn typische stem een zeker nostalgisch gevoel naar boven kwam werd het muisstil in de zaal. Eenmaal het ondertussen onuitwisbare thema van ‘The Eve Of The War’ uit de speakers knalde zag je een zekere huivering door de zaal gaan. De band speelde geroutineerd en het orkest voegde zijn indrukwekkende klanken aan het geheel toe. Het verhaal werd op een kamerbreed scherm geprojecteerd waarin op gepaste tijdstippen live beelden van op het podium werden gepast. Toen de martianen eenmaal geland waren en aan hun overrompeling begonnen daalde een elfmeter hoge tripod vanuit het dak neer en spuwde zijn vlammen de zaal in. De hitte was tot op de achterste rijen goed te voelen wat het geheel een angstaanjagende bijklank gaf. Na een uurtje konden we genieten van een pauze en was de cast grotendeels volledig voorbijgekomen. De belangrijkste vocale pionnen waren duidelijk Justin Hayward (Moody Blues), Chris Thompson (Manfred Mann) en Justin Donovan. Na de pauze werd het verhaal verder uitgediept en werd het spektakel verder uitgewerkt. ‘Parson Nathaniel’, ‘The Spirit Of Man’, ‘The Red Weed’, ‘Brave New World’ en ‘Dead London’ passeerden de revue en deed ons beseffen dat dit toch wel een tijdloos werk is met enkele thema’s en melodiën die in je hoofd blijven ronddwalen. Na ruim twee uur kwam er een eind aan de hegemonie van de martianen op aarde en hing de tripod er verslagen en verlamd bij. Toen er echter een NASA desk op het podium verscheen en er een blik in de toekomst werd gegooid bleven we toch achter met twijfels of de aardbewoners nu wel echt van de dreiging verlost zijn. Jeff Wayne’s The War Of The Worlds is en blijft een meesterwerk die anno 2010 nog steeds zijn relevatie heeft. Eén ding staat vast en dat is dat de musical heel wat meer indruk heeft gewekt dan de wat flauwe filminterpretatie van de wereldvermaarde Steven Spielberg.

Stonesour, Hellyeah - 9 november 2010 - 013, Tilburg

Op het ene moment vertrek je vol goede moed voor een tripje naar Tilburg en verwacht je er maximaal binnen het anderhalf uur van twee leuke bands te kunnen genieten. Helaas had de filekoning andere plannen. Toen we de zaal betraden na ruim drie uur fileleed waren we net te laat om de laatste noten van Hellyeah te beluisteren. We hadden nochtans graag Vinnie Paul en zijn band nog eens live aan het werk gezien. Maar niet getreurd want een paar minuten over negen doofden de lichten en namen Corey Taylor en zijn mannen het podium in. Achter een wit doek die het volledige podium overspande startte de intro tape en was meteen duidelijk dat dit een wervelende show zou worden. Taylor staat er gewoon. Hij heeft het en kan met een paar bewegingen een zaal voor zich winnen, Josh Rand stond strak gekleed zijn troepen te overschouwen, James Root was zijn eigen gereide zelf en bassist Shawn Economaki is mister cool himself en drummer Roy Mayorga steelt de ganse set de show met zijn energieke drumstijl. Als je daarbovenop een setlist kunt gooien waar de vonken aan alle kanten van afspatten dan heb je de zaakjes mooi voor elkaar. ‘Reborn’, ‘Made Of Scars’, ‘Say You’ll Haunt Me’, ‘Unfinished’, ‘Lets Be Honest’, ‘’Digital’ en ‘Get Inside’ zijn maar een greep uit de tracks en je ziet meteen dat de heren op rondreis zijn om hun nieuwe plaat ‘Audio Secrecy’ te promoten. Die tracks versmelten als een homogeen mengsel met het eerdere werk en dat maakt dat de set heel krachtig en consistent overkomt. Helaas duren mooie liedje meestal niet lang. In het midden kregen we nog een zeer intiem moment waar Taylor het podium betrad en ‘Bother’ op zeer intieme wijze de zaal ingooide gevolgd door het knappe ‘Through Glass’. Als je de set dan nog kunt afsluiten met o.m. ‘Hell & Consequences’ en het stilaan onvermijdelijke ‘30/30-150’ dan snap je dat bij het naar buiten gaan geen enkele negatieve commentaar op te vangen viel. We waren ondanks de wel hele lange intro in de file dan toch gelukkig erbij te zijn geweest en getuige te hebben mogen zijn van een band op dreef. Long Live Stonesour. Long Live Rock ’N Roll. Hellyeah.

Fear Factory, High On Fire, Dååth - 7 december 2010 - Trix, Antwerpen

Was het de ijzige koude, de vrees voor sneeuw of de net gestarte examens? We zouden het niet zo meteen durven zeggen maar ooit was de publieke opkomst in Antwerp City massaler voor het collectief dat door ‘t stad ooit werd omarmd alsof ze homeboys waren. Nu telden we hoog uit 650 geïnteresseerden. Daarvan waren er dan nog eens een pak die vol verwachting uitkeken naar de voorprogramma’s. Dååth uit Atlanta bijvoorbeeld dat als een tornado van start ging. In de op dat moment matig gevulde zaal werd iedereen gewoon tegen de muur geblazen. Wat een kracht én hoe ongelooflijk luid. Des al niet te min konden we vaststellen dat deze band ook live het hoge niveau haalt zoals ze dat onlangs nog bewezen op hun vierde, naar zichzelf genoemde, cd. Deze gasten gaan nog brokken maken, daar zijn we van overtuigd. Zelf keken we dan weer reikhalzend uit naar het trio van High On Fire. Ook zij brachten eerder in 2010 met ‘Snakes For The Divine’ een cd’tje uit om duimen en vingers bij af te likken. Ondanks dat, en hun uitgebreidere back catalogus, slaagde de groep er niet in om ons in vervoering te brengen. Ook hier was het te harde geluid een beetje spelbreker. Gelukkig voor de groep kon het de geïnteresseerden niet veel deren want er werd meer dan enthousiast gereageerd op elke noot die men uitbraakte. Tijd voor de hoofdmoot dan met Fear Factory. Die waren voor de derde keer dit jaar te gast in ons land en we waren nu toch wel heel benieuwd of ze ons vanavond die lamentabele prestaties van zowel Graspop als de VK konden doen vergeten. Het begon alvast desastreus. Mochten we de setlist op voorhand niet gezien hebben we zouden geen flauw idee gehad hebben dat men het vuur aan de lont trachtte te steken met ‘Mechanize’. Het geluid was op nieuw hard maar de mix trok op geen… De moed zakte echt tot in onze schoenen. Was dit nu alles wat er nog overbleef van de ooit zo imposante Schrik Fabriek? De setlist was opgedeeld in blokken. Na twee tracks van de laatste cd kwam ‘Obsolete’ met drie afgevaardigden langs om daarna een duootje van ‘Digimortal’ te serveren en dan opnieuw over te gaan naar ‘Mechanize’. Op dat moment verlieten al enkele mensen de zaal. Muzikaal ging het wel al beter, maar onze vriend en zanger Burton C Bell bleef echt zijn best doen alsof wij de jury van Idool 2011 waren en we absoluut de kast op moesten. Toen schalde de intro van het voor mij mythische ‘Big God/Raped Souls’ door de PA. Burton reproduceerde hem, zonder micro weliswaar, woord voor woord en het was alsof er een klik werd gemaakt. Plots zat alles perfect en de brute vocale uithalen toverden, eindelijk, kippenvel op de armen van alle old school fans. Dino, die de zaak eigenlijk al heel de avond door had rechtgehouden, schitterde nu pas echt en vooral de frontman herpakte zich. Jammer dat het bij slechts twee songs uit het debuut bleef. Maar, door deze aanpak hadden we natuurlijk wel nog een vette portie ‘Demanufacture’ te goed en die deed de oude dagen bijna herleven. Met de Head Of David-cover ‘Dog Day Sunrise’ wisten ze zelfs ondergetekende aangenaam te verrassen. Helaas was het na ‘Replica’ gedaan met feesten en dat na amper een uur en 15 minuten. Fear Factory heeft onmiskenbaar een rijke catalogus waaruit men nog kon puren om het ronduit slechte begin enigszins recht te trekken. Een toegift bleef helaas uit. Waar was ‘Scapegoat’, ‘Edgecrusher’ of waarom ook niet ‘Obsolete’. Nu kunnen we niet anders dan deze prestatie bestempelen als zwak, veel te zwak voor een instituut als Fear Factory. Stel orde op zaken gasten!

Setlist

Mechanize
Fear Campaign
Shock
Smasher/Devourer
Securitron (Police State 2000)
Linchpin
Acres of Skin
Powershifter
Industrial Discipline
Big God/Raped Souls
Martyr
Demanufacture
Self Bias Resistor
Zero Signal
Dog Day Sunrise
Replica


Frostrock - 4 december 2010 - Hippodroom, Kuurne

Frostrock doet zijn naam nog eens alle eer aan. Sneeuw en koude maken zich ook op deze zaterdag op om voor gevaarlijke wegen te zorgen. Het doet ons vermoeden dat weinig mensen het risico zullen nemen om naar de Hippodroom in Kuurne af te zakken. Zelf beslissen we na wat wikken en wegen om het lot wel te teisteren. De eerste bands spelen al in de namiddag, maar die laten we aan ons voorbijgaan. De zaal is voor de helft gevuld als we aankomen en we tellen een 450-tal koppen. Niet slecht, ondanks de omstandigheden. De namen op de affiche van Frostrock worden dan ook elk jaar wat groter. Ma en pa Frostrock hebben blijkbaar de juiste formule te pakken en het ziet er naar uit dat het gezellige festivalletje zich een vaste stek aan het verwerven is tijdens de wintermaanden. Drie groepen hebben intussen hun set al gespeeld en van horen zeggen weten we dat Izegrim als enige inruk naliet en de Nederlandse thrashers vandaag tal van zieltjes hebben gewonnen. Een opsteker, temeer omdat in februari hun nieuwe plaat verschijnt via Listenable records. Dat is alweer iets om naar uit te kijken. At Vance verging het minder goed en zou amper de moeite waard geweest zijn. Een glansrol was hierbij blijkbaar weggelegd voor de veel te beperkte zanger. Zonde van hun lange trip.
We komen binnen als Carach Angren aftrapt. Niet dat we de lat heel hoog willen leggen, maar we koesteren wel degelijk verwachtingen van deze Nederlandse symfonische black metalband. Niettemin omdat insiders ons lieten verstaan om deze band toch ook eens live uit te checken. Het is dan ook spijtig te moeten stellen dat de kwaliteit van de cd niet gehaald wordt, toch vandaag niet. Menig symfonische black metalband kampt ermee: het evenaren van sferen die op een album schitterend kunnen zijn, maar in een zaal al eens verloren gaan en effect missen. Het pleit echter voor de band dat ze op Frostrock het buitenbeentje vormen en er onder de aanwezigen niet heel veel fans te bespeuren zijn. Foute casting? De ellenlange change-over doet vermoeden dat er problemen zijn met het materiaal van Iron Mask. Wanneer de Belgische band rond Dushan Petroshi (ook Magic Kingdom) aanvangt is er gelukkig geen vuiltje aan de lucht. Het wordt een geanimeerd concert met veel beweging op het podium, niet in het minst bewerkstelligd doordat er twee zangers aanwezig zijn. Eentje ervan kan zingen, de tweede eugh... zorgt voor wat animo. Best leuk om te zien dat ook Belgische bands de nodige bravoure hebben om Teutoonse bombast tentoon te spreiden. Petroshi draait zijn hand niet om voor een solo meer of minder. De Belgische Yngwie (lees Yngvie) Malmsteen heeft gelukkig minder kuren dan zijn grote voorbeeld. Zijn vingervlug soleerwerk vult de nummers aan en zijn verre van echocentrische uitstapjes. De songs op zich blijven echter weinig hangen. Niets mis hoor met nummers die best door de beugel kunnen, maar geen riedels bevatten die me uren later nog door het hoofd zinderen. Onderhoudende traditionele hard rock dat wel, maar tegelijk niets meer dan dat. Revamp hadden we op Graspop al gezien en recent ook nog op Metal Female Voices Fest. Twee keer op een jaar is eigenlijk wel genoeg, maar aangezien we toch in Kuurne zijn pikken we uit beleefdheid een aantal nummers mee. We hebben het al vlug door: drie keer is teveel, voor ondergetekende althans. Uiteraard beschikt Revamp over een setje uitstekende muzikanten en zijn er diverse troeven te bespeuren bij Floor. Bovendien staat mevrouw Janssen ook vocaal haar mannetje en qua podiumpresentatie heeft ze natuurlijk de nodige ervaring. Het publiek in Kuurne is bijvoorbeeld te stil naar haar zin en zonder slag of stoot (Nederlanders zijn nu eenmaal rechtuit) laat ze dat weten aan de aanwezigen. Gelijk heeft ze, deze elegante zwarte panter met, voor de gelegenheid, zilverkleurige wimpers. Het repertoire is uiteraard beperkt met amper één plaat op het palmares, maar de balans tussen hard en ingetogen zorgt wel voor variatie. Niet voor de variatie die ons kan bekoren dus gaan we buiten West-Vlaamse braadworsten proeven. Een delicatesse! Alweer van horen zeggen...
Na Revamp is het eens temeer een hele tijd wachten voor we opnieuw muziek van op het podium te horen krijgen. Primal Fear, die zich backstage niet meteen populair maakt door de godganse dag hun kleedkamer niet uit te komen, gaat aanvankelijk nogal routineus van start. De Duitsers hebben in hun kleedhokje blijkbaar ‘automatisch’ pilootje zitten spelen. Het is een obstakel dat halverwege de set plaats maakt voor wat meer gedrevenheid. Het resulteert in het schitterende ‘16:6’, het leuke en tevens verrassende ‘We Will Rock You’ en de geslaagde Priest cover ‘Metal Gods’. Al bij al een positieve afsluiter van een muzikaal tegenvallende, maar niettemin sfeervolle (bier, bier, bier – excuses!) avond. Het is na middernacht als we vertrekken en de sneeuw heeft intussen plaats gemaakt voor regen. Frostrock sluit zelfs af met twee graden boven nul en dat is nu eens geen gelul!


Helloween, Stratovarius, Trick Or Treat - 2 december 2010 - Trix, Antwerpen

Het barre winterweer hield de mensen niet weg van Trix, naar alle waarschijnlijkheid hadden de meesten die avond al een ticket in voorverkoop gekocht. De zaal liep al aardig vol bij het onbekende Italiaanse gezelschap Trick Or Treat; als die bandnaam niet naadloos aansluit bij Helloween dan weet ik het ook niet meer. Dit bont allegaartje -een zanger met zwaar Italiaans accent die bij elke song van hoedje wisselde, een gitarist met een roze flying V en een geflipte toetsenist met een zwarte langharige pruik- bracht vooral metal dat op de lachspieren werkte. Niet dat er slecht gemusiceerd werd, maar de mannen waren meer bezig met entertainen dan met musiceren. Hun aankondiging: ‘You want a gay song or a metal song?’ sprak boekdelen. Hierop werd ‘Girls Just Wanna Hanve Fun’ ingezet van Cindy Lauper. De muziek die flarden vertoonde van Dragonforce was onderhoudend en amusant. Zet Trick Or Treat op een pensenkermis en lol verzekerd. Stratovarius was van een heel ander kaliber. Net geen jaar geleden waren ze nog hoofdact in een halfvolle Trix, nu mochten ze nog eens voor een enthousiast publiek opdraven. Live stelt de band nooit teleur, Timo Kotipelto was zeer goed bij stem en haalde moeiteloos alle hoge noten. De Finnen zetten een strakke set neer en kregen moeiteloos de handen op mekaar. ‘Phoenix’ was een uitgekiende opener. Het eerste hoogtepunt haalden ze met ‘The Kiss Of Judas’ uit hun meest succesvolle album ‘Visions’. Uit dat album puurden ze nog de beklijvende ballade ‘Paradise’ en de hit ‘Black Diamond’. Uit de oude doos kregen we nog een prima versie van ‘Speed Of Light’ te horen. Het poppy ‘Hunting High And Low’ met een aanstekelijke keyboardpartij ging er eveneens in als zoete koek. Stratovarius is nog lang niet afgeschreven. Benieuwd hoe hun nieuwe album dat uitkomt in januari gaat klinken. Helloween heeft met ‘7 Sinners’ een uitstekend nieuw album op zak. Het levensgrote logo van die cd roteerde op de achtergrond wat vrij indrukwekkend oogde. Jammer dat uit ‘7 Sinenners’ maar twee songs gespeeld werden. De openingsintro van ‘Who Is Mr. Madman?’ niet meegerekend. Die intro is trouwens het bekende deuntje uit ‘Perfect Gentleman’. Hierna zette Andi Derris en zijn Duitse maatjes de zaal meteen in de fik met het opzwepende ‘Are You Metal?’. Scoren deden ze verder met meezinger bij uitstek ‘Eagle Fly Free’. Daarna werd even de vaart uit de set gehaald met ‘March Of Time’ en gitaarsolo die al wel heel vroeg werd uitgevoerd. ‘Where The Sinners Go’ was de tweede nieuwe song die gespeeld werd. Vreemd dat albums als: ‘The Dark Ride’, ‘Gambling With The Devil’ en ‘Rabbit Don’t Conme Easy’ volledig genegeerd werden. Het bedenkelijke ‘Steel Tormentor’ werd nog eens van stal gehaald evenals de stokoude nummers: ‘Ride The Sky’ en ‘I’m Alive’. Helloween speelde ook een medley, een ware rollercoaster van drie songs die samen normaal gezien boven de drie kwartier klokken: ‘Keeper Of The Seven Keys/King For A 1000 Years/Halloween’. Aan het enthousiaste gejoel van de fans bleek dit geen onaardige zet te zijn. ‘Future World’ en ‘Dr. Stein’ deden voor een laatste keer het publiek nog eens uit hun dak gaan. Helloween was heel de avond goed op dreef al had ik soms mijn bedenkingen met de keuze en volgorde van de songs.


Setlitst Stratovarius

1. Phoenix
2. Legions
3. Darkest Hours
4. The Kiss of Judas
5. Against the Wind
6. Winter Skies
7. Speed of Light
8. Deep Unknown
9. Paradise
10. Hunting High and Low
11. Black Diamond

Setlist Helloween

1. Are You Metal?
2. Eagle Fly Free
3. March of Time
4. Guitar Solo
5. Where the Sinners Go
6. Steel Tormentor
7. Drum Solo
8. I'm Alive
9. Handful Of Pain
10. The Keeper's Medley
11. I Want Out
12. Ride the Sky

13. Future World

14. Dr. Stein


Finntroll, Samael, Rotting Christ, Metsatöll, Nothnegal - 26 november 2010 - Biebob, Vosselaar

De tweede Europese headlinetour van Finntroll ter ondersteuning van hun album ‘Nifelvind’ ging vanavond van start in de Biebob. Het materiaal voor een affiche met vijf bands wordt dan ook nog een beetje aarzelend opgesteld, zodat de deuren iets later dan gepland open gaan. Maar eens dat we binnen zijn hebben we amper de tijd om een pilsje te nemen, want Nothnegal staat vrijwel direct op de planken. We maken kennis met de eerste band uit de Malediven die we ooit live te zien kregen. Eerder dit jaar werden ze getekend door Season Of Mist en hun op death metal geschoeide songs zijn een prettige ontdekking. De jongens zijn nog jong, maar bijten zich met een grote ernst vast in de progressief getinte structuren. Veel toetsen en klaterende gitaarsolo’s van beide gitaristen houden het erg melodieus. Met twee allround muzikanten in de bezetting (Marco Sneck (Poisonblack, Kalmah) op toetsen en drummer Kevin Talley (Daath, Decrepit Birth) – duidelijk niet afkomstig uit de Malediven) komen ze er wel en kijken we uit naar het debuut dat begin volgend jaar verschijnt.
Het is een pan-Europese aangelegenheid vanavond, want voor de volgende band gaan we naar Estland. De albums van Metsatöll zijn verdienstelijke middenmoters, meer niet. Live zijn ze echter energiek en onderhoudend. Hun vrolijke folk metal mag dan niet uitzonderlijk zijn, vooral Lauri Varulven weet het publiek aardig mee te krijgen door in traditionele kledij over het podium te hossen terwijl hij van jetje geeft op tal van authentieke instrumenten. Met ‘Tuletalgud’, de single ‘Vaid Vaprust’, ‘Äio’ en ‘Roju’ kiest het viertal voornamelijk uit het meest recente ‘Äio’ album, maar oudjes als ‘Saaremaa Vägimees’ en ‘Sajatus’ wijken weinig af van de huidige sound.
De avond begint voor ondergetekende pas goed met Rotting Christ. De Grieken weten ons al sinds de jaren negentig te boeien en wanneer de sympathieke frontman Sakis het publiek enthousiast begroet en de etnische gezangen van ‘Aealo’ weerklinken weten we dat het feest begonnen is. Vanzelfsprekend wordt het laatste album, de knaller ‘Aealo’, aardig in het zonnetje gezet – meteen volgt het stugge, strakke ‘Eon Aenaos’ - maar het viertal neemt ook een duik in het verleden. ‘Athanati Este’ met zijn oosterse melodielijnen en het aanstekelijke ‘King Of A Stellar War’ doen de temperatuur in de zaal de hoogte ingaan. Zelfs een aantal Grieken zijn aanwezig om de aftrap van deze uitgebreide tour bij te wonen. Een streepje ‘Theogonia’ krijgen we in de vorm van het nauw bij black metal aanleunende ‘The Sign Of Prime Creation’ en het prachtige ‘Phobos’ Synagogue’. Op het laatste album noteren we een vermeerdering van etnische invloeden. Het doorjagende ‘Fire, Death And Fear’ bezigt vooral vurig gitaarwerk, maar het snelle ‘Dub Sag Ta Ke’ en afsluiter ‘Noctis Era’ vertonen op de achtergrond beklijvende klanken van hun Griekse roots. Een beestig concert dat aantoont dat Rotting Christ nog steeds melodieuze edoch heftige albums maakt.
Een ander instituut komt uit Zwitserland, het land dat ons ook het legendarische Celtic Frost leverde. Samael is voor ons een even grote legende. Begonnen als pure black metal band, maar met het verstrijken van de jaren geëvolueerd naar een combo dat geen uitdaging uit de weg gaat. Voorman Vorph treedt aan in een strak rood gewaad, de grijze haren in een pedant staartje en speelt zijn rol als enigmatisch volksmenner op sublieme wijze. Broer Xy is vooral aanwezig als toetsenwizard, maar wanneer hij van op dezelfde plek de drums ranselt, hangt er pure magie in de lucht. Het reguliere drumstel is bij deze demonstratief versluierd. Computers en elektronica heersen, maar toch is het geluid van Samael vanavond geen kille bedoening. De electro/industrial sound heerst enkel door een Spartaanse strakheid en de algemene indruk blijft extreme, maar toegankelijke metal. Zopas bracht de band de ep ‘Antigod’ uit als voorsmaakje voor het nieuwe album dat begin volgend jaar uitkomt. De titeltrack kon vanavond niet ontbreken en dat is krachtvoer dat ons uitermate bevalt. De nieuwe versie van de klassieker ‘Into The Pentagram’ volgde vlak daarop en hier kunnen we ons vergapen aan octopus Xy die heen en weer buigt van toetsen naar drums. Die bespeelt hij staande met veel zwier. Het concert put ook uit het album ‘Solar Soul’ en zelfs ‘Baphomets Throne’ uit ‘Ceremony Of Opposites’ met zijn ruimtelijk oosters gevoel valt ons ten deel. Terwijl frontman Vorph zijn ding met waardigheid doet, headbangen bassist Massiseim en gitarist Makro als gek tijdens de show. Het wordt een spetterende performance waar we intens van genieten.
In maart waren ze nog in ons land als hoofdact van het Paganfest, op Graspop sloten ze af in een veel te kleine Metaldome tent en nu staan ze alweer in de biebob: de Finse trollen van Finntroll gaan veelvuldig de baan op. Een overkill zien we nog niet meteen gebeuren, want het was opvallend dat het publiek pas echt wakker schoot toen onze Finse broeders tot actie opriepen. Crowdsurfers deden verwoede pogingen om het podium te bereiken en zanger Vreth had maar een half woord nodig of er ontstond een circle pit tijdens de snelste songs. Het album ‘Nifelvind’ stond meer dan ooit centraal in de set. De drie eerste songs – waaronder al meteen favoriet ‘Solsagan’ – zijn al uit dit recentste wapenfeit geplukt, later in de set volgen er nog een drietal. Verder doet Finntroll een royale greep uit eigen werk. Dat gaat zelfs terug naar ‘Midnattens Widunder’, maar ook uit ‘Natfödd’ krijgen we vier nummers. Vreth is een energieke frontman, maar live gaat zijn gekrijs wel al eens eentonig klinken. De band legt het parcours zonder fouten af en het geluid is behoorlijk. Toch mis ik live al eens de nuances die op een album net die meerwaarde vormen. Live is Finntroll vooral een black metal band, ook al zijn de folk melodieën veelvuldig aanwezig. Maar liefst zestien songs worden gespeeld en dan hebben we de bisnummers nog tegoed. Het heden – ‘Drap’ uit ‘Nifelvind’ – en het verleden – titelsong ‘Jaktens Tid’ – verenigen zich in een laatste apotheose vooraleer de verhitte massa de koude avond ingestuurd wordt. Het is dan al na middernacht. We kijken terug op een erg interessant package, waarbij men zich nu eens niet tot één stijl beperkte. Rotting Christ en Samael waren voor ondergetekende de hoogtepunten, al blijft Finntroll de prijs van entertainment halen.

Setlist Finntroll:

Blodmarsch (intro) (Nifelvind)
Solsagan (Nifelvind)
Den Frusna Munnen/Boingo (Nifelvind)
Slaget Vid Blotsälv Slaget (Jaktens Tid)
Skogens Hämnd (Jaktens Tid)
Nedgang (Ur Jordens Djup)
Ett Norrskensdad/Arabi (Nifelvind)
Nattfödd (Nattfödd)
Midnattens Widunder (Midnattens Widunder)
Eliytres (Nattfödd)
Grottans Barn (Nattfödd)
Trollhammaren (Nattfödd)
Under Bergets Rot/Kummitus (Nifelvind)
Mot Skuggrnas Värld/Samiricon (Nifelvind)
Maktens Spira (Ur Jordens Djup)

Encores:
Drap (Nifelvind)
Jaktens Tid (Jaktens Tid)





Iron Maiden op Rock Werchter

Live Nation bevestigde zopas dat Iron Maiden naar Rock Werchter komt. Op zondag 3 juli staan de Britten er als co-headliner op de Main Stage.

Een toch wel vreemde zet van Iron Maiden die hiermee voor de tweede opeenvolgende keer opteert voor een 'mainstream' festival in België en zo Graspop laat voorbijgaan.

Rock Werchter 2011 vindt plaats in het Festivalpark in Werchter van donderdag 30 juni tot en met
zondag 3 juli. Vier dagen lang is het beste van nu te zien en te horen op twee podia. De grote namen en de
gevestigde waarden krijgen naar goede gewoonte de Main Stage. Voor aanstormend talent, intieme(re) acts en dance beats in de late uurtjes is er de Pyramid Marquee. Een beproefde en vooral gesmaakte formule die van Rock Werchter een internationale topper maakt en elke dag 80.000 festivalgangers uit alle mogelijke
windstreken naar het Festivalpark brengt.

De tickets voor Rock Werchter 2011 zijn vanaf zaterdag 4 december om 9u te koop via
Proximus Go For Music: 0900 2 60 60* – www.proximusgoformusic.be. (*0,5 euro/min, prijs incl. btw)

Ticketprijzen (excl. servicekosten)
Combifestivalticket (30 juni > 3 juli) 195 euro
Dagfestivalticket donderdag 30 juni 76 euro
Dagfestivalticket vrijdag 1 juli 76 euro
Dagfestivalticket zaterdag 2 juli 76 euro
Dagfestivalticket zondag 3 juli 76 euro
Campingticket regular 18 euro
Campingticket xl 25 euro

Nieuw:
Er worden 2 types campingticket in verkoop gebracht: het campingticket regular en het campingticket xl.

Campingticket regular
Een campingticket regular kost 18 euro (excl. servicekosten) in voorverkoop. Dit campingticket is
geldig vanaf donderdagmorgen 30 juni tem maandagmiddag 4 juli 12 uur. Het campingticket
regular is geldig op een camping naar keuze en kan aangekocht worden onder de vorm van een klassiek ticket
of als e-ticket.

Campingticket xl
Met dit ticket kan men reeds vanaf woensdag 29 juni om 16u terecht op campings A2, A3 en A4 in zone
Haacht. Het ticket blijft geldig tem maandagmiddag 4 juli, 12 uur. Let wel, gezien slechts 3 campings
openen op woensdag is de oplage campingtickets xl beperkt. Het campingticket xl is enkel als e-ticket
verkrijgbaar en kost 25 euro (excl. servicekosten) in voorverkoop.

Een woordje uitleg bij dit nieuwe initiatief:
Al jaren wordt de regio Werchter omgeven door lange files wakker op de donderdagochtend dat het festival
start. De instroom van festivalgangers wordt beter verspreid door al op woensdag een aantal campings te
openen. Bewust wordt geopteerd slechts 3 campings te openen. Deze bevinden zich namelijk niet in
woongebied. Het is niet de bedoeling van de festivalorganisatie om een campingfestival te organiseren op
woensdagavond. Op de campings kan er een lekker hapje gegeten worden en zal de bar open zijn. Gezellig
samenzijn, daar is het om te doen. De overlast voor de lokale bevolking blijft zo tot een minimum beperkt.



As I Lay Dying, Heaven Shall Burn, Suicide Silence - 24 november 2010 - Trix, Antwerpen

Geen weer om een hond door te jagen was het. Toch weerhield het ruim 1.000 liefhebbers van het moderne metalcore genre er niet van de weg naar Trix te vinden op deze woensdagavond. We werden verwelkomd door Suicide Silence. Deze vijf jonkies uit Riverside, Californië beukten er meteen op in. Loodzware riffs werden de zaal in gespuwd, allemaal afkomstig van hun twee platen ‘The Cleansing’ en ‘No Time To Bleed’. De potsierlijke podium présance van frontman Mitch Lucker gaf alles een extra, vooral humoristisch, tintje. Ongewild waarschijnlijk maar wij vonden het best amusant hoe iemand, die naar schatting 40 kilogram weegt, zich alsnog wil voordoen als een beer van een vent middels de nodige armspreidingen en voetgestamp (op sloefjes). Het publiek, dat best jeugdig was, genoot er echter in volle teugen van en ging gewillig in op het, naar het einde toe zelf op het irritante af, verzoek om een circle pit te vormen. Al bij al een aardig setje maar wij zijn zeker niet verkocht. Een heel ander verhaal is het wanneer het Duitse Heaven Shall Burn ten tonele verschijnt. Ze dopen Trix om tot een gigantisch 16:9-scherm dankzij twee mega projectoren en dat schept onmiddellijk een sfeertje dat tig keer professioneler oogt dat de eerste band. Met een ongelooflijke wall of sound slaan de vijf Duitsers ons rond de oren. Hier krijgen we nu kippenvel van. Dit is tot in de puntjes verzorgd en je merkt gewoon dat achter deze band een plan zit. Dit is een heel uitgebalanceerde set waarin al hun ijzersterke songs aan bod komen. Vooral de weergaloze vertolking van ‘Endzeit’ is een absoluut hoogtepunt waarbij de zaal massaal de vocalen overneemt van frontman Marcus Bischoff. Afsluiten doen ze met de Edge Of Sanity cover ‘Black Tears’ en dan is het voor ons al duidelijk dat de headliner voor een aartsmoeilijke klus staat om dit te overtreffen. Het zal As I Lay Dying ook niet lukken. Let op, we willen helemaal geen afbreuk doen aan deze goed geoliede metalcore machine. Dit zijn vaklui en ook nu is het geluid meer dan oké. Alleen komt de show een beetje gewoontjes over met enkel die backdrop en voor de rest fraaie belichting. Het jonge volkje stoort er zich echter niet aan en gaat voluit. Enorme pits ontstaan te pas en te onpas en iedereen heeft de tijd van zijn leven. Laat dat nu net de essentie zijn van een live show als deze. We kunnen dus niet anders dan concluderen dat de missie voor deze avond meer dan geslaagd is.

Setlist

Suicide Silence

Intro
Wake Up
Lifted
Smoke
Unanswered
Disengaged
No Time To Bleed
No Pity For A Coward

Heaven Shall Burn

Intro
Counterweight
The Omen
Combat
Voice Of The Voiceless
Return to Sanity
I Was I Am I Shall Be
Awoken / Endzeit
Like A Thousand Suns
The Lie You Bleed For
Black Tears

As I Lay Dying

Intro
94 Hours
An Ocean Between Us
Upside Down Kingdom
Beyond Our Suffering
The Sound Of Truth
Within Destruction
Parallels
Anodyne Sea
Condemned
Through Struggle

Separation
Nothing Left
Confined


5z & Friends - 20 november 2010 - Eglantier, St-Niklaas

Vorige week viel ons oog op een artikel in een onafhankelijk weekblad. Daarin liet men enkele tributebands aan het woord. Naast het hoe en waarom werd ook hun ongelooflijke devotie voor hun idool en hun muzikale klasse in de verf gezet. Op zich allemaal heel lovenswaardig maar tributeacts beperken zich tot één artiest en als die zich dan al een ganse carrière lang bediend van de drie zelfde akkoorden durven wij de virtuositeit gerust in vraag stellen. Uiteraard is dit goed voor een avondje vertier maar wij hebben het dan toch liever iets ruimer en dan zijn we bij de 5z aan het juiste adres. Deze cover band uit Sin City, St-Niklaas omschrijft zichzelf graag al ‘A stubborn no-nonsense high on octane coverband’ en laat ons stellen dat die vlag de lading meer dan dekt. Ondertussen staan deze vijf vrienden al een lustrum lang samen op de planken en genieten ze een meer dan puike reputatie. Om dit heugelijke feit te vieren met hun trouwe schare fans werd een feestje in elkaar gestoken. Ze doen dit samen met de lokale Softbal ploeg, The Foxes, uit de City That Never Sleeps (sic) want net als het met octaan geladen kwintet blazen ook The Foxes vijf kaarsjes uit. Door de jaren heen hebben de heren van de 5z een reputatie opgebouwd waarbij ze monstersets niet uit de weg gaan. Voor vandaag had men een setje van minstens drie uur aangekondigd en tegelijk zouden ook een boel muzikale vrienden hen op de bühne komen versterken. En of het een feestje werd. De sfeer zat prima. Vastberaden schoot de band uit de startblokken en allen zaten ze mooi in het zwart met bijpassende rode stropdas. Gaandeweg vlogen de dassen uit en ging het rock-‘n-roll testosteron de hoogte in. Het zangduo Bert en Luc zijn perfect op elkaar ingespeeld en vullen elkaar naadloos aan. Vooral bij de meer punk geladen songs ontpopt Bert zich tot een podiumbeest waarvan men zou durven vermoeden dat het gerust een zoon van Iggy Pop of Joey Ramone zou kunnen zijn. Zoals gewoonlijk moet het St-Niklase publiek een beetje opwarmen maar wanneer de eerste gastzanger op het podium verschijnt, schiet de vlam in de pan. Het is best leuk om zien hoe Miss Moses-frontman Geert samen met Luc zijn eigen ‘Milionaire’ brengt. Dit is niet zomaar een jam maar een superstrakke streep live entertainment. Vanaf dan gaat het razendsnel. Het ene hoogtepunt na het andere volgt. Net als Axl Rose en Joe Cocker beschikt Luc niet over een wereldse stem maar hij weet zijn schuurpapieren vocalen exact te doseren en zorgt ervoor dat diverse Queens Of The Stone Age-klassiekers klinken als of Josh Homme ze zelf brengt. Ook het sterke baswerk van Willy valt ons op. Dit zijn geen zondags muzikanten. Gitarist Stef is duidelijk in zijn nopjes en dat is niet verwonderlijk want naast de band viert de snarenplukker ook zelf zijn verjaardag. Geruggensteund door dochter en zoon die apentrots vanuit het publiek toekijken en zien dat hun pa staat te schitteren. Ondertussen perst Bert er een staalharde en haast perfecte ‘Pretty Vacant’ van Sex Pistols uit. De zaal kookt. Voor drummer Jan, die als een IJslandse vulkaan de ritmesectie aanstuurt, wordt het allemaal een beetje te warm en het zwarte hemd van daarnet met bijhorende stropdas zijn er te veel aan. Uit met die handel. Dan, we zijn ondertussen al ruim 2 uur verder, lijkt het hen hoog tijd voor een pauze. Terwijl we zelf aanstalten maken om even een sanitaire pitstop in te lassen, kruipen er vijf jonge snaken op het podium om de pauze op te vrolijken. Uit het niets staat daar plots kersverse Roadrunner-band Billy The Kill die speciaal voor de verjaardag van de 5z een kort coversetje te berde brengen. Het vierhonderd koppige publiek gaat collectief uit zijn dak. Vooral bij Limp Bizkits ‘Break Stuff’, waar ook Luc alweer opduikt, wordt een bijna delirium bereikt. Om nog maar te zwijgen over de fenomenale apotheose die men ons voorschoteld in de vorm van een ingenieuze Metallica-medley. Het lijkt dan een beetje moeilijk voor de 5z om opnieuw de draad op te pikken maar ze zijn helemaal niet uit hun lood geslagen door die mokerslag van Billy The Kill. Integendeel. Ook zij schakelen een versnelling hoger en brengen de meest funky rock-‘n-roll versie van Michael Jacksons ‘Billy Jean’ die we ooit gehoord hebben. Enkel de moonwalk ontbreekt. De extra gitaarsound die wordt aangebracht door een gastspeler, wiens naam we ons niet meer kunnen herinneren, zorgt nog voor wat extra power. Ondertussen staat iedereen te swingen en is het tijd voor een paar covers die nooit mogen ontbreken tijdens een 5z’s optreden. Turbo Negro’s ‘All My Friends Are Dead’ is gewoon een klassieker die de groep zich zo eigen heeft gemaakt alsof ze het zelf geschreven hebben. De zaal wordt zot en stuwt zo gans de band naar een nog hoger niveau. En dit zonder plateauzolen en peperdure zelf nagebouwde gitaren zoals sommige tributebands nodig hebben. Gewoon Bert’s 12 jarige neefje die zij aan zij met Luc de zaal in zwijm laat vallen op de tonen van Kings Of Leons ‘The Sex Is On Fire’. Dit is gewoon muziek zoals het hoort: puur. Zachtjes aan loopt het concert naar een einde met onder meer een Moby klassieker die harder rockt dan wij ooit hadden durven dromen een uitmuntende finale in de vorm van ‘California Über Alles’ van The Dead Kennedy’s. Een verjaardagsfeestje om in te kaderen en ons alleen maar doet besluiten dat we hier over vijf jaar opnieuw willen bij zijn. Vier (4!! uur lang top entertainment. Dat een onafhankelijk weekblad hier eens iets over schrijft.

W.A.S.P., Shadowside - 19 november 2010 - Trix, Antwerpen

Te oordelen aan de aardig gevulde Trix, is W.A.S.P. nog steeds immens populair in ons land. Niettegenstaande de band al jaren gekend staat voor zijn nogal korte concerten, blijft de harde kern van de fans toch trouw op post. En gelijk hebben ze, want de echte klassiekers van de act zijn dan ook onverslijtbaar en klinken live alles behalve gedateerd. Maar eerst was het de beurt aan het Braziliaanse Shadowside, niet meteen de beste band uit Zuid-Amerika, maar toch eentje die op bepaalde momenten best kon overtuigen. Dat was dan ook grotendeels de verdienste van de bevallige zangeres Dani Nolden, die naast een best goede stem ook over heel wat podiumpresence beschikte. Als een op en top professional loodste ze haar band door de korte set die het kwartet mocht spelen. Muzikaal gezien valt Shadowside niet te catalogeren bij de traditionele ‘female voices’. De powermetal, met af en toe wat thrashinvloeden, laat een behoorlijk harde band horen. Songs als ‘Red Storm, ‘Illusions’, ‘Memories’, ‘Baby In The Dark’ en ‘Life Denied’ lieten horen dat dit viertal op de goede weg zit. Maar uiteindelijk kwam iedereen voor W.A.S.P., dat de set begon met een knalharde, maar niet zo bijster zuivere ‘On Your Knees’. Via drie grote videoschermen kregen we de videoclips en oude live-beelden te zien, wat het concert wel een leuke en nostalgische toets gaf. Gelukkig werd de sound na de eerste song wat bijgestuurd en kregen we met ‘The Real Me’ (cover The Who), ‘L.O.V.E. Machine’, ‘Crazy’, ‘Live To Die Another Day’, ‘Wild Child’, ‘The Idol’ en de ultieme afsluiter ‘I Wanna Be Somebody’ een mooie maar korte bloemlezing uit hun repertoire. Bijzonder jammer, want Blackie en co. waren in zeer goede doen. De autoritaire zanger weet hoe hij een publiek moet bespelen en is nog bijzonder goed bij stem. Gelukkig keerde de band nog eens terug voor drie songs, al moest het publiek daar wel behoorlijk lang op wachten. De bisnummers ‘Chainsaw Charlie (Murders In The New Morgue)’, ‘Heaven's Hung in Black’ en ‘Blind In Texas’ waren dan ook waardige afsluiters van dit goede, maar uiteindelijk toch te korte concert. Hopelijk komt de band volgend jaar terug naar België voor een of ander festival en speelt het dan een aantal extra songs. Dat hebben we wel verdiend.

Setlist
On Your Knees
The Real Me
L.O.V.E. Machine
Crazy
Live To Die Another Day
Wild Child
The Idol
I Wanna Be Somebody

Encores
Chainsaw Charlie (Murders In The New Morgue)
Heaven's Hung In Black
Blind In Texas


Helmet - 18 november 2010 - W2, Den Bosch

We hebben onze bewondering voor Page Hamilton en zijn Helmet nooit onder stoelen of banken gestoken. Platen als 'Meantime' en 'Betty' waren destijds genrebepalend en blijven ook anno 2010 stijl overeind. Na wat jaartjes in de ijskast te hebben gezeten pikte Page enkele jaren geleden de draad met Helmet terug op. Iets wat resulteerde in onderhoudende, maar zeker geen spectaculaire platen. Sindsdien duikt hij weer regelmatig op in de Europese clubs en dat doet ons wel plezier. Zo ook nu om het nieuwste album ‘Seeing Eye Dog’ te promoten. Zelf zijn we enigszins verbaasd dat er zich amper 150 gegadigden de moeite hebben getroost om hier vanavond aanwezig te zijn. We dachten toch dat de band in Nederland populairder was. Hamilton en co laten het niet aan hun hart komen en knallen er meteen een paar van de nieuwe nummers tegenaan. Vooral ‘White City’ en ‘In Person’ maken indruk. Natuurlijk wordt ook het oudere werk niet vergeten. In de vrij korte set, amper een uurtje, jaagt men er toch knallers door als ‘Renovation’, ‘Black Top’, het immer fantastische ‘Meantime’ en uiteraard ontbreekt de kers op de taart in de vorm van ‘Unsung’ niet. Het was eigenlijk een beetje jammer om te zien dat de aanwezigen vooral kwamen om te luisteren want een beetje meer sfeer had zeker geen kwaad gekund. Toch nam Page het hen niet kwalijk want na de show nam hij nog ruimschoots de tijd om met iedereen die het wilde een praatje te slaan. Toch hopen we op een iets langere en meer geanimeerde set wanneer ze binnenkort in Gent aantreden.

Reviews die ROCK TRIBUNE 100 niet haalden (deel 2)

Glenn Hughes
Play Me Out
Purple
Wanneer de 'Mark IV' versie van Deep Purple (David Coverdale, Jon Lord, Glenn Hughes, Ian Paice en Tommy Bolin) in 1976 er de brui aan geeft, stort Hughes zich ogenblikkelijk op een solocarrière. 'Play Me Out' is zijn eerste product en bevat zeer veel soul en funk, genres die hij ook met aandrang probeerde door te duwen bij zijn vorige broodheren. Verwacht dus echt geen rockmuziek van 'the voice of rock', maar eerder een etaleren van zijn stemkunst. Hij verzamelde enkele oud-Trapeze-leden – Mel Galley (gitaar) en Dave Holland (drums) rond zich plus een schare aan gasten (o.a. Pat Travers) en kwam tot een vrij resistent geheel. Op dat moment zat Glenn nog duidelijk in een heldere periode. De meeste songs bevatten vrij complexe arrangementen, dit vooral door het toevoegen van blaasinstrumenten, vrouwelijke achtergrondkoortjes en divers slagwerk. Hughes zelf klinkt als bevrijd en zijn stem is nog helder en sterk. Voor de liefhebbers van het genre is dit zeker één van de beste albums van de man. Deze heruitgave bevat naast de reguliere plaat ook nog 4 bonus tracks en een niet uitgebrachte single.
Patrick Erregat

Nocte Obducta
Galgendämmerung (Von Nebel, Blut Und Totgeburten)
Metal Mind/Bertus
Tot voor een aantal jaren waren er nauwelijks black metalbands uit Duitsland die buiten de eigen landsgrenzen serieus werden genomen. Helaas leidde dat ertoe dat wie het wél serieus voor had met het genre, al te snel uit gemakzucht of cynisme genegeerd werd. Een band die daar zeker onder te lijden had, was Nocte Obducta. Hun ongewone en doordachte ‘avant-garde black metal’ viel al op in1998, toen hun debuut ‘Lethe – Gottverreckte Finsternis’ verscheen. Insiders beseften dat ze hier met een interessante act te doen hadden en volgden de tumultueuze carrière van het stel met genoegen, totdat het doek viel in 2006 en de band splitte vanwege teleurstelling in de muziekindustrie. Wat hier voor ons ligt, is de heruitgave van hun vierde album ‘Galgendämmerung (Von Nebel, Blut Und Totgeburten)’. Net als hun andere platen krijg je ook hier een mélange van woeste black metal met onverwachte arrangementen, eigenzinnige breaks en een niet alledaagse aanpak. Dat alle songs ook nu weer in het Duits werden gezongen, zal het er echter ook niet makkelijker op hebben gemaakt om buiten het Duitse taalgebied door te breken. Niettemin is het een erg knappe plaat die ook nu, acht jaar na de initiële release, nog overeind blijft. Wie dus benieuwd is naar Nocte Obducta en zich afvraagt waarom hun naam destijds toch altijd op goede reacties mocht rekenen, kan dat nu nagaan. Wees er wel tijdig bij, want er werden slechts 2000 stuks van geperst.
Morbid Geert

Nucleus Torn
Travellers
Prophecy
Het Zwitserse Nucleus Torn laat zich niet voor één gat vangen, dat lieten ze al merken met hun eerdere werk. Dat wordt weer duidelijk deze maand, want naast hun nieuwe album ‘Andromeda Awaiting’ ontvingen we in de vorm van deze ‘Travellers’ ook een verzameling van ouder werk dat de band waard vond om opnieuw te openbaren aan de mensheid. Gezien het haast onvindbaar materiaal betreft, is deze heruitgave dan ook een goede zet. ‘Travellers’ is zowat het meest ingetogen werk dat we al hoorden van het collectief rond multi-instrumentalist Fredy Schnyder. Pas in de zesde song, ‘Witness’, komen voor het eerst vocalen in het spel en schakelt men over op elektrische gitaren en drums. Eerlijk gezegd is dat een beetje laat, want de cd is dan al 25 minuten bezig. Geen probleem zolang instrumentale songs alsnog een zekere adrenalinerush veroorzaken, maar dat is hier niet het geval. Zelfs de meest rockgetinte songs blijven wel erg mak voortkabbelen en blijven ver van alle vormen van opwinding. Jammer, want hun latere werk ‘Nihil’ en ‘Knell’ pakte wel uit met origineel, eclectisch en avant-garde songs met een donker hart. Dat je die platen goed vond, wil dus zeker niet zeggen dat ‘Travellers’ je ook maar iets zal doen…
Morbid Geert

Orden Ogan
Vale
AFM/Rock Inc/Bertus
Het kleinood dat de Duitse pers deed blokletteren dat de nieuwe Running Wild was opgestaan en de ware opvolger van Blind Guardian zich had aangediend, was in februari 2008 alleen in het thuisland uitgebracht en zelfs daar al geruime tijd niet meer verkrijgbaar. Bovendien ging men met producer Michael Schwabe (ook verantwoordelijk voor ‘Easton Hope’) de studio in om het materiaal te voorzien van een betere mix en mastering. Zelfs wie geen fan is van bovenvermelde bands moet Orden Ogan toch eens beluisteren, want er is veel meer aan de hand. De mannen uit Arnsberg schrijven immers tal van lange songs waar progressieve invloeden en inventieve wendingen schering en inslag zijn. De dertien songs op ‘Vale’ vormen een spannend geheel met een perfecte symbiose tussen harde, knallende power metal en introverte, beschouwende fragmenten. De symfonische arrangementen en de heldere zang van doen soms aan Turisas denken (maar minder folky), terwijl de emotionele momenten lichtjes refereren aan Savatage. Bombastische koorzang geeft het geheel de nodige grandeur. Deze heruitgave wordt nog interessanter gemaakt door vier bonus tracks. Tot slot vinden we ook de videoclip van ‘The Lords Of The Flies’ en een tekenstrip over het conceptverhaal op deze terechte heruitgave van ‘Vale’. Het is dan ook gerechtvaardigd dat het succes van Orden Ogan groeiende is, met een Europese tournee met Tiamat in november/december als volgende wapenfeit. Gaat dat zien!
Vera Matthijssens

OSI
Office Of Strategic Influence
Metal Blade/Rough Trade Benelux
Het debuut van OSI krijgt een tweede kans. Destijds was het plaatje een opzienbarende release al was het alleen al maar omwille van het feit dat niemand minder dan Dream Theaters Mike Portnoy (d), Fates Warnings Jim Matheos (g), Sean Malone (b) en Kevin Moore (k) zich hiervoor engageerden. De combinatie van moderne symfonische, progressieve hardrock met experimentele aspecten en etherische elektronica doet de hoofden nog steeds geïnteresseerd draaien. Met nummers als ’The New Math’, ‘Horseshoes And B-52’s’, ‘shutDOWN’, met een gastbijdrage van Porcupine Tree’s Steven Wilson en ‘Memory Daydreams Lapses’ was dit een eersteling die kon tellen. Als je de plaat nu hoort blijft het een waar genot om de heren in een andere sfeer bezig te horen en toch hun individuele stempel doorgedrukt te weten. Maar bij re-releases draait het toch vooral om de extra’s en die zijn behoorlijk. Zo heb je een extra cd met drie tracks. ‘Set The Controls For The Heart Of The Sun’ is een Pink Floyd-cover, uitgevoerd door Moore en Portnoy, ‘New Mama’ een Neil Young-remake die vorm gegeven wordt door Moore en ‘The Thing That Never Was’ die de demo is voor wat later ‘Looks Like Rain’ werd en die enthousiast ingespeeld wordt door Portnoy en Matheos. Bovendien heb je de mogelijkheid om een bijna twintig minuten durende videodocumentaire te bekijken die werd geschoten ten tijde van het debuut. Al met al een vroege maar interessante re-release van een plaat die zijn waarde heeft behouden.
Dominique Van Hauteghem

Sabaton
Primo Victoria Re-Armed
Attero Dominatus Re-Armed
Metalizer Re-Armed
The Art Of War Re-Armed
Nuclear Blast/PIAS
Het Blitzkrieg-offensief van de sympathieke Zweden van Sabaton zal geen enkele aandachtige lezer ontgaan zijn. Terwijl Joakim Broden en zijn strijdmakkers alweer de wereld rondreizen, verwent Nuclear Blast ons met prachtig verzorgde heruitgaven van de vier eerste albums. Allen zijn voorzien van interessante anekdotes van de bandleden, grappige foto’s en een poster. Bovendien is er heel wat bonus materiaal. ‘Primo Victoria’ (2005) was voor de meeste fans een eerste kennismaking met Sabaton, ook al lag er toen nog een onuitgegeven debuutalbum stof te happen in een vochtige kelder. Het is het eerste album waar men het oorlogsthema als centraal uitgangspunt voor de teksten nam, alsook de eerste pogingen tot kloeke samenzang van de heren. De zes bonus tracks omvatten o.a. live opnamen van een concert in thuisstad Fallun, de Twisted Sister-cover ‘The Beast’ en ‘The March To War’ wat je zeker zult herkennen als intro van concerten. ‘Attero Dominatus’ (2006) is opgenomen in ijltempo vlak voor de band vertrok voor hun eerste Europese tournee met Edguy en Dragonforce. Met de professionele hulp van Tägtgren bracht men dit tot een goed einde. Dit album bevat als klassiekers vooral ‘Attero Dominatus’ en het wulpse, maar donkere ‘Rise Of Evil’. Onder de vijf bonus tracks vinden we een opmerkelijke versie van Doro’s ‘Für Immer’ en een Zweeds nummer, gespeeld op een verjaardagsfeestje. ‘Metalized’ (2007) is het gedoodverfde eerste album dat zo lang op de planken is blijven liggen en dan toch het levenslicht zag. Het wordt nu uitgebracht als dubbelalbum met de volledige demo ‘Fist For Fight’ op het tweede schijfje. Vier bonus tracks vullen het reguliere ‘Metalizer’ album aan; onder hen de Judas Priest cover ‘Jawbreaker’. Het vierde album in deze ‘Re-Armed’ reeks is ‘The Art Of War’ (2008). Dit is zonder twijfel het sterkste Sabaton-album tot dan toe en terecht de cd die hen een wereldwijde doorbraak bezorgde. Niet enkele klassiekers, maar een album vol uitzonderlijk toegankelijke, ophitsende songs over de kunst van het oorlog voeren. De vier bonus tracks zijn ‘Swedish Pagans’ (Sabaton flirt met mythologische woordenschat), ‘Glorious Land’, een preproductie demo voor ‘The Art Of War’ en de live uitvoering van het Zweedse nationale volkslied op Sweden Rock. Ook al zijn deze heruitgaven voornamelijk bedoeld voor de fans die zich pas later aansloten bij de steeds groeiende fanbasis, toch maakt het bonus materiaal het ook interessant wanneer je destijds de reguliere albums aanschafte.
Vera Matthijssens

Steel Mill
Jewels Of The Forest
Rise Above Relics
Platenmaatschappij Rise Above heeft een paar jaar terug speciaal een nieuwe afdeling opgericht die uitsluitend oude, vergeten en vooral obscure pareltjes in een nieuw kleedje wil steken. Tot nu werd er heel karig omgesprongen met het materiaal, maar nu blijkt alles in een stroomversnelling te geraken. De Britse progressieve rockformatie Steel Mill heeft enkele rare wendingen gekend in hun korte bestaan. Wanneer we naar deze cd luisteren, had de groep nochtans alle muzikale kwaliteiten om het te maken. Details beslisten daar toen anders over. 'Jewels Of The Forest' is de heruitgave van de elpee uit 1972 met als extra's de twee singles, vijf demo-opnamen en zelfs een nieuw nummer. Wat de band al meteen anders maakt dan vele soortgenoten is dat er nogal kwistig omgesprongen wordt met blaasinstrumenten. Wat we te horen krijgen is een mengeling tussen avontuurlijke folkrock en duistere arrangementen met veel ruimte voor geëxperimenteer. Toch gaat men het boekje niet te buiten en wordt de structuur in de songs niet vergeten. Een prachtig voorbeeld daarvan is 'Green Eyed God', de oorspronkelijke titel van het stukje vinyl. Dit nummer is hier tweemaal terug te vinden. De lange versie (bijna 10 minuten) en de singleversie. Het begint allemaal met wat sfeerzetting door middel van een fluit en tromgeroffel, als ware het een regendans. Daarna gebeurt er echter van alles. Het tempo wordt opgedreven en geleidelijk aan wordt er zang en gitaar bijgevoegd. Diverse gitaarriffs vliegen je nu om de oren tot het tot een echt duel komt met de saxofoon. De stijl is geheel eigenzinnig, maar komt het dichtst in de buurt van de (oude) Fleetwood Mac, Iron Butterfly, Jethro Tull of Atomic Rooster.
Patrick Erregat

Such A Surge
Alpha
Metal Mind/Bertus
Sant in eigen land, is een gezegde dat zeker van toepassing is voor de Duitse band Such A Surge. In 2005 brachten ze een laatste album uit en dat wordt nu door Metal Mind opnieuw gereleast. De groep stond bekend voor zijn crossoverstijl, een mix van hardcore, rap en nu metal. Na een aantal keren naar ‘Alpha’ te hebben geluisterd is de relevantie me niet helemaal duidelijk. Such A Surge zit geprangd tussen acts als Everlast en Oomph!. Bovendien is het album nog maar vijf jaar oud en het klinkt nu al een beetje uit de tijd. Als je dan nog het merendeel van de platen die verschijnen in ogenschouw neemt, dan hoort deze ‘Alpha’ ondanks een paar behoorlijke composities helemaal thuis in de grijze middenmoot die het metalaanbod rijk is. En voor die ene bonustrack (‘Stark Sein’) en de extra video van ‘Mission Erfüllt’ hoef je het ook niet te doen.
Paul Van de gehuchte

Tapping The Vein
The Damage
Metal Mind
Tapping The Vein is een Amerikaanse band die - na enkele succesvolle ep’s - in 2002 door Nuclear Blast werd opgepikt en dat jaar ook hun debuut uitbracht. ‘The Damage’ is een vrij originele en nog steeds zeer modern klinkende plaat waarop gretig gestoeid wordt met invloeden uit industrial, alternatieve rock, electronica en beukende gitaarriffs. Opvallend is ook de goede zang van frontvrouw Heather Thompson die ergens wel een beetje weg heeft van Maria Brink (In This Moment). Het resultaat is een vrij donker album dat een ietwat het midden houdt tussen bands als Evanescence (de ‘dromerige’ passages) en In This Moment (het meer moderne beukwerk). Tapping The Vein bestaat trouwens nog steeds en bracht verleden jaar een tweede album uit, ‘Another Day Down’.
Steven Willems

Utumno
Across The Horizon
Vic/Rough Trade Benelux
Wanneer men aan de vroege Zweedse death metalscene denkt vallen steeds de namen van Nihilist, Carnage, Unleashed, Grave en At The Gates. Er zijn echter nog heel wat bands zoals Nirvana 2000, Tribulation, Crematory, Interment, Macrodex, Sorcery en House Of Usher die in die tijd schitterende demo’s en albums hebben opgenomen maar nooit echt naar een breed publiek zijn doorgebroken. Dit geldt ook voor Utumno, een band die werd opgericht na het uiteenvallen van het fantastische God Macabre/Macabre End en in 1990 van zich liet horen met de demo ‘Twisted Emptiness’. Na deze demo nam Utumno nog een single - ‘The Light Of Day’ (1991), staat ook op deze re-release als bonus - en een mini-cd - ‘Across The Horizon’ (1992) - op om er vervolgens in 1993 de brui aan te geven. ‘Across The Horizons’ werd net als de single opgenomen in de beruchte Sunlight-studio, wat in die tijd garant stond voor een dodelijke gitaarmuur. De schreeuwerige en diepe zang van Jonas Stålhammer - tegenwoordig actief in het heropgerichte The Crown - past prima bij dit materiaal dat bij momenten toch wel ietsje progressiever, ingewikkelder en misschien ook ietsje brutaler (‘In Misery I Dwell’) is dan wat Entombed en Dismember in die tijd fabriceerden. Liefhebber van oud Zweeds dödsmetaal weten wat gedaan.
Steven Willems



Amorphis, Orphaned Land, Ghost Brigade - 13 november 2010 - Biebob, Vosselaar

Sinds Amorphis zanger Tomi Joutsen als charismatische frontman aanwierf, zit de populariteit van deze originele vertolkers van de Kalevala terug in de lift. Drie albums later staan ze terug voor uitverkochte zalen, het was ooit anders (ten tijde van ‘Far From The Sun’). De Biebob was daar geen uitzondering op, want er kon geen mens meer bij. Opmerkelijk was dat de fans niet alleen voor de hoofdact kwamen, want wanneer Ghost Brigade even na half acht het podium betreedt, is het al enorm druk. Deze Finnen grossieren in melancholie en waren dit jaar al meermaals in ons land te zien. Dit heeft als resultaat dat ik een aantal mensen rond mij zie die de muziek intens beleven en meezingen. In de set zijn niet veel veranderingen aangebracht. Dit betekent dat er geopend wordt met ‘Deliberately’ en ‘My Heart Is A Tomb’. Rustige passages met cleane zang worden afgewisseld met woeste uitvallen waar zanger Manne Ikonen zijn death grunt opzet. Het Katatonia-achtige ‘Into The Black Light’ blijft een mooi rustpunt, waarna de zware riffs en schreeuwerige zang in het lange ‘Lost In A Loop’ terug beweging in het publiek brengt. De melodieuze doom/death metal van ‘Suffocated’ vormt de aanloop naar het dynamische, instrumentale ’22:22 Nihil’. Helaas komt men na drie kwartier al bij het laatste nummer van de set. Het clean gezongen ‘A Storm Inside’ besluit dit concert op een integere wijze. Ik ben benieuwd hoelang het nog duurt eer deze getalenteerde Finnen niet slechts moeten openen voor andere bands. Aan de kwaliteit van hun muziek zal het zeker niet liggen.
Het Israëlische Orphaned Land is sinds het prille begin in de jaren negentig een toonbeeld van een innovatieve mix van death metal en oosterse verfijning. Dat heeft hen een harde kern fans opgeleverd over heel de wereld en toen na zes jaar stilte het nieuwe album ‘The Never Ending Way Of ORwarriOR’ begin dit jaar uitkwam, was dit dan ook een gebeurtenis waar de inkt rijkelijk over vloeide.Voorman en geestelijke leider Kobi Farhi treedt vanavond aan in een vaalwit, vormeloos gewaad. ’s Mans verschijning is een sterk voorbeeld van etnische authenticiteit, waarbij we ons door muziek en sfeer al vlug in het Midden Oosten wanen. Maar hij zorgt natuurlijk niet alleen voor dit oriëntaalse feestje. Links trekt gitarist Sassi de gekste bekken, terwijl hij ook nog een krak is in het bespelen van folkinstrumenten uit hun streek. Ritmegitarist Matti Svatizky en bassist Uri Zelcha beantwoorden meer aan het typische uiterlijk van de modale metalfan. Last but not least is Matan Shmuely een uitstekende sessiedrummer die de band al een paar jaren live ondersteunt. Een pikant detail in de show – voor de mannelijke aanwezigen dan toch – is de zwoele buikdanseres die in enkele songs haar bevallige ronde vormen op de welbekende sensuele manier beweegt. Het nieuwe album is vertegenwoordigd met vier nummers, terwijl er uit ‘Mabool’ maar liefst vijf songs de revue passeren. Opvallend is dat er niets meer gespeeld wordt van de eerste twee albums, maar daar ‘Sahara’ en ‘El Norra Alila’ al uit de jaren negentig stammen is dat niet zo verwonderlijk. Na de oosterse intro gaat Orphaned Land gematigd van start met het mediumtempo ‘In Thy Never Ending Way’. Kobi beperkt zich hier tot cleane zang, maar de melodieuze gitaarsolo grijpt live recht naar het hart. Enthousiast begroet hij het publiek en na zich ervan te vergewissen dat we ‘met hem zijn’ (sic) gaat de beuk erin met ‘Barakah’. Hier kan de energieke frontman zijn ruwe grunts volop laten zegevieren. Wild zwaaiend met de microfoonstandaard brengt dit dan ook al heel wat tumult in de zaal teweeg. Daarna daalt men af in het verleden en speelt ‘The Kiss Of Babylon’ en ‘Birth Of The Three’, beiden lange en afwisselende tracks uit ‘Mabool’ waar de muzikanten hun virtuositeit volledig kunnen etaleren. Live klinkt het nog net wat steviger dan op plaat, al zijn death metalinvloeden sterk verminderd. Vuisten gaan de lucht in. Het is duidelijk dat het publiek met volle teugen geniet. Het concert kent een etnisch culminatiepunt met ‘Olat Ha’tamid’ en ‘Sapari’ (zonder zangeres, maar mét buikdanseres). Met het geheimzinnige ‘Halo Dies’ en het traditionele ‘Ocean Land’ weet de band het publiek nog meer te boeien. Wanneer men als uitsmijter ‘Norra El Norra’ aankondigt, wordt er dan ook volop gesprongen en meegezongen met die aloude bekende klassieker. Het geluid was goed, maar niet opperbest en de zang van Kobi was ook niet altijd vlekkeloos, maar deze band bekleedt wel een unieke plaats in de metalwereld. Een optreden waar we van genoten!
Dan keren we van het broeierige Israël terug naar het koude Finland. Amorphis is toch duidelijk de band die de show steelt vanavond want van begin tot einde hangt het publiek aan hun lippen. De energieke Tomi Joutsen doet er ook alles aan om alleman een fijne avond te bezorgen. Wild zwiepend met de oneindige dreadlocks zingt hij zowel heldere strofen als ruwe grunts en dat gaat hem perfect af. Na de sfeervolle intro krijgen we eerst drie songs uit het recente album ‘Skyforger’: de titelsong, het van knappe gitaarleads voorziene ‘Sky Is Mine’ en het bijna commerciële, maar knap gezongen ‘From The Heaven Of My Heart’. Dit betekent echter niet dat ouder werk vandaag niet aan bod komt. ‘Elegy’ was het eerste album waar folkinvloeden in groten getale opdoken en om vanavond ‘Better Unborn’ en ‘Song Of The Troubled One’ in de setlist te vinden is een aangename verrassing. Zelfs uit het debuut krijgen we een (harder) fragment in de vorm van ‘Exile Of The Sons Of Uisliu’. Hier kan Tomi zich nog eens volledig laten gaan in death grunts. Dit wordt voorafgegaan door het sfeervolle Karelia intro. In het begin waren er nog veel meer death metalinvloeden in Amorphis’ muziek te vinden, maar ondanks de terugkeer van grunts zijn songs als mijn favoriet ‘The Smoke’ en het hupse ‘Alone’ (uit ‘Am Universum’) toch erg melodieus. ‘Skyforger’ wordt nog even in het zonnetje gezet met het gevoelige ‘My Sun’ en ‘Silver Bride’, songs die neigen naar toegankelijke, maar goede gothic metal zoals ze dat daar in Finland weten te maken. Het valt me op dat de rol van toetsenist Santeri Kallio erg groot is in de muziek. Een ander kenmerk dat voor veel mooie momenten zorgt, is het typische gitaarwerk van oerleden Tomi Koivusaari en Esa Holopainen. En dan is het tijd voor het onsterfelijke ‘Black Winter Day’ uit de klassieker ‘Tales Of The 1000 Lakes’. Het blijft een nummer met een sterke melodie. De band verdwijnt even van het podium, maar de extra’s die ons nog te wachten staan kunnen tellen. Het begint met kristalheldere klanken (de intro van ‘Thousand Lakes’) en glijdt naadloos over in het oude ‘Into Hiding’ met zijn gruizige gitaarklank. Het aanstekelijke ‘House Of Sleep’ is van recentere datum, maar men eindigt met een hoogtepunt. ‘My Kantele’ – met tokkelende gitaren en glasheldere zang – is een klassieker uit ‘Elegy’ die niet mag ontbreken. We kijken dan terug op een fantastische avond met drie bands die – ieder in hun genre – zoniet baanbrekend, dan toch enorm verdienstelijk werk verrichten. Een terecht full house!


Setlist Amorphis:

Skyforger
Sky Is Mine
Heaven Of My Heart
Better Unborn
Silent Waters
Song Of The Troubled
(Karelia intro)
Exile Of The Sons Of Uisliu
The Smoke
Alone
My Sun
Silver Bride
Black Winter Day

Encores:
(Thousand Lakes intro)
Into Hiding
House Of Sleep
My Kantele


Danko Jones, Peter Pan Speedrock, Young Guns - 14 november 2010 - Trix, Antwerpen

Terwijl de helft van ons landje bijna verzoop door de overtollige regenval van de afgelopen dagen maakte wij ons in Trix op voor alweer een bloedhete rock-‘n-roll avond. Drie bands tekende present, verspreidt over zowel de grote als kleine zaal. Een ideaal concept want de Trix club is stukken gezelliger om een pintje te drinken dan de duffe hal, ondanks de verfraaingswerken. Toch eerst even in de grote zaal gaan kijken naar het Britse Young Guns. Deze jonge muzikanten kwamen hun debuut ‘All Our Kings Are Dead’ voorstellen. In plaats van warm te lopen werden we er slecht gezind van. Deze gasten stonden hier niets te doen. Dit is muziek waar puberende 14 jarige meiden hun eerste natte broek van krijgen maar doorgewinterde rockers geen boodschap aan hebben. Er ligt meer dan waarschijnlijk nog een aardige carrière op Young Guns te wachten maar dit is toch geen spek voor onze bek. Op naar de Trix club dan maar waar het gezellig druk is om de heren uit Eindhoven een warm welkom te geven. Peter Pan Speedrock hoeft eigenlijk al lang geen introductie meer en dat weten ze zelf ook wel. Daarom ging vanaf het begin de beuk erin met ‘Cranck Up The Everything’ waarmee ze gelijk nog even duidelijk maakte dat ze met ‘We Want Blood’ een prima nieuwe cd uit hebben. Het werd 3 kwartier lang een groot feest en zo hoort het ook. Door te opteren voor de Trix club werd zo ook het wachten tot een minimum herleidt want toen we rustig afdaalde naar de grote zaal gingen de lichten al weer uit en verschenen Danko Jones en zijn 2 vrienden al op het fraai, met veelkleurige neon, verlichte podium. Geen poespas, onmiddellijk alle remmen los met ‘I Think Bad Thoughts’. De band is nu al geruime tijd onderweg sinds de release van hun nieuwe cd ‘Below The Belt’ en ook al was de show in Antwerpen de op een twee na laatste, toch was er van automatische piloot geen sprake. Nooit trouwens bij Danko Jones want die man eet, drinkt en ademt rock-‘n-roll. Dit is zijn leven en daarvoor wil hij letterlijk alles geven. Hij houdt er ook stevig de pas is en speelt de eerste 4, 5 nummers naadloos na elkaar. Zou Danko de gesmaakte bullshit tussen de songs in achterwegen laten? Hell no! Als een volleert stand-up comedian steekt hij een tirade af over hoe leuk hij het vind voor een zondagspubliek te staan in Antwerpen. Hij jent en prijst de aanwezigen afwisselend en schuwt ook de zelfspot niet. Wanneer de massa luidkeels de naam van bassist JC scandeert wordt het helemaal hilarisch. Het stoort ook niet want daarna knallen ze weer even strak verder voor het bijna 1.000 koppige publiek. De setlist is ook mooi samengesteld zodat alle Danko-albums aan bod komen. Toch moeten we even kwijt dat geregelde bezoekers van de Danko Jones-concerten meermaals met déjà-vu gevoelens geconfronteerd worden. Hoe goed de Canadese rocker ook is, keer op keer haalt hij dezelfde trucjes uit. Enkel het toevoegen van nieuwe songs maakt dat de show anders is. Voor ons persoonlijk was het al een paar jaar geleden dat we de man nog aan het werk zagen en het viel op dat er tijdens ‘Mountain’ een hele rits ‘nieuwe’ namen zijn geslopen wanneer het gaat om helden uit de muziekwereld die het aardse voor het eeuwige hebben gewisseld. Zo brengt hij nu hulde aan Peter Steele en Ronnie James Dio. Een trieste evolutie. De bis ronde viel ook een beetje tegen want met ‘Dance’ en ‘She’s Drugs’ brengt hij toch een paar tracks die hij beter eerder in de setlist had gestopt om echt het licht uit te kunnen doen met een knal. Toch kunnen we terugblikken op een geslaagde avond en mogen we er zeker van zijn dat hij ook nu weer zal opduiken tijdens de volgende zomerfestivals.

Setlist

I Think Bad Thoughts
Active Volcanoes
Play The Blues
Forget My Name
Sticky Situation
Code Of The Road
First Date
Had Enough
Baby Hates Me
Full Of Regret
Sugar Chocolate
Sugar High
Invisible
Lovercall
Mountain

Dance
Tonight Is Fine
She's Drugs
Samuel Sin


Volbeat, Entombed, The Kandidate - 11 november 2010 - Lotto Arena, Antwerpen

Door de (gezellige) drukte die er heerst aan de inkom van de Lotto Arena duurt het even voor we binnen raken. Bij het zoeken naar een geschikte plaats sterven de laatste tonen uit van het Deense The Kandidate zodat we hierover geen zinnig woord kunnen meedelen. We vatten post op het eerste balkon en hebben een prima zicht op de rechterzijde van het podium. Entombed, het tweede voorprogramma van de avond is dan wel bij de liefhebbers van het zwaardere werk geen onbekende, doch stellen we ons de vraag waarom net deze groep het publiek moet opwarmen. Ondanks de nodige inspanningen die de band levert, krijgen ze maar enkele tientallen die-hards op hun hand. Entombed moet het met een deel van het podium en zonder volgspots stellen. Hierdoor komt hun show niet tot haar recht. Het geluid is overigens vrij dof en de bassen staan te hard in de mix. We onthouden verder dat ‘Demon’ een van de weinige songs is die voor wat beroering kan zorgen. Wat een contrast met de moment dat Volbeat het podium opklimt. De zaal ziet er goed gevuld uit (we schatten een dikke 5.000 bezoekers) en op het middenplein is het drummen geblazen. Bij de begintonen van het nieuwe ‘The Mirror And The Ripper’ hangt eerst nog een groot doek voor het podium met daarop een afbeelding van een doodshoofd met vleugels. Eens het doek valt begint een feestje dat niet zou stoppen tot het slotakkoord van de sympathieke Denen. Op ‘Maybellene I Hofteholder’ krijgt de in bloedvorm verkerende frontman Poulsen iedereen moeiteloos aan het zwaaien. Het podium is werkelijk bezaaid met microstandaards zodat de zanger constant kan rondwandelen en zingen waar het hem uitkomt. De band gaat niet echt heftig tekeer maar overheerst op het grote podium. Met een voldane smile op hun face betrekken ze iedere toeschouwer uit het publiek in hun show. Volbeat kan met vier albums uit voldoende songs putten en bijna elk nummer komt over als een instant hit. Op nog geen tien jaar tijd hebben de Denen hard gezwoegd en krijgen ze het succes dat ze verdienen. Met het stevigere werk doorspekt met Metallica riffs zoals: ‘Hallelujah Goat’, ‘Guitar Gansters & Cadillac Blood’, ‘Sad Man’s Tongue’ en ‘Pool Of Booze, Booze, Booza’ gaat het er op het middenplein ineens wel heel wild aan toe. Het pogoën zorgt voor verhitte taferelen. Naarmate de temperatuur in de zaal stijgt ontwaren we meer en meer ontblote mannelijke bovenlichamen. Fel gesmaakt is de bijdrage van Lars, de zanger van Entombed, die naar hartenlust meebrult op ‘Evelyn’. Zijn live prestatie moest niet onder doen voor die van Barney Greenway van Napalm Death die op de lp te horen is. Een ander hoogtepunt is de Misfits cover ‘Angelfuck’ waar Michael Poulsen het publiek vraagt om een grote circle pit te vormen. Het is maar een woord Michael! De dampen stijgen als mistbanken op vanuit het middenplein. Erg amusant om dit alles van op een afstand gade te slaan. Het enige schoonheidsfoutje van de overigens smetteloze set is de vocale prestatie die gitarist Thomas Brehdal neerzet tijdens ‘The Garden’s Tale’ Dit hebben we de man al toonvaster weten brengen. Naar het einde toe onthouden we nog het gevoelige ‘Fallen’ dat de zanger opdraagt aan zijn overleden vader. Ook de fans van het eerste uur worden niet vergeten. Aan hen wordt het nummer 'Thanks' opgedragen. We zitten dan al in de bisronde. Het laatste kippenvelmoment van de avond is weg gelegd voor ‘The Human Instrument’. Volgende keer Sportpaleis? Volbeat verdient het zeker en vast!

Setlist Volbeat:

The Mirror And The Ripper
Maybellene I Hofteholder
Hallelujah Goat
16 Dollars
Heaven Nor Hell
Guitar Gangsters & Cadillac Blood
Soulweeper
Who They Are
Evelyn (met Lars van Entombed)
Mary Ann’s Place
Sad Man’s Tongue
We
I Only Want To Be With You
Pool Of Booze, Booze, Booza
Angelfuck
A Warrior’s Call
Still Counting
The Garden’s Tale
Fallen
Thanks
The Human Instrument


Enforcer - buscrash

De Zweedse heavy metallers ENFORCER zijn betrokken geraakt in een ernstig ongeval. De band, op toer met Airbourne, was onderweg van Oslo naar Stockholm toen hun busje begon te slippen op ijs en aan de andere kant van de weg tegen een sneeuwruimer knalde. Niemand raakte ernstig gewond.



Reviews die ROCK TRIBUNE 100 niet haalden

Adai
We Are All Dead
Make My Day
Toen één van de twee gitaristen en de bassist van Adai beslisten om er een punt achter te zetten stonden de twee overblijvers, gitarist Devin en drummer Justin voor een dilemma: doorgaan of de stekker er helemaal uittrekken. Ze kozen voor het eerste en om te zien of het geen gevecht tegen windmolens zou worden speelden ze meteen een live concert. De formule werkte, meer nog, de respons was uitermate positief. Dat sterkte hen in hun keuze en brengt ons meteen bij hun debuutplaat ‘We Are All Dead’. Het tweetal speelt postrock met een zware (doom) metalinbreng. De grafstem van Devin, samples en drone geluiden maken het plaatje compleet. Je kan het album in twee delen opsplitsen. De eerste vijf nummers werden opgenomen in 2006 en geproduceerd door Kurt Ballou. De vijf resterende zijn van recentere datum, meer bepaald 2009 en de productie is van Matt Talbott. ‘We Are All Dead’ bevat een paar meesterlijke tracks. Voor deel één zijn dat ‘Home’ en ‘A Mark Of Ownership’. De monumentale geluidsmuur die het duo hier optrekt is zonder meer indrukwekkend. ‘Hawkins’ is enigszins anders opgevat en misschien wat te lang uitgesponnen. De songs van het tweede luik zijn experimenteler en bevatten meer drone elementen. Het is kenmerkend voor de evolutie die Adai als groep doormaakt. Hier zijn ‘Bodies’ en het verpletterende ‘Graves’ de meest in het oog springende composities. Adai uit zich met zijn debuut als een wispelturige, maar passionele band waarvan we hopelijk nog veel goeds mogen verwachten.
Paul Van de gehuchte – 77

Alexis
Birds Of Prey
Pitch Black
Alexis is de band rond zanger en songwriter Freddy Alexis (ex-Inquisicion en Witchblade). Zijn nieuw soloproject heeft hij kortweg tot Alexis omgedoopt. De band serveert melodische power metal waarop Freddy samen met co-songwriter Gabriel Hidalgo alle nummers schreef. De Chileense band klinkt erg Duits en dit is grotendeels te wijten aan de zang van Freddy die soms doet denken aan Michael Kiske (ex-Helloween). Na de instrumentale intro trekt het kwintet stevig van leer op ‘Shadows’. Bij het derde nummer zakt het tempo weg en passeren er enkele nummers van bedenkelijke kwaliteit de revue zoals het zeurende ‘Friendly Fire’ en het slaapverwekkende titelnummer. Na deze korte dip herpakt de band zich met ‘Metallizer II’, deze track had van de hand van Primal Fear kunnen zijn. Jammer genoeg kan de band die spanning niet verder aanhouden, want na een onbeduidend instrumentaaltje is het weer gapen geblazen met de ballade ‘Without You’. ‘The Witchblade’ en ‘Killing Truth’ zijn nog twee middelmatige power metaltracks en daarmee is de koek op. Alexis voegt weinig toe aan de platgetreden paden van de melodische power metal.
Walter Maes - 63

Andem
Doch’ Lunnogo Sveta (Moonlight Daughter)
Apollon
Russische power metal met bombastische, gothic invloeden en een zangeres als extra aantrekkingspool. Andem is een niet alledaagse band. Met ‘Moonlight Daughter’ brengt men een tweede plaat uit en opnieuw zijn alle teksten in het Russisch. Na een tijdje geraak je daar wel aan gewend, al moet gezegd dat dit hoofdzakelijk te danken is aan de vocalen van Yuliana Savchenko. De composities zitten goed in elkaar en ook de instrumentale invulling is meer dan degelijk. Hier en daar valt er wel eens een wat minder nummer te ontdekken, maar over het algemeen is dit zonder meer een vooruitgang ten opzichte van het debuut. Vooral de opbouw van de nummers en de variatie binnen de songs hebben meer aandacht gekregen en worden daardoor ook een stuk interessanter gehouden. Wie een paar luistertips wil moet ‘Righteous Men Of Light’ en ‘Songs Of Sand-Storms’ maar eens als referentiepunt nemen. Als je door de Russische teksten heen kunt luisteren ontdek je op zijn minst een interessante band.
Dominique Van Hauteghem - 73

Animations
Reset Your Soul
Sonic Maze/Fantom Media
Na een naamsverandering van Labyrinth.pl naar Animations en de release van hun knappe, gelijknamige debuutalbum staat het Poolse Animations opnieuw te trappelen van ongeduld om de wereld te verbazen met hun technisch hoogstaande progressieve metal die raakvlakken vertoont met Dream Theater, Pain Of Salvation, Threshold en andere vergelijkbare bands. De heren zetten tijdens opener ‘Reset Your Souls’ meteen alle zeilen bij. Gevarieerde, complexe, technische, progressieve metal geïnjecteerd met jazzelementen en fusionpassages. Dat er momenteel heel wat talent rondloopt in Polen wisten we onderhand al. Animations mag daar zonder meer bij aansluiten. Luister bijvoorbeeld naar het energieke ‘Demons Of War’, het krachtige maar melodieuze ’The Manhattan Project’ (wat een knappe gitaarsolo’s van Kuba Debski) of het lange en intrigerende ‘The Last Man’. Instrumentaal moet je deze heren niets meer leren. Vocaal staat zanger Darek Bartosiewicz zijn mannetje en op compositorisch vlak zijn de heren meer dan onderlegd. Het enige wat eventueel nog zou kunnen verbeteren is het verder uitwerken van catchy en herkenbare refreinen, waardoor de muziek nog meer aantrekkingskracht zou kunnen krijgen. Iets om over na te denken. Wie houdt van bovengenoemde bands moet deze ‘Reset Your Souls’ in huis halen. Knappe plaat.
Dominique Van Hauteghem – 84

Antillectual
Start From Scratch!
Shield
Wanneer je met je zuur verdiende centen de beslissing neemt om die te ruilen voor een cd dan doe je dat om daarvoor een leuke brok muziek in de plaats te krijgen. Muziek komt in alle soorten en vormen en zo nu en dan zijn er bands die veel meer willen brengen dan zomaar wat ritmisch tijdverdrijf. Het Nederlandse hardcore/punktrio Anitillectual is zo een band. Ze zijn toe aan hun derde cd en er staan al heel wat concertkilometers op hun teller. Die deden ze op in zowel Europa als de USA. Toch waren ze voor ons een nobele onbekende. De songs klinken in elk geval heel Amerikaans en zijn naast stevige hooks ook voorzien van heel wat melodie. Helaas tracht men bij elke song een soort van boodschap mee te geven. Vaak tegen de consumptiemaatschappij, of een vermanend vingertje richting het Amerikaanse politieke stelsel, zelfs de anti-kraakwet in Nederland was aanleiding tot het schrijven van een song. Voor ons is de lol er dan een beetje af. Het is alle dagen al kommer en kwel wanneer je naar het nieuws kijkt of een krant open slaat. Het moraalriddergedoe zet dan ook een forse domper op onze feestvreugde en we waren nu net goed gezind.
Stef Maes - 69

Arcadia
Roy Philip Nohl
Eigen beheer
Het temperament in het Zuiden is genoegzaam bekend. Soms vragen we ons af of ze daar wel een gevoel voor humor hebben. Alles is er zoveel vuriger en een gewone conversatie lijkt voor ons, nuchtere Noorderlingen, al gauw op een verhitte discussie. Datzelfde temperament stroomt meer dan waarschijnlijk ook door de aderen van dit Italiaanse trio maar toch hebben ze een ongelofelijk gevoel voor humor en dat is uniek. Deze groove metal is bedoeld om lol te trappen en dat is exact wat men doet. De titel op zich is al een aardige woordspeling en de openingstrack ‘I Sold Drugs To Little Red Riding Hood’ laat ook iets aan de verbeelding over. Op datzelfde elan gaat men door en dat wil zeggen dat het vooruit mag gaan. ‘Slaughterhouse, Obituaries And A Love Story’ en ‘Nice Pics From The End Of The World’ zijn ook heel luchtig maar weten te boeien. Af en toe wel een ernstigere noot zoals de ballade ‘Red Roses And Vermins’ waarop de drie lolbroeken een meer volwassen sound laten optekenen. Kortom, voor elk wat wils. Alle info op www.myspace.com/arcadiabastardcore
Stef Maes – 78

Armagedda (Mini-cd)
I Am
Nordvis/Eisenwald/Sonic Rendezvous
Grauw, gruizig, vies… Dat is de wereld van Armagedda, een tweemansproject uit Zweden. Zo zijn er natuurlijk veel, maar Armagedda trekt net iets meer aandacht omdat zij als sessieleden niemand minder dan E (Watain) en Necromorbus (Watain, In Aeternam,…) voor hun kar wisten te spannen. Graav en A brengen met ‘I Am’ een zelfzeker brokje puristische ‘old-school’-black uit waarmee ze geen enkele originaliteitprijs zullen wegkapen, maar die zeker het hart van iedere ‘true’ aanhanger zal innemen. Maar ja, het betreft dan ook eerder verloren gegane opnames die uit 2001 en 2002 dateren. De schuurpapieren sound lijkt uit een kelder op te wellen, de strottenklanken komen recht uit het graf en Armagedda houdt zich strikt aan de ongeschreven regels van de oude garde. Het zaakje zit trouwens in een knap digipack-hoesje (zwart, wit en grijs, wat had je gedacht?). Of er ooit nog nieuw werk van Armagedda zal uitkomen, is niet geweten, gezien het duo enkele jaren geleden het blok erop gooide. De fans kunnen nu echter weer even verder…
Morbid Geert

The Batallion
Head Up High
Dark Essence Records/Bertus
The Battalion bestaat uit een stel veteranen die in hun jongere jaren deel namen aan bands als o.a. Old Funeral, Grimfist, Taake en Borknagar. In The Batallion leven ze zich sinds 2006 uit in blackened thrash metal met een vette streep death ’n roll (Motörhead is ook nooit echt ver weg). Aan de hand van songtitels als ‘When Death Becomes Dangerous’, en ‘Undertakers And Neckbreakers’ kan je ook vaststellen dat de heren zichzelf niet volledig ernstig nemen en dat is maar goed ook. Tracks als ‘Mind My Step’, ’Within The Frame Of The Graveyard’ en het titelnummer headbangen lekker weg, maar vanaf halverwege de cd komt er een beetje de klad in. De tracks hebben niet zo gek veel om het lijf en er treedt gewenning op. De overdaad aan solo’s beginnen na verloop van tijd ook wat te irriteren, maar dat is wellicht iets persoonlijks. Ach, ‘Head Up High’ is gewoon een beperkt genietbare thrashplaat die amper stof zal doen opwaaien.
Stefan Lauwers – 65
65

Breach The Void
The Monochromatic Era
Coroner/Metal Zone/Bertus
Een band uit Zwitserland die in het leven is geroepen door ex-Sybreed-drummer Alex Anxionna. Kenners weten dan al wat er hun te wachten staat. Op deze ‘The Monochromatic Era’ schotelt Alex ons, samen met zijn nieuwe vrienden, een ingewikkeld stukje futuristische metal voor dat doet denken aan Fear Factory maar evengoed een pak emocore-invloeden bevat. Kortom iets voor het jonge volkje. Zo nu en dan slagen ze er in om aardige deuntjes uit hun mouw te schudden zoals ‘Falling’ en ‘Retribution Engine’ maar wij zijn er toch wel vrij zeker van dat men het niet verder zal schoppen dan een paar supports voor acts als het al eerder genoemde Fear Factory, Mnemic of Meshuggah. Gewoon omdat de fans van die bands hun potentiële publiek zullen zijn. Het is natuurlijk koffiedik kijken of die liefhebbers de niet zo bijster originele muzikale escapades van deze Breach The Void zullen pruimen.
Stef Maes – 69

Burn The Iris (Mini-cd)
Sovereign
Eigen beheer
Vanuit Nederland bereikt ons dit eerste wapenfeit van ‘Burn The Iris’. Een erg mooi verpakte ep met drie nummers waarbij duidelijk inspiratie is opgedaan bij the Ocean, Isis en andere soortgelijke grootmeesters. Maar in plaats van er voor te kiezen om eenvoudig een zoveelste album in dit genre te maken heeft Burn the Iris een eigen geluid ontwikkeld. Dit komt voornamelijk door zanger Rchard Spierings, die brult als een heel boze Neurosis. De toevoeging van vrouwelijke vocalen op ‘Old Son’ is erg goed gevonden, en maakt dit mijn favoriete nummer. Ze doet het me op een of andere manier denken aan de oude Anathema. Enerzijds klinkt deze EP erg eerlijk en authentiek, anderzijds mis ik toch in de muziek iets van de finesse van de echt grote namen. En net bij deze soort muziek is finesse van het grootste belang. Voor hen die de vinger aan de pols van de underground willen houden, is de ep te bestellen voor 5 Euro (plus 1 Euro verzendingskosten). www.myspace.com/burntheiris
Maarten van Leest

Ciguë
Phobia
M&O
Franse bands lijken altijd net wat anders te zijn dan de rest van de wereld. Ciguë is daar geen uitzondering op. Wat ze op deze ‘Phobia’ laten horen (naast Engelse teksten die accentloos worden gebracht) is een mengeling van punkrock met een kil soort electro, twee stromingen die je eigenlijk niet zo vaak samen hoort. Het album is doordrenkt van een soort zenuwachtige energie die in het begin lekker opwindend is, maar na verloop van tijd wat op de zenuwen begint te werken. Aan de andere kant is het wel een sterke eigenschap dat het geheel redelijk brutaal en ongeschoren klinkt; iets wat te vaak verloren gaat zodra een rockband serieus met keyboards aan het werk gaat. Als ik het ergens mee moet vergelijken zou ik Prick noemen (een bandje wat midden jaren ‘90 onder de vleugels van Trent Reznor zat) of een meer rockende versie van KMFDM, gekoppeld aan het bevreemdende van Faith No More. Concluderend moet ik zeggen dat ik het kille sfeertje toch niet zo bij deze muziek vind passen, maar het is wel goed dat deze Fransen duidelijk weer eens iets anders proberen.
Maarten van Leest - 65

Del Rey
Immemorial
Golden Antenna/Broken Silence
Sinds hun oprichting twaalf jaar geleden is Del Rey één van de weinige overlevende bands van de instrumentale postrockscene van Chicago. Niet zo voor de hand liggend, aangezien de meerderheid van de groepsleden een gezin met kinderen heeft en dat meestal familieperikelen een reden zijn om de muzikale ambities terug te schroeven. ‘Immemorial’ is inmiddels hun vierde plaat en die ligt in het verlengde van hun vorige werk en bouwt verder op het kosmische geluidspalet van postrock en electro. Met de inbreng van muzikale invloeden uit het Midden-Oosten, Zuid-Azië, Afrika en Cuba krijgt het geheel een exotisch tintje. Tekenend voor het groepsgeluid op ‘Immemorial’ zijn de twee drumkits en het incorporeren van uitheemse instrumenten als de guzheng (China) en taiko (Japan). Toch klinkt ‘Immemorial’ weinig verrassend. Wel hoor je gedreven muzikanten die erin slagen om met regelmaat heftig uit te halen in een voor de rest cinematografisch en evocatief klanktapijt.
Paul Van de gehuchte - 76

Destrage
The King Is Fat ‘N’ Old
Coroner/Metal Zone/Bertus
In RT 88 maakte we voor het eerst kennis met dit moderne, melodieuze death metalcollectief uit Italië middels hun debuut ‘Urban Being’. We waren toen niet helemaal ondersteboven. Op zich was er niets mis met de groovende songs maar het ontbrak hen een beetje aan originaliteit. Een euvel waar ze op deze ‘The King Is Fat ‘N’ Old’ toch aan gewerkt hebben. Men heeft de grunts achterwegen gelaten en alles een beetje gekruid met een vleugje humor. Neem nu een song als ‘Home Made Chili Delicious Italian Beef’, een songtitel die nergens op slaat, maar het nummer is best te pruimen. Het zal voor deze Italian boys zeker niet makkelijk zijn om ergens een voet tussen de deur te krijgen maar met ‘Jade’s Place’, ‘Smell You Later Fishy Bitch’ en ‘Panda Vs Koala’ horen wij alvast een progressie ten opzichte van hun debuut en dat verdient een pluim(pje).
Stef Maes – 73

Drain-Life
A Prospect of Despair
Crossfirecult
Is Drain-Life uit Rotterdam wellicht de allernieuwste death metalsensatie uit eigen land? Het is een verwachting die je zomaar zou kunnen hebben op basis van het artwork van dit debuutalbum van de heren. Die verwachting moet dan wel even worden bijgesteld, want het straatje waarin Drain-Life opereert is toch wel even andere koek: de band speelt namelijk bruut lompe hard- of moshcore met thrash metalinvloeden. Reeds een jaar of 13 timmeren de Rotterdammers aan de weg en dat resulteerde tot op heden enkel in twee ep’s, maar met ‘A Prospect of Despair’ leveren de heren voor het eerst een langspeler af. Kent u die scene uit de film ‘Brain Dead’ waarin één van de hoofdrolspelers met een opgeheven grasmaaier zich een weg baant door een troep zombies? Dat is zo ongeveer zoals Drain-Life hier tekeer gaat. Niets of niemand wordt ontzien. De arrangementen zouden her en der nog wat sterker kunnen zodat het songmateriaal wat beter beklijft, maar dat is dan ook het enige. Als de heren dat lukt, mogen ze volgende keer weer die grasmaaier op mijn plaatsen. Ik zal het met plezier ondergaan.
Bart Nijssen - 70

Droids Attack
Must Destroy
Crustacean
Drietal uit Madison, Wisconsin, met een voorliefde voor snelle stoner én humor. Visueel oogt het lekker low budget grappig, muzikaal is het serieus voer voor de bebaarde medemens. Geruggensteund door een muur van gitaren, wild om zich heen slaande percussie en een ongestructureerd kluwen van riffs levert Droids Attack negen tracks waar geen halt op te zetten is. Van de doomy opener ‘The Unforgiven’ tot het alles verpletterend ‘The Arcade Bully’ en alles daar rond, het lijkt alsof het trio gewoon elke goeie riff in een song wil gieten. Wie het bos door de bomen vindt, mag ons altijd mailen. Niettegenstaande: lekker plaatje.
Ief De Deurwaerder – 78

Engrained
Deep Rooted
Steamhammer/SPV
Een tijd geleden kwam het nieuws dat SPV in slechte papieren zat, heel slechte papieren. Ondertussen zijn ze gered, maar daarvoor hebben ze een hoge prijs moeten betalen. Het label verloor bijna al haar acts. Eerder dit jaar verschenen er al enkele heruitgaven en wat nieuw werk maar wereldschokkende zaken zaten daar niet bij. Sommige acts, zoals Glyder, gaven ondertussen zelfs al de pijp aan Maarten. Nu schuiven ze Engrained van onder de mat. Een Duits rockbandje met een voorkeur voor hardcore en stevige punkrock. Eerder dit jaar kregen we al een ep te verduren die kant nog wal raakte en nu komen ze aanzetten alsof ze tegengewicht willen vormen voor Peter Pan Speedrock die de heimat aan het veroveren is. Op voorhand een verloren match. De songs raken onze koude kleren niet. Absoluut dieptepunt is zonder twijfel ‘Sweet Vampire Girl’. Een krampachtige poging om eventueel melodieus te scoren. Leert men dan niets daar in Duitsland? Dit is slecht, heel slecht. Door geld in dergelijke non producten te steken ga je failliet!! Een ezel stoot zich geen tweemaal aan de zelfde steen. Een Duitser blijkbaar wel.
Stef Maes – 45

The Factory
The Factory
Acetate/Sonic Rendezvous
Het verhaal van het Amerikaanse The Factory begon als een sprookje. Halfweg de jaren ‘80 nam deze band een demo op en speelden ze in het voorprogramma van bands als Ramones en Iggy Pop. Even leek deze act dan ook een grote carrière tegemoet te gaan, maar men verdween even snel als men gekomen was. Dit tot de platenbaas van Acetate Records, Rick Ballard, onlangs de demotape terug vond. Na het contacteren van de band was iedereen akkoord om de gehele hap opnieuw te masteren en op cd uit te brengen. Geen slecht idee, want The Factory speelt een leuke combinatie van rock, pop en punk en geeft hierdoor een heel eigenzinnige stijl. Ergens te omschrijven als een combinatie van de Rolling Stones en New York Dolls. Goede opzwepende rock-’n-roll dus, die zowel schitterend gezongen als gespeeld wordt. Niettegenstaande deze opnames van halverwege de jaren ‘80 dateren, klinken ze allesbehalve ouderwets. Een opmerkelijk plaatje van een even opmerkelijke band. Peter Vanhecke - 76

Brandon Flowers
Flamingo
Island/Universal
Solodebuut van de voorman van The Killers die met de nodige barnumreclame wordt aangeprezen. Reden genoeg voor ons om wantrouwig te zijn. Niet minder dan drie nogal verschillende producers (Daniel Lanois, Brendan O’Brien en Stuart Price) werden onder de arm genomen om elk een deel van de songs aan te pakken en dat levert een nogal verknipt album op. De ene keer is de muziek plechtstatig, dan weer schaamteloos poppy en vervolgens neigt ze naar zinderende Americana en dat ligt duidelijk aan de producer van dienst. Brandon Flowers’ ietwat hoge stemgeluid is wel de moeite om te horen en hij zou het niet slecht doen als AOR-zanger. Er is een zekere gelijkenis met Bono en daardoor klinken de betere bijdragen (‘Jilted Lovers & Broken Hearts’ en ‘Crossfire’) als een U2 ten tijde van ‘The Joshua Tree’. Langs de andere kant staan er toch ook een paar draken op zoals ‘Only The Young’, waarbij we aan A-Ha moesten denken. ‘Flamingo’ zal zijn reclamekosten probleemloos terugverdienen, want het is gesneden koek voor de radio en vermoedelijk horen we op dat medium dra ‘Only The Young terug. Vooral een plaat voor wie de jaren ’80 niet kan vergeten.
Rudi Claeys – 70

Gokan
Modes De Pensée
M & O
Wanneer je als referenties Born From Pain en Textures opgeeft en die bands als leermeesters ziet, leg je de lat hoog. Heel hoog. Het Franse Gokan kan die verwachtingen helaas niet inlossen en wil op ‘Modes De Pensée’ simpelweg te veel. Het wil hardcore zijn wanneer het richting alternatieve metal gaat en omgekeerd. Het zorgt ervoor dat ‘Modes De Pensée’ zich moeilijk laat grijpen. De volledig in het Frans gezongen songs laten af en toe horen dat de band er best goede ideeën op na houdt, maar op de een of andere manier werkt het niet of komt het niet uit de verf zoals zou moeten. Kortom; als ‘Modes De Pensée’ een examenstuk zou zijn, zou de band op een volgend album in de herkansing moeten.
Bart Nijssen – 65

Goretrade
Mistaken Conception
Brutalized
Niet bepaald een rolmodel of inspiratiebron, maar ik citeer hem dit keer toch graag: “Ik word daar zo moe van.” (kabouter Lui – Studio 100). Uiteraard wordt die lethargie veroorzaakt door de brute death metal van het Colombiaanse Goretrade. De weinig originele naam deed al niet bijster veel goeds vermoeden en helaas maakt de muziek dit waar: inspiratieloze riffs die begeleid worden door standaard gebeuk en geblast op vellen. Het ongenuanceerd gebrul komt dit keer uit een wel zeer tenger ventje, maar dat betekent nog geen extra punten. Het maakt dat de muziek van het viertal nog meer verzand in een brij waarin iedere track met de andere inwisselbaar wordt. Is dit dan zoveel slechter dan al de rest? Nee hoor, enkel de geluidskwaliteit is een stuk minder dan wat je in dit genre gewend bent. Het is gewoon meer van hetzelfde. En hetzelfde zijn we inmiddels beu gehoord.
Stefan Lauwers – 45

Grand Theft Apple (Mini-cd)
Categorie C
Eigen beheer
Kwintet uit Nederlands Limburg dat aan een tweede mini in eigen beheer toe is. Stilistisch roepen de warme klanken van GTA’s gitaarrock herinneringen op aan de muziek die, in navolging van acts als Dinosaur Jr. en Pixies, begin jaren ’90 kiemde en succesvol werd. Wat ons echter erg pleziert is dat zanger Maarten vocaal nu en dan in de buurt komt van Ian McCulloch (Echo & The Bunnymen), Tom Smith (Editors) en Mark Burgess (The Chameleons), allen heren met een mooie, melancholische keelklank. De rockers ‘Confusion’ en ‘Little Angel’, alsook het met een wonderlijk naïef refrein voorziene ‘Fairy’ bevielen ons het meest, dus graag wat meer extravert werk dan de mooie doch rustige nummers die ‘Categorie C’ afsluiten. www.myspace.com/grandtheftapple
Rudi Claeys

Grinderman
2
Mute/PIAS
Als we even vergeten dat Grinderman eigenlijk Nick Cave en drie voormalige Bad Seeds (Warren Ellis, Martyn Casey en Jim Sclavunos) is, dan lukt het beter om dit nieuwe Grinderman-plaatje te evalueren. Hier wordt bijwijlen heerlijke heavy bluesy rock gespeeld met een kunstzinnig randje. Ook al heeft Cave een totaal ander zanggeluid, toch menen we Robert Plant te horen in zijn manier van zingen tijdens opener ‘Mickey Mouse And The Goodbye Man’ en die scheurende riffs hebben vaak weg van wat Jimmy Page placht te doen. Maar daar houdt de vergelijking met Led Zeppelin op want Grindermans muziek is dreigend, donker en spannend en Cave heeft vocaal meer gemeen met David Byrne, Jim Morrison en dus ook Jeff Martin van wijlen The Tea Party. Als je dan weet dat Zeppelin een van de favoriete bands was van Martin en je telt erbij op dat The Tea Party ook wel spanning wist op te bouwen dan is een vergelijking met deze uitstekende Canadese act erg logisch, ‘Worm Tamer’, ‘When My Baby Comes’ en ‘Evil’ hadden niet misstaan op ‘The Edges Of Twilight’ van The Tea Party uit ook alweer 1995. ‘Palaces Of Montezuma’ het enige ‘lichtere’ nummer op ‘2’ dat afwijkt van het heavy, donkere bluespad had, vanwege zijn psychedelische inslag, van Cave’s ook niet al te misselijke landgenoten van The Church geweest kunnen zijn. Onderhoudende plaat hoor, deze ‘Grinderman 2’, maar het is allemaal al eerder gedaan door andere artiesten…
Rudi Claeys – 75


Insane
Our Island – Our Empire
Tornado
Het is alweer een jaar of vijf geleden dat we voor het laatst hier iets hoorden van het Hongaarse Insane. Een band die destijds nog nu metal speelde in het straatje van Flaw, Disturbed en 40 Below Summer en dat misschien niet vernieuwend maar op zich wel goed deed. Maar de tand des tijds heeft ook Insane niet onaangeroerd gelaten. Met een nieuwe bassist en – belangrijker nog – een nieuwe zanger in de gelederen is het bandgeluid toch wel redelijk veranderd ten opzichte van ‘King of Fools’ uit 2005. De stijl van ‘Our Island – Our Empire’ zouden we echter nog steeds nu metal noemen, maar dan met meer invloeden uit hardrock (hoor ik daar Metallica ergens voorbij komen?), alternatieve rock, flamenco (!) en soms een heel klein vleugje metalcore. Je zou denken dat het daarmee een vooruitgang betreft, maar frontman Molnár Bálint is helaas niet beter dan zijn voorganger en de productie klinkt flinterdun. ‘Our Island – Our Empire’ is daarmee geen plaat om flink op los te gaan, iets wat live overigens zomaar anders zou kunnen zijn.
Bart Nijssen - 59

The Judge Band
The Judge Band
16 Second Stare/Intensity
Al op jonge leeftijd (7 jaar oud) zette Tim Shanks zijn eerste muzikale stappen. Hij zong mee in de rondreizende gospelband waar zijn familie deel van uitmaakte. Negen jaar later was hij actief in zijn eerste rockgroep. Hij trad veel op in allerlei rockbars in zijn thuisstad Detroit. Shanks leefde het tumultueuze leven van een rockster en kende een carrière van vallen en opstaan. Dit titelloze debuutalbum laat een getormenteerde muzikant horen die veel watertjes heeft doorzwommen. Zijn teksten behandelen ernstige thema’s eigen aan het leven in de grootstad. De muziek is een kruising van blues, soul en hardrock, maar dan van de jaren ‘80. Als een gewonde beer klauwt en grauwt Tim om zich heen. Het songmateriaal klinkt echter weinig overtuigend en zelfs clichématig. Eenheidsworst met voorgekauwde gitaarriffs. Absolute dieptepunt is een barslechte cover van het traditionele ‘Amazing Grace’ als afsluiter.
Paul Van de gehuchte – 63

LD50
Demo
Eigen beheer
Het gaat goed met de Bay Area-scene. Het genre is terug populair en heel wat bands uit die regio doen het dan ook meer dan voortreffelijk. Het loopt zelf zo gesmeerd dat anderen er opnieuw graten in zien om ook weer van zich te laten horen. Neem nu deze LD50, een project dat uit de grond gestampt is door voormalig Forbidden- en Testament-gitarist Glen Alvelais. Hij strikte zanger Clarck Brown die eerder te horen was op twee soloplaten van Geezer Butler (G/Z/R), drummer Jeremy Colson, die ook Steve Vai begeleidt op zijn cd’s en het podium en de iets minder bekende bassist Terry Goss (Scorched-Earth Policy). Zij schotelen ons vier meer dan aardige thrash songs voor waarop naast het spetterende gitaarwerk vooral Brown opvalt. Voorheen zagen we nooit echt een hoogvlieger in hem bij de GZR-albums, hij moest immers de schoenen van Burton C Bell (Fear Factory) vullen. Nu verrast hij ons met zijn grommende uithalen zoals op ‘Waiting’ en ‘Destroy’ maar ook met heel melodieuze, haast dromerige passages zoals op ‘Struggle’. Afsluiter ‘Ascension’ is ook een knaller van formaat waarbij fans van pakweg Exodus compleet uit hun dak zullen gaan. Intussen is Colson al niet meer van de partij. Hij is vervangen door Tony Providence die eerder achter de kit zat bij A Band Called Pain. Wie graag meer info wil raden we aan eens een kijkje te nemen op hun MySpace waar je kennis kan maken met al dit fraais. www.myspace.com/ld50legacy
Stef Maes

Killing Joke (Single)
European Super State
Spinefarm/Universal
Zonder twijfel de meest opvallende track van nieuwe plaat ‘Absolute Dissent’ en een serieuze kanshebber om, 25 jaar na ‘Love like Blood’, Killing Joke nog eens op de radio te mogen horen. Het pakkende zit hem in de four-to-the floor-beat en de bubbelende keyboardmelodie die, soms overstemd door Geordie’s hakkende en echoënde gitaarpartij, je voeten – en de rest van je lijf als je niet moet recenseren – vlotjes in beweging krijgen. Alleen is het jammer dat Youth, met al zijn productie- en remix-expertise, voor de single geen ‘extended dance version’ gemaakt heeft en er enkel een ingekorte versie, naast de studioversie te vinden is.
Rudi Claeys


Locus Control (Mini-cd)
287
Eigen beheer
Dit instrumentale kwartet met als thuisbasis Kuurne heeft met ‘287’ een eerste mini uit. Die bevat slechts drie tracks. Deze zijn echter stuk voor stuk representatief voor het muzikale avontuur dat Locus Control voor de luisteraar in petto heeft. De twee gitaristen, Babak en Koen, vullen elkaar goed aan en zorgen voor inventiviteit en variatie terwijl bassist Stefaan en drummer Ben voor een uit graniet gehouwen grondslag zorgen. Het viertal speelt vettige hardrock en zwoele stonerrock in combinatie met verfijnde progrockinvloeden. Locus Control verrast in die mate dat ze zeer gefocust blijven en met hun broeierige en onrustige muziek de toehoorder stevig in hun greep houden. Dit is alvast een zeer aangename kennismaking. www.myspace.com/locuscontrolrocks
Paul Van de gehuchte

Moritz
Undivided
Harmony Factory/Connecting/Bertus
Ben je gek op jaren ‘80 AOR in het straatje van Night Ranger, Survivor en Foreigner dan zou deze Moritz iets voor jou kunnen zijn. Helaas moet je er dan wel bijnemen dat zowel op vlak van composities, instrumentatie, productie en zang de kwaliteit een stuk minder is dan bovenvermelde bands. Neem nu de zang van Pete Scallan, niet slecht, maar je hoort toch wel heel duidelijk dat de man zich sterk moet forceren om de hoge tonen te halen en bij dergelijke muziek is ieder minder moment, vooral dan van de frontman, een dodelijk moment. Ook instrumentaal is het niet altijd koek en ei. Zo doen de heren hun uiterste best om het allemaal zo strak en degelijk mogelijk in te spelen maar ook dat laat soms een beetje te wensen over. Songs als het titelnummer, ‘Same But Different’ en ‘Can’t Get Away’ maken dan ook nog eens duidelijk dat er al veel betere AOR-songs geschreven zijn dan dit. Moritz pretendeert dan wel in de liga van Night Ranger, Foreigner en Survivor te spelen maar haalt dat niveau nooit of te nimmer.
Dominique Van Hauteghem - 68

Nelly Olson
Tits
M&O
Laat u niet misleiden door de naam van de groep, want dit viertal is afkomstig uit Frankrijk en resideert in Bordeaux. Begonnen als akoestisch trio in 2005 gooide het gezelschap al snel het roer om en schakelde over op elektrische instrumenten. Met ‘Lips’ verscheen er een eerste album waarmee men op tournee trok, maar dan alleen in de eigen regio. Al snel kwamen Tita, Delf en Pierre tot de conclusie dat ze nood hadden aan een vierde man en daarom werd als drummer Guillaume ingelijfd. In ‘What Do I Do How’, het openingsnummer en ‘Sorry’ komt het kwartet aardig in de buurt van Skunk Anansie, maar daarmee houdt de vergelijking op. Nelly Olson ontpopt zich in de eerste plaats als een energiek bandje dat alternatieve gitaarrock koppelt aan punkrockelementen en een indie geluid. Een beproeft recept waarin hen al talrijke Amerikaanse acts zijn voorgegaan. Enige verschil is dat ze naast Engels ook in hun moerstaal zingen en men in sommige van hun liedjes neigt naar het typische chanson en dat werpt toch een beetje en ander licht op deze plaat. Met ‘Tits’ maakt Nelly Olson geen slechte beurt, doch het is evenmin een album dat je grijs gaat draaien.
Paul Van de gehuchte - 73

Nicht (Mini-cd)
Part 1: Catalepsy Sinks
Lugga
Als aanloop naar een volwaardig debuut komend jaar brengt het Franse Nicht een kennismakingspakketje uit in de vorm van een mini-cd. ‘Part 1: Catalepsy Sinks’ is echter een vrij onopvallend schijfje, zeker in vergelijking met de hoge toppen die zoveel van hun landgenoten tegenwoordig scheren. Hun muziek houdt het midden tussen heavy metal en gothic metal, maar nergens doen ze je ook maar even opveren. De songs zijn vrij saai opgebouwd en de zang van Iggy Sharpe Blake wordt al snel saai, al switcht hij regelmatig van timbre en mengt hij klare zang met furieuze schreeuwen. Een paar keer herbeluisteren bracht geen soelaas, integendeel: we vielen zo ongeveer in slaap. Net niet wat je zocht, mogen we wel vermoeden. Was je echter nog op zoek naar een vervangmiddel voor valium of rohypnol, dan is Nicht een minder schadelijke variant.
Morbid Geert

P-A-U-L
Gunshot Lullaby
E&E/Bertus
Paul Andrew Ulysses Lamp is een in Detroit geboren bluesrocker. Op zeer jonge leeftijd kreeg hij al te maken met muziek van Jimi Hendrix en Johnny Winter. Hij leerde zichzelf gitaarspelen en vertrok naar Hollywood. Daar kwam hij in contact met divers pluimage en bleef lange tijd uit de schijnwerpers als sessiemuzikant. Uiteindelijk kroop het bloed toch waar het niet gaan kon en formuleerde de man zijn eigen band. 'Gunshot Lullaby', zijn tweede cd, is een stevige bluesrockplaat geworden met lekker gitaarwerk. Dat Paul een flink potje gitaar kan spelen, laat hij hier duidelijk horen. Op zowat elk nummer horen we zijn gevarieerd gitaarspel. Soms hard scheurend, soms razendsnel, soms ingetogen. We komen uit op een vrij rauwe cd waar geprobeerd wordt om de stereotiepe bluespaden een beetje te verlaten en er wat avontuurlijke en speelse invloeden aan toe te voegen.
Patrick Erregat - 72

P.M.T.
Here Lies P.M.T.
Eigen beheer
De titel ‘Here Lies P.M.T.’ insinueert geenszins dat P.M.T. het bijltje er bij neergooit. Integendeel, dit is een comeback na vier jaar stilte. Wereldberoemd in Zwitserland zijn ze – dit album verscheen er al in mei – maar eind oktober moet heel Europa eraan geloven. Sinds 2009 bestaat P.M.T. uit zeven muzikanten, want ook producer/gitarist Dom Favez (ex-Krokus) hoort nu bij de vaste bezetting. In het verleden opende P.M.T. al voor mega acts als Machine Head, Korn en Meshuggah en gingen ze meermaals op tournee met Marilyn Manson. De productie van ‘Here Lies P.M.T. was – net zoals bij voorganger ‘Topping From Below’ – in handen van Dom Favez, maar mix en mastering werd uitbesteed aan Logan Mader (ex-Machine Head, Soulfly). Over het resultaat hebben we dan ook niets te klagen. P.M.T. durfde in het verleden behoorlijk wat brutaliteit in de zanglijnen stoppen en ze waren ook niet vies van enige elektronica wat hen een industrial tintje gaf. Deze invloeden zijn op ‘Here Lies P.M.T.’ zo goed als verdwenen (behalve in het zwakke ‘H.I. Vampire’). De band klinkt behoorlijk gepolijst en mikt op een breder publiek. Het goede nieuws is dat ze pakkende songs schrijven. ‘Clean Cut’ en ‘Kinky Kamikaze II: Fetishtocracy’ zijn dan ook moderne rocksongs met excellent gitaarwerk en ondersteunende keyboards. De band gaat zelfs richting mainstream rock in ‘Flies & Butterflies’ en het gelikt gezongen ‘RubEast Cube’. Gelukkig zijn er ook nog vette riffs in aanstekelijke rocksongs als ‘Without You I’m Only Me’ (dit wordt een geheide hit!) en ‘Closer To God’. Een staaltje vinnige samenzang heerst in ‘Helldorado’ en het lichtjes gotische ‘Swisstika’. Meest opmerkelijke track is echter ‘SufFur’, dat verrast door rapachtige zang en knappe gitaarsolo’s. Sterk! Zoals we dat van Zwitsers gewend zijn hebben ze hun zaakjes wel goed voor mekaar en het zou ons niet verwonderen mochten ze ooit nog opgemerkt worden door Roadrunner. www.myspace.com/pmt1
Vera Matthijssens – 80

Scarlett O’Hara
Lost In Existence
Rise
Bands die zich noemen naar bekende, vrouwelijk personages uit de boek- en/of filmwereld zijn er natuurlijk wel meer. Denk aan het Noorse Audrey Horne. In dat opzicht is de Amerikaanse metalcoreband Scarlett O’Hara niet uniek. Maar ook in de rest blijkt Scarlett O’Hara niet uniek te zijn. De band bedient zich namelijk van de standaard metalcore zoals we die inmiddels al vaak genoeg hebben gehoord. Als je dan nog in staat bent om goede en beklijvende songs te pennen is er nog niets aan de hand en kun je best overleven als band. In het geval van Scarlett O’Hara worden alle clichés wel zo’n beetje uit de kast gehaald, dit in tien tracks die redelijk inwisselbaar zijn voor elkaar. Scarlett O’Hara is vernoemd naar het personage uit ‘Gone With The Wind’, waarmee Margaret Mitchell in 1937 de Pulitzer Prijs won. ‘Award winning’ is dit schijfje van de gelijknamige band in ieder geval niet. Daarvoor steekt het simpelweg niet ver genoeg boven het maaiveld van metalcorereleases uit.
Bart Nijssen – 60

Shades Of Grey
Until The World Is Sick Of Me
Eigen beheer
Geen vrolijke jongens, getuige de titel van de professioneel vormgegeven cd die we toegezonden kregen. Toch is de bijgeleverde biografie erg enthousiasmerend, alhoewel magertjes. ‘Until…’ is, naar eigen zeggen, de bekroning op zeven jaar volharding, evolutie en veel optredens. Dat de band uit Genk veel speelt, is wel te horen. De nummers zijn over het algemeen voorzien van een lekkere groove en kennen redelijk wat afwisseling. De rock/metal die de Belgen brengen, is vrij modern en doet af en toe denken aan de meer recente platen van Annihilator. Ook verwacht ik, dat Nevermore bij de band in het cd-rek ligt. ‘Strike’ en ‘Critical’ zijn van die songs die lekkere riffs bevatten en een spannende opbouw hebben. Het gitaargeluid is zwaar en de afzonderlijke muzikanten beheersen het kunstje prima. Alleen vocalist Berto Porco is niet altijd even aangenaam om aan te horen, omdat hij voortdurend zijn schurende maar emotionele stem diep vanuit zijn tenen trekt. Let wel: hij is absoluut getalenteerd, maar het mocht een tandje lager, en producer Ivan Seukens heeft hem wel heel lomp bovenop de mix gelegd. De sound is verder verdienstelijk en doet recht aan het lekkere gitaarwerk in bijvoorbeeld ‘What’s The Name Of The Game’ en 'Taste Of Blood'. Shades Of Grey hoeft zich, door de bank genomen, zeker niet te schamen voor deze release en geeft ongetwijfeld een goed visitekaartje af aan zaaleigenaren en liefhebbers. myspace.com/shadesofgreybelgium
Johannes Keekstra - 67

Stone Man
Human Hater
Twilight/Bertus
Stone Man was voor mij een onbekende, maar blijkbaar is dit al hun derde album en zijn ze naar eigen zeggen de belangrijkste dark metalband uit Zwitserland. Nu had ik al niet het gevoel dat dark metal een grote stroming was in Zwitserland en dit album van Stone Man maakt niet dat ik hierover snel van mening zal veranderen. ‘Human Hater’ klinkt als een verzameling clichés die, hoewel niet direct slecht, wel enigszins zielloos op cd zijn gebrand. De oh zo gevaarlijke grunts lijken op die van Dr. Death (wat ook al geen hoogvlieger was) en muzikaal doet het allemaal wel wat denken aan de Deathstars. Een gastverschijning van Wednesday 13 op ‘Zombie Zoo’ redt Stone Man niet van de middelmatigheid. De overeenkomsten tussen de band en hun thuisland zijn duidelijk: veilig en saai.
Maarten van Leest – 50

The Straws
Red Wine & Canapés
Moonzoo/Universal
Belgisch drietal dat debuteert op het Brusselse Moonzoo-label, dat garant staat voor verzorgde poprockacts uit het (meestal Franstalige) landsgedeelte. Het gevolg is dat we in Vlaanderen nog nooit gehoord hebben van bands als Vegas, the Aim en Common Fates, de betere vertegenwoordigers en die kans vrijwel nihil is voor dit powerpop/punktrio wier doorsnee materiaal een stuk minder blijft nazinderen dan de drie voornoemde. Elke compositie voldoet aan de minimumvereisten voor wat we als degelijk mogen beschouwen, maar dit tien keer na elkaar te moeten vaststellen met de typisch melodieuze edoch vlakke punkzang van Ollie Day is geen motief om ‘Red Wine & Canapés’ langer dan één keer te willen horen.
Rudi Claeys – 65


Superbia
Overcoming The Pain
My Kingdom/Sonic Rendezvous
Soms is onze hoofdredacteur een ware sadist! Of wat dacht je hiervan: mij opzadelen met een plaat van een Italiaanse ‘progressive deathcore’ band?! Alsof gewone deathcore nog niet ellendig genoeg is… Yep, dit klinkt net zo erg als het er op papier uitziet. Dit vijftal combineert de minder interessante Gothenburgse death metal (inclusief de overdaad aan melodie) met enige progressieve en technische elementen, met daar bovenop een erg beperkte en irritant growlende zanger die eerder in een hardcorebandje thuishoort. Zelf verwijzen ze voor de technische elementen graag naar invloeden als Atheist en Cynic, maar deze ventjes komen nog niet tot aan de enkels van die pioniers. Veel gefriemel op de gitaren, songs die als los zand aaneen hangen en op de koop toe een flinterdunne productie die echt alle laatste hoop op enige ‘punch’ de grond in boort. ‘Overcoming The Pain’ is dus een complete verspilling van middelen en tijd, punt. En wat de quotering betreft, ben ik nog gul geweest in het kader van enige objectiviteit naar wie wél van het genre houdt.
Morbid Geert – 60

Tides Of Man
Dreamhouse
Rise
Vorig jaar debuteerde Tides Of Man niet onaardig met ‘Empire Theory’. Voor de opvolger koos men voor een wat hardere aanpak. De songs zijn meer gebald en sneller gespeeld. Qua stijl mikt men op een mix van emo- en progrock. Het tweede element wordt nog meer versterkt door de zangstijl van frontman Tilian Pearson, wiens stem het midden houdt tussen die van Yes-frontman Jon Anderson en Jonas Bjerre van het Deense Mew. Deze formule zorgt voor een bedrukte, opgeblazen en beladen stemming waarbij de riedels en hoge uithalen je om de oren vliegen, maar zelden langer dan de duur van de respectievelijke nummers blijven hangen, met uitzondering dan voor ‘Statues’. De steeds terugkerende thematiek maakt van ‘Dreamhouse’ een monotoon werkstuk. Het maakt het luisteren naar dit album tot een vermoeiende onderneming, bijna een beproeving. Ook al valt er niet te twijfelen aan de intrinsieke kwaliteiten van de groepsleden als muzikant en zetten ze met ‘Dreamhouse’ een flinke stap voorwaarts ,dan nog heeft Tides Of Man nog een lange weg te gaan.
Paul Van de gehuchte – 65

Touchstone
Live In The USA
ProgRock/Bertus
Vier jaar na hun debuut-ep ‘Mad Hatters’ en ondanks het feit dat het vijftal met ‘Discordant Dreams’ (2007) en ‘Wintercoast’ (2009) slechts twee full studio albums uit heeft vond de Britse progressieve rockband Touchstone de tijd rijp voor een dubbele live-cd. ‘Live In The USA’ werd opgenomen in 2009, tijdens festivals in Californië en Philadelphia en bevat met veertien songs een grote bloemlezing uit hun studiowerk. Touchstone maakt deel uit van een Britse scene van melodieuze progressieve rockbands, met een frontvrouw als boegbeeld. Denk maar aan Karnataka, Mostly Autumn en Magenta. Maar Touchstone onderscheidt zich van hun collega’s door uit te pakken met iets steviger composities, wat echter geen probleem vormt voor het tot zijn recht komen van de stem van Kim Seviour. ‘Live In The USA’ is vermoedelijk wel een eerlijke live registratie, zoals het hoort. Maar dat brengt ook met zich mee dat de opname in het begin amper sfeer uitstraalt. Bij momenten lijkt het alsof de band in hun oefenlokaal staat te spelen voor nul publiek. Dat betert gelukkig al na enkele nummers. Het Amerikaanse publiek had duidelijk een afwachtende houding aangenomen. Het geheel klinkt ook nogal houterig, maar het dient gezegd dat elk instrument, alsook de zang goed naar voren komt. Alleen mis je een voller geluid en wat meer bombast. Vermeldenswaardig is nog het feit dat John Mitchell (It Bites) opduikt voor een gitaarsolo in de uptempo afsluiter ‘Mad World’, een heavy cover van de oude Tears For Fears hit. Meer over deze band op http://www.touchstonemusic.co.uk/.
Christophe Janssens

Various Artists
Heavy Metal Anthology
Musicbrokers/Bertus
Dit is een driedubbele verzamelaar met opmerkelijke coverversies, soms rare uitvoeringen en songs waarbij speciale samenwerking verleend werd. Cd 1 bevat een flink deel metal/rockklassiekers, gecoverd door soms een verrassende artiest of band. Bijvoorbeeld: 'Screaming For Vengeance' van Judas Priest door Sepultura, 'Rag Doll' van Aerosmith door Ted Nugent of 'Doctor Doctor' van UFO door Michael Schenker. Leuk om te horen. Cd 2 is meer een verzameling van groepjes uit het zonnige California. De haarspray rockbands zeg maar. 'My Michelle' van Guns N’ Roses door LA Guns, 'Whole Lotta Love' een Led Zeppelin-klassieker door wijlen Kevin DuBrow (Quiet Riot) of 'Once Bitten, Twice Shy' van Ian Hunter door Great White. Allemaal veel minder om te horen. Cd 3 ten slotte is misschien wel de meest interessante. Hier krijgen we niet alledaagse samenwerkingen. 'Tie Your Mother Down' van Queen door Lemmy en Ted Nugent, 'Back In Black' van AC/DC door Joe Lynn Turner en Phil Collen (Def Leppard) of 'Seek & Destroy' van Metallica door Chuck Billy (Testament) en Jake E. Lee (Ozzy). Ik denk niet dat hier echt uniek materiaal tussenzit. Elke song zal al wel ergens anders te vinden zijn, maar om een quiz te houden onder vrienden lijkt deze compilatie wel goed voor een kwartier tijdverdrijf.
Patrick Erregat

Wortmord
Wortgeburt
Sunny Bastards/Sonic Rendezvous
Wortmord is het nieuwe project van ex-Sodom-gitarist Peppi ‘Grave Violator’ Dominik. Zoals je al kan verwachten is de muziek in te delen bij de pure Duitse thrash en liggen de invloeden van Sodom er dan ook vingerdik op. Als bonus track covert Wortmord zelfs ‘Bloody Corpse’ van Sodom. Echt blij worden we van deze clichéboel niet en de Duitse teksten helpen ons ook al geen stap verder. Wie echter niet genoeg kan krijgen van slecht geproduceerde en gedateerde Duitse thrash moet deze plaat dan maar eens beluisteren. In eigen land zullen ze waarschijnlijk wel op handen gedragen worden, maar we hebben tegenwoordig betere alternatieven.
Peter Vanhecke - 65


RE-RELEASES

Angelzoom
Angelzoom
Metal Mind/Bertus
Om redenen waarschijnlijk enkel bekend bij henzelf heeft Metal Mind ervoor gekozen om het in 2004 verschenen debuutalbum van deze band rond zangeres Claudia Uhle heruit te brengen. Angelzoom maakt dromerige, aan Clannad of Enya refererende, gothic slaapliedjes. Zeker niet slecht, maar zodanig ontdaan van alle scherpe randjes dat het geheel na verloop van tijd (lees na meer dan drie nummers) wel erg bloedeloos wordt. Ook klinken de keyboards een beetje plastic, wat heel zonde is, want als er meer met echte instrumenten gewerkt zou zijn, zou het meteen veel interessanter klinken. Normaliter vindt dit soort albums hun weg naar deze pagina’s niet, maar aangezien er op het nummer ‘Turn The Sky’, naast Nik Page, ook wordt samengewerkt met Eicca Toppinen van Apocalyptica en ze zich wagen aan een cover van Linkin Parks ‘Crawling’ (gelukkig zonder wannabe rappertje) maken we eens een uitzondering.
Maarten van Leest

Avian
From The Depths Of Time
Blinding Force
Dit is een heruitgave van het in 2005 verschenen album waar Lance King (Balance Of Power) het mooie weer maakt. Avian is een eerder gemiddelde hardrockband met niet echt opvallende nummers, een wat eentonige zanger en niet echt spectaculaire instrumentale invullingen. Het meest in het oog springende feit is nog de gastbijdrage van bassist Dave Ellefson van Megadeth, maar ook die kan niet voorkomen dat dit plaatje een eerder onopvallende rol speelt in de maandelijkse releases. Niet zo heel lang na de originele release verliet King de band om verruild te worden met Brian Hollenbeck die de bonus track ‘Sentinel On The Horizon’ inzong. ‘Two Sides Collide’, een andere bonus track, was tot nu toe enkel te beluisteren op de Japanse uitgave maar ook dit nummer zal nooit genomineerd worden tot beste track ooit. Waarom dergelijke plaatjes vereerd worden met een re-release zal nooit duidelijk worden maar jullie kunnen alvast niet zeggen dat je er niet van op de hoogte was.
Dominique Van Hauteghem

Banner Pilot
Resignation Day Remixed / Remastered
Fat Wreck
Het voelt toch altijd wel een beetje als uitmelken, wanneer een platenlabel een album van een band opnieuw gemixt en gemasterd uitbrengt. Bij hele oude releases kan dat nog wel eens fijn zijn (denk aan Black Sabbath), maar in het geval van punkrockgezelschap Banner Pilot is een heruitgave van dit ‘Resignation Day’ uit 2008 toch wel redelijk overbodig. Met het vorig jaar verschenen ‘Collapser’ heeft de band vast een hoop zieltjes gewonnen en dus moet Fat Wreck Chords er wel geld in hebben gezien, want zo ontzettend goed is ‘Resignation Day’ nou ook weer niet. Punkrockliefhebbers vallen zich geen enorme buil aan dit schijfje dat nu is uitgerust met twee extra tracks en Banner Pilot-fans zijn wellicht blij dat het songmateriaal nu enigszins is opgepoetst, maar de rest kan beter uit de voeten met de veel betere alternatieven (denk aan Bad Religion) in dit genre.
Bart Nijssen

Bigelf
Closer to Doom/Hex/Money Machine
Powerage/Bertus
Heruitgaven ruiken altijd naar snel geldgewin van één of andere platenmaatschappij. Met deze drie re-releases zal dit niet anders zijn, maar voor een groep als Bigelf zijn we wat meer bevooroordeeld en toleranter. Daar gaat de journalistieke onpartijdigheid. Bigelf komt uit Los Angeles en zag het levenslicht in het begin van de jaren ‘90. De groep zorgde meteen voor een eigen geluid met hun psychedelische doom. Ze laten zich graag de 'evil Beatles' noemen en daar zit wat in. In hun muziek zitten invloeden van dit bekende Liverpoolse groepje in verwerkt, maar er valt veel meer te ontdekken. Ze klinken retro, doch zijn toch zo vernieuwend. Ze rocken bij momenten als de beesten, maar zijn tegelijkertijd zo prog als ELP of Pink Floyd. Hoge zangstemmetjes en strijkersarrangemententen doen je dan weer aan ELO denken, maar kort daarna word je omvergeblazen door een ultrazware Sabathiaanse riff. Daarmee is Bigelf één van de meest avontuurlijke bands van dit moment. Drie van hun vier cd's worden nu heruitgebracht met, zoals het hoort, heel wat extra's. Zo vinden we op hun debuut-ep maar liefst acht extra tracks zodat dit ook een volwaardige plaat kan genoemd worden. Het gaat om demoversies van oude nummers en één live uitvoering. Ook op 'Money Machine' zijn er vijf songs toegevoegd, waaronder een leuke 'Bad Reputation' (Thin Lizzy-cover) en vier live nummers, opgenomen in Zweden. Wie ze begin dit jaar aan het werk gezien heeft, spreekt er nog over. Oh, en er is mij beloofd dat de cd's aan een heel aantrekkelijke prijs in de winkel zullen liggen.
Patrick Erregat

Cinderella
Long Cold Winter
Bad Reputation/Suburban
Toen het uit Philadelphia (aan de regenachtige oostkust van de US) in 1986 scoorde met debuut ‘Night Songs’ (meer dan 2 miljoen exemplaren verkocht indertijd) leken Tom Keifer en co. niet veel te verschillen van de hair metal/cockrockacts van de andere kant van de States. U kent ze wel: Poison, Ratt, Mötley Crüe en tal van mindere goden die eigenlijk platte popsongs in een hardrockjasje stopten. Keifer bekeerde zich echter voor het volgende album, dit ‘Long Cold Winter’, uit 1988, tot de blues en classic rock en meteen klonk Cinderella al een stuk beter, ook al werd de link met de LA hardrock pas serieus doorgeknipt met ‘Heartbreak Station’ (1990) een album dat best kon wedijveren met het debuut van The Black Crowes uit datzelfde jaar. Maar ‘ Long Cold Winter’, nu via Bad Reputation heruitgebracht met vijf live bonus tracks, was best een aardige synthese tussen voornoemde hair metal en classic rock, met heel wat ruimte voor akoestische instrumenten en Hammondorgel. Dat Keifer best een aardige deun kon pennen bewees hij met ‘Don’t Know What You Got’, een prima ballad die zelfs in Europa goed scoorde. Het gros van ‘Long Cold Winter’ mag er trouwens nog best wezen, daar zal de frisse productie van Andy Johns (een veteraan die met Led Zeppelin, Rolling Stones en Free platen opnam) zeker zijn aandeel in hebben. Het echte negatieve aan deze release zijn net de bonus tracks die Cinderella in 1987 laten horen tijdens optredens in Tokio en Philadelphia in ware hair metalstijl. Maar geen kwaad woord over tracks als ‘Second Wind’, ‘Fire And Ice’ en ‘Gypsy Road’ en het titelnummer.
Rudi Claeys

Dew-Scented
Immortelle
Ill-Natured
Innoscent
Inwards/
Impact
Issue VI
Incinerate
Metal Mind
Metal Mind brengt deze maand de eerste zes albums van de Duitse - en zeer onderschatte - band Dew-Scented opnieuw uit. De logica hiervoor is ons niet zo heel duidelijk aangezien de meeste albums volgens ons toch nog steeds zeer vlot verkrijgbaar zijn. Dew-Scented werd opgericht in 1993 en bracht dat jaar een succesvolle demo uit - ‘Symbolization’, staat ook als bonus op de re-release van ‘Immortelle’ - wat leidde tot een platencontract. In 1993 verscheen hun debuut ‘Immortelle’, een zeer divers uitgevallen album dat ging van doom (‘Black Is The Day’), thrash (‘In Flames’) tot gothic metal (‘For You And Forever’) en waarbij de band nog duidelijk op zoek was naar een eigen geluid. ‘Ill-Natured’ (1999) en ‘Innoscent’ (1998) worden samen op één schijfje heruitgebracht. Op ‘Innoscent’ kan je al een heel wat meer thrashgeoriënteerd geluid horen, iets wat op het zeer door Slayer beïnvloedde ‘Ill-Natured’ nog meer tot uiting kwam. Met ‘Inwards’ (2002) zette Dew-Scented een grote stap voorwaarts want voor het eerst in hun carrière klopte alles: de nummers waren snel maar tegelijk goed uitgewerkt, het thrashgeluid werd geperfectioneerd, de productie (Andy Classen) knalde en de plaat werd uitgebracht door het grote Nuclear Blast wat resulteerde in heel wat media-aandacht. We vinden persoonlijk ‘Inwards’ na al de jaren nog steeds de beste schijf. Als bonus staat op deze re-release de Slayer-cover ‘War Ensemble’ die voordien enkel op de Japanse versie stond. ‘Impact’ (2003) ligt muzikaal gezien zeer in het verlengde van zijn voorganger. Zeer tevreden met het resultaat op ‘Inwards’ besloot de band om opnieuw samen te werken met Andy Classen wat opnieuw resulteerde in een zeer energieke en heavy thrash-schijf. Deze re-release werd opgepept met maar liefst vier nummers als bonus, o.a. covers van Metallica (‘Metal Militia’) en het heerlijke ‘Hobbit Motherfuckers’ van Turbonegro. ‘Issue VI’ (2005) werd opnieuw - met een prima resultaat - opgenomen met Andy Classen maar de band experimenteert hier wel iets meer en gaat hier zelfs - vooral door het zeer intense en agressieve drumwerk - iets meer de richting uit van death metal maar dan meer zoals een band als Carnal Forge bijvoorbeeld bracht. ‘Incinerate’ (2007) klinkt als een logisch vervolg op zijn voorganger en valt ook op door de bijdrages van bevriende gastmuzikanten (o.a. Jeff Waters van Annihilator en Mille van Kreator).
Steven Willems

De Infernali
Symphonia De Infernali
Metal Mind/Bertus
Meestal zijn we er niet bepaald rouwig om als iemand uit het leven stapt, want hoe meer zielen, hoe zieliger. Op 13 augustus 2006 waren we echter samen met de hele black metalwereld aangeslagen door het razendsnel verspreidde bericht dat Jon Nödtveidt, de kopman van Dissection, zichzelf richting Eeuwige Jachtvelden had geschoten. De man had met Dissection een stel klassiekers van formaat gemaakt, maar was ook actief in tal van andere bands en projecten. Eén ervan was De Infernali, een dark ambient project dat hij in 1996 uit de grond stampte met kameraad Damien (Midvinter). ‘Symphonia De Infernali’ uit 1997 is hun enige werkje ooit, maar is ook vandaag nog de moeite waard als je niet enkel vastgeroest bent in extreme metal. Het duo creëerde niet enkel meer ingetogen dark ambient als de opener ‘Into The Labyrinths Of Desolation’, maar durfde het in bijvoorbeeld ‘Ave Satan’ ook over een heel andere boeg gooien: een mengsel van donkere electro met industrial, dat het midden houdt tussen G.G.F.H. en Laibach en voorzien werd van akelige vocalen vol distortion en effecten. ‘Sign Of The Dark’ combineert eveneens EBM en ambient, maar mag rekenen op de warme vocalen van niemand minder dan Dan Swanö. ‘Revival/Paroxysmal Winds/Forever Gone’ wordt dan weer verrassend gedragen door een magnifiek pianostuk dat sterk herinnert aan Dissections ‘Feather’s Fell’, waarna het roer weer wordt omgegooid naar extra smeuïge en freaky electro in ‘Atomic Age’. Niet meteen wat je van Jon Nödtveidt verwachtte, maar daarom niet minder donker en gaaf.
Morbid Geert

Disbelief
66Sick
Infected
Metal Mind
Het Duitse Disbelief heeft - in tegenstelling tot hun thuisland - in de Benelux nooit echt zeer veel potten gebroken. De hoofdreden hiervoor is wellicht omdat de band zo goed als nooit in deze contreien optreedt, want aan de muziek zal het zeker niet gelegen hebben. Zowel ‘Infected’ als ‘66Sick’ zijn namelijk zeer heftige, donkere en vooral intense schijfjes. De roots van Disbelief ligt duidelijk hoorbaar in death metal en komt op ‘Infected’ wellicht nog iets meer naar voren. Het tempo is op ‘66Sick’ iets meer naar beneden geschroefd en is daar eerder mid-tempo tot zeer slepend, de nummers zelf komen er alleen maar brutaler en haast beklemmend mee over. Bands zoals Neurosis en Cult Of Luna komen spontaan naar boven ter referentie wanneer dit schijfje door de luidsprekers dreunt, er zijn ergere vergelijkingen. Zeer sterk en vermeldenswaard bij Disbelief is naast de muziek ook de zang van Karsten Jäger die zeer aan Marc Grewe (Morgoth) en Martin van Drunen doet denken en echt haast pijnlijk klinkt. De re-release van ‘66Sick’ wordt opgesmukt met maar liefst zes covers (o.a. Slayer, Iron Maiden, The Scorpions en Accept) als bonus, ‘Infected’ heeft er geen.
Steven Willems

The Duskfall
Frailty/Source
Metal Mind
In Flames, At The Gates, Darkane en noem maar op zijn blijkbaar de grootste inspiratiebronnen voor deze The Duskfall. The Duskfall, dat in 2001 ontstond uit de restanten van de melodieuze death metalband Gates Of Ishtar, bracht in 2003 en 2004 deze twee platen op de markt. De stijl is dus in de melodieuze death metal te zoeken en The Duskfall doet dit ver van slecht. De glasheldere productie en goed verstaanbare rauwe vocalen maken de muziek heel toegankelijk, zodat die eigenlijk door iedereen kan gesmaakt worden. En daar knelde destijds toch wel het schoentje. De echte death metalfans vonden deze te commerciële death metal maar niets en dat was net de doelgroep die The Duskfall probeerde te bereiken. Maar met hun eerste twee platen wisten ze zich toch behoorlijk in de kijker te spelen en vooral de snelle krachtige songs zijn hun handelsmerk geworden. Of er nu nog überhaupt iemand zit te wachten op twee releases van een band die inmiddels het loodje legde, is de vraag natuurlijk. Maar wie met de eerder genoemde bands en met melodieuze death metal opstaat en gaat slapen, heeft hier een vette kluif aan.
Peter Vanhecke

Farmer Boys
The Other Side
Metal Mind/Bertus
Het Duitse Farmer Boys is altijd al een buitenbeentje geweest binnen de metal. De naam van deze act laat allerminst vermoeden dat deze jongens bij de gothic metal worden ingedeeld. Na de beluistering van deze in 2004 uitgebrachte ‘The Other Side’ komen we toch tot de conclusie dat Farmer Boys ergens de gulden middenweg gevonden hebben tussen de sound van een gemiddelde rockband, Paradise Lost en Depeche Mode. Sommige songs kunnen we zelfs omschrijven als puur Depeche Mode, maar dan met erg heavy gitaarwerk. Farmer Boys weet door de samples, zijn muziek ook een aparte sfeer te geven. De zestien songs op deze re-release zijn dan best goed te noemen, al zijn de farmer Boys hierdoor nog geen superband.
Peter Vanhecke

Hades
…Again Shall Be
The Dawn Of The Dying Sun
Displeased
Verwar het Noorse Hades zeker niet met hun Amerikaanse naamgenoten, want dit gezelschap heeft absoluut geen boodschap aan complexe, springerige en progressieve songstructuren. Om die reden zouden ze later hun naam trouwens veranderen in Hades Almighty en geloof het of niet, maar er slopen langzaam aan zelfs moderne en progressieve elementen in hun sound. Deze Noren zijn overduidelijk afstammelingen van de grote vikingkrijgers van weleer en ook op muzikaal gebied kan je hen weinig fijnzinnigheid aanrekenen. ‘…Again Shall Be’ is hun debuut uit 1994. De hele sfeer die de plaat uitademt zou nooit bestaan hebben, indien Quorthon zijn voetsporen niet in de aarde had gedrukt. De epische mid-tempo songs bulken van de atmosfeer en de door merg en been gaande krijsen van frontman Jorn pasten daar ideaal bij. Het kwartet uit Bergen ademde als geen ander de vikingspirit uit en ook vandaag, zestien jaar later, is de plaat niets van haar pluimen of vacht verloren. Op deze opnieuw gemasterde heruitgave krijg je als bonus trouwens de ‘Alone Walkying’-demo, die eigenlijk toen al ondanks de Grieghallen-productie (destijds bekend om de dunne, striemende gitaarsound) een pak beter klonk dan veel volwaardige platen. Alle drie de songs zijn nog steeds het beluisteren waard. Opvolger ‘The Dawn Of The Dying Sun’ dateert uit 1996 en is al even relevant voor elke vikingaanhanger. Geen noemenswaardige wijzigingen ten opzichte van de debuut-cd, maar dat is in dit geval absoluut geen probleem, integendeel. Ook hier was de balans tussen slagkracht en een zeker gevoel voor heroïek primair en natuurlijk bleef de erfenis van Bathory onaangetast. Als extraatje krijg je dit keer ook drie songs, waarvan de eerste geen verrassing mag zijn: ‘For All Those Who Died’, een erg geslaagde en machtige cover van de Bathory-klassieker. De live uitvoering van ‘Alone Walkying’ die in 1996 in Bergen werd opgenomen, klinkt helaas wat minder, maar je hoort tenminste wel dat het echt live werd opgenomen. Afsluiter ‘Death In Pleasure – Death In Pain’ is op zich geen slechte song, maar hij werd pas in 2000 opgenomen onder de Hades Almighty-constellatie en de sound is totaal anders dan op hun oude werk. Weg Bathory-invloeden, een moderne sound met zelfs robotachtige achtergrondvocalen hier en daar! Het blijft een feit dat deze ‘The Dawn Of The Dying Sun’ nog steeds een klassieker in het genre is die in elke black, pagan en vikingcollectie thuis hoort.
Morbid Geert

Heathendom
Nescience
Metal On Metal
In oktober wordt ook het nieuwe album ‘The Symbolist’ van deze Griekse band verwacht, maar voor het zover is brengt men het debuut terug uit, voorzien van een bonus track van maar liefst tien minuten. Oorspronkelijk werd ‘Nescience’ twee jaar geleden uitgebracht. Grootste inspiratiebronnen van de band zijn overduidelijk King Diamond en Candlemass. De lange composities bulken van vette doomriffs, ademen een jaren tachtig sfeer, maar er wordt gewerkt met vele verrassingen. De vreemde stemmetjes in titelsong ‘Nescience’ doen wat aan Annihilator denken, terwijl een knipoog naar Metal Church ook her en der opduikt. Men voegt graag wat orkestratie toe of een intro met klassieke piano (‘A Sick Man’s Dreams – Blissful Hell’) om het bombastische element nog te versterken. De bonus track ‘Haunted In Hell Chapter I: Haunted Within’ komt als beste uit de bus en geeft deze heruitgave een absolute meerwaarde. Dit trage doomnummer grijpt recht naar je keel, maar spijtig genoeg kan dit niet gezegd worden van alle songs.
Vera Matthijssens

Hollow
Modern Cathedral
Architect Of The Mind
Metal Mind/Bertus
Het debuut ‘Modern Cathedral’ van het Zweedse Hollow werd oorspronkelijk uitgebracht door het kleine Zweedse MM Records. Nuclear Blast zag wel graten in de band en bracht dan ook de debuutplaat opnieuw uit en tekende in voor een tweede cd. Meer dan tien jaar na deze feiten brengt Metal Mind deze enige platen die deze Zweden maakten opnieuw op de markt en deze klinken nog steeds heel actueel. Het opvallende is dat Hollow een op en top Amerikaanse sound heeft. Vooral het debuut is een pareltje en laat naast heel sterke power metal ook veel invloeden uit de progressieve metal horen. Daardoor kunnen we Hollow dan ook omschrijven als pure power metal met invloeden van acts als Fates Warning en Queensrÿche. Opvallendste figuur is ongetwijfeld zanger/gitarist Andreas Stoltz die ook alle nummers pende. Het debuut is evenwel een heel sterke plaat die technische hoogstandjes laat horen en door goede zang, aangenaam om naar te luisteren is. Hoogtepunten zijn ‘Crusader’, ‘Lies’, ‘Hold Your Banners High’ en ‘Waiting’. De tweede plaat wijkt dan ook, zoals verwacht, niet veel van het debuut af en is zelfs nog een beetje harder.Deze dubbelaar is dan ook must voor de fans van de iets complexere power metal.
Peter Vanhecke


Alcatraz Metal Festival 2011 - bekendmaking datum

De organisatie van AMF twijfelde nog even of er een editie van het festival zou komen in 2011, maar hakte het voorbije weekend uiteindelijk de knoop door. En jawel, er komt een vierde editie van het festival dat de voorbije jaren enige naam wist te maken in het overwoekerde festivallandschap. AMF zal naar goede traditie plaatsvinden in de Brielpoort te Deinze en dat op zaterdag 27 augustus.

Bevestigde bands zijn er voorlopig nog niet, maar we houden jullie op de hoogte.


Therion - 1 november 2010 - Hof Ter Lo, Antwerpen

Vlak na de release van het nieuwe Therion album ‘Sitra Ahra’ trekt de Zweedse symfonische metalband, in een grotendeels nieuwe bezetting, voor een maand op tournee door heel Europa. Ze worden ditmaal voorafgegaan door de voor de meeste mensen nog onbekende bands Leprous en Loch Vostok. Er is dan ook nog maar een handjevol geïnteresseerden wanneer de Zweden van Loch Vostok van wal steken. Niet dat de laatkomers erg veel gemist hebben, want de progressieve metal van het vijftal mag er wel zijn, maar de zang van gitarist Teddy Möller is de zwakke schakel. De sympathieke dikkerd met woeste haardos doet wel zijn best om de cleane vocalen met sporadische grunt ordentelijk de zaal in te slingeren, maar soms klonk het pijnlijk vals. Alleen het lange ‘Energy Taboo’ (van het laatste album ‘Reveal No Secrets’) bracht wat beterschap in de holle klank. Weinig overtuigende opener.
Naar Leprous waren we erg benieuwd, want deze jeugdige band uit Noorwegen is volledig ingelijfd om live concerten van grootheid Ihsahn (ex-Emperor) te verwezenlijken en dan heb je ongetwijfeld enige kwaliteiten. Ze waren dan ook beter dan de eerste band, al was de opstelling (keyboards vlak vooraan en meerdere zangers) krak dezelfde. Hun wispelturige progressieve metal graaft geregeld dieper en is allerminst toegankelijk bij een eerste kennismaking, maar zowel toetsenist Einar Solberg met zijn lange dreadlocks en gitarist Tor Oddmund Suhrke geven een dynamische show. ‘Phantom Pain’ en ‘Dare You’ zijn met hun zeven minuten nog enigszins te volgen, maar het echte werk wordt pas in ‘White’ en ‘Passing’ prijs gegeven. Daar laat de vijfkoppige band zich gaan in springerige tempowisselingen en inventieve solo’s. De zang is het ene moment even sentimenteel als Anathema, de volgende moment heftig als een moderne metalcoreband. Vandaag krijgen we een bloemlezing uit het laatste album ‘Tall Poppy Syndrome’. Toch eens nader onderzoeken, want hun invloeden van Opeth, Cynic en jawel… Emperor zouden me op cd best eens kunnen bevallen.
De zaal loopt toch nog wat voller tegen dat Therion aanvangt. De opkomst is echter minder dan verwacht, maar daar kan het feit dat Apocalyptica vandaag in de AB speelt wel de oorzaak van zijn. Christofer Johnsson had ons een show met enkele verrassingen beloofd en hij hield woord. Zo was het prachtige ‘Siren Of The Woods’ zelden in de live-set te vinden en konden we genieten van vier nieuwe songs. Het titelnummer van het laatste album opent de set en ‘Sitra Ahra’ is meteen een start waarin de vocale kwaliteiten van de vier vocalisten centraal staan, maar het bevat gelukkig ook genoeg metaldynamiek om enthousiasme in de zaal te ontketenen. ‘Wine Of Aluqah’ (uit ‘Vovin’) en het strakke ‘Typhon’ (uit ‘Lemuria’) komen als volgende aan bod. Gelukkig blijkt ‘The Perennial Sophia’ een blijvertje in de set, want dat is toch wel een hoogtepunt uit het ‘Gothic Kabbalah’ album. Het is het vierde concert van de tour, maar toch maakt de band een zelfzekere en ervaren indruk. Vooral gitarist Christian Vidal toont een ontzettende speelvreugde wanneer hij zich mag laten gaan in lange, virtuoze solo’s. Het is wel opvallend dat hij telkens abrupt inbindt wanneer meester Johnsson een kort knikje in zijn richting stuurt. Het illustreert nog maar eens een keer dat een Therion-show staat of valt met verregaande perfectie en precisie. Wij waren ook tevreden toen de band er wat harder tegenaan in ging tijdens ‘Ginnungagap’ en het nieuwe ‘Kali Yuga pt. 3’. De interactie tussen beide mannelijke vocalisten – de excentrieke Snowy Shaw en de energieke Thomas Vikström – liep gesmeerd, terwijl de vrouwen klonken als zuivere nachtegaaltjes. Waldemar Sorychta – bij ondergetekende vooral bekend als producer van vele topalbums – vervangt op dez